Ondertussen hadden
Jack en Van Dulmen door de Nederlander Nico Bakker*
een befaamde (ook nu nog)
framebouwer een nieuw frame laten bouwen voor hun 500cc Yamaha's i.v.m. de
stuurproblemen. Zowel de productiemachine als de semi-fabrieksmachine,
van Yamaha, hadden hier last van. Jack en Boet reden in Oostenrijk diverse trainingsronden met dit
frame en het probleem leek verdwenen te zijn. Jack had tijdens de
trainingen het ronderecord op de Salzburgring geëvenaard en ging
sneller rond dan Kenny Roberts die er ook aan het trainen was. Dit
alles gaf goede hoop voor de
voor de deur staande 50e TT van Assen! Een jubileum TT verdiend een
prachtige winnaar!
Boet en Jack op een reclamefoto van Yamaha tijdens de
TT-dagen.
Het is deze
maand al weer twintig jaar geleden dat de 500cc klasse van de
Asser TT voor het laatst door een Nederlander werd gewonnen. De
legendarische Jack Middelburg bleek in 1980 op het TT-circuit
een maatje te groot voor iedereen. Zijn overtuigende zege gaf de
vaderlandse motorwereld extra glans, want de Yamaha-krachtbron
van 'Jumping Jack' was in een Nico Bakker-frame gehuisvest.
Vakmanschap van de koude grond versloeg de Japanse oppositie in
recordtijd!
We
schrijven 29 juni 1980. De beelden staan als de dag van gisteren
in het geheugen gegrift: dat ondeugend zwaaiende handje van Jack Middelburg
tijdens de laatste ronde van de TT. Met een voorsprong van
twintig (!) seconden deelde de jubelende volksheld zijn voorpret
met 126.000 toeschouwers langs het circuit. Iedereen hield zijn
adem in, want de eindstreep was nog niet in zicht. Stel dat er
nog iets zou gebeuren? In gedachten reed iedere Nederlandse
racefan mee op de witte 500cc machine met daarop het startnummer
8. Omdat we allemaal ook die spanning konden waarnemen, kreeg de
zege van Middelburg nog meer gevoelswaarde. In een wolk van
emotie werd de winnaar door vertrouwelingen naar het podium
gedragen en boven de deinende, zingende massa kon Jack
nauwelijks bevatten wat hij teweeg had gebracht. Hij had zojuist
één van de mooiste hoofdstukken in de Nederlandse
motorgeschiedenis geschreven.
Bijna twintig jaar later
bevinden wij ons in het vlakke, groene Noord-Hollandse landschap
in Heerhugowaard in de werkplaats van Nico Bakker. Het gejuich
van de toeschouwers is verstomd en van Jack Middelburg moesten
we in 1984 vroegtijdig afscheid nemen na een fataal race-ongeval
in Tolbert. Zijn winnende motor is echter in bijna originele
staat bewaard gebleven. De aanblik van deze bijzondere machine
doet het hart sneller kloppen, want de spierwitte kuip met
daarop reclame voor I.M.N. (Inter Motor Nederland; destijds de
Nederlandse Yamaha-importeur) en Sarome (aanstekers) verhult een
opvallende viercilinder-in-lijn, die eerst verguisd en daarna
bejubeld werd. Als de stroomlijnkap is verwijderd, wordt de
aandacht opgeëist door het dwarsgeplaatste motorblok waarvan de
buitenste, linker uitlaat als een gespierde boaconstrictor
achter de carburateurs langs naar boven krult. Zwarte verf op
het frame moet de indruk wekken dat het een Yamaha-bouwwerk is,
maar wij weten wel beter. ,,Hoewel ik in de loop der jaren voor
veel mensen een frame mocht bouwen, heb ik met deze motor echt
een emotionele band", constateert Nico Bakker met een
tikkeltje weemoed in zijn stem. Welke omzwervingen heeft deze
opvallende 500cc machine sinds 5 oktober 1980 (de kampioensraces
te Nijvel) gemaakt? Eigenlijk is deze motor nooit ver
weggeweest. Na gebruik werden de Yamaha's, model TZ500G, eind
1980 ingeleverd bij I.M.N. in Rotterdam, waar Hans Moerkerk de
scepter zwaaide. Later werd één van de motoren door sponsor
Henri van Tol gekocht voor Peter Looijesteijn, die er ook enkele
wedstrijden mee gereden heeft, en vele jaren daarna kwam de
Middelburg-Yamaha in handen van raceliefhebber Jos Danenberg. In
de parade tijdens de 65e TT reed Jack Middelburg junior ermee en
Adri v/d Broeke (destijds monteur van Middelburg) bestuurde
zijn oude troetelkind tijdens de Centennial Classic TT in 1998.
Met slechts een nieuwe ontsteking, remblokken en
koppelingsplaten bleek de oudgediende weer goed voor enkele
snelle rondjes.
Adri
v/d Broeke bekijkt met Nico Bakker het frame.
Nico Bakker heeft in de loop
der jaren alle groten der aarde in zijn werkplaats gehad, van
Jack Findlay tot Walter Villa, Barry Sheene en Franco Uncini.
Hij bouwde 50cc frames voor Peter Looijesteijn en Stefan
Dörflinger, maar ook wereldkampioenen als Giacomo
Agostini, Takazumi Katayama en Dieter Braun reden met de
prachtige, degelijke chassis van de Noord-Hollander, die bijna
alle motormerken, van lichte Kreidlers en Morbidelli's tot zware
Honda's en Suzuki's, in een Nederlands jasje stak. Heden ten
dage weet men de specialist nog steeds te vinden, want op de
nieuwe Italjets, die dit jaar (2000) aan het 125cc WK deelnemen,
is ook het bekende rood-wit-blauwe stickertje geplakt. De
54-jarige constructeur weet zich nog goed te herinneren wat zich
in 1980 heeft afgespeeld. ,,Boet en Jack
waren niet tevreden over de stuureigenschappen van hun motoren.
De standaard Yamahaframes waren te licht en veel te flexibel.
Ook werd de onrust in de vering direct aan de coureurs
doorgegeven. Beide coureurs hadden dezelfde klachten, maar ze
mochten van I.M.N. niet zomaar voor een ander frame kiezen. Ik
wilde best wat voor ze doen en wist ook wat er aan
mankeerde." Het vertrouwen van de twee Nederlandse 500cc
toppers, de derde, Wil Hartog, reed op Suzuki, was tot het
nulpunt gedaald en tijdens de derde Grand Prix van het seizoen,
in Frankrijk, barstte de bom. Terwijl Boet van Dulmen op het
circuit van Paul Ricard als een vorm van stilzwijgend protest
ver beneden zijn capaciteiten in de achterhoede vertoefde, nam
Middelburg teveel risico en tuimelde van zijn motor, die meteen
vlam vatte. Barry Sheene was met een dezelfde type, moeilijk te manoeuvreren
machine ook onderuit gegaan en hij kon die dag ter nauwernood
voorkomen dat zijn linkerpink werd geamputeerd (zou later
echter alsnog gebeuren). Het is dan 25 mei en 's-avonds
volgt een pittige discussie met I.M.N. directeur
Hans Moerkerk, die na ampele overwegingen beide
coureurs en de technische staf groen licht geeft om een ander
rijwielgedeelte te gebruiken. Op 26 mei (tweede pinksterdag)
werd in Tubbergen gereden en een dag daarna stond men bij Bakker
op de stoep. Het was een hectische periode,
midden in het seizoen, met de financieel uiterst lucratieve
races in Raalte en Chimay nog voor de boeg in de maand juni.
Gelukkig stond de 500cc-klasse niet op het programma van de GP
van Joegoslavië (15 juni), maar er resteerden slechts vier
weken tot de eerste training voor de TT van Assen! Bakker: ,,Ik
ben meteen aan het werk gegaan. Tijd om een tekening te maken
was er niet. Alleen de noodzakelijke maten waren op een kladblok
geschreven. Na het demonteren hebben we het losse blok op de
lasmal vastgezet. Daarna zijn we met hulpstukken gaan buigen en
lassen." De exacte bouwtijd in werkuren is niet bekend,
maar Nico weet nog wel hoelang de klus heeft geduurd. ,,Negen
tot tien bouwdagen in totaal. Eerst is het frame voor Boet
gebouwd, omdat hij de eerste was die het vroeg en pal erachter
aan hebben we het frame voor Jack gemaakt en daarna een derde
exemplaar als reserve." Na de TT kwam ook Sadao Asami bij
Bakker op de koffie en liepen nog twee frames voor de TZ500 van
stapel, zodat er in totaal vijf chassis van dit type zijn
vervaardigd. ,,En ik weet zeker dat minstens één daarvan in
Japan terecht is gekomen", zegt Bakker veelbetekenend.
Eerder had ook Barry Sheene zich bij Nico aangediend, maar de
Britse 500cc wereldkampioen wilde op zeer korte termijn over een
Bakker-frame beschikken en dat kon toen niet wegens tijdgebrek.
,,Barry heeft lange tijd gedacht dat ik de bood afhield om de
Nederlandse coureurs te beschermen." Tegenwoordig verdient Boet
van Dulmen, nog steeds vanuit Ammerzoden, de kost als
zelfstandig transportondernemer, maar in 1980 was hij teamgenoot
van Jack Middelburg. Den Boet kan zich nog goed voor de geest
halen in welke vorm de eerste Yamaha TZ500 naar Europa kwam.
,,Dat die motor vanaf de fabriek niet deugde, wist ik van
tevoren. Ik had er namelijk al eerder op gereden, evenals Kenny
Roberts en Barry Sheene, want wij waren eind 1979 door Yamaha
uitgenodigd voor een internationale race in Japan. Op het
circuit van Sugo trainden we voor het eerst met de TZ500, maar
we zetten hem al snel aan de kant, want hij leek helemaal niet
op de fabrieksmachine
van Roberts, wat ons eerst werd voorgehouden. We hadden zo
weinig belangstelling voor die motor, dat we met een stel
coureurs lekker
gingen karten. Later bleek dat dit allemaal te maken had met een
vertraging bij de ontwikkeling van de nieuwe 500cc viercilinder
met roterende inlaten. Toen mijn motor in Nederland arriveerde,
was ik dus niet echt verrast. Die productieracer was een
zwabberding en hij trok pas tussen 9500 en 12.000 toeren. Mijn
monteur Gerrit Veldscholten zou er veel werk aan krijgen om hem
sneller te maken, maar een ander frame pakken? Dat ging zomaar
niet. Van mij werd verwacht dat ik reclame zou maken voor Yamaha
en niet dat ik kritiek zou leveren, want ik had een goed
contract met de Nederlandse importeur I.M.N. Toch konden we na
de Grand Prix in Paul Ricard I.M.N. directeur Hans Moerkerk
overtuigen dat deze machine niet leek op de motor die ze ons en
óók hem hadden beloofd. Moerkerk begreep toen dat het echt mis
was en wij kregen toestemming om een ander rijwielgedeelte te
gebruiken en zo kwamen we bij Nico Bakker terecht. Het frame van
Nico was veel beter, een stuk stabieler. Ik kreeg weer controle
over de motor en toen kwamen de resultaten vanzelf. In de door
Jack gewonnen TT eindigde ik als vierde, maar er had toen meer
ingezeten als ik in Raalte geen schouderblessure had opgelopen (jaja).
Yamaha heeft een jaar later ten opzichte van mij veel
goedgemaakt, want toen kreeg ik direct aan het begin van het
seizoen wel een speciale motor."
Bij
de constructie van het frame heeft Bakker de geometrie van het
standaardframe aangehouden, maar maakte hij gebruik van een
andere buis, type 4130, afkomstig uit de Amerikaanse
vliegtuigindustrie. De wanddikte en de diameter zijn wat groter
en het materiaal is eveneens stijver. Het gewicht van zijn kale
frame bedraagt 7,5 kilo en dat is een halve kilo meer dan de
oorspronkelijke Yamaha-versie. Typerend voor de zwaardere
Bakker-frames is de driehoeksconstructie met de gekruiste buizen
bij het balhoofd. Een extra verbindingsstuk tussen beide delen
bevordert de stabiliteit.
Het chroommolybdeen materiaal moest op
last van Yamaha wel zwart worden gespoten, zodat de kleur van
het originele frame geen geweld werd aangedaan en niemand op
verkeerde gedachten kwam! De balhoofdhoek, wielbasis en naloop
bleven ongewijzigd, maar bij de cantilever-achterdemping moest
het standaardelement plaatsmaken voor een zwaardere unit van een
Yamaha TZ750. Verder werd de monoshock-achtervork flink
verstevigd en moest de Yamaha voorvork het veld ruimen voor een
Kayaba. ,,Op deze manier hadden we de zwakste punten eruit
gehaald, maar van een verstelbaar balhoofd of andere constructie
was geen sprake. Dat had extra gewicht gekost en bovendien
ontbrak ons de tijd", aldus Bakker, die de rekening van
zijn werkzaamheden overigens rechtstreeks naar I.M.N. moest
sturen. ,,Hoeveel? Dan zou mijn vrouw Cora in de administratie
naar de bonnetjes moeten zoeken, maar ik dacht ongeveer Hfl.
14.000 (6350 euro) per frame." Tijd om te testen was er
nauwelijks en toen Den Boet op de Luttenbergring aan een val een
gekneusde schouder overhield, moest Middelburg als enige rijder
het nieuwe wapen aan de tand voelen, nadat Adri v/d Broeke de
motor had opgebouwd. Gelukkig had Yamaha, bij wijze van
uitzondering, de Salzburgring als testcircuit kunnen huren,
zodat er tien dagen voor de TT toch nog kon worden gereden.
Middelburg greep deze gelegenheid met beide handen aan en hij
voelde zich meteen zo vertrouwd met de nieuwe
Bakker-Yamaha-combinatie, dat hij het ronderecord van Kenny
Roberts (senior uiteraard) evenaarde! Niet alleen gedroeg de
viercilinder zich stabiel in de, voornamelijk snelle bochten,
ook het motorvermogen loog er niet om en deze prestatie kwam op
het conto van Adri v/d Broeke. De nu 52-jarige technicus, die
anno 2000 zijn eigen bedrijf in Middelburg bestiert, is een
exponent van de school van Nederlandse tuners en dus leerde
hij het vak in de 50cc klasse. Later maakte de Zeeuw als
rijder furore in de 250cc en 350cc klassen, alvorens hij voor
Jack ging werken. ,,Eigenlijk mochten we niet te veel aan de
motor veranderen", herinnert Adri zich nog, maar zo'n
mededeling aan een techneut staat gelijk aan een kat verbieden
om een vogeltje te vangen. ,,In Spanje tijdens de tweede Grand
Prix werd door Jack al stiekem getest met andere onderdelen.
Naar buiten was weliswaar sprake van één team met twee
rijders, maar er was veel onderlinge concurrentie. Logisch, want
motorsport is een individuele sport en na de race geef je elkaar
weer een hand. Ik werkte voor Jack en niet voor iemand anders en
toen er bonje kwam in Frankrijk dreigde ik mijn spullen van de
motor te halen, want ik voelde me aan niemand iets
verplicht."
Gelukkig
kwam het niet zo ver, maar om welke onderdelen ging het dan? Om
te beginnen had V/d Broeke de poorttiming sterk gewijzigd met
onder andere verlengde inlaatkanalen. Ook de verbrandingskamers
werden gemodificeerd en de bougies stonden nu onder een hoek,
terwijl de krukassen werden opgevuld met balsahout (!). Tussen
de cilinders en inlaatrubbers werden kunststof ringen geplaatst,
om te voorkomen dat een deel van het mengsel werd teruggeblazen,
terwijl vier uitlaten uit eigen keuken het geheel completeerden.
Dit had tot gevolg, dat de motor, die oorspronkelijk van 9500
tot 12.000 tpm. werkzaam was, nu al vanaf 7000 toeren trekkracht
ontwikkelde. Van de Broeke: ,,Het exacte aantal pk's ken ik
niet, want hij heeft nooit op de proefbank gestaan. Ik werkte
altijd met een 125cc Yamaha-ééncilindertje om iets nieuws uit
te proberen." De viercilinder kreeg een veel bredere
powerband en had ook aan topvermogen meer te bieden. ,,Jack reed
in de TT tot 12.800 toeren en hij mocht van mij zelfs lange tijd
boven de 13.000 toeren rijden, want thermisch was deze motor
helemaal in orde." Nadat Jack zich voor de eerste keer in
zijn illustere loopbaan van de pole-position had verzekerd, was
het vertrouwen voor de wedstrijd groot, maar bleef men met één
vraag zitten: moest men de coureur wel vanaf de beste
startplaats laten vertrekken, of moest hij zich van achteraan
het veld laten aanduwen? De man uit Naaldwijk werd voortdurend
gepijnigd door een slepende beenblessure en hij kon de motor
nauwelijks op eigen kracht aan de praat krijgen (de
koppelingstart werd in die dagen alleen in de F750-races
toegepast). Jack stond gewoon vooraan naast Philippe Coulon,
Randy Mamola en Marco Lucchinelli en hij koos onder de donkere,
dreigende wolken, in tegenstelling tot enkele collega's, toch
voor slickbanden. Van de Broeke: ,,Je kon aan de windrichting
zien dat de bui zou overgaan. Onze enige angst was de start
zelf." Hoewel de Bakker-Yamaha TZ500 pas op de twintigste
plaats de S-bocht indook, nam Jumping Jack al in de derde ronde
de leiding en wat er daarna gebeurde is bekend. Een van de meest
aansprekende persoonlijkheden uit de nationale racewereld won de
TT van Assen met een motor vol vaderlandse technische huisvlijt
in een echt Nederlands frame, dat drie weken voor de race nog
niet eens bestond!
