|
05-08-1979
nationale races Belfeld

 |
|
Belfeld
podium
500cc: Theo van Heugten, Jack & Werner
Juchem (D). |
 |
|
Armin Zeh hier in de F750 nog voor
Jack. |
 |
|
Johan
van Eijk in de 500cc nog voor
Jack. |
In Belfeld reed Jack
tussen de Grand-Prix door nog twee races bij de NMB. De Naaldwijker won voor ongeveer 6.000 toeschouwers de halveliter race en de formuleklasse. In beide races nam
Jack de laatste
startplaats in, omdat hij pas zondagmorgen in Belfeld verscheen,
en dus geen trainingstijd had kunnen zetten. Dit was echter geen beletsel om beide races op zijn naam te
schrijven! In de 500 cc race nam Nico Lentjes bij de start de
koppositie in en wist die twee ronden
lang in handen te houden. Twikler nam daarop de leiding over, maar moest
vijf ronden later buigen voor de opgeklommen Jack Middelburg. De
Naaldwijker zat al drie ronden in de slipstream van de jonge Twikler,
die in de zevende ronde zijn motor onderuit trok onder de druk van
"de Briet". Volgens de helper van Twikler werden echter de
"banden te warm". Twikler had hetzelfde type band gebruikt als
Jack, die geen problemen ermee kende. Met enkele schaafwonden kon hij weer het rennerskwartier opzoeken. In de
Formule-klasse ging het Jack iets moeilijker af; vooral Armin Zeh bood
veel tegenstand, maar uiteindelijk moest ook hij
eraan geloven.
|
47
deelnemers 500cc klasse Belfeld |
| 21. |
Jack
Middelburg |
6. |
Nico Lentjes |
9. |
Werner Juchem |
10. |
Harry
Heutmekers |
| 17. |
Paul Soetens |
18. |
Gerard Kampen |
27. |
Peter Smetsers |
24. |
Floor
Kars |
| 30. |
Henk Twikler |
31. |
Theo van Heugten |
32. |
Johan van Eijk |
35. |
Gerrit Kreder |
| 36. |
Rence van Gemert |
38. |
Arie Hogerwaard |
40. |
Armin
Zeh |
41. |
John van Velzen |
| 42. |
Jan Oostwouder |
43. |
Hans de Wit |
47. |
Joop
Moesbergen |
48. |
Erich Batkowski (D) |
| 50. |
Wim Felen |
51. |
Rolf
Werner Neubarth (D) |
52. |
Fick Tou |
54. |
Adri van Schendel |
| 56. |
Peter Gerards |
57. |
Johan Bakkum |
58. |
Jurgen Beekmann |
59. |
Leo Sprenkels |
| 60. |
Bert Nillessen |
61. |
Riny Roks |
62. |
Jos Bouwes |
63. |
John Schreuder |
| 64. |
Wietse v/d Veen |
69. |
Hans Arnold Knur |
71. |
Rinus Schönhage |
72. |
Kees Geboers |
| 79. |
Edi Duyvelaar |
80. |
Frans Ponse |
81. |
Hans Melis |
83. |
George Philipsen |
| 85. |
Wolfgang Wullen (D) |
88. |
Reinhard Lüders (D) |
89. |
Hans Poolen |
92. |
Jack Dekkers |
| 94. |
Gunter Schlösser
(D) |
99. |
Jan van Asten |
? |
Henk Willems |
|
|
30
deelnemers 750cc klasse Belfeld |
| 21. |
Jack
Middelburg |
2. |
Marco Bonke |
7. |
Dees Bormans |
10. |
Rob
Beute |
| 13. |
Hein Heijnen |
14. |
Jo Scholtze |
15. |
Frans v/d Camp |
19. |
Harrie
v/d Kruijs |
| 20. |
Rob Punt |
24. |
Martin Slinger |
30. |
Rini van Koulil |
39. |
Maurits Hermsen |
| 41. |
Armin Zeh |
42. |
Egon van Kampen |
45. |
Wietse
v/d Veen |
46. |
Fred Bloemink |
| 47. |
Gerrit Bekker |
52. |
Ronald Vos |
53. |
Petje
Gayet |
55. |
Hans Scheufens |
| 57. |
Jack Weezeman |
62. |
Klaus
Baumeister (D) |
63. |
Hans van Deventer |
75. |
Manus v/d Hoven |
| 77. |
Piet v/d Sanden |
78. |
Willem Wassink |
81. |
Johnny Willemsen |
89. |
Rini Broeders |
| 60. |
Bert Nillessen |
92. |
Arie Duijzers |
98. |
Jan Jansen |
63. |
John Schreuder |
| Interview
Jack, Motorsport augustus 1979 |
 |
 |
 |
 |
|
|
Jack
Middelburg: Ik ben verslaafd aan snelheid. |
|
"Edelachtbare, sommige mensen zijn verslaafd aan drugs,
anderen aan alcohol, maar ik ben verslaafd aan
snelheid". Aan het woord was de 27-jarige Naaldwijker
Jack Middelburg, zich verdedigend, toen hij voor de
zoveelste keer moest voorkomen wegens te hard rijden.
Zijn rijbewijs stond op het spel, maar gelukkig had de
rechter begrip voor het feit dat een Grand Prix rijder
absoluut niet zonder dat roze papiertje kan. Maar 250
km. p/u. rijden kan natuurlijk ook niet ongestraft
blijven (ook al had de verbaliserende ambtenaar "slechts
185" genoteerd!) en daar komt nog bij dat het niet de
eerste keer was dat ze Jack gesnapt hadden. Het gevolg
is dat Jack deze winter twee weekjes 'op vakantie' mag.
Dat is één van de nadelen van die snelheidsverslaving.
Dat het ook positieve kanten heeft leest u in
onderstaand verhaal, de story van Jack Middelburg, de
Vliegende Kassenbouwer, alias de Nederlandse Johnny
Cecotto, alias De Naald, alias Jumping Jack! |
|
Op het
moment dat koningin Juliana ter gelegenheid van haar
drie en veertigste verjaardag juist prins Bernard een
moorkop overhandigt, gaat ergens in Naaldwijk, de
slaapkamerdeur van huize Middelburg met een ruk open en
komt de vroedvrouw op een draf naar buiten: "Mijnheer
Middelburg, U hebt een zoon!" We schrijven 30 april
1952. Ongeveer zo'n 21 jaar later lukt het Jack weer om
de mensen in een juichstemming te brengen, als hij voor
het eerst de vaderlandse circuits met zijn aanwezigheid
verblijdt. Hij is op de klassieke manier in de
motorsport gerold, vijftien, zestien jaar telde Jack
toen de eerste opgevoerde brommers de schuur uitreden.
Direct nadat koningin Juliana 61 werd ging Jack zijn
motorrijbewijs halen. Hij werd een hele fanatieke rijder
en het autorijbewijs interesseerde hem aanvankelijk
totaal niet. Elke zondag met vrienden erop uit en niet
zelden was het doel van de reis de motorrace. "Van de
NMB had ik toen nog nooit gehoord!" bekent Jack, "het
waren altijd KNMV wedstrijden die we bezochten. Je wist
van het hele bestaan van de NMB niets af". Tot op een
goede dag hij met een vriend, min of meer bij toeval,
wel een keer bij een race van de "zwarte bond" belandde.
De ongelimiteerde klasse reed er ook en dat zag Jack
helemaal zitten. Veel meerijdende fietsen leken op het
eerste gezicht wel veel op zijn eigen Hondaatje. ,,Dat
kan ik ook", dacht Jack en dezelfde week belde hij het
bondsbureau om eens naar het startbewijs te informeren.
"Stuur maar twee pasfoto's op en kom maar naar de
volgende wedstrijd", klonk het aan de andere kant van de
lijn. Nu was, en is het nog steeds zo, dat je eerst
alleen twee keer mee mag trainen, waarna gekeken wordt
of je de derde keer ook aan de wedstrijd mag meedoen. De
eerste keer was het echter al meteen raak, want Jack
liet de vijfde trainingstijd voor zich noteren. Dat was
in Woudrichem. Het ging goed de eerste wedstrijden. Jack
daarover: "ik kon een man als Tonny van Schijndel meteen
al goed bijhouden op mijn standaard Honda, waarop alleen
een 4 in 1 gemonteerd zat, terwijl Van Schijndel op een
970-cc Special zat.