De dagen
voor de TT hadden de monteurs van de
toenmalige boezemvrienden Jack en Boet, en vooral hun monteurs adri v/d
Broeke en Gerrit Veldscholten, hun handen vol om de motorblokken
in de nieuwe frames te bouwen. Ook de achtervorken van de
"fietsen" waren onder handen genomen en er heerste een
optimistische stemming onder de Nederlandse coureurs. Tijdens de eerste
training liep de versnellingsbak van Jack nog in elkaar, maar dit kon
zijn optimisme ook niet temperen, liever nu dan tijdens de race. Ook 'de Witte
Reus' Wil Hartog was vol zelfvertrouwen naar Assen afgereisd. Dit moest
ook wel voor de 4-voudig GP winnaar (Assen 1977, Francorchamps 1978,
Imatra 1978 en
Hockenheim 1979), want er gingen geruchten als zou Suzuki op zoek zijn
naar een andere coureur voor Hartog's fabrieksmachines. Ondertussen had
Jack ook weer een aardige sponsor erbij nl. Saromé-aanstekers. En toen
was daar de sensatie: Jack zette de snelste trainingsronde neer tijdens
de laatste donderdagtraining! Dit waren altijd de mooiste trainingen kan
ik mij herinneren. Zaten er tienduizenden mensen te kijken naar de
trainingen. Voor het eerst in zijn prille GP carrière en dan nog wel
tijdens zijn thuis Grand Prix een snelste tijd. Hoe kan het mooier? Nu
het kon nog mooier. Op vrijdag regende het heel de dag, dus werd de
snelste tijd van Jack nooit meer bedreigd. Hij zou op zaterdag op
pole-position weg gaan tijdens de TT! Weliswaar moest de start nog
lukken met zijn geblesseerde been, maar hij stond er toch mooi! De eerste
Nederlander in de geschiedenis die van pole van start zou gaan in een
500cc Grand Prix.
*De vliegende
frames van Nico Bakker (interview Nico Bakker 1978)
Geen grotere ramp voor de motorsport dan wanneer Nico Bakker er het
bijltje bij neer zou gooien. De grote vedetten op de aarde zweren bij de "vliegende" frames die dit
Noord-Hollandse monteurtje bouwt. De Noord is zo'n klein gehucht, dat het niet eens op de kaart te vinden is. Maar in
Venezuela weten ze het precies te liggen: een dubbele rij huizen ten noorden van
Heerhugowaard. In één daarvan woont Nico Bakker, motorframebouwer, zoals er op
de deur staat. En dus belde de wereldkampioen van 1975 in de 350cc Johnny Cecotto hem in januari even op, midden in de nacht. Of de frames voor zijn 250 en 350 cc Yamaha al klaar waren. Dat zal je maar gebeuren als klein
monteurtje uit De Noord, zonder titel voor je naam, terwijl elke vreemde taal je als koeterwaals in de oren klinkt: je krijgt daar Caracas aan
de lijn!
Nico Bakker (30) was eigenlijk in de wieg gelegd voor automonteur. Talen leerde hij niet. Waar het op
aankwam, was vakmanschap. Vooral metaalbewerking had zijn
belangstelling. Hij was snel uitgekeken op auto's en stapte over naar de motoren. De motormonteur werd ook motorcoureur, maar geld om een "fiets" te kopen, had hij niet. Dus
bouwde hij er zelf één, van kop tot staart, vanaf het frame tot aan de
toerenteller. Zo is het begonnen. Na de vrienden en kennissen kwamen de Nederlandse topcoureurs en ook hen hielp hij. En toen was het nog maar een stapje naar de
internationale motorelite, die nu als het ware voor zijn werkkeet in De
Noord in de rij staat.
Een vedette op de motor werd hij niet. Hij werd wel het brein achter de motor, een twintigste-eeuwse Leonardo da
Vinci, die de beste metalen en verbindingen ontdekte voor de snelste motoren. Ga maar even na: Johnny
Cecotto, Phil Read, Pat Hennen, Helmuth Fath, Victor Palomo, Alex George en andere
kanonnen rijden op een Nico Bakker-frame. Of om het dichter bij huis te houden: Marcel
Ankoné, Boet van Dulmen, Wil Hartog, Jack Middelburg, Willem Jan
Nooteboom, Rob Bron, Kees van der Kruijs en Jan Kostwinder prijzen de
kunstgewrochten van Nico Bakker hemelhoog. Want zijn frames zijn ook
een
lust voor het oog. Het geheim van zijn succes noemt
Nico zijn ervaring. Ruim tien jaar
zit hij al in de motorsport, volgt hij
het doen en laten van de rijders op de voet en houdt hij de ontwikkelingen precies bij. Sinds kort is hij
bijvoorbeeld overgegaan op het zogenaamde argonlassen, wat in de vliegtuigindustrie verplicht is en dat al langer gebruikelijk is in de autosport. Maar in de motorsport houdt men nog vast aan solderen. Nico niet. Lassen met argon (een soort gas) geeft een betere hechting en bovendien
is het lichter materiaal. Zijn frames zijn soms wel acht kilo
lichter dan van fabrieksfietsen. Terwijl hij toch niets aan materiaal uitspaart.
Integendeel. Hij gebruikt het beste van het beste: superlichte
vliegtuigpijpen die hij uit Amerika laat overkomen, eens per jaar of
per anderhalf jaar, om de kosten te
drukken. Want menigeen klaagt
toch al dat hij zo duur is. Nico: "Ja, dat is een punt van kritiek. Sommigen denken ook dat ik
goud verdien. Dat lijkt misschien zo. Als ik soldeer dan gebruik ik enkel goudkleurig koperbrons om de trekkracht zo
sterk mogelijk te maken. En ze vergeten dat ik forse bedragen aan onkosten heb."
Een frame van Nico kost drie tot viereneenhalfduizend gulden. Dat hangt ervan af, wat erbij gebouwd wordt. Dus of het om een kaal
frame gaat of om eentje met tank en zit. Die prijs ligt duidelijk boven die van fabrieksmachines, maar
zo'n frame steekt ook een stuk boven fabrieksmateriaal uit." Ruim anderhalve week heeft bij nodig voor een frame! Zeventig tot
vijfenzeventig uren werken aan een
fiets, van 's-morgens acht uur tot vaak 's-avonds laat. Vooral nu de beroemde 200-mijlsrace van
Daytona op 13 maart voor de deur staat, maakt hij overuren. Een stuk of tien van de tachtig internationale
renners rijd daar op een Nico Bakker frame, maar hij laat zich niet
opjutten. Framebouwen is een eindeloos geduldwerk, een kwestie van steeds maar passen en meten. Altijd weer moet er nog iets bijgevijld worden, tot het materiaal eindelijk, precies
past. Daarna wordt de braam er nog eens afgehaald en alles zorgvuldig
schoongemaakt, voordat de buizen aan elkaar worden gelast.
Nico: "Er zijn zat mensen die een frame in elkaar kunnen zetten. In Engeland en Italië heb je er hele
fabrieken voor, maar het gaat erom de zaak goed sturend te krijgen. Ik heb
Dieter Braun hier gehad. Die had een supersnelle fabrieks Morbidelli, maar
dat ding stuurde zo slecht dat hij amper aan de start
ermee kon komen. In Assen vroeg hij me toen een nieuw frame te bouwen. Dat heb ik gedaan en in zijn allereerste wedstrijd daarmee
werd hij meteen tweede. Kijk, als ik zulke goeie reacties hoor, krijg ik weer moed
om door te gaan. Want soms denk ik weleens: Ik kan beter stoppen met de
handel. 'Zoals elk werk brengt het zijn verveling mee. Je bent altijd
alleen en met hetzelfde bezig. Maar het mag geen sleur worden. En als dan die grote
mannen hun fabriek de fabriek laten en speciaal naar jou toe komen, dan zeg ik: Kijk, het is toch leuk."
Nico heeft nu net weer een telefoontje uit Rome gehad. Hij spreekt geen woord Italiaans, alleen
"yes" en "no". Maar hij begreep meteen waarom het ging: om een frame. Dan
hoef je Nico verder niks meer te zeggen. Wel even aanbetalen. De rest
komt altijd voor de Bakker!
DE
TELEGRAAF, donderdag 26 juni 1980
Optimisme
in Assen
Coureurs
houden zich nog rustig (door
Berry Zand Scholten, Ron Govaars & Peter Boekhoudt)
De
kop is er af in Assen. Gisterenmiddag hebben vrijwel alle
rijders voor de vijftigste Dutch TT de eerste trainingen
verreden. Optimisme in het Nederlandse kamp, althans bij onze
nationale top drie, Jack Middelburg, Wil Hartog en Boet van
Dulmen. ,,Het ziet er allemaal goed uit", zegt de doorgaans
zeer nuchtere Boet van Dulmen. ,,Natuurlijk kun je van zo'n
eerste training niets zeggen. We zijn alles nog aan het testen
en afstellen". Wil Hartog was nog positiever: ,,Het gaat
goed", aldus de Witte Reus. ,,De motoren sturen naar
behoren en het ziet er naar uit, dat we de problemen achter de
rug hebben", aldus Jack. Marco Lucchinelli, de Italiaanse
Suzuki-coureur zette gisteren in de halveliterklasse de snelste
tijd (3.00.2 min.) neer. Jack Middelburg bewoog zich in de buurt
van 3.02 min.; Wil Hartog rond de 3.15 min. en Boet van Dulmen
hield het op 3.03.3 min. De Yamahacoureurs uit de stal van
IMN-directeur Hans Moerkerk stapten gisterenmiddag voor het
eerst op hun machines met een gloednieuw frame van Nico Bakker.
De Nederlandse framebouwer construeerde de afgelopen weken een
nieuw rijwielgedeelte voor de Yamaha's. De fabrieksachtervork
werd onder handen genomen en Jack en Boet stelden zich al
behoorlijk tevreden.
IMN-team:
Adri van der Broeke, Gerrit Veldscholten, Sjef Fijneman,
Jack en Boet.
Adri van der
Broeke, de technische man achter Jack Middelburg, heeft het
afgelopen weekeinde bijna geen slaap gehad. ,,Ik heb het
Yamaha-blok in het nieuwe frame moeten bouwen en dat is
inderdaad een behoorlijke klus geweest", aldus oud-coureur
Van der Broeke. Ook de monteurs van Van Dulmen, Gerrit
Veldscholten en Sjef Fijneman hebben de afgelopen dagen en
nachten onafgebroken hun handen laten wapperen. Jack en Boet
hebben voor de beslissende training van vrijdag de beschikking
over speciale Michelin qualifiers (supersnelle trainingsbanden),
waarmee de beslissende tijden voor de startposities moeten worden
gezet. Jack Middelburg draaide overigens gisteren zijn
versnellingsbak in puin. ,,Beter nu dan straks", sprak de
Naaldwijker laconiek. Wil Hartog heeft zijn machines rustig
ingereden. Ook aan de Suzuki's is behoorlijk gesleuteld. Wil's
monteur, Willeke van Wanrooy, is terug in de gelederen van
Riemersma-Suzuki en Willeke's gouden handen zullen deze week ook
nog over de Suzukiblokken strelen. Jack Middelburg en Boet van
Dulmen: ,,We gaan de vering nu wat stugger maken en de machines
hoger op brengen, zodat we er vandaag weer een paar seconden
kunnen afknabbelen".
DE
TELEGRAAF, zaterdag 28 juni 1980
'Jumping
Jack' hield zijn woord
Eerste
startpositie op Assen (door
Berry Zand Scholten, Ron Govaars & Peter Boekhoudt)
Het
nieuwe frame.
Jack
Middelburg heeft woord gehouden. Een paar maanden geleden
kondigde hij aan: als mijn materiaal goed is, rij ik bij de TT
van Assen voorin. Vandaag kan Jack Middelburg zijn belofte
inlossen. Hij heeft de eerste, historische startpositie voor
wegracereuzen als Kenny Roberts, Barry Sheene en Wil Hartog. Dit
neemt de laatste twijfels weg hoe het met de Sarome-IMN-coureur
is gesteld. Middelburg vanuit het erg vochtig wordende
rennerskwartier: ,,Het begint er een beetje op te lijken.
Maanden hebben we aan liggen te rotzooien, omdat de frames niet
goed waren. Door het werk van Nico Bakker, die een nieuw frame
heeft gebouwd, er o.a. een voorvork heeft ingezet, waar ik al
jaren ervaring mee heb, kan ik eindelijk uit de voeten. Ik heb
het altijd gezegd, als die Yamaha's goed sturen, dan zitten we
goed". Op de helft van het GP-seizoen dus positieve
geluiden uit het Middelburg-kamp, hoewel de Naaldwijker nog wel
even het enthousiasme wil afremmen. ,,Dit heeft te lang geduurd.
Het seizoen wordt niet meer wat ik ervan verwacht had. Ik had
veel eerder met de voorbereiding moeten beginnen om er nog iets
van te maken. Hoewel de schijnwerper voortdurend gericht is op Jack
Middelburg, zijn er de afgelopen twee maanden twee mensen
geweest aan wie hij erg veel heeft te danken. De grote redders
in de nood, Hans Valstar en Adri van der Broeke, zijn monteurs,
die de machine van 'Jumping Jack', naar een topniveau hebben geschroefd.
,,Zonder die twee kan ik het racen wel vergeten", verteld
Middelburg verder, ,,dat meen ik echt. Als je bijvoorbeeld Adri
bezig ziet midden in de nacht, dan lopen de rillingen over je
rug. Zoveel motivatie heb ik nog nooit meegemaakt". Naast
de voorbereiding zit Jack Middelburg nog wat dwars, en dat is
zijn zo langzamerhand berucht geworden been. Het ziet er nog
steeds niet goed uit en het heel vervelende van de zaak is dat
dit been de coureur morgen weer zal opbreken. Hij verteld wat de
oorzaak is. Ik kan nog geen goede "jump"-start maken.
Afgezien dat ik vind dat ze die start eens af moeten schaffen (vervangen
door start met draaiende motoren, dit gebeurde jaren later pas
GP), ben ik toch bang dat ik vandaag door een 14 of 15
rijders voorbij wordt gegaan, voordat ik zelf weg ben. Misschien
kan ik daarna nog bij de eerste vijf rijden, maar met rijders
als Roberts, Lucchinelli en Mamola wordt het toch moeilijk. Om
de fouten van dit seizoen niet meer te herhalen, is Jack
Middelburg van plan een soort voorseizoen op poten te zetten.
,,Ik probeer, als mijn budget het toestaat, hetzelfde te doen
als Boet van Dulmen. Meteen na de grote races duik ik het
ziekenhuis in en laat mijn been eens goed onder handen nemen.
Daarna ga ik alleen nog maar testen en nog eens testen. Dan moet
het volgend jaar beter gaan, daar ben ik van overtuigd"(dat
zou het inderdaad, maar zijn been zou hem altijd parten blijven
spelen en nog van heel wat moois afhouden GP).
Deelnemerslijst
500cc TT 1980.
Eerste training
woensdag 25 juni.
Tweede training
donderdag 26 juni.
derde training
donderdag 26 juni.
Tijd voor een
dolletje in Assen, Wil Hartog en Jack in de zijspan van Egbert
Streuer (l) en Johan vd Kaap.
Tijd voor een
dolletje in Assen, Wil Hartog en Jack in de zijspan van Egbert
Streuer (l) en Johan vd Kaap.
Jack en Adri
tijdens de training.
Jack pakt
snelste trainingstijd en gaat met zijn idool, motorsportlegende
Mike Hailwood, op de foto.
Deelnemers
500cc TT Assen 1980
1.
Kenny Roberts
(USA)
11.
Graeme Crosby (Nzl)
21.
Michel Frutschi
(CH)
31.
Jon Ekerold (Zaf)
2.
Marco
Lucchinelli (I)
12.
Christian
Estrosi (F)
22.
Patrick Pons (F)
32.
Sadao Asami (J)
3.
Wil Hartog
13.
Masaru Iwasaki (J)
23.
Hubert Rigal (F)
33.
Mick Grant (GB)
4.
Johnny Cecotto
(Ven)
14.
Steve Parrish (GB)
24.
Raymond Roche
(F)
34.
Jeff Sayle (Aus)
5.
Franco Uncini
(I)
15.
Dennis Ireland (Nzl)
25.
Patrick
Fernandez (F)
35.
John Newbold (GB)
6.
Boet van Dulmen
16.
Michel Rougerie
(F)
26.
Markku
Matikainen (Fin)
36.
Werner Nenning
(A)
7.
Barry Sheene (GB)
17.
Takazumi
Katayama (J)
27.
Gustav Reiner (D)
37.
Victor Palomo
(ES)
8.
Jack Middelburg
18.
Carlo Perugini
(I)
28.
Max Wiener (A)
38.
Willem Zoet
9.
Graziano Rossi
(I)
19.
Philippe Coulon
(CH)
29.
Josef Hage (D)
39.
Dick Alblas
10.
Randy Mamola
(USA)
20.
Kork Ballington
(Zaf)
30.
Dale Singleton
(USA)
40.
Henk de Vries
41.
Henk Twikler
De
startopstelling van de 50e Dutch TT Assen van de eerste 3 rijen
Jack
Middelburg
Philippe Coulon
(Zwi)
Randy Mamola
(USA)
Marco Lucchinelli (It)
Kenny Robert
(USA)
Michel Frutschi
(Fra)
Johnny Cecotto (Ven)
Franco
Uncini
(It)
Graziano Rossi
(It)
Boet van
Dulmen
Patrick Pons (Fra)
Jack
had wel flinke zorgen aan zijn hoofd. Hij had zijn snelle trainingsrondje
namelijk gerealiseerd met een Michelin-achterband, die dankzij de zachte
rubbercompound wel enorm veel grip opleverde, maar die het in de
wedstrijd beslist niet langer vol zou houden dan een rondje of 10 en de
GP ging over 16 ronden... Op het allerlaatste moment ontving hij toch
nog het juiste schoeisel voor zijn machine. Ook
de start zou een probleem worden, want Jack had nog altijd behoorlijk
last van zijn beenblessure. En zoiets kun je er nou net niet bij hebben,
wanneer je een 500 cc machine moet aanduwen. Helaas werd pas in
1987 de duwstart afgeschaft en ging men met draaiende motoren van start.
Als dit de laatste jaren van Jack's carrière ook het geval was geweest,
had hij heel wat punten meer verzameld. Tot het ongeluk in Silverstone
1979 was Jack juist overigens een 'raketstarter', zoals ook Wil Hartog
er altijd één geweest is. De start verliep nu echter dan
ook verre van rooskleurig. Philippe Coulon, Randy Mamola en Marco
Lucchinelli stonden naast Middelburg op de eerste startrij en Mamola
ging als eerste weg, terwijl Jack moeizaam zijn fiets aanduwde. Toen hij
goed en wel in het zadel zat, was hij door minstens twintig concurrenten
gepasseerd. Maar dat scheen geen enkel verschil te maken deze memorabele
dag, want Jack
pakte zijn tegenstanders met bosjes tegelijk terug en bij het ingaan van
de tweede ronde reed hij waarachtig al achter Kenny Roberts, Randy
Mamola,
Johnny Cecotto en Graziano Rossi op de vijfde plaats! In de tweede ronde
moesten ook Cecotto en Rossi er aan geloven en Jack bezette achter Kenny
en Randy de derde plaats in een forse zevenpersoons kopgroep, waar ook
Michel Rougerie en Marco Lucchinelli zich bijgevoegd hadden. Lucchinelli had
vreselijk haast en stootte in één ronde van de zevende naar de tweede
plaats. Maar Jack had nog meer haast gehad, want die reed intussen al met
drie seconden voorsprong op de eerste plaats. Hij was op de Bedeldijk
met het grootste gemak voorbij Mamola en Roberts gereden. Roberts viel
zelfs even terug naar de vierde positie omdat zijn nieuwe
fabrieksmachine in diverse bochten verschrikkelijk met de voorvork begon
te schudden. Hij wist nog terug te komen tot de tweede plaats,
maar "Jumping Jack" liep elke ronde twee seconden verder uit.
De toeschouwers hielden hun hart vast, want de manier waarop Jack
rondjakkerde,
was niet te geloven. Zou hij er op blijven zitten? Met nog 3 ronden te
gaan had Jack een voorsprong van 20 seconden. Het gevecht om de tweede
plaats achter hem ging tussen Franco Uncini en Graziano Rossi. Jack
begon zijn ereronde zelfs al in de laatste raceronde, zwaaiend naar het
wildenthousiaste publiek, reed hij naar de finish. En
passant zette Jack, Wil Hartog nog op een ronde, die nog geen
wedstrijdritme had na zijn blessure en onbedreigd won de Westlander de
50e Dutch TT van Assen. Een droom was uitgekomen. Een Grand Prix winnen
en dan nog wel zijn thuis Grand Prix. Dit maakte (bijna) alle ellende
tot nu toe in het seizoen goed!
Jack
is hier net Graziano Rossi (#9) gepasseerd en op de vierde plaats
terecht gekomen, waar hij zo de aanval zal inzetten op Johnny
Cecotto. Kenny Roberts (#1) en Randy Mamola (#10) zullen er daarna
ook aan moeten geloven.
Vierde training
vrijdag 27 juni.
Startopstelling
500cc Assen 1980.
Uitslag 500cc
Assen 1980.
Wedstrijdverloop 500cc Assen 1980.
28
juni 1980, Grand Prix Nederland, circuit Assen (TT)
Trainingstijden
500cc
Probleem
Ronde
Uitslag
500cc
1.
Jack
Middelburg
NL
Yamaha
2.55.8
1.
Jack
Middelburg
NL
Yamaha
48.22.0
2.
Philippe Coulon
CH
Suzuki
2.56.8
Valpartij
Ronde
1
2.
Graziano Rossi
I
Suzuki
48.36.0
3.
Randy Mamola
USA
Suzuki
2.57.2
3.
Franco Uncini
I
Suzuki
48.37.8
4.
Marco Lucchinelli
I
Suzuki
2.58.4
Machine
Ronde
6
4.
Boet van Dulmen
NL
Yamaha
48.51.4
5.
Kenny
Roberts
USA
Yamaha
2.58.9
Machine
Ronde
10
5.
Randy Mamola
USA
Suzuki
48.51.5
6.
Michel Frutschi
CH
Yamaha
2.58.9
Machine
Ronde
4
6.
Johnny Cecotto
YV
Yamaha
7.
Johnny Cecotto
YV
Yamaha
2.59.4
7.
Patrick Fernandez
F
Yamaha
8.
Franco Uncini
I
Suzuki
2.59.6
8.
Graeme Crosby
Nzl
Suzuki
9.
Graziano Rossi
I
Suzuki
2.59.7
9.
Henk de Vries
NL
Suzuki
10.
Boet van Dulmen
NL
Yamaha
3.00.4
10.
Patrick Pons
F
Yamaha
11.
Patrick Pons
F
Yamaha
3.00.7
11.
Jeffrey Sayle
AUS
Yamaha
12.
Wil Hartog
NL
Suzuki
3.01.0
12.
Willem Zoet
NL
Suzuki
13.
Carlo Perugini
I
Suzuki
3.01.1
Machine
Ronde
7
13.
Markku Matikainen
SF
Yamaha
14.
Patrick Fernandez
F
Yamaha
3.01.2
14.
Michel Rougerie
F
Suzuki
15.
Willem Zoet
NL
Suzuki
3.01.3
15.
Dave Potter
GB
Yamaha
16.
Barry
Sheene
GB
Yamaha
3.01.5
Blessure
Ronde
2
16.
Mick Grant
GB
Suzuki
17.
Henk de Vries
NL
Suzuki
3.01.6
17.
Steve Parrish
GB
Suzuki
18.
Takazumi
Katayama
J
Suzuki
3.02.2
Machine
Ronde
11
18.
Dale Singleton
USA
Yamaha
19.
Graeme Crosby
Nzl
Suzuki
3.02.3
19.
Wil Hartog
NL
Suzuki
20.
Markku Matikainen
SF
Yamaha
3.02.5
21.
Steve Parrish
GB
Suzuki
3.03.1
22.
Michel Rougerie
F
Suzuki
3.03.2
23.
Dave
Potter
GB
Yamaha
3.04.4
24.
Mick Grant
GB
Suzuki
3.04.6
25.
Dale Singleton
USA
Yamaha
3.04.7
26.
Jon
Ekerold
Zaf
Sol
3.05.5
Machine
Ronde
3
27.
Werner
Nenning
A
Suzuki
3.05.2
Valpartij
Ronde
?
28.
Jeffrey Sayle
AUS
Yamaha
3.05.2
29.
Hubert
Rigal
MC
Yamaha
3.05.9
Machine
Ronde
10
30.
Christian
Estrosi
F
Suzuki
3.06.2
Machine
Ronde
?
31.
Dick
Alblas
NL
Suzuki
1e
res.
32.
Raymond Roche
F
Yamaha
3.07.2
Jumping Jack werd Winning Jack in Asser TT Ongelooflijk
succes van Middelburg. Ontknoping met heel veel macht.
Wie er temidden van de jubelende mensenmenigte
bij stond toen Jack Middelburg gebogen over de tank van
zijn motor bezig was zich te realiseren wat er zich allemaal
heeft afgespeeld, voelde een ondraaglijke spanning. Er was op
deze laatste - met de traditie botsende - druilerige zaterdag in
juni een magistrale prestatie met een diepere achtergrond
geleverd. Met zoveel overtuigingskracht TT-winnaar worden en
ook nog als verre outsider, is nog niet vaak voorgekomen in de
toch luisterrijke geschiedenis van de vijftigste Asser racehappening.
Daar op de plek waar het enthousiasme zo groot
werd dat men elkaar onder de voet dreigde te lopen, ging een
heleboel dingen tegelijk door een klein kringetje rond de
uitbundige
winnaar heen. Er was naar alle waarschijnlijkheid een nieuw
tijdperk aangebroken. Dit was het moment van de grote doorbraak
geweest. De Nederlandse motorsport heeft lang geteerd op de
glamour van de inderdaad excellente Wil Hartog, die in 1977
als eerste Nederlander de TT wist te winnen, en op zijn soms
gegriefde achtervolger Boet van Dulmen, die het vorige seizoen in Finland als
privé-rijder voor het eerst Grand Prixwinnaar wist te worden.
Maar het Westlandse rakkertje van de drie motormusketiers
werd vaak vergeten. Hij verkeerde in een underdogpositie, die
aan het begin van het seizoen als een strak korset werd
aangetrokken, toen hij in de situatie terecht kwam dat hij als
enige nog geld moest meebrengen ook om aan de benodigde
machines te komen. Middelburg is dan geen man van woorden maar
van daden. Hij doet het, zegt weinig over zijn ongenoegen en
denkt in gedachten vaak terug aan een opmerkelijke uitspraak,
die hij in het verleden herhaaldelijk heeft gedaan. "Mijn
tijd komt nog. Ik ben enkele jaren jonger dan de anderen en
daarmee hou ik voortdurend rekening. Laat me voorlopig mijn
gang maar gaan." Achteraf gezien is deze rustige benadering
wellicht het geheim van zijn TT-succes geweest. Er gloorde een
klein voordeeltje als gevolg van de netelige situatie waarin
hij lange tijd noodgedwongen verkeerde. Hij stond niet onder
zware druk. Of dat zijn geluk is geweest wie zal het zeggen maar
een feit is dat Jack Middelburg nu al voor het tweede
achtereenvolgende seizoen terdege weet wat hij doet. Met
rustig overleg wikt en weegt
hij de kansen. Nog onlangs in
Spanje zei hij van te voren: "Verwacht van mij niets. Negen
maanden heb ik geen GP gereden. Ik wil eerst weten of ik een
race kan uitrijden." Een week later durfde Middelburg weer
een stap verder te gaan. Hij deed in die wedstrijd een aanval op
de zevende plaats om zichzelf te bewijzen dat hij weer kon wat
hem in 1979 ook lukte toen deze plek in het wereldkampioenschap
500 cc veroverd werd. Die opzet leek uit te draaien op een
succes, toen hij van zijn machine tuimelde als gevolg van
ondoordachte
voortvarendheid. "De hele nacht heb ik mezelf voor stommerd
uitgescholden. Dat mag mij niet meer overkomen", stond
hij een dag later in Tubbergen nog te foeteren tegen iedereen
die het maar hoorde wilde. Sindsdien is de vorm teruggekomen, wat erop
lijkt te duiden, dat hij professioneel werk gaat afleveren. In
Raalte verkocht hij de show zo perfect, dat de kassa's na afloop
bij wijze van spreken alweer omver werden gelopen om zich alvast
te verzekeren van een kaartje voor het volgend jaar. En dat is
een niet geringe prestatie als er meer dan dertigduizend
bezoekers
tevreden naar huis teruggaan. Zo was Jack Middelburg ook weer
bezig in de Asser TT. Om waarschijnlijk meer dan 125.000
betalende toeschouwers het gevoel Ie geven dat zij iets meemaken
wat er nog niet geweest is in de toch luisterrijke historie,
moet een coureur van wereldklasse zijn en heel veel meer in zijn
mars hebben dan iedereen denkt. Want zo liggen de zaken
doodeenvoudig. De laatste jaren handig gebruik makend van de
slipstream, die de 31-jarige Nederlandse routinier Hartog veroorzaakte
heeft Jack Middelburg zich inmiddels weten te ontwikkelen tot
een zelfstandige Grand Prix-topper die precies in de gaten heeft
wat hij niet en wel moet doen. Hij werd volwassen, stelde een
insider als zijn mentor Jan Muis vast, tijdens die opmerkelijke
prestatiepiek in Assen. En alsof Ton Riemersma het gehoord
had, beweerde ook hij: "Als er in de laatste ronde toch nog
iets gebeurd was dan had de winnaar doodgeschoten moeten
worden. Er was vandaag maar één man, die reed zoals het moest.
Ongelooflijk wal strak en zuiver was zijn stijl."
Het verschijnsel van die schaduwrijder, die zijn
klasse langzaam weet te ontplooien, zie je ook in andere takken van sport. Toen Geesink
als judoër afscheid nam stond Ruska te popelen om zijn
leidende rol in de wereld over te nemen. Zo lijkt het nu ook te
gaan in het racen, waar Middelburg met zijn 28 jaar op het goede
moment de haalbare kansen weet te grijpen. Het prettige daarbij
is dat hij erin slaagt zichzelf te blijven. Altijd even
vriendelijk, hoe moeilijk het vaak ook was omdat hij het liefst
niemand voor zijn hoofd wenst te stoten. Middelburg is geen
zakenman op de motor aan het worden. Zelfs kort voor de vijftigste racedag op de
Drentse hei bleek dat weer. Ploeggenoot Boet van Dulmen vond het
nodig om de snelste man van de training aan zijn bijnaam van
Jumping Jack te herinneren. Er kwam geen ergernis op het
gezicht, nu zeker zou hij geen enkele concentratiestoornis
toestaan. Als ooit bewezen is waartoe een coureur in staat is
die een daad wil stellen dan is het met deze triomf gebeurd.
Mét geld toe racen was opgelost door sponsor
Sarome, die een paar weken voor Assen al behoorlijke financiële
steun toezegde. Maar er bleef natuurlijk nog zijn reputatie, dat
hij als enige van de drie musketiers nog geen WK-triomf op zijn
naam had staan. Nu hem dat gelukt is nadert het moment dat hem
recht gedaan moet worden. Het is uit de tijd om hem "Jumping Jack" te blijven noemen. Dat behoort
tegenwoordig tot het verleden toen hij inderdaad wel eens holder de bolderde in zijn
jeugdige overmoedigheid. Je kan je zelfs afvragen in hoeverre vallen en
opstaan geen noodzakelijk kwaad in deze sport is. Een ambitieus
coureur moet er hoe dan ook door heen zien te komen als men het
oneerbiedig wil zeggen is het les één
van de keiharde praktijk.
Anders kom je er nooit. Dat geeft Van Dulmen ook toe, want bij
nader inzien verkondigt hij met een knipoog naar zijn eigen
loopbaan: "Van mij zeiden ze vroeger ook: oh hij, die zit
er na een half jaar niet meer op." Een ieder wordt ouder en verstandiger en het
verhaal is al zo vaak verteld, dat sorteert altijd effect. Een
andere benadering van het racen ligt voor de hand. Die onnozele
risico's worden vermeden. Een beter bewijs dan de Venezolaan
Cecotto is er niet. Op zijn zeventiende jaar al wereldkampioen
en daarna moest hij teruggaan naar af door een reeks blessures.
Dat zal hem nu niet zo gemakkelijk meer overkomen, hoewel je met
zo'n uitspraak voorzichtig moet zijn, want het hoeft lang niet
altijd een onverstandige daad van jezelf te zijn geweest. Daarom komt Motorsportnieuws er nogmaals op
terug. Nu is het moment aangebroken om te beseffen, dat er een lans gebroken moet
worden voor het afschaffen van "Jumping Jack" als bijnaam. Die
figuur bestaat niet meer. Is een TT-winnaar ook onwaardig. Wie
in dezelfde stijl wil blijven moet er nu "Winning Jack" of
"Triumph Jack" van maken. Met dat element wordt hem recht gedaan als
zijnde de rijder die hij nu is. Zijn zelfbewuste rijstijl
veroorzaakte een uitbundige carnavalsstemming onder de
waarschijnlijk veel meer dan 125.000 betalende bezoekers. Je kon
het al zien aan de manier waarop hij zijn machine door de
Timmerbocht loodste. Er straalde een machtsgevoel van af. Hij had de motor helemaal in de hand, die
precies bleef doen wat hij wilde terwijl hij zelf ook zonder
aarzeling bleef stondsturen ondanks de zware druk, die op zijn
schouders rustte maar die heel merkwaardig genoeg tijdens de
laatste vier ronden bleek weg te vallen. "Ik dacht er
toen niet meer aan dat het zou kunnen gebeuren maar ik wist toen
al heel zeker. Eerlijk gezegd heb ik er vanaf die periode
weinig meer aan gedacht." Het was een uitbundige feestwolk
die uiteindelijk over het Asser talud dreef toen Jack
Middelburg zwaaiend met
één hand omhoog aan zijn laatste ronde
over het circuit begon. De mensen waren niet alleen door het
dolle heen maar zij wisten ook niet wat zij meemaakten. Zo
bijzonder was dit gebaar - een eclatant bewijs van zijn groot
zelfvertrouwen toen alle vermoeiende huldigingen achter de rug
waren, eerst een kinderstoeltje kreeg aangeboden om wat uit te
rusten (toch nog tijd voor een grapje: "zoveel ben ik niet
afgevallen van de race") zei vervolgens dat hij nooit
geweten
heeft dat Assen winnen zo gemakkelijk was. Even er tussen door, zomaar als inval. Omdat
King Roberts verslagen was zou King Jack als koosnaam ook best
kunnen. Terug naar die feestelijke persconferentie in het
propvolle rennerskwartier bij de IMN-materiaalwagens. Daar zat
ie dan. Hoe het vanaf de start was gegaan, werd hem gevraagd. De
banden was geen probleem geweest. Het hield op met regenen en
hij zat goed met zijn slicks. "Dat was een gok, ik geef 't
toe, maar ik mag toch wel eens een keer geluk hebben. Pech heb
ik al genoeg in mijn leven gehad."
En toen de start. Tja, dat was een probleem.
Middelburg stond wel op pole-position maar het was niet mogelijk
om het volle rendement ervan te trekken. Dat wist hij van te
voren al. Het afzetten met het pijnvrije maar krachtloze
been lukte nog niet. Ga voor de lol eens na: met die handicap in
zo'n positie, terwijl de race van je leven lonkt. Onvoorstelbaar zelfbewust pakte Middelburg de
zaken aan. "Ik mocht me niet gek laten maken door het
pruttelen van de machine. Als ik even wachtte en ik deed nog een
stap dan was er niets aan de hand." In deze belangrijke
seconden van de wedstrijd liep alles naar wens. Ja, er waren hem
misschien vijftien of twintig rijders voorbijgeflitst maar dat
zei hem weinig. Bij de Bedeldijk begon hij al belangrijke
rivalen in te halen. Dat deed hij zo knap en secuur mogelijk en tot
zijn eigen verbazing had het tot gevolg dat hij snel aansluiting
kreeg met een groep, waarin Boet van Dulmen onder andere zat.
Ook deze renners was hij voorbij voor hij er erg in had.