De prestaties bleven dan ook niet onopgemerkt. Jack
vertelt: "Op een goede dag kwam Kees v/d Kruijs bij me,
om te vragen of ik met hem de 6 uren race van Someren
wilde rijden. Dat was uiteraard niet aan dovemansoren
gezegd en aan deze wedstrijd heb ik tevens mijn eerste
contact met Henk Rekers te danken. We hadden namelijk
voor deze race de beschikking over een door die
Heerlense handelaar geprepareerde machine. Het bleek al
snel dat Kees een goede partner uitgekozen had: vijf en
half uur lag het illustere duo op kop, toen moesten ze
vanwege machinepech de arena verlaten. Maar het contact
met Henk Rekers was gelegd en dat bleek achteraf het
grootste pluspunt van die bewuste wedstrijd. Tot en met
'78 werd Jack op meer dan fantastische wijze geholpen
door Rekers. "Aan hem heb ik vreselijk veel te danken",
zegt Jack en hij vervolgt: "zo'n geweldige vent vind je
maar eens in je leven. Hij maakte er nooit zo'n punt van
als ik er eens afviel. Zijn enige commentaar was vaak:
We knappen de motor wel weer op en dan zien we de
volgende keer wel weer!" Die sponsoring bestond
overigens niet alleen uit het prepareren van het
materiaal, want Rekers maakte er ook geen punt van om
"even" zo'n slordige dertig mille, voor een nieuwe OW31
op tafel te leggen". Dat prepareren bestond overigens
regelmatig uit repareren, want zoals bekend lag Jack er
nogal eens naast. Hij heeft er zelfs zijn beroemde
bijnaam 'Jumping Jack' aan te danken. Als we informeren
naar het aantal botbreuken en kneuzingen blijkt dat
achteraf nogal mee te vallen, zeker als je het grote
aantal valpartijen in aanmerking neemt. Dat neemt niet
weg dat enige lastige blessures hem bij elkaar toch wel
twee seizoenen gekost hebben. "Dat begon in '75",
herinnert Jack zich. "tijdens een vrije training op het
circuit van Zolder brak ik tijdens een val mijn enkel op
vier plaatsen". Veel tijd om op te knappen gunde Jack
zich niet, want al na enkele weken werd de motortraining
al weer hervat. "We gingen weer naar Zolder. Ik kon nog
niet zonder krukken lopen en al na drie ronden lag ik
weer op mijn gezicht: hand gebroken! Ook in het daarop
volgende seizoen was het een keer goed raak. Dat was in
Oirschot, in de drie en half". Hij stopt even met praten
om een ferme lik aan zijn shagje te geven, en vervolgt
,,het was aan het eind v an het lange rechte stuk, net
voor je het bos ingaat. Ik wilde remmen, maar er
gebeurde niets! De volgende dag kon de balans opgemaakt
worden: een gecompliceerde dubbele beenbreuk, twee
gescheurde nieren, gekneusde ribben, een
hersenschudding, schaafwonden en natuurlijk de nodige
blauwe plekken!"
In de volgende seizoenen bleven de ernstige blessures
gelukkig uit, alhoewel Jack nog steeds met grote
regelmaat op de meest artistieke manieren van de motor
af bleef stappen. Dit seizoen begint de controleur van
de ziektewet echter voor het eerst een beetje te
vervreemden aan de Duiventorenstraat 61 (de residentie
van Jack, Petra en Jackie). Jack heeft zich namelijk een
heel wat rustiger (voor zover je met zulke snelheden nog
van rustig kan spreken) rijstijl aangemeten. Om de
aanleiding daarvoor op te sporen moeten we terug naar
Jack's allereerste race dit jaar, te Wijnandsrade. Het
was in de 500cc klasse. Zoals wel vaker voorkomt reed
Jack onbedreigd op kop, toen tegen het einde van de
wedstrijd ene Henk Twikler begon aan te dringen. Wat doe
je dan als je Jack Middelburg heet? Juist, gewoon "even"
wat gas bijgeven. Dat deed hij dan ook prompt, alleen in
de allerlaatste bocht van de laatste ronde net iets meer
dan het door de aanhoudende regen spiegelglad geworden
wegdek toeliet. En daar lag Jack. Terwijl hij Jack
junior welterusten knuffelt, kan hij er zich nog kwaad
over maken. "Superstom natuurlijk, dat had nooit mogen
gebeuren!", verwijt hij zich. "Ik werd er knap ziek van
en besloot het iets kalmer aan te doen dit jaar". Jack
heeft zich dus dit jaar "kalm" naar de wereldtop
toegewerkt! Na die pechjaren '75 en '76 begon Jack in
'77 zijn groothandel in Nederlandse kampioenschappen.
Als alles een beetje meezit dan verovert hij voor de
derde achtereenvolgende maal de titels in de 350, 500 en
750cc klasse, een unieke prestatie, die waarschijnlijk
nooit meer door een andere Nederlandse rijder geëvenaard
zal worden. "Zegt zo'n titel jou eigenlijk nog wat?",
willen we weten. "Natuurlijk", is het antwoord, "het
blijft altijd bijzonder leuk. Je hebt ze gewoon en dat
is iets wat niemand je ooit kan afpakken. Ik vind het
wel jammer dat ik ze heb zonder de concurrentie van Wil
en Boet" Dat neemt niet weg dat Wil en Boet er in '77,
toen Jack voor het eerst de drie titels greep, wel bij
waren, maar toen gewoon hun meerdere in Jack moesten
erkennen. Van de dit jaar nog binnen te halen nationale
titels wordt de 350 het moeilijkst. "Het klinkt
misschien gek, maar het meest zie ik op tegen die
laatste 350cc wedstrijden. Zodra die titel binnen is
wordt de drie en half trouwens verkocht. De omschakeling
van 350 op 500 en 750 wordt gewoon te lastig. Het
snelheidsverschil is te groot en daardoor heb je telkens
andere rempunten. Je kunt nooit optimaal rijden. Neem
nou die kampioenswedstrijd in Oudkarspel, daar zat ik
gewoon vreselijk te stuntelen. Ik remde regelmatig te
vroeg, waarna ik voor de bocht soms gewoon nog gas bij
moest geven. Daarbij trok ik de machine bijna nog een
keer onderuit, terwijl ik op de achterkant van het
circuit al een keer door het gras ging"! Het wordt weer
tijd voor een shaggie. Het was ons opgevallen dat hij
vorig jaar, in Raalte, direct nadat hij uitviel, een
pakje 'Zware van de Weduwe' uit zijn overall wist te
toveren. "Heb je dat altijd bij je?", vroegen we.
"Alleen als ik verwacht pech te krijgen!". Als Jack zijn
shag dan niet zo vaak bij zich heeft, is dat in
hoofdzaak te danken aan één man: Adri v/d Broeke. Adri
is bij Jack in loondienst en dat kost "de Naald" zo'n
duizend gulden per week, waaruit maar weer blijkt dat
het niet allemaal rozengeur en maneschijn is. Dat geld
(bruto bedrag uiteraard, daar moet nog van alles van af)
krijgt Adri niet voor niets, want het in topconditie
houden van drie racers is voorwaar geen sinecure. Maar
het gaat hem tot nu toe altijd nog bijzonder goed af,
maar daarvoor werkt hij volgens Jack wel verschrikkelijk
hard. Adri en Jack kunnen goed met elkaar opschieten,
alhoewel Jack daar wel aan toevoegt dat 'overal wel eens
wat is'. Het is niet moeilijk om je zo'n situatie voor
te stellen. Je zit elkaar, in een betrekkelijk kleine
ruimte, gedurende enkele dagen voortdurend op de lip.
Als monteur werk je voor zo'n GP onder hoogspanning en
dan eindelijk, staan er voor de tijdstraining, twee
fietsen klaar. Jack pakt de eerste en dan na drie
rondjes voorzichtig rijden: vast! Terug naar de pits, je
tweede motor pakken, wat denk je? Na vijf ronden
onderuit. Het hoort er allemaal bij, maar als monteur
krijg je wel de zenuwen! Voor training en wedstrijd
beschikt Jack over twee nagenoeg dezelfde fietsen.
Aanvankelijk waren er drie RG's, een RG2, een RG3 en een
RG4. Na enkele vergeefse pogingen om de '2' te verkopen,
notabene de fiets waarmee hij begin dit jaar "die
lange", zoals hij Wil Hartog noemt, in de Olof races
versloeg, besloot men om met gebruikmaking van de
onderdelen van de '2', de '3' en de '4' tot zoveel
mogelijk identieke fietsen om te bouwen, zodat de
omschakeling van de ene naar de andere fiets, wat je
vaak een paar kostbare trainingsronden kost, zo gering
mogelijk te maken. Een nog lastiger werkje dan het in
één keer goed lezen van de vorige zin, maar dat is Adri
v/d Broeke wel toevertrouwd. Met het sneller maken van
de RG's is het duo (Jack sleutelt zelf overigens nooit
aan de machines) tot nu toe minder succesvol geweest.
Experimenten met speciale Bartol-cilinders hebben al de
nodige hoeveelheden tijd, moeite en vooral geld gekost,
maar werkelijk resultaat hebben ze hiermee nog niet
behaald. Afgezien van wat licht bijgewerkte cilinders,
het gewone werk dus, zijn de motoren nog helemaal
standaard.