Middelburg: "Ik dacht toen, de motor loopt zo goed laat ik
maar proberen om bij Roberts, Mamola en Cecotto te komen. Een
halve ronde, langer niet, deed ik erover om dat voor elkaar te
krijgen. Toen wist ik het niet meer. Daar schrok ik werkelijk
waar van. Ik zag ergens achterin het circuit donkere wolken
hangen. Dat voorspelde niet veel goeds. Ik dacht toen, laat ik
de aanval maar zoeken. Je weet nooit. Als het inderdaad zou gaan
regenen heb ik in ieder geval wat tijd over om als het zou
moeten eerder in de remmen te knijpen." Dat was echter niet
nodig en daarom werd zijn voorsprong op een gegeven moment ruim
twintig seconden. Er kon hem normaal gesproken weinig meer
gebeuren. Dat was wel zo prettig, want had Wil Hartog drie jaar
geleden na zijn droomsucces in de Asser TT niet gezegd:
"Het moeilijkste was de laatste ronde. Elke bocht die je
neemt is er ééntje maar er zijn er nog zoveel. Daarom kreeg ik van deze
zenuwslopende ontknoping kramp in mijn handen, zo spannend was
het." Dat loste Jack Middelburg beter op. "Ik dacht,
Wil Hartog had er destijds een extra ronde voor nodig. Mij
niet gezien. Ik doe dat er de laatste ronde wel bij. "Wat toepasselijk werd afgerond
met Wil Hartog zelf, die hem uitbundig kwam feliciteren:
"Toen ik jou zag passeren vergat ik op slag mijn eigen
ellende. Ik wist dat jij de TT ging winnen." Er werd over
die passeermanoeuvre een strikvraag aan Middelburg gesteld. Hoe
hij het had gevonden om Hartog te dubbelen? "Dat is
helemaal niet leuk als je dat moet doen. Ik weet wat het is om
je door pech heen te slaan." Met deze klasse-uitspraak,
waarmee Middelburg eens te meer aanduidde dat hij niet met
woorden wenste te winnen, bleef iedereen met het gevoel achter
de kampioen van de dag ook in een andere opzicht groots kan
zijn.
door
Björn de Wit (bron Motorsportnieuws)
ALGEMEEN
DAGBLAD, maandag 30 juni 1980
Assen
in extase
Te
blij om te huilen (door
Hans de Bruijn)
Jack
al opgerukt naar de derde positie achter de beide
Amerikanen, Roberts & Mamola, terwijl ze voor de
tweede maal door de Geert-Timmerbocht rijden.
Drie jaar
geleden zei Wil Hartog, na zijn droomsucces, als eerste
Nederlandse winnaar in de 500cc klasse van de Asser TT: ,,Aan de
laatste ronde leek geen einde te komen. Elke bocht die ik goed
doorkwam was er weer eentje, dacht ik, en er waren er nog
zoveel. Deze fantastische ontknoping duurde voor mij langer dan
de hele race ervoor". Na de evenzeer onvergetelijke
zaterdag in juni van dit seizoen is de Nederlandse motorsport
plotseling in het bezit gekomen van een coureur die zoveel
klasse en zelfvertrouwen uitstraalt dat hij ook dáárvan geen
last meer heeft. Het klinkt onwaarschijnlijk, maar het is toch
waar. De grote doorbraak van Jack Middelburg is een feit.
Terwijl hij eigenlijk nog geen triomfator was, begon hij bij de
Bedeldijk, de Strubben en de Veenslang - kortom bij alle
belangrijke punten van het circuit - alvast uitbundig te zwaaien
naar de waarschijnlijk veel meer dan 125.000 betalende bezoekers
die niet wisten wat ze nu weer meemaakten. Zij organiseerden
toen ook maar hossende feestpartijen op de stampvolle tribunes
en de taluds. Er is voor zover bekend in het verleden niemand
geweest die dat durfde en kon doen vanwege zo'n overtuigende
voorsprong van aanvankelijk circa twintig seconden. Of men moet
willen teruggaan in de vijftigjarige geschiedenis van de Asser
TT naar de tijd van de legendarische Ierse drievoudige winnaar
Geoff Duke, van wie altijd gezegd en geschreven is dat hij een
gloeiend spoor over de Drentse heide wist te trekken. ,,Het is
wat", zei de beduusde Jack Middelburg, toen hij temidden
van de opdringerige menigte strompelend van zijn machine
trachtte te stappen, plotseling door emoties bevangen dreigde te
raken en met het hoofd tegen de tank moest gaan staan. ,,Ik ben
te blij om te huilen, want dat zou ik hier nu het allerliefste
doen. Het is voor mij allemaal niet meer te begrijpen, ík, TT-winnaar,
ongelóóflijk!" Net als indertijd met Wil Hartog ging de
held van de dag met zijn monteur Adri van der Broeke op de
schouders voor een spontane ereronde op het circuit voor de
hoofdtribune. De mensenzee op de uitverkochte tribunes zong en
jubelde naar hartelust. Er heerste een hele goede sfeer. De
uitgelaten Middelburg ging bijna van de kaart en moest in het tijdwaarneminghuis
op adem komen door het aansteken van een shaggie, altijd het
eerste wat hij na een race, waar ook ter wereld pleegt te doen.
Later stond 'de Naald' nóg met het hoofd te schudden naar het
publiek op het erepodium, toen een gillende stoomfluit van een
stokoude Stanley het sein had gegeven voor de opgehouden huldigingceremonie.
De tijdens deze TT ontluisterende Wil Hartog - vooral toen hij
als allerlaatste werd gedubbeld - was er bewonderenswaardig snel
bij ondanks het verwerken van de wellicht grootste
teleurstelling uit zijn carrière om de enige (en jongste) van
de drie - nog nooit als GP-winnaar gehuldigde - Nederlandse
racemusketiers van harte en spontaan geluk te wensen. Hij maakte
ruimte voor zichzelf vrij in de menigte om Jack Middelburg en
zei: ,,Zo Jack, hiervan ga je een poos genieten. Ik vind het
fantastisch fijn voor je." Jack Middelburg toonde zich een
groots triomfator toen hem werd gevraagd wat het hem nou precies
deed, deze bijzondere passeermanoeuvre. ,,Ik moest hem
natuurlijk voorbij, maar ik vond het niet leuk, als men dat soms
mocht denken", reageerde hij begripvol. ,,Wil Hartog heeft
nu de pech en maakt alle ellende mee waarmee ik in het verleden
al zo vaak te kampen heb gehad. Ik hoop voor hem dat het heel
snel voorbij is (twee grote kampioenen, op en naast de baan
GP). Als er één renner bij was van wie men zo'n antwoord
kon verwachten, dan was het van de Westlander wel.
Hij werd vaak
versleten voor een brokkenpiloot, die wel klasse scheen te
hebben, maar het zo weinig kon laten zien. Toch werd hij twee
keer drievoudig Nederlands kampioen (1977 & 1978), wat nog
niemand ooit voor elkaar had gekregen. Het vorige seizoen leek
Jack zich lange tijd van zijn kwalijke reputatie te ontdoen. Hij
eindigde verrassend als tweede in de GP van Zweden, maar kwam
buiten zijn schuld in Engeland ten val, terwijl hij op weg was
naar een absolute topklassering in het eindklassement van het
wereldkampioenschap in de 500cc klasse. In Tolbert herhaalde
zich een maand later de geschiedenis. Van de winter moest
Middelburg weer geopereerd worden. Jan Muis en Hans Valstar
waren in die moeilijke tijd zijn biechtvaders. Tegen hen praatte
hij aan, zijn bezorgdheid vergetend over het been dat niet
voldoende wilde genezen. Nu al staat vast dat hij na het seizoen
wéér geopereerd moet worden. De Belgische dokter Derweduwen
heeft hem verzekerd dat het dan allemaal weer in orde zal komen.
Jack Middelburg, héél openhartig: ,,Ik denk dat deze TT-zege
de grootste verrassing van zijn leven zal zijn". Er is van
tevoren ontzettend veel te doen geweest
over deze gedenkwaardige
race in de halveliterklasse, die ook voor Boet van Dulmen met
een vierde plaats zeer bevredigend verliep. Het begon allemaal
na de laatste training op vrijdag. De eerste startpositie was
definitief in de handen van Jack Middelburg gekomen. Omdat hem
geen speciale banden ter beschikking waren gesteld, schrok
Michelin van het idee van een
fotograaf (Leo Vogelzang GP) om hem "help" te
laten roepen in een stapel banden. De volgende dag kon zijn
monteur Van der Broeke krijgen wat hij wou. Deze geweldige
opluchting had vlak voor de wedstrijd minder te betekenen door
de motregen, zo'n beetje het ergste waarmee men de
tweewielerwereld kan tarten, de baan werd hierdoor net niet nat
genoeg voor regenbanden, vandaar dat nerveuze coureurs bij
elkaar gingen kijken wat de ander zou doen. Wil Hartog, voor wie
erg veel op het spel stond ten opzichte van zijn
fabriekscontract, keek het laatste kwartier constant naar de
lucht. Hij had als grasdroger de reputatie opgebouwd, dat hij
het heel vaak bij het rechte eind had. ,,Het is
onvoorspelbaar", zei hij nu, ,,regenbanden houden het niet
uit als het droog begint te worden". Het werd een pure gok,
die verkeerd uitpakte voor de 'Witte Reus'. Jack Middelburg en
Boet van Dulmen kozen voor droogweerbanden, dat werd hun geluk.
Er was nog een groot twijfelpunt. Hoewel de snelste man uit de
training in uitstekende vorm was, sleepte hij met het verder
zeer pijnlijke rechterbeen. Onder het rijden had hij daar verder
geen enkele last van, maar tijden het aanduwen van de machine
nog wel. Middelburg kon nog niet genoeg afzetten, daarom moest
hij goed op zijn hoede zijn. ,,Door het pruttelen van de motor
mocht ik niet in de war raken. Als ik
namelijk nog een stap
doorloop en ik voel dat ie hem pakt, gaat het pas goed. Dat
lukte me uitstekend". Hoewel links en rechts van hem
talrijke machines als een hazenwind voorbijschoten was
Middelburg nog steeds aan het aanduwen. Geen moment verloor hij
zijn concentratie. Als twintigste sloot hij zich aan bij het
brullende peloton. Bij de Bedeldijk begon de Nederlander al met
het inhalen van belangrijke rivalen. In de Veenslang tegenover
de hoofdtribune lag
hij al in achtste positie, een ongelooflijke
prestatie. Geleidelijk, toen zijn motor goed begon te lopen,
trachtte hij aansluiting te krijgen met de koplopers, Roberts,
Mamola en Cecotto. ,,Ik schrok er zelf van. Binnen een halve
ronde was ik erbij. Langer duurde het perse niet. Het ging
allemaal zo makkelijk dat ik dacht, laat ik er dan ook maar
voorbijgaan". In de derde ronde lukte hem dat en toen het
uitbouwen van de voorsprong gewoon bleef doorgaan, ging
halverwege eerst het sein uit dat hij rustig aan moest doen. Elke
ronde zo'n twee seconden verder vluchten was te gek, eigenlijk.
Teamchef Hans Moerkerk van het Rotterdamse IMN hield zijn hart
vast. Er waren er die gewaarschuwd hadden. Dat had Moerkerk zich
aangetrokken. Eeven apart genomen had hij de coureur, om op zijn
gemak proberen te stellen en gezegd dat hij zich weinig moest
aantrekken van die snelste trainingstijd. Een vijfde plaats in
een WK-race zou ook erg mooi zijn en er zou in het team evenmin
worden gescholden als hij bij de eerste tien zou eindigen.
,,Probeer geen onnodige risico's te nemen", wilde hij
daarmee zeggen. Toen Jack bleef doorgaan vroeg men zich af wat
er aan de hand zou zijn. Later vertelde hij dat hij bewust was
doorgereden. ,,Onder het rijden had ik gezien dat er donkere
wolken achterin het circuit hingen. Daarvan schrok ik. Het kon
op een naderende regenbui duiden. Daarom zag ik iedereen in de
pits wel kijken, maar ik wilde mijn voorsprong voor de zekerheid
uitbreiden. Dan had ik later de tijd om eerder in de remmen te
knijpen als dat nodig mocht zijn". Iedereen werd razend
enthousiast naarmate de finish voor de Nederlander in zicht
kwam. Er kon haast niets meer mislopen met zo'n grote
voorsprong. Middelburg: ,,Vier ronden voor het einde dacht ik er
voor het laatst aan dat ik de race misschien zou kunnen winnen.
Daarna wist ik het zeker". Barry Sheene, die met Kenny
Roberts, Marco Lucchinelli en Takazumi Katayama voortijdig
afstapte van de motor, verdween zelfs in de pits om Jack aan te
moedigen. ,,Iedereen gunt hem het succes van harte. Wat heeft
die knaap van de winter allemaal wel niet meegemaakt met zijn
been? Ik heb het al eerder gezegd: de Nederlandse rijders kunnen
op karakter blijven vechten. Dat missen vele Engelse coureurs en
anderen".
Een man
van Goud
(door
Hans Botman)
Zelfs
de spreekwoordelijke Zeeuwse stugheid moet het afleggen tegen
een paar seconden van ongelooflijke vreugde. Adri van der Broeke
heeft even moeite met de controle over zichzelf als hij Jack
Middelburg onder een ovationeel applaus voorbij de finishvlag
ziet flitsen. De monteur is erbij gaan liggen en stampt als een
klein kind, wat na lang aandringen zijn zin niet krijgt, met de
vuisten op het asfalt van het vochtige Asser circuit. Terecht
wordt hij even later op het erepodium geroepen om mee te delen
in het applaus voor 'Jumping Jack'. Ja, dames en heren, klap nog
maar een keer extra voor de altijd bescheiden monteur van Jack
Middelburg, Adri van der Broeke! De tienduizenden aarzelen geen
moment en volgen het advies wat uit de honderden speakers langs
het circuit galmt, trouwhartig op. Na de technische controle zet
Adri van der Broeke de winnende machine op een opvallend plekje
voor de caravans, die de functie van een tweede huis vervullen
voor coureurs en monteurs. De motor trekt veel bekijks in het
rennerskwartier. Tientallen vergapen zich aan het
snelheidsmonster en sommigen wijzen naar het motorblok onder het
mompelen van technische taal, kennelijk om te bewijzen dat zij
er ook verstand van hebben. Adri van der Broeke, al vier jaar de
technische rechterhand van Jack Middelburg, aanschouwt het
tafereel met een glimlach, die nauwelijks is waar te nemen
vanonder zijn uit de kluiten gewassen snor. Collega's van hem
lopen af en aan, kijken met een peinzende blik, waarin soms een
tikkeltje jaloezie valt te bespeuren, naar het gevaarte en
schudden hem joviaal de hand. De Zeeuw laat de lofbetuigingen
als een warme douche over zich heenkomen. Hij ontloopt de drukte
even en trekt zich terug in zijn caravan, die ruimte moet bieden
aan zijn gezin, die naast zijn vrouw bestaat uit twee kinderen
en een hond, die zenuwachtig kwispelstaartend het volk voor de
deur aan een studie onderwerpt. ,,Dit is toch fantastisch,
hé", verzucht Van der Broeke (33). ,,Ik weet wat het is om
hier te winnen. Op mijn zevende stond ik hier al langs de baan.
Ik vond het geweldig. Later heb ik zelf een motor gekocht en heb
het geprobeerd in de 250cc klasse. Ik moest stoppen vanwege mijn
studie, maar mijn liefde voor de motorsport ben ik nooit
kwijtgeraakt. Vier jaar geleden kwam ik heel toevallig in
contact met Jack Middelburg. Ik stond toe te kijken bij de
preparatie van een machine. Die konden ze toen niet aankrijgen.
,,Misschien is het beter om het eens zo te proberen", zei
ik toen. Vanaf dat moment kon ik meteen bij hem aan de slag.
Adri van der Broeke is een van de weinigen in het motorwereldje,
die full-time met zijn beroep als monteur bezig is. Dat betekend
zeven maanden per jaar als een zigeuner door Europa heen
trekken. Zijn vrouw: ,,de kinderen en ik gaan altijd mee. Anders
zit ik maar thuis in Oost-Kapelle. Dit leventje vind ik wel
spannend. Ik blijf alleen thuis als ze naar Finland gaan. Met
die kinderen op de boot vind ik maar niets. Sleutelen, zwarte
handen, de geur van olie en benzine, het zijn begrippen geworden
in het leven van Adri van der Broeke. ,,Het is geen geregeld
leven. Ik maak geen 40-urige werkweek. Soms zit ik tot diep in
de nacht te sleutelen. Je voelt je toch verantwoordelijk. Ik
werk het liefst alleen. Jack heeft weleens gevraagd of ik geen
tweede monteur nodig had. ,,Nee", zei ik toen, ,,want ik
vertrouw mezelf nog niet eens helemaal. Laat staan een
ander". Wanneer het raceseizoen achter de rug is, werkt Van
der Broeke in Oost-Kapelle alweer aan de toekomst. ,,Ik heb
alleen zo'n verdraaid kleine ruimte daar. Ik werk daar in een
hokkie van drie bij zes. En daarin liggen ook nog eens alle
onderdelen. Ik vind het een mooi beroep. Je hebt alleen weinig
tijd meer over voor je eigen hobby's. De laatste tijd zit ik
veel in een kart. Ik ben van plan er zelf een te kopen. Ik werk
nu vier jaar bij Jack en ik denk wel het laatste ook. Adri van
der Broeke uit Oost-Kapelle, een man met goud in de vingers.
Niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk. Hij was namelijk
degene, die destijds in het Zeeuwse dorpje een collectie gouden
munten na vele jaren het daglicht weer liet zien.
Felicitaties
voor Jack van de toekomstig wereldkampioen in de 350cc
klasse dit seizoen, Jon Ekerold.