Een andere man die een zeer belangrijke rol in het leven
van Jack Middelburg speelt, is manager Jan Muis. Vaak
spits je, vooral al bij het horen van het woord manager,
wantrouwend je oren, maar dat komt alleen door die
privé-achtige verhalen uit de amusementswereld, waar
managers vaak worden omschreven als linke mannetjes die
over de rug van hun pupil snel de schaapjes op het droge
willen hebben. Het tegenovergestelde blijkt bij Jan
Muis. Coureur Jé-em heeft dan ook bijzonder veel
waardering voor de activiteiten van manager Jé-em. "Jan
Muis is erg belangrijk voor me en hij is goud eerlijk!",
vindt Jack. "wat hij allemaal voor me gedaan heeft, daar
kan ik wel een boek over schrijven! En hij wil er nooit
één cent voor hebben! Op initiatief van Boet van Dulmen
hebben we pas samen met Bert Struijk en Willem-Jan
Nooteboom, voor wie hij ook het nodige doet, een nieuwe
caravan voor hem gekocht." Een belangrijk deel van het
Jack Middelburg raceverhaal wordt natuurlijk ingenomen
door het hoofdstuk F&S, de 'makelaar in het groot'
oftewel Ton Fagel. Mede door zijn royale sponsoring kon
Jack een zo professioneel Grand Prix seizoen rijden.
Kwam die sponsoring op een presenteerblaadje
aangedragen? "Zo gemakkelijk ging dat niet", laat Jack
ons weten onder het inschenken van een glaasje likeur,
dat volgens onze waarnemingen het meest weg heeft van
chocolademelk. "via, via ben ik bij Ton Fagel beland.
Verleden jaar steunden ze alleen de 500cc klasse. In dat
eerste jaar kreeg ik 20.000 gulden (ruim 9.000 euro) en
dat terwijl ik al twee RG's gekocht had voor 60.000
(ruim 27.000 euro)!" En dit jaar? "Ik had een budget
gemaakt voor een nationaal seizoen en één voor een Grand
Prix seizoen, kosten respectievelijk 80- en 150.000
gulden (36.000 - 68.000 euro). Binnen tien minuten was
de zaak bij Ton Fagel beklonken. Ik kreeg een contract
voor 150.000 gulden met een optie voor volgend jaar. Ton
Fagel zal er geen spijt van gehad hebben, zeker niet als
je weet dat hij ook enkele autocoureurs steunt die hem
nog heel wat meer kosten. Neem nou zo'n Toine Hezemans.
Rijdt in de BMW M1 klasse zo'n acht wedstrijden per
jaar. Kosten, schrik niet, een half miljoen gulden! En
ga dan eens kijken hoeveel publiciteit F&S daarvoor
teruggekregen heeft. Inderdaad, bar weinig, zeker in
vergelijking met Jack, die bijna elke week goed is voor
een hele pagina! Heel wat minder leuke bijkomstigheid
voor Jack was, dat de grote van het sponsorbedrag
uitgebreid in de kranten vermeld werd. De ambtenaar van
belastingen verslikte zich bijna in zijn kopje slappe
thee, toen hij 's-morgens de krant las, hij rook geld en
moest zoiets gedacht hebben als: "zo, zo, die Middelburg
toch, daar heb ik nog een appeltje mee te schillen!" En
als een bok op de haverkist vloog hij er met zijn
manschappen op af. Jack kwam even lelijk in de fiscale
problemen, maar die behoren tegenwoordig al weer bijna
tot het verleden. Financieel zien de zaken er nu toch
een stuk rooskleuriger uit, omdat Jack nu bezig is met
de oprichting van een B.V., waarin hij samen met Adri
v/d Broeke als werknemer te boek zal staan. Omzet van de
B.V. dit jaar: Hfl. 300.000. Dit jaar wordt er overigens
voor het eerst leuk verdiend aan het racen. "Het heeft
me altijd alleen maar handenvol geld gekost," zegt hij,
"dit jaar kan ik er voor het eerst wat aan overhouden."
Dat heeft hij in hoofdzaak te danken aan zijn goede
prestaties in de Grand Prix. "Had je voor aanvang van
het seizoen gedacht of gehoopt dat het zo goed zou
gaan?" Jack meent het werkelijk als hij zegt: "Absoluut
niet! Ik kwam alleen om wat ervaring op te doen en
misschien hier en daar wat puntjes bij elkaar te
sprokkelen." Die geringe verwachtingen baseerde hij op
de prestaties van het vorige seizoen. "Toen zat ik nooit
bij de eerste tien. De beste wedstrijd reed ik nog in
Duitsland, op de Nűrburgring, waar ik tot kort voor het
einde de tiende plaats bezette, maar in de laatste ronde
nog werd ingehaald door de Duitse kampioen Jűrgen
Steiner. Hoe komt het dat hij dit jaar zo voorin
meedraait? "Misschien is de druk niet zo groot als bij
veel anderen? ik weet eigenlijk niet precies waarom het
nu ineens zoveel beter gaat. Ik rij wel erg ontspannen.
Ik ben ook voor de start totaal niet zenuwachtig, dat
blijkt wel uit de goede starts die ik elke keer heb. Ik
ben bijna elke keer als eerste weg. En als ik eenmaal op
kop lig, dan ga ik me ook absoluut niet forceren om op
kop te blijven, maar ik houd gewoon mijn eigen tempo
aan. Op die manier ben ik al vaak afgezakt naar een
achtste, negende plaats, maar wel in de wetenschap dat
er tijdens de rit meestal wel een paar man af- of
uitvallen. Die tweede plaats in Zweden was natuurlijk
helemaal te gek!"
Onvermijdelijk kom je dan op het onderwerp
fabrieksmateriaal. Volgens sommigen nog slechts een
kwestie van tijd. Hoe ziet Jack zelf zijn kansen? "Tot
nu toe heb ik nog geen enkel aanbod gehad. Maar als je
het goed bekijkt kunnen ze eigenlijk niet meer om me
heen. Er zijn vier privé-rijders die regelmatig voorin
zitten. Boet is eigenlijk te oud. Coulin en Uncini
rijden te wisselvallig en bovendien te geforceerd". En
een Nederlands Suzukiteam? "Ik weet het eigenlijk niet,
je zit dan met stalorders. Het gaat nu op mijn
privé-fiets toch ook erg lekker?" En hij vervolgt met:
"Ik zou wel bij Barry (Sheene) in het team willen, met
hem kan ik goed opschieten". Het is duidelijk, Jack
hoeft niet zonodig. Als de kans op fabrieksmateriaal
komt, dan zal hij deze uiteraard met beide handen
aangrijpen, zo niet dan gaat hij op dezelfde voet door,
waarbij hij zichzelf zal concentreren op de klassen 500
en 750cc. Een extra bewijs voor het kunnen van Jack werd
onlangs geleverd door het Engelse motorblad 'Motor Cycle
News', waar Barry Sheene in zijn kolom, onder een grote
foto van Jack, schreef: "Watch out for this man!" Kun je
je een mooier compliment voorstellen? |
|
Juist
voor de redactionele afsluittermijn van dit nummer,
ontvingen wij het vervelende bericht dat Jack in de
laatste tijdtraining voor de GP in Silverstone dermate
hard gevallen was, dat hij zijn scheenbeen op twee
plaatsen brak en daarnaast enkele middenhandsbeentjes.
Hoewel hij direct zijn koffers heeft gepakt om de reis
naar Mol België (Dr. Derweduwen) te aanvaarden, is de
deelname aan de races in Twello natuurlijk wel op losse
schroeven komen te staan. Jack en Dr. Derweduwen
kennende zullen ze er echter wel alles aan doen om Jack
zo snel mogelijk weer op de motor te laten kruipen, dus
wie weet? Van onze kant in ieder geval van harte
beterschap Jack! |

 |
|
Telegraaf
08-08-1979 |
De dag na thuiskomst van Jack stond er
op de voorpagina van de Telegraaf een foto met een interview met Jack.
Men was aan de deur geweest met een arrestatiebevel. Jack moest nog een
gevangenisstraf uitzitten voor herhaaldelijke snelheidsovertredingen op
de openbare weg en de justitie wilde dat hij die nu uit ging zitten. Dit
terwijl de afspraak was dat hij dit in de wintermaanden zou gaan doen.
Echter de GP van Silverstone in Engeland stond voor de deur en na enige
onderhandelingen kon hij daar toch aan gaan deelnemen. Achteraf hadden
ze hem echter beter op kunnen sluiten, want tijdens de training in
Engeland op 11 augustus 1979 kwam Jack door een vastloper, de tweede tijdens
de trainingen, voor een
bocht, zwaar ten val
en liep daarbij een dubbele scheenbeenbreuk, dubbele handbreuk en
diverse andere verwondingen op. De krukas van Jack's motor was door
onverklaarbare redenen gebroken en Adri was daar goed ziek van. Hij liet
zelfs het materiaal van de krukas met röntgenstralen onderzoeken, om
achter de oorzaak te komen. In eerste instantie leek het na de val
nogal mee te vallen, Boet kwam in de pits en zei dat Jack zat te zwaaien
naar hem en Wil Hartog had hem al zien lopen. Terug in de caravan begon
Jack's hand erg op te zwellen en hij besloot er toch maar even naar te
laten kijken. Daar werd zijn hand gezet en ontdekte men de dubbele
beenbreuk. Hier had hij echter niet eens over geklaagd! Weer moest Jack zich melden bij de
Belgische orthopedische chirurg Joan Derweduwen, de wonderchirurg uit
Mol waar vele motorsport- , wielren- en motorcrosscoryfeeën hun
blessures lieten behandelen. Deze man was inmiddels een vriend van Jack
geworden, want helaas moest Jack zich nogal eens bij hem melden. De
chirurg had een speciaal plekje voor Jack in zijn hart en sprak altijd
met ontzag over Jack zijn incasseringsvermogen en hardheid. Ik heb zelf
door Jack ook het genoegen gehad om deze man te ontmoeten. Ik ben een
keer met Jack mee geweest naar België. Jack was nogal een warhoofd en was
iets vergeten. Halverwege gingen we dus als een raket weer terug naar
huis. In de beruchte bocht na de Beneluxtunnel brak er een ophanging van
de achteras en die kwam er scheef onder vandaan. En dan te weten hoe hard
Jack deze bocht nam......... Enfin, auto omgeruild door Hans Valstar en weer op weg. Bij
de woning van Derweduwen aangekomen, hij hield praktijk aan huis, zaten
de mensen buiten in de tuin te wachten voor het spreekuur! Zo druk was
het, maar Jack ging via de achteringang en we werden direct geholpen. Na
wat grappen en grollen waren we in een mum van tijd weer op de
terugweg. Derweduwen
overleed begin 1984 op slechts 45-jarige leeftijd, na een strijd tegen een slopende ziekte.
Door de doktoren in Engeland was het na de crash streng afgeraden om te
worden vervoerd, maar Jack stond er op om naar de Belg te gaan. Er was
voor Jack nl. maar één persoon die aan hem mocht
"sleutelen".
Er kwam in Nederland, vooral via de
pers, Telegraaf en Algemeen Dagblad, steeds meer discussie over de
professionaliteit van de KNMV. Men vond dat de motorsportbond er niets
mee deed dat ze op dat moment drie absolute wereldtoppers hadden. Steeds
hardnekkiger werd bewezen dat men zich eigenlijk totaal niet
interesseerde voor de drie Nederlandse "musketiers". De
toeschouwersaantallen vlogen omhoog, TT trok records van 140.000 mensen
en de coureurs, die dit jaar de Grand-Prix racerij op hun kop zetten,
zagen daar niets voor terug. Alleen maar verplichtingen. De
organisatoren van de grote Engelse najaarsklassiekers zwermden tijdens
de GP van Silverstone als bijen om een pot honing (in dit geval Jack,
Boet en Wil) en kwamen met steeds betere voorstellen. De best begeleide
coureur krijgt dan het grootste brok uit de ruif, terwijl de rest het
met stukken minder moest doen. Erger was nog dat onze toppers, door
gemakzucht van de KNMV, nu grote kansen misten. Er werd onderhandeld
over combinatiewedstrijden voor landenteams in Frankrijk en Engeland (september) en Italië
(oktober). Dat ging om de AGV-cup, een nieuw initiatief. Elk land
startte met zijn topselectie voor de strijd van een manche tegen een
ander land en hiervan werd een klassement gemaakt. Hier was uiteraard
veel geld mee te verdienen en vandaar dat landen zoals Amerika,
Engeland, Italië, Frankrijk en de "rest van de wereld",
gegarandeerd in de sterkste opstelling deelnamen. Door de recente
successen van de Nederlanders (met z'n drieën bij de beste zeven
coureurs van de wereld) waren ze zeer in trek en de organisaties wilden
ook graag een Nederlands team, maar andere landen probeerden Nederland
voorbij te streven en een Nederlandse afvaardiging van de KNMV was
nergens te bekennen om de belangen te verdedigen, dus ging de aanbieding
naar andere landen. Dit gebeurde ook heel vaak met Nederlandse coureurs
die naar een GP afreisden en zelf geen startbewijs konden bemachtigen,
heel vaak was er dan ook geen vertegenwoordiger van de Nederlandse
motorbond om dit dan wel te regelen. Je moest dan
wel zeven coureurs hebben voor een team in de AGV-cup, maar een Willem
Zoet en een Henk de Vries waren ook wel bereid om aan zulke prestigieuze
races mee te werken, en de jeugd kon zo ook wat ervaring op doen, maar
tja, de KNMV..... Alle drie onze toppers kregen nu een uitnodiging voor
het team "rest van de wereld". Echter op de dag van de eerste
race stonden ook de races in Maastricht op het programma, voor het
Nederlands kampioenschap en daar moest Jack aan deelnemen. Wil en Boet
namen uiteindelijk wel de uitnodiging aan en het team van de "rest van de wereld",
bestaande verder uit: Johnny Cecotto, Gregg Hansford, Graeme Crosby,
Jeff Sayle en Philippe Coulon met Michel Frutschi als reserve. Jack zou
uiteindelijk ook meegedaan hebben, maar was geblesseerd. Hij stond wel
opgesteld in het programmablad van de race op 23 september op Donington
Park.
 |
 |
 |
|
AGV-
Nation cup races |
Deel
team "rest van de wereld". |
Deel
team Italië |
. Ook
gingen er stemmen op (vooral veel geruchten, zoals zo vaak) om een
compleet team om Jack, Wil en Boet te bouwen en dan zo te kijken of er
een mogelijkheid was om ook voor Jack en Boet sneller materiaal te
krijgen. Het team zou dan wel
om Hartog gebouwd moeten worden, die al fabrieksmachines bereed.
Fabrieksrijder Wil Hartog zag vooralsnog geen team van Nederlandse
coureurs zitten. Wellicht ook vanwege het feit dat de relatie met Van
Dulmen zeker niet optimaal was. Hij vond ook dat elke coureur
super-individueel was en dat dat al problemen zou geven. Van
Dulmen zag het absoluut niet zitten, zeker niet als er met een kopman en
knechten gereden zou moeten worden. Zijn karakter was daar ook absoluut
niet naar. Van Dulmen: ,,Hartog? Als ik 'm eraf kan rijden, zal ik het
niet nalaten. Je hoeft van Hartog geen hulp te verwachten als je in de
moeilijkheden zit".
Jack wist ook weinig van deze
geruchten die het hele seizoen al de ronde deden en had er niet veel
vertrouwen in. In zijn ogen moest je, mocht het van de grond komen, de
teamleden wel ieder voor zichzelf laten rijden en niet als knechten voor
een ander. Hij zou er geen bezwaar tegen hebben om in een later stadium
van het seizoen voor één van de andere twee te moeten rijden. Hij zou
echter wel liever met een buitenlandse coureur in een team terecht
komen. Hij zei verder dat hij geen problemen had met Hartog, maar dat
dat misschien ook kwam omdat hij nog niet zo lang meedraaide in het
Grand-Prix wereldje. Van horen zeggen zou Hartog nogal vervelend zijn
geweest in het verleden, maar hij had geen last van hem (en zou dat ook
nooit krijgen, hoewel tegenpolen konden ze het prima met elkaar vinden).
12-08-1979
Grand Prix Engeland, Silverstone

De Grand Prix op Silverstone
was overigens de comeback van Honda in de Formule I van de motorsport. Takazumi
Katayama en Mick
Grant bereden de nieuwe fabrieksracers van het grote motormerk.
Honda verscheen met een zeer indrukwekkende stal in Silverstone en de
laatste GP op Le Mans. De comeback van dit seizoen met de NR-500
viertakt was nog geen succes, Grant ging in de eerste ronde onderuit en zag
zijn dure machine in vlammen opgaan en Katayama zocht na 3 ronden de
pits weer op. Later zou Honda weer zeer succesvol worden
in de GP-racerij, maar dan wel met een tweetakt driecilinder. Grant en Katayama
waren echter nog niet zo succesvol op dat moment.