JACK’S
500 JACKPOT
“Jumping Jack" Middelburg heeft het geflikt,
onze kennis aan superlatieven schiet tekortom te omschrijven hoe de 28-jarige kassenbouwer uit Honselersdijk
de 125.090 toeschouwers buiten zinnen bracht door op magistrale
wijze de 500cc race te domineren. Alleen al de manier waarop
Middelburg de lakens in de "Koningsklasse" uitdeelde
was niet te overtreffen, want de complete wegrace-elite,
inclusief wereldkampioen Kenny Roberts, moest diep buigen voor
de prestatie van Jack, die in de derde ronde de leiding nam om deze niet meer af te staan. Het circuit van Drenthe, het motorwalhalla van Nederland, trilde op de
toch niet ranke grondvesten en vond een ontlading aan het
einde van de zestiende ronde toen Middelburg, samen met zijn
meestermonteur Adri van de Broeke, op de schouders werden
genomen, om onder begeleiding van de bekende Nederlandse
overwinningsgezangen, naar het podium gedragen te worden. Wie
had zich een mooiere jubileum-TT kunnen voorstellen? Door de
unieke prestatie van Jack zou je bijna voorbij gaan aan de
verrichtingen van zo'n tweehonderd andere coureurs zonder wie
mensen als Middelburg niet kunnen schitteren. Was daar niet
een grandioze vierde plaats van Den Boet in de 500 cc klasse,
de tweede IMN-coureur en stalmaat van de overwinnaar, en een
zwaar bevochten en welverdiende negende plaats van Henk de
Vries? Champagne verdienen deze mannen en dat gaat ook op voor
Egbert Streuer en Johan v.d. Kaap, die in de zijspanklasse opnieuw een vierde plaats veroverden, waar zij nu zo'n beetje patent op hebben aangevraagd. Hans Spaan
greep zijn eerste WKpunten in de 50 cc klasse met zijn
fraaie vierde plaats, terwijl Theo Timmer (6) enHenk van Kessel (7) hun duit in het zakje deden. Laatstgenoemde
deed het nog eens dunnetjes over in de 125 cc klasse met een
achtste plek en ook Anton Straver mocht tevreden zijn met een
punt voor de wereldtitel in deze categorie.
Tja, het sfeertje van 36 stuks 500 cc machines
die naar de start worden gebracht kun je alleen maar
navertellen als je het éénmaal gezien hebt. Je hart gaat
automatisch een versnelling hoger en verspringt nog een tandje
als je weet, dat voor de eerste maal in de geschiedenis een
Nederlander de snelste plaats in de halveliterklasse in Assen
heeft gerealiseerd. De gezondheid krijgt nog een extra
opdoffer als je weet dat de man in kwestie eigenlijk zijn
motorfiets nauwelijks kan aanduwen! De
zenuwen gierden een ieder door de keel toen het licht op rood
sprong en via het oranje signaal op groen. Mamola en Roberts
schoten vol accelererend weg, terwijl Middelburg nog stond te
duwen en alle toeschouwers vreesden dat zijn kansen verkeken
waren. Reikhalzend werd naar de Strubbenbocht uitgekeken, waar
de wereldkampioen langs Mamola schoot en het heft in handen
nam om ook als eerste voor de tribunes langs te denderen, met
achter hem nog steeds Mamola, Cecotto, Rossi en . . . Middelburg,
die bijna alles en iedereen voorbij was gewalst. Achter Jack zaten Pons, Den Boet,
Lucchinelli, Katayama, Hartog, Perugini, Sheene en Uncini.
Philippe Coulon was al uit de strijd t.g.v. een schuivertje.
Na de tweede ronde kregen de zaken wat meer reliëf, want Jack
was achter Roberts en Mamola op een derde plaats doorgekomen,
terwijl ook Boet een plaats winst had geboekt. Hoe zou de
situatie zich ontwikkelen? De baan was nog een beetje nat en
sommige mensen stonden volledig op slicks en weer anderen op
regenbanden of intermediates, of een combinatie daar van.
Roberts stond op opgesneden slicks, Den Boet op een
intermediate voor en een slick achter en Jack alleen op slicks.
De derde ronde was fantastisch. De programmaboekjes gingen
omhoog, de zon brak door en Middelburg had de leiding van Roberts
overgenomen, die in deze omloop ook door Lucchinelli en Mamola
werd gepasseerd. Nu begon het pas echt mooi te worden.
"Jumping Jack" kreeg een ronde later weer
Roberts in zijn kielzog, die met een van voren wegdribbelende
fiets angstaanjagende toeren uithaalde om bij de Nederlander
te blijven (wij weten niet of u 's avonds de televisiebeelden
nog heeft gezien, maar een normaal mens had al zes keer naast
die motorfiets gelegen). Roberts voelde later ook dat er iets
niet lekker zat, want terwijl Jack Middelburg zijn voorsprong
op tweede man Rossi ging vergroten en de toeschouwers steeds
verder omhoog kwamen, zakte Kenny terug naar de zevende plaats
om met een bloedgang naar de pits te verdwijnen. Razendsnel
werd het voorwiel verwisseld, maar toen de Amerikaan weer
vertrok had hij een achterstand op de tiende man van meer dan
anderhalve minuut en dat was teveel. Met een wheelie nam hij
afscheid van Assen en het moet voor hem een obsessie zijn, dat
hij hier niet kan winnen. Voor de Nederlandse fans was het
allang best, want hun favoriet was één
concurrent armer en zou er nog een paar kwijtraken, want
Lucchinelli was eerder al in de pits geweest om zijn beslagen
vizier dat door het schoonmaken was afgebroken, te verwisselen
voor een zonnebril van één
van zijn monteurs, doch dit bleek
een te donkere affaire te worden. Lucky gaf de pijp aan
Maarten. Wie dat niet deed was Wil Hartog, hoewel niemand hem
dat kwalijk genomen zou hebben, want, na later bleek, was er
een probleem met de ontsteking ontstaan (die stond te laat)
terwijl de stereogedempte Suzuki ook op regenbanden stond. De
Middelburg-show werd ondertussen van een steeds hoger gehalte
en monteur Adri v.d. Broeke kon steeds gunstiger pitsignalen
uithangen. De voorsprong liep namelijk uit via negen seconden
naar elf en zou nog verder groeien, terwijl Jack tijdens het
rijden (dat kon ook goed worden nagezien bij Studio Sport) bij
het uitkomen van de bochten nog voldoende reserves over had,
waarmee duidelijk werd dat hij nog lang niet op de grens van
zijn kunnen ging. Achter de ranke rug van de man uit Honselersdijk
werd door de andere Nederlanders ook een gave prestatie gezet,
want Den Boet had het zwaar aan de stok met Cecotto, die zich
maar niet gewonnen wilde geven. Mamola, evenals Lucchinelli
ook met een Nava helm, had hetzelfde probleem als de Italiaan
en door een beslagen vizier door het zware ademen (R.M.: ,,Ik
moest erg hard werken in het begin van de race en in de
laatste paar ronden") werd hij een paar plaatsen
teruggeslagen om later met iets meer zicht via de snelste
ronde weer terug te komen. Henk de Vries kwam in de eerste
ronde nog als zestiende door, maar zou, naarmate de race
vorderde, steeds verder omhoog klimmen om ten slotte met
Graeme Crosby om de negende plaats te knokken, nadat men eerst
Patrick Pons was gepasseerd. Vanaf een dertiende plaats
banjerde éne Franco Uncini naar voren. De man, die vorig jaar
als beste privé-rijder in het WK was geëindigd, maakte zich helemaal
waar door een paar ronden voor het einde zelfs Rossi de tweede
plaats afhandig te maken. Alle ogen waren op dat moment echter gericht op
Jack, die met een ruime voorsprong de laatste ronde indook.
Zou de motor heel blijven? Lag er nergens een plasje olie? Kan
een achterblijver geen gekke beweging maken? Nagels werden
afgekloven, sigaretten trilden zenuwachtig tussen de lippen en
knipperende ogen tuurden naar de Geert Timmer-bocht. De
mensenmassa kwam overeind en de armen gingen omhoog: Jumping
Jack Middelburg had het, voor velen, onmogelijke verricht en
de 500 cc TT gewonnen, waarmee hij de prestatie van Hartog had
geëvenaard, zijn eerste GP had gewonnen en hoogstpersoonlijk
een einde had gemaakt aan een serie van lichamelijke en
materiele tegenslag. Nog was de spanning niet voorbij, want
Cecotto ging Boet en Mamola vooraf in de laatste ronde en weer
kon men juichen, want Den Boet, was Cecotto gepasseerd en werd
achter Rossi, die op datzelfde moment Uncini
aftroefde, vierde voor Mamola, die op zijn beurt achter Boet
ook Cecotto had achterhaald. Wat een laatste ronde! Fernandez,
Crosby, een prachtig sturende Henk de Vries, en Pons
completeerden het eerste tiental, terwijl Willem Zoet met zijn
twaalfde plek buiten de punten viel. Middelburg en V.d. Broeke
gingen op de schouders en gelukkig was Hans Valster zo attent
om een fles champagne naar het podium te brengen, zodat na het
Wilhelmus de zege op passende wijze gevierd kon worden.
Daar
stond hij dan. Eindelijk. Jack Middelburg, winnaar van de
vijftigste TT van Assen, in de populairste klasse in de
motorsport, de 500cc, naar de zege geschreeuwd door 125.000
toeschouwers. Maar eigenlijk had de Westlander zijn supporters
niet eens nodig. Hij was superieur, een klasse apart en dankte
daarvoor al degenen die dit mogelijk hadden gemaakt. Was op slag
alle ellende rond de 'stuurproblemen', de financiën en de
banden vergeten. Wist dat niet alleen hij het succes had
bewerkstelligd. Betrok dan ook monteur, Adri van der Broeke,
tweede sleutelaar Hans Valstar - sinds kort weer actief werkzaam
in het team -, teammanager Hans Moerkerk, Yamaha-importeur Van
der Hoeve en de gloednieuwe sponsor Sarome in de hulde. Terecht
ook, gezien de voorbereidingen. Middelburg: ,,Valstar en ik
hebben het rijwielgedeelte voor onze rekening genomen. Van der
Broeke het motorische. En laten we Nico Bakker niet vergeten.
Die heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat de stuurproblemen tot
het verleden behoren, met dit nieuwe frame. We zijn er dag en
nacht mee bezig geweest", vervolgde Jack Middelburg. ,,Ik
had na die snelste trainingstijd ook wel verwacht dat ik bij de
eerste vijf kon komen, maar winnen zag ik somber in. Ik zit nog
altijd met dat been en kan niet snel starten". Die sombere
voorspelling kwam uit. 'De Briet' had alle moeite om zijn
machine aan te duwen en ging ongeveer als twintigste weg. ,,Ik kwam
niet goed weg. De ellende is dan dat je je eigen motor niet meer
hoort". Na één ronde waren de problemen echter over. Jack
kwam als vijfde door achter Roberts, Mamola, Cecotto en Rossi en
zat een ronde later al bij de koplopers op een derde plaats,
waarbij de geconcentreerd rijdende Westlander zijn enige fout
maakte. ,,Bij het passeren van Rossi remde ik te laat voor de
bocht naar de Bedeldijk, maar gelukkig ging het goed. Dat was
ook het enige dat mis ging". Na de derde ronde kon het
publiek gaan juichen. Middelburg stak de al zwabberende Roberts,
die voor de wedstrijd had aangegeven er alles aan te zullen doen
om nu Assen een keer te winnen, voorbij alsof hij stilstond. Een
ronde later verscheen Roberts onder het niet direct sympathieke
gejuich van het publiek in de pits met een lekke voorband. Niet
bepaald een reclame voor sponsor Goodyear, die de wereldkampioen
het beste van het beste levert. Onder gejoel ging Kenny Roberts
weer op weg en toen de leider in de stand om het
wereldkampioenschap zag dat naaste concurrent Marco Lucchinelli
zijn machine met pech aan de kant zette, hield ook de Amerikaan
het voor gezien. Het was de enige smet op de zege van Jack
Middelburg. Roberts en Lucchinelli werden door pech
uitgeschakeld. Het was echter de vraag of zij het geweld van de
ontketende Middelburg hadden kunnen stoppen. Daarvoor reed hij
te goed. Wil Hartog's manager, Ton Riemersma, duidelijk onder de
indruk van de prestatie van de Westlander: ,,Als hij in de
laatste ronde pech had gekregen, hadden ze de winnaar neer
moeten schieten. Niemand anders dan Middelburg verdiende vandaag
de overwinning". Teammanager van IMN, Hans Moerkerk:
,,Winnen op Assen is al wat voor een team, maar eerste en vierde
worden is helemaal mooi". Daarmee doelde de Rotterdammer op
de vierde plaats van Boet van Dulmen, die op de streep het
Amerikaanse wonderkind, Randy Mamola, achter zich hield.
Middelburg bouwde zijn voorsprong steeds verder uit. Wist Rossi
en Uncini, die in die volgorde tweede en derde eindigden, ver
achter zich en had bij het ingaan van de voorlaatste ronde 20
seconden voorsprong en keek de Suzuki-fabrieksrijder, Wil
Hartog, in de rug en zette hem ook op een ronde achterstand.
,,Dat is helemaal niet leuk als je dat moet doen", meende de
Honselersdijker. Hartog echter, terwijl hij Jack uitbundig
feliciteerde: ,,Toen ik jou zag passeren, vergat ik op slag mijn
eigen ellende. Toen wist ik dat jij de TT ging winnen".
Vervolgend over zijn eigen, laatste plaats, terwijl de Japanners
al aan het sleutelen waren om de oorzaak van het falen op te
zoeken: ,,Ik denk dat het iets met de ontsteking was, zeker
weten doen we het echter nog niet. Het is wel om moedeloos van
te worden. Zo'n rot seizoen heb ik nog nooit gehad".
DE
TELEGRAAF, maandag 30 juni 1980
'Jumping
Jack' magistraal
(door
Berry Zand Scholten, Ron Govaars & Peter Boekhoudt)
Het begin van
de race: Randy Mamola, Kenny Roberts, Johnny Cecotto, Philippe
Coulon, Wil Hartog, Patrick Pons, Takazumi Katayama, Barry
Sheene en dan Jack al in de aanval na zijn slechte start.
Huilend van
vreugde stapte hij van de motor: Jack Middelburg, de triomfator
van Assen. ,,Waar zijn mijn helpers?" waren zijn eerste
woorden, ,,waar zijn Adri van der Broeke en Hans Valstar?"
De honderdvijfentwintigduizend buiten zichzelf geraakte
toeschouwers van de TT juichten oorverdovend, maar Middelburg
wilde eerst perse de mannen die hadden meegebouwd aan dit
droomresultaat bij zich hebben. Jack Middelburg heeft historie
geschreven. Hij won de 50ste TT van Assen in de belangrijkste
klasse. Magistraal, weergaloos... in de stijl van de
allergrootsten met een straatlengte voorsprong à la Giacomo
Agostini, Mike Hailwood en Geoff Duke. Niemand kon Jack
Middelburg bedreigen. Zelfs tweevoudig wereldkampioen Kenny
Roberts niet. Het uitvallen van de Amerikaanse supercoureur
temperde de feestvreugde bij Jack zelfs enigszins: ,,Ik had het
nog mooier gevonden als ik Roberts in een persoonlijk duel echt
had kunnen verslaan"(deze droom van Jack zou een goed
jaar later op Silverstone uitkomen GP). Wat was hij
zenuwachtig voor de race. De laatste uren voor de start van de
500cc wedstrijd zat hij gespannen als een pianosnaar in zijn
caravan. ,,Als ik maar bij de eerste tien rijd, vind ik het al
prachtig" riep hij afhoudend. Want Middelburg was zaterdag
dé favoriet. Had hij niet als allereerste Nederlander in de TT
historie 'pole-position' op de voorste startrij? Zijn grootste
angst was dat hij met zijn (nog steeds) zwakke been de
favorietenrol niet waar kon maken. ,,Ik heb er nachtmerries van
gehad" zei Jack later, ,,dat ik geen kracht zou hebben om
de machine aan te duwen. Dat ze allemaal langs me heen zouden
vliegen". Het kwam gedeeltelijk uit. Onmiddellijk na de
start raasden twaalf of dertien coureurs de Naaldwijker voorbij.
Jack daarover: ,,Toen ik eenmaal op mijn machine zat, vielen
alle zenuwen van me af. Ik dacht: ,,Er komen nog een hoop
bochten en daar moeten ze allemaal voor remmen. Als ik dat nou
maar overal iets later doe, zit ik er zo weer bij". Na
één ronde vormde zich een kopgroep met Kenny Roberts, Randy
Mamola; het jonge Amerikaanse Suzuki-talent en de Venezolaan
Johnny Cecotto. Ze wilden snel weglopen van een tweede groep,
waarin Graziano Rossi, Patrick Pons, Jack Middelburg en Boet van
Dulmen streden. In de tweede ronde had Jack echter de derde
plaats al te pakken en in zijn snelle opmars naar de kop lieten
de anderen zich in zijn slipstream meetrekken. ,,Het ging zo
gemakkelijk", zei Jack, ,,dat ik toen al dacht: ik ga
gelijk maar door". In de derde ronde kwam hij op kop en hij
liep vanaf dat moment zienderogen uit, totdat hij bij de finish
een voorsprong van bijna twintig seconden had! Nog drie ronden
lang probeerde wereldkampioen Roberts hem bij te houden. Toen
moest hij door een lekke voorband een pitsstop maken. 'King
Kenny' viel ver terug, startte weer, maar in de achtste ronde
staakte hij de strijd. Majestueus, dat wel! Met een wheelie van
een paar honderd meter nam hij afscheid van het publiek. Maar
zijn voornemen om dit jaar alle Grand Prix te winnen, werd in
Assen de grond ingeboord. Overigens, blijft het de vraag of
zelfs Roberts deze ontketende Jack van de overwinning had kunnen
afhouden (no way! GP). De IMN-Yamaha van Jack liep
voortreffelijk. ,,We hebben keihard gewerkt" verklaarde
Jack. ,,Monteur Adri van der Broeke heeft de afgelopen weken dag
en nacht gesleuteld. Alles is nu anders: het frame, de voorvork,
de achtervork. Fantastisch zoals die jongen de zaak voor elkaar
heeft gemaakt. En Hans Valstar natuurlijk, m'n beste vriend. In
tijden van opperste nood kan ik daar altijd een beroep op doen.
Als ik "snelmaker" Adri en Hans niet had, zou ik
allang niet meer geracet hebben".
Het bleef
droog in Assen, gedurende de lange halveliterrace. Befaamde
coureurs als Wil Hartog, Daytona-winnaar Dale Singleton en
Patrick Pons durfden het risico niet te nemen en zij verschenen
met semi-regenbanden aan de start. Het IMN-Yamaha-team gokte en
won. Want ook Boet van Dulmen reed zich beheerst bij de eerste
vier. Wil Hartog werd, mede door een verkeerde bandenkeus,
laatste achter Singleton. Patrick Pons, wereldkampioen 750cc,
kon zich nog net naar de tiende plek worstelen, achter de
Nederlandse TT-debutant, Henk de Vries, die daarmee zijn eerste
twee WK-punten pakte. Boet van Dulmen's schitterende prestatie,
de vierde plaats, verbleekte natuurlijk enigszins, bij de glorie
van 'Jumping Jack'. Boet: ,,Ik ben geweldig tevreden met de
successen van ons team. Dit is het bewijs dat we uit de
problemen zijn. Wat ben ik blij dat we op het laatste moment de
frames van de Nederlandse constructeur Nico Bakker ter
beschikking kregen, anders hadden we nu nog steeds schuddend en
trekkend achteraan gereden". Het Wilhelmus en champagne
voor Jack en zijn IMN-Sarome-team. Voor de tweede maal won een
Nederlander de TT. Hartog in 1977, Middelburg nu. Uitzinnig
waren ze, de 125.000 onder plastic schuilende, verkleumde
toeschouwers. Als één man stonden ze overeind in de laatste
ronde van Jack, toen hij met één hand sturend en triomfantelijk
wuivend op de finish afstoof. Thür Coen, mede-organisator van
de Belgische Grand Prix, volgend weekend op het circuit van
Zolder: ,,Wij hebben vandaag in Assen ook een beetje gewonnen,
want de winst van Jack scheelt ons zeker 25.000 Nederlandse
toeschouwers".
Met
ronduit verbijsterende zekerheid won Jack Middelburg zaterdag
zijn eerste Grote prijs op een motorfiets: de Dutch TT van
Assen. De met vele littekens uit eerdere valpartijen getooide en
daarom 'Jumping Jack' genoemde coureur declasseerde alle
grootheden in de klasse, die het publiek nog steeds het meest
aanspreekt, de 500cc categorie. Foutloos rijdend bouwde Jack
Middelburg vanaf de derde ronde - bij de start waren de
concurrenten hem links en rechts voorbijgevlogen - een grote
voorsprong op door consequent per ronde een seconde sneller te
zijn dan de rest, of die nu wereldkampioen Kenny Roberts,
oud-wereldkampioen Barry Sheene, Johhny Cecotto of voormalige
lieveling van het Nederlandse motorpubliek, Wil Hartog (winnaar
in 1977) heetten. De laatste ronde reed de man die nog steeds
'kassenbouwer uit het Westland' wordt genoemd, maar die
inmiddels al "lang" beroepscoureur is grotendeel met
één hand aan het stuur. Met de andere hand wuifde hij naar het
uitzinnige publiek. De blijdschap won het van de professionaliteit.
Want in het verleden zijn voorbeelden te over aan te wijzen van
coureurs die meenden de victorie in hun zak te hebben, maar toch
nog op het laatste moment werden verschalkt door een
tegenstander. Het beroemdste voorbeeld stamt uit de autoracerij,
toen in 1936 op de Nürburgring, de oude rot Rudolf Caracciola,
de nieuweling Bernd Rosemeyer - die ook de laatste ronde wuivend
had rondgereden - de zege afsnoepte. De zelfverzekerdheid van
Jack Middelburg was vooral goed te zien in de zogenaamde Geert
Timmer-bocht, een lastige, eigenlijk verkeerd gebouwde chicane,
die enkele jaren geleden in de plaats is gekomen van de oude,
beruchte kniebocht, nadat daar Nico van der Zanden om het leven was
gekomen. Middelburg was de enige van het hele veld die daar consequent
dezelfde lijn wist aan te houden. Je zag de achtervolgers steeds
weer proberen andere lijnen te vinden, die mogelijk sneller
zouden zijn. Vergeefs! Bij het grote succes van Jack Middelburg
verbleekte het goede rijden van een aantal andere Nederlanders
in deze klasse. Boet van Dulmen, lid van hetzelfde
IMN-Yamaha-team van
Yamaha-importeur Hans Moerkerk, als Middelburg, werd vierde na
een uitgebreid gevecht in een groepje waarvan aanvankelijk Kenny
Roberts, Johnny Cecotto, Franco Uncini, Randy Mamola en Graziano
Rossi deel uitmaakten. Rossi wist zich daarvan los te rijden en
koerste naar de tweede plaats. Roberts
had moeilijkheden met een langzaam leeg lopende voorband en nam
in de achtste ronde spectaculair afscheid van het publiek. Met
een zogenaamde 'wheelie' (jongleren op het achterwiel) van wel
tweehonderd meter reed hij definitief de pitsstraat in. Vrijwel
onopvallend koerste Henk de Vries naar de negende plek en twee
punten voor het klassement om de wereldtitel. Die punten zullen
de rest van het seizoen heel plezierig blijken bij het werven om
startvergunningen bij buitenlandse wedstrijden. Willem Zoet werd
twaalfde. Met Wil Hartog ging het hopeloos. Zojuist van een
rugblessure genezen, zat de man-in-het-wit op een motorfiets die
totaal niet accelereerde. ,,Ik dacht vijf ronden voor het einde
dat hij wel stuk zou gaan. Maar dat gebeurde niet. Toen dacht
ik: ,,Nu rijd ik hem uit ook." En werd dus twee ronden voor
het einde door Middelburg en diens achtervolgers voorbijgeveegd,
alsof hij stil stond. Alle wedstrijden werden tijdens druilerig
weer verreden. Per race werd het gemiddeld zo'n twee keer droog;
de baan raakte nooit geheel nat. Verscheidene coureurs hadden
moeite met hun banden. Ook hier had Jack Middelburg weer de
juiste keuze gemaakt, of liever: gegokt. een geprofileerde band
vóór en een oorspronkelijke 'slick', waarin een klein
profieltje was gesneden, achter. Perfect voor deze
omstandigheden. Maar daarop alleen mag je Jack's prestatie niet
terugvoeren. Er waren er meer die dezelfde keuze hadden gedaan.
Deze vijftigste TT (de wedstrijden stammen uit 1925, maar
tijdens de Tweede Wereldoorlog is er niet gereden) had nog
enkele hoogtepunten. Zoals het afscheid van Cees van Dongen
(48), die zijn laatste wedstrijd reed, en nog even roemloos werd
gelapt in de 50cc klasse, maar van de TT-commissie een fles
champagne kreeg. Van Dongen's racecarrière, met vele Nederlandse
kampioenschappen in de lichtere klassen, ontspant een tijdperk
van dertig jaar.
Kenny Roberts, Randy
Mamola en Johnny Cecotto.
Kenny Roberts,
Marco Lucchinelli, Johnny Cecotto, Graziano Rossi en Boet van
Dulmen tevergeefs op jacht naar Jack. (onder & boven).
Graziano Rossi
in Assen, waar hij tweede werd, met zijn zoontje die 17 jaar
later voor het eerst wereldkampioen in de 125 cc zou worden....
Valentino!
De
Westlandsche Courant, maandag 30 juni 1980
Middelburg
na TT-happening: ,,Ik ga me niet gek rijden"
(door
Peter van Zwienen)
De
iele, slecht ter been zijnde Jack Middelburg werd haast plat
gedrukt na zijn fantastische overwinning in de 500cc klasse bij
de TT van Assen. Moest zelfs door de politie worden beschermd
tegen opdringerige fotografen en nieuwsgierige journalisten,
maar Hans Valstar en Hans Moerkerk vonden de oplossing. Op de
schouders met Jack, waarop anderen vonden dat ook Adri van der
Broeke dan maar de lucht in moest, want uiteindelijk was hij,
samen met Nico Bakker, de man achter de schermen, die dit succes
mogelijk maakte. Terwijl iedereen wachtte op de huldiging van
Jack Middelburg, liep de coureur zelf doodgemoedereerd naar de 'ridersinfo'
achtervolgd door in paniek geraakte officials, die dachten dat
Jack het ereschavotje niet kon vinden. De Honselersdijker
echter: ,,Ik wou even twee tellen rust hebben. Het werd me echt
te gek". Even later was 'De Briet' echter weer zichzelf.
Bedacht toen dat hij zijn traditionele zware shaggie nog niet
had gedraaid en begon er op weg naar het podium, waar Graziano
Rossi en Franco Uncini al ongeduldig wachtten, één te draaien.
Aan een vuurtje dacht hij pas op het podium, maar de man die de
plechtigheid uit moest voeren had er geen bij zich. Middelburg
werd daarmee waarschijnlijk wel de eerste Grand-Prix winnaar,
die het Wilhelmus met een sigaret losjes in de mond aanhoorde.
Dolle taferelen ook op weg naar de tent van Jack Middelburg. De
Briet senior, die ooit zijn zoon de deur wees, omdat hij niet
met motorrijden wilde stoppen, maar nu zijn grootste supporter
is, knuffelde zijn zoon, terwijl Hans Valstar en Hans Moerkerk
gearmd richting camper vertrokken, waarna de race nogmaals werd
doorgesproken. Tegen zijn helpers riep Jack, weer helemaal
zichzelf, uit: ,,Jullie konden vanuit de pits nu wel aangeven
dat ik het rustiger aan moest doen, maar wat had ik daaraan. Ik
wilde zo snel mogelijk een flinke voorsprong opbouwen. Je weet
nooit wat er nog kan gebeuren. Maar wat duurt dat lang als je in
je eentje rijdt. Eindeloos en je gaat dan nog zitten denken
ook". Jack had er een dag voor de wedstrijd nog een hard
hoofd in, ook al realiseerde hij de snelste trainingstijd. ,,Ik
dacht dat niemand goed had kunnen trainen door die regen en
vermoedde dat er wel wat sneller zouden zijn dan ik. Maar alles
was prima. Zowel het materiaal als de banden". Vooral het
laatste was van grote betekenis. Middelburg koos op het laatste
moment voor slicks (droogweerbanden). Ook De Briet senior, die
nog altijd wat sceptisch tegenover de racerij van zijn zoon
staat, was nog niet al te optimistisch voor de TT. Of hij wint,
of hij duvelt eraf, omdat 'ie teveel risico's neemt om bij een
snellere jongen te blijven. En over de raceactiviteiten van zijn
zoon: ,,Nu, op een circuit, vind ik het niet meer zo erg. Hij
heeft vaak genoeg laten zien, dat hij met zo'n ding overweg
kan". En dat liet Jack zien. Reed uiterst geconcentreerd rond en
zoog de toejuichingen ven het publiek in zich op. Liet ook
halverwege de race duidelijk blijken dat het uitstekend met hem
ging, door voor de hoofdtribune zijn duim op te steken, hetgeen
duidelijk door de toeschouwers werd gewaardeerd. Ronde na ronde
moedigden ze de Westlander aan en ook in de pits was aan de
gezichten te zien, dat ze in een zege geloofden. Het hoofd van
Hans Valstar werd steeds roder en later struikelde hij bijna
over zijn woorden van de zenuwen. Jack's oude manager en hulp in
nood: ,,Dit is het succes waar je al die jaren voor hebt
gesleuteld. Grandioos wat Adri van der Broeke en Hans Bakker
hebben gepresteerd. Die overwinning vind ik ook wel aardig voor
de mensen van de buitenwacht, die niet meer in Jack geloofden.
Nu lopen ze allemaal weer achter hem aan. Daar heb ik wel wat
moeite mee, maar ach, zo hoort het eigenlijk ook te zijn. Dit
een uitschieter? Welnee, met zo'n machine kan hij iedere keer
bij de eerste vijf komen". De coureur zelf: ,,Dat is
misschien wel zo, maar ik ga me niet gek rijden".
GP
Nederland, TT van Assen
Van
de bestuurstafel.
We
hoeven maar één ding te zeggen, Assen
1980 de dag van
Jack!
Hoewel
vooraf reeds werd gefluisterd, dat Jack mogelijk in deze GP eens
flink in de bus zou blazen, had waarschijnlijk niemand durven
vermoeden, wel gehoopt natuurlijk, dat hij als grote overwinnaar
deze race zou beëindigen!! Velen van ons hebben met eigen ogen
aanschouwd hoe een Westlandse coureur de wereldtop op grandioze
wijze zijn achterwiel liet zien. De t.v. liet op duidelijke
wijze zien hoe Jack deze race successievelijk opbouwde en
daarbij ook het hoofd koel hield. Ondanks de voorsprong die hij
opbouwde in de loop van de race liet hij zich niet verleiden tot
roekeloze sensatie. Alleen in de laatste ronde, toen hij in
gewonnen positie lag, en telkens dat handje naar het publiek,
zijn publiek, werd opgestoken is waarschijnlijk menig
schietgebedje gepreveld, dat alles tot de eindstreep goed mocht
gaan. En het is goed gegaan.
JACK,
PROFICIAT MET DEZE WERELDPRESTATIE NAMENS AL JE FANS!
!
Bij
deze gelukwens willen wij onmiddellijk Adri v.d. Broeke
betrekken, die in feite dit succes samen met Jack deelt. Want is
hij niet de man, die de machine van Jack zo voortreffelijk
prepareerde! Natuurlijk moet men geluk hebben; dat geldt voor
alles en iedereen, maar met geluk alleen kom je er echt niet.
Dat de GP van België anders uitpakte is ontzettend jammer maar
moet doodeenvoudig worden toegeschreven aan domme pech. Jack,
laat je niet ontmoedigen; er komen nog meer GP's en wat je in
Assen hebt bereikt kunnen ze je niet meer afnemen!
Het
bestuur.
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Graag
wil ik iedereen bedanken, die op enigerlei wijze mij bij mijn
overwinning op Assen heeft bedacht. In het bijzonder spreek ik
mijn hartelijke dank uit aan het Gemeentebestuur van Naaldwijk,
en ik noem gaarne speciaal de burgemeester, voor hun spontane
ontvangst.
Mensen,
allemaal dank!
Jack.
Prijsuitreiking
TT Assen 1980, met Kenny Roberts, Boet en Graziano Rossi (en dan
is het rolletje vol...).
03-07-1980
Huldiging
gemeentehuis n.a.v. de TT overwinning
Alles
live mee mogen maken
De
Haagsche Courant, vrijdag 4 juli 1980
'Ik
dacht barst maar. Toen versloeg hij Hartog'
(door
Peter van Zwienen)
Met een in
tranen (bijzonder) vader Willem.
,,Ik vond dat
nu niet zo bijdehand van hem, om in de laatste ronde naar het
publiek te zwaaien. Je weet nooit wat er nog kan gebeuren. Rob
Bron flikte het ook een keer op Zandvoort en belandde mooi in
het zand, terwijl Hartog en Van Dulmen vrolijk langs hem
reden". Kritische en krasse taal van Wim Middelburg, vader
van de TT-winnaar in de 500cc klasse. Hij is van huis uit niet
bepaald een fervente motorsportliefhebber, maar is dat geworden
door zijn zoon. Hij neemt geen blad voor de mond en laat merken
dat tactische opmerkingen niet in zijn woordenboek voorkomen.
Een eigenschap, die Jack Middelburg, van hem heeft geërfd.
Koppig lijkt de oud-Koreastrijder, die evenals zijn zoon zijn
brood in de kassenbouw verdient. Een eigenschap die voor
botsingen zorgt, zoals vaak in het verleden, maar ook voor een
intense verbroedering, zoals in Assen. Niet dat het tot grote
strubbelingen is gekomen, maar beiden weten wat ze willen en wat
ze aan elkaar hebben. Wim Middelburg: ,,Lastig was Jack vroeger
nooit, maar de ellende begon toen 'ie op een brommer mocht
rijden. Nou ja ellende, hij was er helemaal gek van. Soms
stonden er vier op het politiebureau, maar dan was hij al weer
bezig op de vijfde. Het bureau heb ik weinig van binnen gezien.
Als hij fout was, moest 'ie het zelf maar opknappen. Op een gegeven
ogenblik werd het echter te gek. Jack maakte van de weg een
racecircuit. Met Pinksteren hadden wij de caravan gepakt om de
volgende dag met vakantie te gaan, komt Jack thuis; per brancard
en helemaal ontveld. Was 'ie eraf geduveld. Nou, ik heb hem z'n
nest ingeschopt en we zijn weggegaan". Iets somberder:
,,Toen kwam dat ernstige ongeluk er achteraan. Het eerste dat ik
met hem in het ziekenhuis heb afgesproken is, dat als hij nog
een keer met een motor thuis zou komen, hij kon vertrekken. Wat
moest je dan, mijn vrouw sliep nauwelijks meer. Op een gegeven
moment komt íe met een noodgang de straat inrijden en ik kwam
hem even later op de trap tegen. 'Wat kom je doen', vroeg ik. 'M'n
koffers pakken', was het antwoord. 'Nou', zeg ik, 'dan heb je me
toch goed begrepen'. Ik wou dat geduvel niet meer. We wisten wel
waar hij naar toe zou gaan; naar oma, want door mijn werk waren
we veel weg, zodat zij toch al veel met hem te maken had. Hij
kwam wel gewoon thuis, niets geen problemen, om een kopje koffie
te drinken. Op een gegeven ogenblik verteld hij, dat het bij oma
zo verrekte koud is op zolder, omdat het raampje kapot was. Als
je nou bedenkt dat hij toen al duizenden ruiten in kassen had
gezet, maar dat kreeg hij niet gemaakt. Ik heb toen gezegd:
'Jongen, dan neem je er maar een extra deken bij". Het is
een beetje tekenend voor het karakter van Jack Middelburg. De
race interesseert hem, verder niets. Wim Middelburg: ,,Hij heeft
altijd gezegd, 'Ik moet hard gaan, ander kan ik me niet
concentreren'. Vroeger kwam hij alleen maar naar een wedstrijd
om een helm op te zetten en verder verschrikkelijk hard te gaan.