 |
|
Boet,
Wil en Jack ondertekenen contract 'World Series', waar
uiteindelijk niets van terecht kwam. |
Ook werden er in
Engeland plannen gesmeed om met ingang van het seizoen 1980 World Serie
wedstrijden te gaan rijden buiten de F.I.M. om. Initiatiefnemer van deze
races waren vooral Kenny Roberts, Virginio Ferrari, Wil Hartog en Barry Sheene samen met een Engelse journalist, Barry
Coleman, die de Bernie Ecclestone van de wegrace Grand-Prix wilde worden
en dan vooral met het financiële gewin. Ook Jack had uiteindelijk, samen
met Wil Hartog (ook groot voorstander) en Boet van Dulmen, zijn handtekening gezet,
aangezien er met deze races aanzienlijk meer was te verdienen dan in de
Grand-Prix-racerij en dit vooral voor de privé-coureurs van groot belang
was. Uiteindelijk kwamen de plannen niet van de grond, mede door het
gebrek aan sponsoring en veel tegenwerking. Het enige dat de coureurs in
principe wilden was niet afgescheept worden met een paar piek. Dat
gebeurde echter wel, de organisaties verdienden heel veel geld aan de
honderdduizenden toeschouwers en de coureurs werden afgescheept en
mochten blij wezen dat ze deel mochten nemen aan de races, volgens de
organisaties. De groep die zich wilden afzonderen, bestond uit 50
coureurs en het was de bedoeling om 12 races te organiseren in twee
klassen, de 250cc en 500cc, die dan als Formule I en II door het leven
zouden gaan. Voor de nummers 1 t/m 20 zouden veel meer ontvangen als dat
men het in de Grand Prix deed. Nu verdiende je met een overwinning in de
koningsklasse, 4000 gulden en dat zou in de 'World Series' 90.000 moeten
gaan worden! Een groot verschil derhalve. Echter de organisator van de 'World
Series', de 'World Series Motorcycle Racing Ltd., de firma van Kenny
Roberts en Barry Coleman, kreeg de fabrieken uiteindelijk niet achter
zich, na eerdere toezeggingen en ook de circuits waren op een gegeven
ogenblik niet meer happig. Dit resulteerde erin dat steeds meer coureurs
zich terugtrokken uit de 'World Series' en besloten bij de F.I.M. te
blijven.
 |
 |
|
© MOTOR Magazine |
| Deel
handtekeningenlijst 'World Series', met o.a: |
 |
-
Kenny
Roberts
-
Barry
Sheene
-
Jack
Middelburg
-
Wil
Hartog
-
Virginio
Ferrari
-
Gregg
Hansford
-
Boet
van Dulmen
-
Johnny
Cecotto
-
Kork
Ballington
-
Graziano
Rossi
-
Philippe
Coulon
|
- Randy Mamola
- Marco
Lucchinelli
-
Michel
Frutschi
-
Gianfranco
Bobera
-
Franco
Uncini
-
Harold
Bartol
-
Christian
Estrosi
-
Michel
Rougerie
-
Patrick
Pons
-
John
Newbold
-
Paolo
Pileri
|

|
Deelnemers
500cc Grand Prix Silverstone 1979 |
|
01. |
Kenny Roberts (USA) |
10. |
Michel Rougerie (F) |
19. |
Christian Sarron (F) |
27. |
Roberto
Pietri (Ven) |
35. |
George Fogarty (GB) |
43. |
John Newbold (GB) |
| 2. |
Mick Grant (GB) |
11. |
Virginio Ferrari (I) |
20. |
Boet van Dulmen |
28. |
Jack Middelburg |
36. |
Josef Hage (D) |
44. |
Graziano Rossi (I) |
| 3. |
Wil Hartog |
12. |
Franco Uncini (I) |
21. |
Carlo Prati (I) |
29. |
Sergio Pellandini (CH) |
37. |
Roger Marshall (GB) |
45. |
Rod Scivyer (GB) |
| 4. |
Johnny Cecotto (Ven) |
13. |
Odd Arne Lände (N) |
22. |
Bernard Fau (F) |
30. |
Giovanni Pelletier (I) |
38. |
Alex George (GB) |
46. |
Seppo Rossi (SF) |
| 5. |
Takazumi Katayama (J) |
14. |
Ron Haslam (GB) |
23. |
Gary Lingham (GB) |
31. |
Dennis
Ireland (Nzl) |
39. |
Randy Mamola (USA) |
47. |
Tony
Rutter (GB) |
| 6. |
Steve Parrish (GB) |
15. |
Steve Ward (GB) |
24. |
Max
Wiener (A) |
32. |
Börge
Nielsen (DK) |
40. |
Steve Manship (GB) |
48 |
Ikujiro Takai (J) |
| 7. |
Barry Sheene (GB) |
16. |
Peter Sjöström (S) |
25. |
Gerhard Vogt (D) |
33. |
Antonio G Moreno
(ES) |
41. |
Gianni Rolando (I) |
49 |
Keith Huewen (GB) |
| 8. |
Dave Potter (GB) |
17. |
Stan Woods (GB) |
26. |
John Woodley (Nzl) |
34. |
Gustav
Reiner (D) |
42. |
Gianfranco Bonera (I) |
50. |
Lennart Bäckström
(S) |
| 9. |
Marco Lucchinelli (I) |
18. |
Philippe Coulon (CH) |
Philippe Coulon (CH) |
53. |
Henk
de Vries |

 |
|
Podium
500cc Silverstone: Wil Hartog (3e), Kenny Roberts (1e) en Barry Sheene
(2e). |
 |
|
© MOTOR Magazine |
De
trainingen verliepen voor de Nederlanders bepaald niet zorgeloos.
Vrijdagmiddag betrapten we Wil Hartog, zorgelijk kijkend, in de pits.
"Het vermogen is beter dan ooit en ik heb geprobeerd zo hard
mogelijk te gaan. Maar Kenny is niettemin bijna twee seconden sneller. Ik
weet niet waar ik die vandaan moet toveren!" Maar zaterdag draaide
de Witte Reus weer als vanouds; hetgeen resulteerde in de derde
trainingstijd achter Kenny Roberts en Johnny Cecotto, die beiden op de
eerste trainingsdag al het ronderecord hadden verbeterd. Ferrari, Sheene,
Takai, Sarron en Rossi maakten verder de eerste startrij vol. Voor Boet
en Jack bracht de training slechts kommer en kwel. Boet had vrijdag af
te rekenen met een vastloper en een kapotte krukas, terwijl Jack een
drijfstang door het carter naar buiten zag komen. Zaterdag in de laatste
training sloeg de pechduivel echter pas goed toe in het Middelburgkamp.
Alles leek goed te gaan - Jack stond achter Boet als elfde op de
startlijst -,
maar
toen
klapte ook het tweede blok. Opnieuw kwam er een drijfstang dwars door
het blok naar buiten, ditmaal echter met fatale afloop. Het achterwiel
blokkeerde onverwachts, Jack vloog de baan uit met hoge snelheid en ruïneerde
niet alleen zijn fiets (alles bij elkaar zo'n 20 mille schade), maar ook
zichzelf. In het ziekenhuis constateerde men enkele gebroken
middenhandsbeentjes, een gescheurd scheenbeen en een lichte
hersenschudding. "M'n hele seizoen naar de knoppen" foeterde
Jack verbitterd over zoveel pech. "Zoiets moet mij natuurlijk weer
treffen. Volgens de Britse artsen ben ik hiermee minstens 6 tot 8 weken
zoet, dus dat betekent de laatste GP's missen en een aantal lucratieve F750
races in het buitenland. Misschien dat Dr. Derweduwen er maandag nog wat
aan kan doen", aldus Jack, die zondagmiddag door manager Jan Muis
op het vliegtuig werd gezet (de blessure zou Jack de rest van zijn carrière
parten blijven spelen en hem volgens mij van nog veel meer mooie dingen
afhouden, GP).
Beelden
race op Youtube
|
10/11 augustus 1979,
trainingstijden
500cc Grand Prix
Engeland, circuit Silverstone |
|
Pos |
Rijder |
Machine |
Tijd |
Verschil |
|
1 |
Kenny Roberts |
Yamaha |
1'29.81 |
- |
|
2 |
Johnny Cecotto |
Yamaha |
1'30.72 |
0.91 |
|
3 |
Wil Hartog |
Suzuki |
1'31.10 |
1.29 |
|
4 |
Virginio Ferrari |
Suzuki |
1'31.14 |
1.33 |
|
5 |
Barry Sheene |
Suzuki |
1'31.53 |
1.72 |
|
6 |
Ikujiro Takai |
Yamaha |
1'31.77 |
1.96 |
|
7 |
Christian Sarron |
Yamaha |
1'31.97 |
2.16 |
|
8 |
Graziano Rossi |
Morbidelli |
1'32.06 |
2.25 |
|
9 |
Dave Potter |
Yamaha |
1'32.12 |
2.31 |
|
10 |
Boet van Dulmen |
Suzuki |
1'32.21 |
2.40 |
|
11 |
Jack Middelburg |
Suzuki |
1'32.33 |
2.52 |
|
12 |
Franco Uncini |
Suzuki |
1'32.37 |
2.56 |
|
13 |
Philippe Coulon |
Suzuki |
1'32.57 |
2.76 |
|
14 |
Steve Parrish |
Suzuki |
1'32.60 |
2.79 |
|
15 |
Randy Mamola |
Suzuki |
1'32.93 |
3.12 |
|
16 |
Michel Rougerie |
Suzuki |
1'32.97 |
3.16 |
|
17 |
Marco Lucchinelli |
Suzuki |
1'33.17 |
3.36 |
|
18 |
Corrado Tuzii |
Suzuki |
1'33.36 |
3.55 |
|
19 |
John Newbold |
Suzuki |
1'33.51 |
3.70 |
|
20 |
John Woodley |
Suzuki |
1'33.53 |
3.72 |
|
21 |
Stan Woods |
Suzuki |
1'33.76 |
3.95 |
|
22 |
Dennis Ireland |
Suzuki |
1'33.98 |
4.17 |
|
23 |
Gianni Rolando |
Suzuki |
1'34.02 |
4.21 |
|
24 |
Tony Rutter |
Suzuki |
1'34.11 |
4.30 |
|
25 |
Alex George |
Cagiva |
1'34.17 |
4.36 |
|
26 |
Carlo Perugini |
Suzuki |
1'34.22 |
4.41 |
|
27 |
Russell Wood |
Suzuki |
1'34.58 |
4.77 |
|
28 |
Ron Haslam |
Suzuki |
1'34.81 |
5.00 |
|
29 |
Josef Hage |
Suzuki |
1'34.99 |
5.18 |
|
30 |
Peter Sjöström |
Suzuki |
1'35.24 |
5.43 |
|
31 |
Roberto Pietri |
Suzuki |
1'35.30 |
5.49 |
|
32 |
Giovanni Pelletier |
Suzuki |
1'35.32 |
5.51 |
|
33 |
Gary Lingham |
Suzuki |
1'35.64 |
5.83 |
|
34 |
Henk de Vries |
Suzuki |
1'35.99 |
6.18 |
|
35 |
Seppo Rossi |
Suzuki |
1'39.04 |
9.23 |
|
36 |
Steve Ward |
Suzuki |
1'36.10 |
6.29 |
|
37 |
Lennart Bäckström |
Suzuki |
1'36.63 |
6.82 |
|
38 |
Takazumi Katayama |
Honda |
1'36.66 |
6.85 |
|
39 |
Rod Scivyer |
Suzuki |
1'36.80 |
6.99 |
|
40 |
Max Wiener |
Suzuki |
1'37.20 |
7.39 |
|
- |
George Fogarty |
Suzuki |
1'37.35 |
7.54 |
|
- |
Keith Huewen |
Yamaha |
1'37.57 |
7.76 |
|
- |
Roger Marshall |
Suzuki |
1'37.64 |
7.83 |
|
- |
Toni Garcia |
Suzuki |
1'37.89 |
8.08 |
|
- |
Gerhard Vogt |
Suzuki |
1'37.90 |
8.09 |
|
- |
Mick Grant |
Honda |
1'37.90 |
8.09 |
Ik was samen met een toenmalige vriendin,
zus van Jack, met een busgezelschap afgereisd naar Engeland voor de GP op
Silverstone.
Zaterdagmorgen vroeg kwamen we aan bij ons hotel in Londen. We zouden de
hele dag in Londen doorbrengen en op zondag naar het circuit afreizen.
Wij de hele dag Londen in geweest, waren er nog nooit geweest, dus in
een dag proberen alles te zien uiteraard. Madame Tussaud, Tower Bridge, The
Big Ben, Buckingham Palace, etc., alles bekeken en rond middernacht kwamen we
afgezadeld in het hotel aan en vielen 'direct' als een blok in slaap. Toen ik 's-morgens wakker werd, hoorde ik
dat mijn vriendin onder de douche stond. Ik keek hoe laat het was en
keek nogmaals, want als de tijd klopte was de bus een uur daarvoor
weggereden! Ik vloog uit bed en waar ik normaal flink de tijd nodig heb
om wakker te worden, was dit nu totaal geen probleem. Beneden bij de
receptie bleek dat de bus inderdaad een uur geleden was vertrokken. Wat
was het geval: we hadden bij het inchecken gevraagd om gewekt te worden.
Echter bij onze kamer aangekomen stonden daar drie stellen, waarvan er
twee naast elkaar sliepen en de derde een stuk verder, deze vroegen of wij
wilden ruilen van kamer. Dat was geen probleem, alleen vergaten wij dat
we gewekt wilden worden . Er was dus wel naar onze kamer gebeld, alleen
was dat onze kamer niet meer... Daar zaten we dan, 18 jaar en midden in Londen op een
paar honderd kilometer van Silverstone .
Wij taxi gebeld en naar dichtstbijzijnde politiestation. Een paar
telefoontjes later met o.a. reisbureau, men raadde ons aan terug te gaan
naar de boot en hier een uurtje of 10 op de bus te gaan wachten. Hier
wilden we maar niet aan gaan beginnen. We konden terugrijden met de
ouders van Jack naar Nederland, dus dat leek ons een beter idee. Tijdens
de telefoontjes kwamen we er ook achter dat Jack het zware ongeluk had
gehad in de trainingen en op dat moment op weg was naar het vliegveld,
dus dat maakte ons humeur er ook niet beter op. Politie
was zo vriendelijk (super) om een reisschema te maken en bracht ons
netjes naar het dichtstbijzijnde station. De rest zal ik je maar
besparen. Een uur of 7 en vele metro's, treinen en taxi's later kwamen
wij aan op Silverstone, waar net de laatste race werd afgevlagd. Dat was
mijn eerste kennismaking met Silverstone.....
Hier
een link naar volledig verslag van Silverstone
|
12 augustus 1979,
uitslag 500cc Grand Prix
Engeland, circuit Silverstone |
|
500cc (28
ronden) |
| 1. |
Kenny
Roberts |
USA |
Yamaha |
42.56.72 |
| 2. |
Barry
Sheene |
GB |
Suzuki |
42.56.75 |
| 3. |
Wil
Hartog |
NL |
Suzuki |
43.01.69 |
| 4. |
Virginio Ferrari |
I |
Suzuki |
43.32.00 |
| 5. |
Boet van Dulmen
|
NL |
Suzuki |
43.33.54 |
| 6. |
Christian Sarron |
F |
Yamaha |
43.37.37 |
| 7. |
Franco
Uncini |
I |
Suzuki |
43.47.81 |
| 8. |
Philippe Coulon |
CH |
Suzuki |
43.47.97 |
| 9. |
Marco Lucchinelli |
I |
Suzuki |
43.53.51 |
| 10. |
John Newbold |
GB |
Suzuki |
44.13.21 |
| 11. |
Carlo
Perugini |
I |
Suzuki |
44.15.00 |
| 12. |
Gianni Rolando |
I |
Suzuki |
44.16.63 |
| 13. |
Peter Sjöström |
S |
Suzuki |
1
ronde |
| 14. |
Steve Ward |
GB |
Suzuki |
1
ronde |
| 15. |
Keith Huewen |
GB |
Yamaha |
1
ronde |
| 16. |
Max Wiener |
A |
Suzuki |
h2
rondene |
| 17. |
George Fogarty |
GB |
Suzuki |
h2
rondene |
| 18. |
Henk
de Vries |
NL |
Suzuki |
h2
rondene |
| 19. |
Corrado Tuzii |
I |
Suzuki |
h2
rondene |
| "
Jack over
Jack" GP
Engeland, Silverstone |
|
Hallo, hier ben ik dan weer. Deze keer
niet zo uitvoerig als anders, want hoewel ik inmiddels uit het ziekenhuis weer thuis ben, doe ik voorlopig alles
nog kalmpjes aan. Even alles op een rijtje zetten. De GP van
Zweden en de GP van Finland zijn voor mij grandioos verlopen.
Een tweede en een vierde plaats. Van die tweede plaats in Zweden
had ik nooit durven dromen, terwijl het in de slotfase van
Finland steeds beter ging. Deze klasseringen brachten uiteraard
wel de nodige puntjes voor het wereldkampioenschap op. Helaas
zette de zo nodige veine niet door. In tegendeel, Silverstone
werd mijn tijdelijke afgang. Bij de training liep het allemaal
al zo lekker niet. Vrijdags bij de eerste training sloeg een
drijfstang door het carter. Heel mijn machine in puin en een
schade van rond de 4000 gulden. Zaterdagmiddag tijdens de
laatste training, net toen ik van plan was de pits weer op te
zoeken, kwam ik voluit rijdende en van zes terugschakelend naar
vier ten val. Weer een gebroken drijfstang. Ik dook over mijn
motor, door drie hekken en knalde tegen de grond. Gevolgen: een
gescheurd scheenbeen, twee gebroken middenhandsbeentjes
(van
mijn rechterhand) en mijn gezicht vol
met glassplinters! En uiteraard een fiets, die total loss was.
Na een eerste medische behandeling in Engeland, ben ik met veel
pijn en op eigen verantwoording, afgereisd naar Mol, naar Dr.