Verder interesseerde het hem niet. Sinds de komst van Hans
Moerkerk is er wel wat veranderd. Hij is nu meer met de
motorsport bezig. Gaat zelfs wel eens bij Adri van der Broeke
kijken, hoe het gaat". De Briet senior - in het Westland
vaak een bekendere naam dan Middelburg en dat is te danken aan
de brikettenverkoop van zijn vader - had eigenlijk hetzelfde
karakter als zijn zoon nu. Vertrok in 1952, getrouwd en wel,
naar Korea en kwam na een jaar terug. Zonder rechter onderarm en
hij moest ook een oog missen, omdat een munitiebunker verkeerd
werd opgeblazen. Zijn twee dochters vertellen, dat ook hij van
snelheid hield: ze kropen weg achter de bank in de auto, omdat
het zo hard ging. En nu zit hij in angst om de snelheid van
Jack. Terwijl iedereen constateert, dat de coureur rustiger is
geworden, geconcentreerd rijdt, meent hij: ,,Ik ben het met een
hoop dingen die hij doet niet eens. Soms maakt hij van een
training al een wedstrijd, terwijl hij het na drie snelle
rondjes al makkelijk rustig aan zou kunnen doen. Dat begrijp ik
nu niet. Weet je, hij wil alles winnen. Verleden jaar heeft hij
grandioze Grand Prix races gereden. Was ik ook bang. Kijk, in
Engeland ging hij buiten zijn schuld onderuit, maar in Tolbert
was het zijn eigen stomme fout, terwijl hij nog was gewaarschuwd
het rustig aan te doen. Hij geeft zelf ook onmiddellijk toe, dat
het zo is. Ik vertrouw het nog altijd niet. Het is wel een goede
mentaliteit die hij heeft, maar hij moet ook aan de toekomst
denken. Ik blijf toch altijd bang, dat hij nog eens
verschrikkelijk hard onderuit gaat, omdat hij een snellere knaap
wil bijhouden". Wim Middelburg is niet meer weg te denken
uit het rennerskwartier. Joviaal en met alleen maar vrienden.
Werkelijke invloed heeft hij echter niet in het IMN-team en hij
wil dat ook niet. ,,Ik bemoei me nergens mee. Die gasten hebben
al genoeg aan hun kop, ga ik ook niet nog eens lopen zeuren. Ik
bemoei me nergens mee. Toch geloof ik wel dat Jack het op prijs
stelt als ik er ben. Ik moest eens een keer wat zuigers halen in
Düsseldorf, waardoor ik niet bij de training voor een wedstrijd
kon zijn. Heb ik hem gevraagd mij de resultaten door te bellen,
maar wie er ook aan de lijn kwam, geen Jack. Toen dacht ik ook
'barst maar', maar daar kreeg ik later wel spijt van, want het
was de eerste keer dat hij Wil Hartog versloeg. Het schijnt wel
zo te zijn, dat hij op die wedstrijddag het hele rennerskwartier
heeft rondgelopen om te vragen of ze 'die ouwe van hem' hadden
gezien". Nadat Jack drie wedstrijden had gereden, nu zeven
jaar geleden, zonder dat zijn ouders ervan wisten, ging Wim Middelburg
een keer mee. En hij kwam thuis met de verrassende mededeling
"dat hij het nog kon ook". Sindsdien loopt hij alle
wedstrijden af. Tien minuten voor de officiële ontvangst door
het gemeentebestuur van Naaldwijk belt de coureur in kwestie
naar huis. ,,Of iemand in vredesnaam weet, waar zijn zwarte
overhemd is, dat hij wil dragen". Ook dat is Jack
Middelburg.
Wim
Middelburg is in juli 2002
overleden
Voorpagina
van MotorCycleNews na winst Jack.
'Jack
Tops The World' 'Dutch Dynamite'
(foto
is Lucchinelli voor Roberts op Zolder)
DE
TELEGRAAF, zaterdag 5 juli 1980
Hondervijfentwintigduizend
laaiend enthousiaste toeschouwers zagen Jack Middelburg (28)
afgelopen zaterdag de TT van Assen winnen. Een van de meest
historische overwinningen in de motorsport. Op slag is zijn naam
in de hele wereld gemaakt. Door dit succes vind vandaag de
grootste supportersbeweging plaats sinds de Europacupwedstrijd
Benfica - Ajax in Parijs. vijfentwintigduizend Nederlanders naar
de Grand Prix van België om opnieuw te kijken naar:
De eerste
naar wie Jack Middelburg na zijn sensationele overwinning in de
TT van Assen belde, was oma Verduijn in Naaldwijk, om te
informeren of ze zich niet te zenuwachtig had gemaakt. Dat bleek
toch wel het geval. ,,Maar dat was echt niet nodig
geweest", troostte Jack. ,,Want ik heb in de race veel aan
je gedacht". In Jack's wereld van pure snelheid, risico's
en sensatie is oma Verduijn een rustpunt. Hij noemt haar 'Moe'
en houdt evenveel van haar als van zijn moeder Dien. Vorig jaar,
toen hij in de Grand Prix wereld debuteerde, vertelden ze hem na
afloop van de Grote Prijs van Oostenrijk, dat Moe was opgenomen
in het ziekenhuis wegens borstkanker. Hij reed in zijn Mercedes
in één ruk van Salzburg naar Delft. Bijna net zo hard als op
zijn motor. ,,Plotseling stond hij naast mijn bed", verteld
oma Verduijn. ,,Ik feliciteerde hem met zijn resultaat, maar hij
begon te huilen en zei: ,,Ik wil nooit meer winnen, als jij maar
beter wordt". Zo kent bijna niemand de onverstoorbare held
van Assen met zijn bezetenheid voor snelheid en zijn minachting
voor pijn. Want als er één motorcoureur is, die door
genadeloos harde valpartijen offers heeft moeten brengen om toch
de top te halen, dan is het 'Jumping Jack' Middelburg. Een
medisch fenomeen. De beroemde orthopedische chirurg Joan
Derweduwen, uit het Belgische Mol, DE specialist bij uitstek
voor Tour de France renners als Joop Zoetemelk en Michel
Pollentier, internationale auto- en motorsportcoureurs en
voetbalsterren, zegt over hem: ,,Ik heb nog nooit een patiënt
gehad die zoveel pijn kan verdragen. De enige verklaring die ik
daarvoor kan vinden, is de ijzeren wil om maar zo snel mogelijk
weer te kunnen racen. Dat willen ze allemaal, maar bij Jack is
de betovering van de snelheid kennelijk zo sterk, dat hij zelfs
lichamelijk lijden er onbelangrijk door vindt".
Derdeweduwen, eigenlijk geen supporter van de motorsport, is
één van de grootste bewonderaars van Middelburg geworden. Om
de Nederlander dit weekend tijdens de Grand Prix van België op
het circuit van Zolder te zien rijden, heeft hij zelfs zijn
buitenlandse vakantiereis een paar dagen uitgesteld. Jack vindt
al dat gedoe over hardheid en zo, overdreven: ,,Als ik ooit echt
bang zou zijn geweest, zou ik er al mee gestopt zijn". Een
keer was het bijna zover. ,,Ik reed toen nog niet zo lang en in
dat seizoen (1974) stortte ik er dertien keer van af. Bij
een van die valpartijen sloeg mijn motor met 150 kilometer tegen
een boom, terwijl ik er zelf vlak langs vloog. Toen heb ik
zitten huilen, omdat ik dacht: ,,Waar ben je nou met bezig? Dit
wordt nooit iets met je". Gelukkig kwamen Kees
en Harrie v/d Kruijs naar me toe en zeiden: ,,Geen flauwekul, je
kunt het best. In de 350cc race die straks begint, ga je gewoon
weer rijden". Toen ik die won, wist ik dat ze gelijk
hadden". Gezeten naast burgemeester J. de Bruin en de
wethouders van Naaldwijk en gestoken in een verblindend wit
zomerkostuum, zwart overhemd en modieuze puntschoenen met wit
stiksel, doet Jack Middelburg in bijna niets herinneren
aan de man die een paar dagen eerder de complete wereldtop van
de motorsport voor gek had gezet. De plaats: het gemeentehuis in
Naaldwijk, de tijd: donderdagavond 19.30 uur. Een zaal vol
belangstellenden om de huldiging bij te wonen van de TT-winnaar,
die de mooie toespraken van de vroede vaderen en de klanken van
de 'Honselse Harmonie', verlegen maar toch geamuseerd aanhoort.
Na afloop; gezellig samenzijn met familie, vrienden en
supporters.
En dan komen
de verhalen los en wordt er nog eens opgerakeld wat er allemaal
aan dat succes voorafgegaan is. Daar is bijvoorbeeld 'Ome Jan'
die zich herinnert, hoe hij als gangmaker mocht fungeren voor de
zeepkistauto van de toen zesjarige Jack. Voortgetrokken door een
touw achter de bromfiets, bleek dat de jonge coureur telkens bij
snelheden boven de veertig, vijftig kilometer, zijn uit
kinderwagenwielen en groentekisten geconstrueerde voertuig, heen
en weer liet slingeren. Jack Middelburg: ,,Hij dacht dat ik dat
express deed, maar dat ding verloor gewoon zijn stabiliteit. Ik
kon hem niet recht houden". 'Ome Jan' besloot uit wraak en
scherpe bocht te maken op zijn brommer, in de veronderstelling
dat de zeepkist dan wel rechtdoor zou schieten. Dat gebeurde
echter niet. Jan kwam ten val en Jack daverde in volle snelheid
over hem heen. ,,Het kwam me niet verkeerd uit dat hij daarbij
zijn benen blesseerde, want de mijne waren toen nog te kort om
me snel uit de voeten te kunnen maken', zegt de coureur. Enkele
jaren later was 'Ome Jan' opnieuw het slachtoffer van de
snelheidsdrang van zijn neef. Hij naderde juist van de ene kant
per auto een scherpe bocht, terwijl Jack op datzelfde moment,
plat op zijn opgevoerde brommer, van de andere kant aan kwam
stormen. Neefje nam de bocht iets te ruim, knalde frontaal in de
auto, vloog over het dak heen en krabbelde even later geheel
ontveld overeind. Oom's auto was total-loss. Vader Willem kende
geen genade. De familie zou juist met de caravan naar de camping
gaan, en hij zei streng: ,,Jij blijft thuis maar op bed liggen
en bekijkt het maar met je krankzinnige fratsen". Er zijn
mensen in het nijvere, gereformeerde Westland, die er een
schande van spraken, dat weer enige jaren later, vader Willem,
zijn enige zoon, zonder enig pardon het huis uitzette na een
hooglopend conflict over de gevaren van het motorrijden.
Middelburg senior: ,,Ik had na een verschrikkelijk
verkeersongeluk, waarbij hij zijn milt kwijtraakte, tegen hem
gezegd: ,,Als je nog één keer op zo'n ding gaat zitten, dan
vertrek je maar". Nou dat had hij goed begrepen. Maar
veertien dagen, nadat hij uit het ziekenhuis was ontslagen, komt
er met een bloedgang een motor de straat inscheuren. Ik zeg
tegen moeder Dien: ,,Raad eens wie daar aankomt". Ze zei
nog: ,,Nee, dat bestaat niet!" Maar toen stond hij al op de
trap, met de mededeling: ,,Ik kom mijn koffer pakken". Ja,
wat moest ik, met een vrouw die geen nacht meer kon slapen, van
angst, om die jongen? Toen kon ik alleen maar hard zijn en
zeggen: ,,Maar dan wel graag binnen een kwartier!" Het was
de dag dat Jack zijn intrek nam bij opa en oma Verduijn en daar
als kind werd vertroeteld. Oma herinnert zich: ,,Ik moest hem
elke ochtend om vier uur wekken om als glaszetter in de
kassenbouw te gaan werken. Vaak lag hij dan hardop te dromen van
motorfietsen. Noemde merken en snelheden, namen van coureurs en
andere dingen, waar ik geen verstand van had". Zij heeft
zich, jaren later, één keer laten overhalen om naar een race
te gaan kijken. ,,Moe, ik rijd nu zo goed, dat je me voor mijn
verjaardag geen groter plezier kunt doen, dan met me mee te
gaan", zei hij, ,,en toen stond ik daar. Elke keer als hij
langskwam sloeg ik mijn handen voor mijn ogen en haalde ze er
pas weer van af, als mijn man zei: ,,Hij is alweer
voorbij". De vrede tussen vader en zoon is al lang weer
getekend. De hele familie is trots op hem, maar niemand is er
echt gelukkig mee. De angst is gebleven. Moeder Dien neemt voor
elke wedstrijd een harttabletje in. Vader Willem vreet zich op
van de zenuwen, oma Verduijn durft niet te kijken en opa Jan
Verduijn (71) mág niet meer kijken. Voorschrift van de dokter,
omdat hij wat last van zijn hart heeft. ,,Maar zelfs van de
radio krijg ik het al benauwd", klaagt hij.
,,Zaterdagmiddag hoorde ik over die radio, dat hij in de tiende
ronde, dertien seconden voor lag. Toen had ik het niet meer.
Maar wat denk je? Schakelen ze plots over naar dat rot tennis in
Engeland (Wimbledon). Dan krijgt een mens het toch aan zijn
hart!" Wat maakt Jack tot zo'n snelheidsduivel? Hij weet
het zelf ook niet. ,,Het gaat me niet in de eerste plaats om het
winnen". Waarom doet hij dan wel het onmogelijke om de man
voor hem, voorbij te komen? ,,Tja, omdat die in de weg rijdt! Me
als het ware belemmert in het genoegen van de snelheid".
Dat daar 125.000 toechouwers laaiend enthousiast van worden is
ook niet de reden. ,,Nee, want als ik 's-nachts na een
wedstrijd, in mijn eentje vanuit Italië naar huis rijd, staat
er ook niemand langs de kant van de weg en wil ik ook hard gaan.
Prachtig gewoon. De weg helemaal alleen voor mij en dan maar
scheuren. Dan kom ik helemaal tevreden, leeg en moe thuis".
De prijs die hij ervoor heeft moeten betalen is hoog:
verscheidene veroordelingen voor te hard rijden, tal van
ziekenhuisopnamen wegens raceongelukken en zijn charmante vrouw
Petra, moeder van zijn oogappel, Jacky, heeft hem onlangs
verlaten, omdat ze vond dat hij het te bont maakte. ,,Ik heb
geen tijd om over zulke dingen te piekeren", zegt hij op
een niet onverschillige, maar zuiver constaterende toon. ,,Ik
ben elk uur met de racerij bezig. Leef van de ene dag in de
ander. Met geld is het precies zo. Ik heb altijd maar net kunnen
rondkomen door ook nog wat als glaszetter in de kassenbouw bij
te verdienen. Maar er waren ook tijden dat niet alleen de
cijfers van mijn bankafschriften rood waren, maar dat ze ook
werden toegestuurd in rode enveloppen. Vorig jaar ben ik voor
het eerst wat gaan verdienen met het motorracen. Dit jaar gaat
het nog beter, maar ik ben nog lang niet uit de schulden. Maar
dat moet dan maar. Ik schuif dit soort problemen gewoon voor me
uit. Het enige waar ik me wel vaak zorgen over begin te maken,
is of mijn been wel weer helemaal goed komt". Heel
Nederland heeft het afgelopen weekend, via talloze herhalingen
op de t.v., kunnen zien dat hij bijna geen kracht in dat been
heeft om zijn machine aan te duwen, waardoor hij altijd een
flinke achterstand moet zien goed te maken. Een wonder echter
dat hij het been, hoe dan ook, nog kan gebruiken. Alleen te
danken aan het vakmanschap van dokter Derweduwen. Die heeft hem
verzekerd dat het weer helemaal goed komt, vooropgesteld dat hij
er niet wéér opvalt. ,,En dat maakt me ongerust, want ik loop
nu al rot, maar hoe zal dat over een jaar of vijftien
zijn?"
Verder is hij
nog steeds dezelfde Middelburg. Teamgenoot in de IMN-Yamaha-stal,
Boet van Dulmen, meldt: ,,Vorig jaar brak hij zijn scheenbeen,
maar hij bleef er aanvankelijk gewoon mee doorlopen, om iedereen
te verzekeren dat er met hem niets aan de hand was".
Volgens 'Den Boet" is Jack ook de enige coureur ter wereld,
die direct na een crash weer precies even hard durft te gaan als
daarvoor. Het laat hem gewoon koud. Op de vraag hoe vaak hij in
ziekenhuizen heeft gelegen, zegt Middelburg laconiek: ,,Je kunt
beter vragen welke dagen ik thuis ben geweest". Hij is
spijkerhard, net als zijn vader, een ex-Koreastrijder, die daar
invalide werd en opgeruimd met zijn handicaps leeft. In de Grand
Prix van Frankrijk, waar vader en moeder Middelburg aanwezig
waren, sloeg Jack tegen het asfalt. Hij bleef even roerloos
liggen. De ambulance kwam, maar gelijk stond vader Middelburg er
ook al. Jack wuifde de ambulance weg en zijn vader zei
bemoedigend: ,,Vooruit jong, laat je moeder eens zien dat je
lopen kan". Onfortuinlijk liep het een keer af in Oirschot (1976),
waar hij plotseling door de remmen van zijn motor schoot. In
zorgwekkende toestand werd hij opgenomen in het ziekenhuis van
Boxtel. Hij verging van de pijn, maar de nachtzuster reageerde
niet op zijn bellen. ,,Toen heb ik zoveel stampei gemaakt dat ik
de volgende dag moest vertrekken. Met de ambulance werd ik naar
het ziekenhuis in Delft vervoerd. De broeders waren echte
motorsportliefhebbers, zodat ik ze onderweg makkelijk kon
overhalen om - bij wijze van stunt - eerst even bij mijn
schoonmoeder koffie te gaan drinken, want dat mens had net in de
krant gelezen dat ik meer dood dan levend was. Vervolgens nog
even langs huis om wat spulletjes op te halen, maar toen ik in
het ziekenhuis aankwam, voelde ik me toch wel wat moe. Logisch,
want ik had veel te veel bloed verloren. Maar erger was nog, dat
ze me daar vertelden, dat het wel maanden zou duren voor ik weer
zou kunnen rijden. Daar ben ik dus ook maar weer opgestapt en in
de auto van mijn vriend, Hans Valstar, regelrecht naar de
kliniek van dokter Derweduwen in België gegaan. Meer dood dan
levend aangekomen, maar ik was drie weken later wel weer in
training". Jack blijft racen. Wil ooit eens wereldkampioen
worden. ,,Ik hoef niemand te vrezen". ECHT nergens bang
voor? Ja, toch. Jack, de held van het Westland, heeft
watervrees. Hij kan niet zwemmen. Wel vele malen wanhopig
geprobeerd, tot zelfs vorig jaar nog. ,,In het pierebad, met een
zwemvest om. Maar ik ben ermee opgehouden, toen ik mijn knieën
helemaal open had, van dat schuren over de bodem van dat
bassin". En die blessure kon hij er nou net niet meer bij
hebben...