Derweduwen. In deze man heb ik nu eenmaal vertrouwen. En ik heb
het weer bij het goede eind gehad, want momenteel zo’n twaalf
dagen na mijn operatie "loop" ik weer. En als alles
zich positief blijft ontwikkelen (en waarom niet) hoop ik op 9
september a.s. in Assen weer van de partij te zijn. Bijna niet
te geloven, maar toch echt waar! In het artikel "Van de
bestuurstafel" werd er al even aandacht aan besteed; Boet
van Dulmen is bij het F&S-team ingelijfd om de gelederen te
versterken. Dit heeft voor mij, zoals al is gesuggereerd, geen
gevolgen en ik gun het Boetje van harte! Eerst dit seizoen afwerken en
dan gaan we bekijken wat ons volgend jaar te gebeuren staat.
Momenteel bevindt alles zich nog in een ontwikkelingsstadium,
maar zodra ik meer weet zal ik u daar zeker over informeren.
Laat ik besluiten met iedereen te bedanken voor de wijze waarop
men met mij heeft meegeleefd. Hartelijk dank voor uw kaarten,
brieven, fruitmanden en al het anderen, waarmee u mij in de
voorbije periode hebt verrast!
|
| Van
de bestuurstafel |
|
Laten
we beginnen met het goede nieuws. Jack is inmiddels weer thuis
uit het ziekenhuis en herstelt voorspoedig van zijn op
Silverstone opgelopen verwondingen. Uit het feit dat Jack,
overigens op eigen initiatief, toch weer Dr. Derweduwen opzocht
moet geconcludeerd worden, dat zijn verwondingen van dien aard
waren, dat specifieke behandeling noodzakelijk en gewenst was.
En wederom schijnt de "Bottenman uit Mol" wonderen te
hebben verricht. Als er zich geen complicaties voordoen, rijdt
Jack over enige weken weer op zijn fiets, alhoewel hij van
verschillende kanten te horen heeft gekregen zich niet te
forceren. Zijn zevende plaats in het puntenklassement voor het
wereldkampioenschap kan bijna niet aangetast worden, hetgeen
voor de meesten van ons al ver boven de verwachtingen ligt. Dus
vraag je je af, waarom onnodige risico's te nemen. Beter is de
blik te richten op de toekomst, die er gezien de berichten in de
diverse dagbladen beslist rooskleurig uitziet. In het kort
samengevat behelst dit bericht de mededeling, dat Jack's huidige
sponsor, F. en S., van plan is om voor het volgende seizoen EEN
MILJOEN GULDEN uit te trekken 'voor het sponseren van het duo
Boet van Dulmen-Jack Middelburg! Als je zoiets leest, sta je
toch wel even met je ogen te knipperen en is Jack alleen daarom
al aan zijn sponsor verplicht er voor te zorgen, dat hij
optimaal aan het volgend seizoen kan beginnen. Wat weer niet
wegneemt, dat indien reëel in de mogelijkheid verkerend, hij
aan F. en S. verplicht is, het lopende seizoen naar beste
vermogen af te werken. Jack kennende, zal het hieraan beslist
niet ontbreken, hoewel overmoed hier zeker niet op zijn plaats
is! Recapitulerend mogen we stellen, dat de toekomst er voor
Jack en zijn fans prima voorstaat. Het minder prettige nieuws
is, dat terwijl Jack in het ziekenhuis in Mol lag, zijn 350 cc
machine is gestolen. Deze fiets, speciaal geprepareerd om zijn
drievoudig Nederlands kampioenschap te verdedigen, heeft voor de
dief (of dieven) praktisch geen waarde, tenzij men hem totaal
demonteert. Jammer dat men zich zo verlaagt en een sportman van
allure op een dergelijke wijze dupeert. Onze fanclub en dus ook
ons blad hebben deze maand weer een mijlpaal bereikt; het zesde
levensjaar is inmiddels ingegaan. Met trots durven wij te
zeggen, dat zowel de fanclub als ook ons blad in wijde kring
grote belangstelling genieten. Wij hopen dat ze nog jarenlang,
hand in hand, mogen voortbestaan
Het
bestuur.
|
|
TELEGRAAF,
maandag 13 augustus 1979 |
| ,,Jumping
Jack" per rolstoel naar cel |
| (door
Ron Govaars)
|
|
In een rolstoel en
krimpend van de pijn kwam gisterenmiddag topcoureur Jack
Middelburg, de man die een paar dagen geleden Nederland was
"ontvlucht" om gevangenisstraf te ontlopen, terug op
Schiphol. Door een vastloper tijdens de trainingen van de Grote Prijs
van Engeland waaraan hij
met alle geweld wilde meedoen om zijn eerste Grand-Prix seizoen te
kunnen afronden met een schitterende plaats bij 's-werelds beste
zes/zeven van het WK, was hij van zijn F&S-Suzuki geslingerd,
waardoor hij behalve talrijke kneuzingen ook een gecompliceerde
scheenbeenbreuk had opgelopen en een gebroken middenhandsbeentje.
"Jumping Jack" die veroordeeld was om uitgerekend dit
weekend te gaan zitten wegens te hard rijden met zijn 250 kilometer
p/u snelle Mercedes, maar zich daaraan wist te onttrekken, werd nu
door de omstandigheden veroordeelt om in een rolstoel plaats te nemen.
De doktoren in Engeland hadden hem zelfs absoluut ongeschikt geacht om
vervoerd te worden, maar Middelburg stond erop om door de Belgische
orthopedische chirurg Joan Derweduwen te worden behandeld. ,,Jullie
kunnen hier nu wel doen alsof je wereldkampioenen in je vak bent, maar
voor mij is dat alleen Derweduwen", liet hij de Engelse
geneesheren weten, die hem vervolgens, na het tekenen van een
verklaring dat hen geen blaam trof voor het ontslaan uit het
ziekenhuis, van de gewonde coureur, hem lieten gaan. De Belgische
coureur, vertrouwensman van talrijke coureurs, wielrenners en
voetballers, was uit Engeland ingelicht over de komst van Jack en had
gisterenmiddag om 17.00 uur in het ziekenhuis van Mol, net over de
grens bij Eindhoven, al alles in gereedheid gebracht om met de
operaties, volgens zijn speciale methode, te beginnen, toen ik hem
belde om te laten weten dat er drie vertragingen in het reisschema van
de onfortuinlijke Nederlander waren opgetreden. ,,Wat zal die jongen
nu een pijn hebben", zei hij meewarig. ,,Maar ik hen nog nooit
een patiënt gehad die zo keihard is als hij. Ik heb hem hier wel eens
gehad, nadat hij zich met een open beenbreuk uit een ziekenhuis had
laten ontvoeren, omdat de doktoren hem hadden verteld, dat het zeker
enige maanden ging duren, voordat hij weer zou kunnen rijden. Hij
heeft hier toen na de operatie nog een paar dagen gelegen en ik wist
dat hij heel erge pijn moest hebben, maar ik heb hem geen kik horen
geven". Middelburg, die aan zijn bijnaam komt, vanwege zijn
talrijke spectaculaire crashes in het verleden, maar later vooral zo
genoemd vanwege zijn opzienbarende sprongen omhoog op de
wereldranglijst der coureurs, werd op Schiphol opgewacht door zijn
manager Hans Valstar. ,,Ik weet niet of het mijn schuld was", zei
Jack, ,,maar ik ben wel woedend op mezelf". Hij doelde daarmee op
het feit dat nog maar zelden een motorcoureur zo sterk in de
Grand-Prix racerij is gedebuteerd als hij en dat hij nu niet in staat
zal zijn om zo kort voor het einde van het seizoen het karwei af te
maken. Dokter Derweduwen, gevraagd naar een prognose over de duur van
het genezingsproces, zei: ,,De eerste berichten zijn nogal alarmerend,
maar ik kan natuurlijk niets zeggen voor ik de foto's heb gezien.
Alleen dit, en dat klinkt misschien gek, maar ik heb er geen andere
verklaring voor: de wil om te racen is bij deze man zo sterk, dat hij
sneller geneest dan enig ander!" ,,Zo gauw het gips erom zit ga
ik me melden om die gevangenisstraf, voor dat te hard rijden, uit te
gaan zitten", zei Jack Middelburg met wrange humor. ,,Ik heb er
nu opeens alle tijd voor!" |
02-09-1979
Grand Prix Frankrijk, Le Mans

Het
ongeluk waar Jack niets aan kon doen was extra pijnlijk omdat door
Suzuki de toezegging was gedaan dat Jack voor de laatste GP van
het seizoen op het circuit Le Mans in Frankrijk fabriekssteun zou
krijgen. Later bleek dat Jack's fantastische Grand Prix 500cc
debuutseizoen door de val ten einde was, want in Le Mans zou hij niet
van start kunnen gaan. De tijd van ruim twee weken was zelfs voor Jack te
kort. Wel zou hij de F750 Grand Prix van Assen drie weken later kunnen
rijden. Helaas brak daar een krukas, terwijl Jack aan de leiding reed
tijdens de eerste manche!! De tweede manche startte Jack op de reservemachine
van Boet van Dulmen, maar ook nu moest hij aan de kant met
machineproblemen.
 |
| Boet,
Petra & Jack |
 |
 |
| Boet,
Ton Fagel (F&S) Jack & Petra Middelburg |
Ondertussen besloot Jack's sponsor F & S Properties
voor het komende seizoen ook Jack's toenmalige vriend Boet van Dulmen te
gaan sponsoren. Ze zouden dus een soort van teamgenoten worden,
aangezien ze ook dezelfde manager, Jan Muis, hadden. Later werd
Boet echter benaderd door I.M.N. Yamaha en ging het niet door. De grote
prijs van Le Mans werd dus zonder Jack verreden en gewonnen door Barry
Sheene, voor Randy Mamola, de regerende en nieuwe wereldkampioen
Kenny Roberts, Franco Uncini, Johnny Cecotto en Philippe Coulon.