06-07-1980
Grand Prix België, Zolder
4/5 juli 1980,
training 500cc Grand Prix België, circuit Zolder
Rijder
Machine
Tijd
1
Randy Mamola
Suzuki
1'40.41
2
Johnny Cecotto
Yamaha
1'40.87
3
Marco Lucchinelli
Suzuki
1'41.01
4
Franco Uncini
Suzuki
1'41.04
5
Patrick Fernandez
Yamaha
1'41.45
6
Graziano Rossi
Suzuki
1'41.53
7
Kenny Roberts
Yamaha
1'42.26
8
Bernard Fau
Suzuki
1'42.28
9
Graeme Crosby
Suzuki
1'42.58
10
Wil Hartog
Suzuki
1'42.94
11
Carlo Perugini
Suzuki
1'43.02
12
Freddie Spencer
Yamaha
1'43.20
13
Patrick Pons
Yamaha
1'43.35
14
Philippe Coulon
Suzuki
1'43.51
15
Boet van Dulmen
Yamaha
1'43.64
16
Jack Middelburg
Yamaha
1'43.82
17
Kenny Blake
Yamaha
1'43.85
18
Franck Gross
Suzuki
1'43.90
19
Willem Zoet
Suzuki
1'44.11
20
Gianfranco Bonera
Yamaha
1'44.18
21
Dale Singleton
Yamaha
1'44.31
22
Sadao Asami
Yamaha
1'44.32
23
Maurizio Massimiani
Yamaha
1'44.35
24
Jeffrey Sayle
Yamaha
1'44.48
25
Michel Rougerie
Suzuki
1'44.75
26
Markku Matikainen
Yamaha
1'44.77
27
Raymond Roche
Yamaha
1'44.85
28
Klaus Nies
Suzuki
1'44.96
29
Seppo Rossi
Suzuki
1'44.96
30
Gustav Reiner
Suzuki
1'44.98
-
Peter Sjöström
Suzuki
Niet gekwalif.
-
Philippe Chaltin
Suzuki
Niet gekwalif.
-
Hubert Rigal
Suzuki
Niet gekwalif.
-
Henk de Vries
Suzuki
Niet gekwalif.
-
Dave Potter
Suzuki
Niet gekwalif.
-
Christian Estrosi
Suzuki
Niet gekwalif.
-
Steve Parrish
Suzuki
Niet gekwalif.
-
Barry Sheene
Yamaha
Niet gekwalif.
-
Giovanni Pelletier
Morbidelli
Niet gekwalif.
-
Stu Avant
Suzuki
Niet gekwalif.
Schitterende
foto's voor de start van de GP van België op Zolder 1980gemaakt door
mijn Belgische motorsportvriend Willy Dumarey
Een week vol
feest in het Westland en wat huldigingen en interviews later moest er
weer voor de Belgische GP op Zolder aangetreden worden. Vorig jaar was
door een te glad nieuw wegdek de GP van België nog afgekeurd (Francorchamps)
en nu dreigde in eerste instantie hetzelfde te gebeuren op Zolder. Er
mochten nl. 42 coureurs van start gaan en de topcoureurs vonden dit veel
te gevaarlijk vanwege de langzamere deelnemers. Na wat dreigingen om te
staken ging de organisatie uiteindelijk akkoord met een startveld van 30
coureurs. De organisatie had ook veel te veel coureurs tot de trainingen
toegelaten. Drie tot vier keer het aantal wat aan de start mocht
verschijnen. Het betekende wel dat 'good old' Barry Sheene zich niet
wist te kwalificeren! Jack kwam weer door zijn blessure heel slecht weg bij de start
(29e) en begon weer net als in Assen direct een inhaalrace. Tijdens de
eerste ronde al echter viel Patrick Fernandez (Fr) midden in het
deelnemersveld en er duikelden diverse motoren en coureurs over hem
heen. En helaas één van hen was Jack. Zo was deze Grand Prix al weer
erg
snel over voor onze Westlander. Jack hield in tegenstelling tot wat
anderen gelukkig niets aan het ongeval over, alleen flink wat schade aan
zijn Yamaha, die ook nog in brand was gevlogen. Ook van zijn motorpak
was weinig over. Randy Mamola won de race voor Marco Lucchinelli en
Kenny Roberts. De eerste Grand Prix overwinning van de kleine Amerikaan.
Het was overigens het GP debuut van het andere Amerikaanse
wonderkind uit Shreveport (Louisiana), Freddie Spencer (zie foto
hierboven, staat voor Boet van Dulmen), hij zou slechts één race rijden om
daarna pas in 1982 weer terug te komen en in 1983 zijn eerste titel te
pakken. Hij zou uitgroeien tot één van de beste coureurs ooit, ook al was
het slechts van korte duur. De zeer gelovige Spencer zou na zijn dubbeltitel (250 en 500cc) in 1985, door valpartijen en het daarmee gepaard
gaande gemis aan zelfvertrouwen nooit meer zijn niveau halen tijdens
zijn "Heintje Davids" terugkeren op de circuits.
Kenny Roberts Freddie
Spencer
"
Jack over
Jack" GP
België, Zolder
Assen 1980.
Over Assen 1980 zou ik een boek kunnen
schrijven en misschien doe ik dat nog wel eens maar op dit
moment is er al zoveel publiciteit in kranten, magazines, op t.v.
en dergelijke geweest, dat ik wil volstaan met jullie te zeggen:
Het was groots!!
Zolder.
Na mijn succes in Assen hebben
mogelijk velen gedacht, dat ik op het circuit van Zolder een
reprise zou geven. Dit pakte helaas helemaal anders uit. Al
tijdens de training kampten we met problemen. Adri, ijverig
bijgestaan door Hans (Valstar), had tot diep in de nacht
gesleuteld om de machine in orde te krijgen. Ik bracht een 16e
trainingstijd op de klokken en dit was wel een bewijs, dat de
moeilijkheden nog niet overwonnen waren. Moeilijkheden zijn er
echter om opgelost te worden en de heren monteurs togen weer aan
het werk. Ik zou haast zeggen zoals te verwachten had ik in de
wedstrijd een slechte start, dus een beetje haast; maar in de
derde bocht lag Patrick Fernandez op de baan. Ik zag een klein
gaatje en gaf gas. Gianfranco Bonera had dat gaatje ook gezien
en tegen elkaar aanrijdend doken we erin. Wonder boven wonder
bleven we allebei overeind. De Fin Eero Hatikainnen, die
schijnbaar niets in de gaten had knalde echter boven op me en
dat was teveel van het goeie! Hoewel ik eraf kwam met een
beschadigde pink was mijn machine in brand gevlogen met als
resultaat een enorme puinhoop. Weg punten voor een goede
klassering! Eén dezer dagen ga ik bij onze redacteur langs om
weer eens bij te praten en hij zal dan wel zorgen, dat jullie
weer wat meer aan de weet komen
In de één na laatste (Bernard Fau) en laatste
ronde (Philippe Coulon)
kwamen deze twee rijders ten val, maar konden verder en goed finishen door het geringe aantal
finishers.
Het
zal wel even duren voor Jack Middelburg, de motorcoureur uit
Honselersdijk, zijn zware 500cc Yamaha bij de start weer aan kan
duwen. Want met het been, dat vorig jaar bij een val in Tolbert,
bij Groningen, verbrijzeld werd, gaat het nog lang niet naar
wens. De ernstige blessure verhindert de winnaar van de Grote
Prijs van Nederland, in Assen, niet om akelig snel te rijden,
dat heeft hij op 29 juni, tijdens de 50ste TT wel laten zien.
Maar starten is een complete ramp! In Drenthe mocht hij, dankzij
zijn formidabele trainingstijd, uit eerste positie vertrekken.
Hij ging als 22e weg.... Zondag, bij de Grote Prijs van België,
op het circuit van Zolder, moest hij zittend starten en de motor
aantrappen. Nu vertrok hij als voorlaatste en vanuit die
ongunstige positie kon hij een botsing met een voorligger, die
ten val kwam, niet vermijden. Ook Jack ging tegen de vlakte en
voor hem was de race over. Het liep goed af, het enige letsel
was een schaafwond aan zijn pink. Nou ja, toen hij zijn horloge
om wilde doen, bleek de hand ook aardig gezwollen. Maar wie zo
nauw kijkt moet niet op een motor stappen. Tijdens het gesprek,
wat wij maandagmorgen (7 juli) met hem hadden, liet hij het pak,
dat hij in Zolder droeg, zien. Het had de klap goed opgevangen,
maar Jack kon het wel afschrijven. En zo'n kledingstuk kost 2000
gulden... ,,Hebben jullie een speciale valtechniek?", was
onze vraag. ,,Niet zo zeer", was het antwoord van Jack en
toen schoot hem een ietwat vermakelijk voorval in gedachten. In
Gilze-Rijen (1977) kwam hij met een snelheid van 200 kilometer
ten val en hij landde nogal gunstig. ,,Ik schoof op mijn kont
over het wegdek", zegt Jack. Zijn zitvlak werd dusdanig
verhit dat het bepaald hinderlijk werd. ,,Toen heb ik me op mijn
zij gedraaid", zegt hij. Overigens was het niet zijn
bedoeling om een grapje over vallen te maken, 't ging even over
de techniek.... Er zijn altijd avonturiers, ontdekkingsreizigers
en waaghalzen geweest, sinds mensenheugenis. Er waren altijd
mensen die zonodig moesten weten wat er achter de horizon lag en
er zullen in de tijd van de Neanderthalers zeker nieuwsgierige
jongens zijn geweest, die even moesten kijken of er nou echt een
beer in dat hol zat. En hedentendage zijn er kleine mensen, die
van een bromfiets dromen en graag zouden ervaren hoe hard je
daarmee kunt rijden. Jack Middelburg kroop toen 'ie 8 jaar was
al op een brommer en op de Kleine Achterweg in Naaldwijk, een
"vrij" laantje, gaf hij vol gas. Toen Jack 9 jaar was
kon hij al autorijden, hij moest dan wel op een kussen gezet
worden, anders zag-ie niks. Jack was bezeten van snelheid, al in
zijn jeugd leverde hij prestaties van formaat, maar daarvoor
hebben ze hem nooit op het stadhuis gehuldigd. Integendeel! We
slaan een aantal jaren over. In 1973 begon Jack zijn motorsportcarrière,
bij de "Zwarte Bond" (NMB). In 1974 werd hij kampioen
in de 750cc klasse, 2e in de 500cc en 3e in de 350cc klasse. In
1975 kwam hij bij de KNMV terecht en toen ging het fout. Een
beenbreuk schakelde hem voor geruime tijd uit en dit gebeurde
een jaar later weer en pas in 1977 kon hij er weer volop
tegenaan. Hij werd kampioen van Nederland in drie klassen: de
350, 500 en de 750cc. In 1978 leverde hij dezelfde prestatie.
Maar dat waren nog maar "flarden van roem". Jack keek
omhoog. Aan de top zitten de Grand-Prix rijders en daar richtte
hij zich op. In 1978 deed hij een beetje ervaring op in Assen,
op de Nürburgring, op Silverstone, Karlskoga (Zweden) en Imola
(Italië). Vorig jaar reed Jack Middelburg het hele jaar Grand
Prix, alleen Venezuela liet hij voor wat het was. Reis- en
verblijfskosten gingen boven zijn begroting. In zijn eerst GP
werd hij 12e, daarna 4x zevende, vervolgens in Zweden tweede en
in Finland vierde. De opgaande lijn was zichtbaar, maar domme
pech in Engeland maakte voorlopig een einde aan de illusies. Bij
de training aldaar brak de krukas van Jack z'n motor en hij
belandde in de hekken. Maar bij de F750 op Assen en in Tolbert
was hij al weer present. In laatstgenoemde plaats gebeurde het
ongeluk, wat hem op een verbrijzeld been kwam te staan. Dit
ongeluk wijt hij aan eigen onvoorzichtigheid. Jack mistte in
1979 drie Grand Prix races (Venezuela, Engeland en Frankrijk),
maar werd wel zevende in het wereldkampioenschap. Zeg maar even
"U" tegen hem! Dit jaar behaalde de rijder in de
eerste drie Grand-Prix geen punt. In Italië kwam hij te laat
aan de start (we hebben niet gevraagd waarom, maar wel gedacht:
,,Hoe kan dat nou?"), In Spanje ging hij als laatste weg,
maar werd toch 15e en in Frankrijk is hij gevallen. En die Jack,
die gehandicapte Jack, die hoopte ondanks alles op succes in
Assen. Wat een man... die wou de 50e TT van Assen winnen, een
mens houdt het niet voor mogelijk. En.. hij won 'm,
onvoorstelbaar! Hij is de eerste om toe te geven dat je om te
winnen wat geluk nodig hebt, maar hij ging wel verschrikkelijk
hard. Goed, dat was dat, als nu maar niemand dacht dat hij ook
de Grote Prijs van België zou pakken, want er zijn meer kapers
op de kust. Zolder werd een flop, maar zonder dat been, om het
zo maar te zeggen, had Jack wel wat laten zien, wees daarvan
overtuigd! Hij zou rust moeten nemen. Hij zou het
genezingsproces in dat been moeten laten vorderen, dat zou hij
moeten...... Maar Jack rijdt dit seizoen nog een internationale
race in Duitsland, de Grand Prix van Finland, Engeland en
Duitsland, een internationale wedstrijd in België en in
Nederland. Het Nederlands kampioenschap? Een vraagteken. Er
liggen ook nog wat uitnodigingen, o.a. uit Italië. En dan, aan
het eind van het seizoen, zal het er toch van moeten komen. Dan
moet er geopereerd worden aan het been en zal er geruime tijd
rust genomen moeten worden. Wij zijn niet ingewijd in de
geheimen van de motorsport. Wij mogen dus alles vragen. Wij
zouden bijna zeggen: ,,Blijf leek, dan leer je nog eens
wat". Vraag: ,,Moet je tijdens een wedstrijd veel
schakelen?" Jack rekent even: ,,Zes versnellingen, zestien
ronden in Assen, zestig à zeventig keer schakelen per
ronde.......meer dan duizend keer!" Vraag: ,,Waar rijden
jullie op? Moet je telkens tanken?" Jack: ,,Je mag alleen
maar op benzine rijden zoals je die bij elke pomp krijgt. Wij
hebben een tank van 25 liter en daarmee rijd je een race uit
(buiten de F750 races). Bij de trainingsritten, die voor
plaatsing gelden, moet je niet meer in de tank doen dan nodig.
Scheelt in gewicht en dus in snelheid". Vraag: ,,Snelheid
vind je overal, ter land, ter zee en in de lucht. Zou je met een
speedboot willen varen of met een straaljager vliegen?"
Jack heeft liever vaste grond onder zijn voeten: andere sporten
die hem interesseren zijn de autosport, skelteren en trial
rijden (met hindernissen). Voor motorcrossen heeft hij geen
belangstelling. En dan komen wij met een paar typische
voetbalvragen: ,,Hoe staat het met de conditietraining, is de
voeding aangepast, waar en hoe vaak wordt er getraind?"
Jack heeft voor zijn ongeluk wel aan de lichamelijke conditie
gesleuteld in een sportschool. Nu komt daar niets van. Wat de
voeding betreft: motorrenners eten niet speciaal. Overigens eet
Jack alleen na de wedstrijd. Trainingsmogelijkheden zijn er niet
veel. Jack trainde regelmatig op Zolder (België). Hij verteld
verder dat hij met een aantal collega's onlangs helemaal naar
Oostenrijk (Salzburgring) is geweest, om twee dagen te oefenen.
Elders was geen circuit vrij. Voor een wedstrijd wordt wel
gedurende twee dagen trainingsritten gehouden, men komt dus niet
aan de start voor eerst eens flink aan de motor geroken te
hebben. In een uurtje kijk je niet door iemand heen, maar
tijdens het gezellige onderhoud, wat we met Jack Middelburg
hadden, kregen we de indruk dat hij geen last meer heeft van
wilde haren. Rustig, vriendelijk, zelfverzekerd, vastberaden, zo
kwam hij op ons over. Hij lijdt heel wat pijn, ons liet hij
niets blijken, maar hij vertelde dat aan iemand, die hem
behandelt en die tijdens ons onderhoud belde. Heel even gaf Jack
zich bloot, toen wij een opmerking maakten over de foto, waarop
hij met burgemeester De Bruin van Naaldwijk en zijn vader
voorkomt. De drie heren dragen elk een ketting, de burgemeester
zijn ambtsketen en Jack en zijn vader iets met een hangertje.
,,Wat hangt er aan jouw kettinkje?", vragen wij, ,,een
talisman?" Maar Jack is niet bijgelovig. ,,Dat is het
eerste tandje van mijn zoon", zei hij en toen hij dat zei
klonk er een zekere mate van ontroering in zijn stem door. Op
dat moment maakte Jack Middelburg minstens zoveel indruk op ons
als toen hij in Assen als eerste door de finish ging........