Aangezien we alles al geregeld hadden om naar Le Mans te gaan, zijn we
ondanks dat Jack niet meedeed toch maar gegaan. Tijdens de race kwam Virginio
Ferrari voor ons spectaculair ten val. Door tijdig ingrijpen
van de arts Claudio Costa, ter plaatse, werd zijn leven gered en kon zijn arm behouden
blijven! Begin jaren tachtig werd er
onder alle coureurs een verkiezing gehouden, wie zij de beste coureur
vonden. Virginio's nummer één was Jack, omdat zoals hij zei: ,als je in
een bocht zit en denkt nu kan er niemand langs en je kijkt opzij, dan
zit Jack naast je!' Het was voor Virginio overigens de 2e keer dit jaar
dat zijn leven werd gered door de mobiele kliniek. Het was hem ook al
overkomen in Imola in mei 1979. De Mobiele kliniek bestond overigens op dat
moment nog niet zo lang. Op 23 April 1972 werd de eerste 200 miles race
georganiseerd in Imola. De race, die door Checco Costa werd
georganiseerd, werd gewonnen door Paul Smart (zwager van Barry Sheene)
op een Ducati. Checco Costa zelf, als voorzitter van de lokale
motorclub, wilde geschikte, geavanceerde medische hulp voor deze
wedstrijden. Hij vroeg zijn zoon Claudio, die in 1967 op de medische
school zijn diploma had behaald, om deze essentiële taak op zich te
nemen, samen met behulp van Dr. Giancarlo Caroli, een reanimatie en
intensive care specialist van het ziekenhuis in Bologna. Alle coureurs
waardeerden dit nieuwe fenomeen. Zij wilden deze zelfde artsen bij alle
races voor het Grand-Prix seizoen. Zo begon het.
 |
|
Kenny
Roberts met dr. Claudio Costa. |
Vijf jaar volgden Dr.
Claudio Costa (van 1972-1976) en zijn team, de gebeurtenissen van
het wereldkampioenschap, als medewerkers van het medisch centrum in
Imola. Maar hun hulp was nog ontoereikend, omdat op
dat moment de menselijke middelen en het materiaal, nog zo
primitief waren dat de coureurs elkaar na valpartijen vaak zelf moesten
helpen. Men stelde, in 1976, voor dat een mobiel voertuig zou moeten
worden aangeschaft, bemand met gespecialiseerde artsen en ander medisch
personeel, om te zorgen voor de coureurs. De eerste Mobiele Kliniek werd
geboren met de financiële hulp van AGV Helmen en de Moto Club Santerno
van Imola. Op 3 Februari 1977, op het Eiland Bendor, dichtbij het
circuit van Paul Ricard van Le Castellet, werd de Mobiele Kliniek in
gebruik genomen, met dr. Costa aan het hoofd. 1 mei 1977, was de dag dat het "kleine reizende
ziekenhuis" voor motorraces, zijn "debuut" op de
Salzburgring in Oostenrijk maakte. Het werd direct een vuurdoop. In de
klasse 250cc, kwamen 5 coureurs zwaar ten val in de snelste en
gevaarlijkste bocht van het circuit: Franco Uncini, Johnny Cecotto,
Dieter Braun, Patrick Fernandez en Hans Stadelman. Zij raakten allen
zeer ernstig gewond, de Duitser Stadelman zou aan zijn verwondingen
bezwijken. De artsen redden wel Franco Uncini ter plekke het leven. Ook
de redding van Philippe Coulon in Anderstorp in Zweden was er één die
velen bij zou blijven. In 1978 werd ook het leven van de Fransman Michel
Rougerie op het circuit gered, helaas zou hij in 1981 toch nog omkomen
tijdens het uitoefenen van zijn motorsport. Door de jaren heen werd de
uitrusting van de mobiele kliniek van dr. Costa steeds uitgebreider. Op
een gegeven ogenblik kon hij medisch gezien alles aan, een simpele
kneuzing tot levensreddende operaties. Jaren lang moest men echter
werken met alleen financiële ondersteuning van de Italiaanse bond en
donaties van de top-coureurs en wat kleine sponsors. Dit was
ongelofelijk, maar het zou tot in de jaren '90 duren eer de IRTA mee zou
gaan betalen. Er waren zelfs jarenlang diverse landen waar de mobiele
kliniek zelfs niet welkom was, zoals Zweden, Oostenrijk en Spanje.

 |
 |
 |
 |
| Gregg
Hansford (1952-1995) |
Barry
Sheene (1950-2003) |
Michel
Rougerie (1950-1981) |
Franco
Uncini |
 |
 |
| 1979
Le Mans, ik kwam toevallig voorbij toen men een foto ging maken
van het nieuw opgerichte "La Pernod" team, met diverse
Franse topcoureurs: Linker foto Patrick Fernandez (2e van links
staand), Olivier Chevallier*
(staand met
helm), Michel
Rougerie**
(buitenste rechts staand), Guy Bertin (zittend 1e links) met
naast zich Jacques Bolle. 
|
| *
Olivier
Chevallier (06-02-1949) kwam op 6 april 1980 om het leven
tijdens de 250cc wedstrijd die op Paul Ricard werd verreden in
het weekend dat de Moto Journal 200 werd verreden, op 31-jarige
leeftijd. Tijdens slecht weer kwam hij ten val met 200 km/uur en
knalde met zijn borst tegen een paal van de vanghekken aan. Een
uur later overleed hij in een ziekenhuis in Marseille. |
| **
De op dat
moment eveneens 31-jarige Michel Rougerie (21-04-1950) kwam, op
31-05-1981, ten val in de 350cc klasse van de Joegoslavische GP,
stond in eerste instantie ongedeerd op, had hij
blijven staan was er niets gebeurd, maar nu deed hij een fatale stap.
Zijn land- en teamgenoot Roger Sibilie kon hem niet meer ontwijken en
sleurde hem mee. Exact hetzelfde had Rougerie een jaar eerder
op Silverstone meegemaakt met land- en ook teamgenoot Patrick Pons, maar
toen was het de coureur Rougerie die zijn maat niet kon ontwijken. Nu
was hij zelf het slachtoffer, hoe bedoel je, déjà vu.... |
|
De
uitslag van de 500cc in Frankrijk, met in het rood de
traininsplaats. |
| 1. |
Barry
Sheene (GB) |
8e |
12. |
Henk de Vries |
30e |
Niet
gefinishte rijders:es
|
| 2. |
Randy
Mamola (USA) |
5e |
13. |
Hervé
Guilleux (F) |
16e |
22. |
Max Wiener (A)
|
20e |
Val |
Virginio
Ferrari (I) |
2e |
| 3. |
Kenny
Roberts (USA) |
1e |
14. |
Gianni Rolando (I) |
15e |
|
Carlo Perugini (I)
|
14e |
Pech |
Boet van Dulmen |
12e |
| 4. |
Franco Uncini (I) |
4e |
15. |
Roberto Pietri
(Ven) |
22e |
|
Graziano Rossi (I) |
17e |
|
Christian
Sarron (F) |
9e |
| 5. |
Johnny Cecotto
(Ven) |
3e |
16. |
Gerhard Vogt (D) |
35e |
|
Sergio
Pellandini (CH) |
29e |
|
Dennis
Ireland (NzL) |
21e |
| 6. |
Philippe
Coulon (CH) |
6e |
17. |
Alain
Roethlisberger (CH) |
36e |
|
Lennart
Bäckström (S) |
33e |
|
Marco Lucchinelli (I) |
13e |
| 7. |
Steve Parrish (GB) |
10e |
|
|
|
|
Giovanni Pelletier (I) |
18e |
|
Gustav Reiner
(D) |
25e |
| 8. |
Michel
Rougerie (F) |
11e |
|
|
|
|
Franck Gross
(F) |
24e |
|
Leandro Beccheroni (I) |
31e |
| 9. |
John
Woodley (Nzl) |
23e |
|
|
|
|
Börge Nielsen (DK) |
34e |
|
Josef Hage (D) |
28e |
| 10. |
Peter
Sjöström (S) |
27e |
|
|
|
Pech |
Willem Zoet |
19e |
Pech |
Wil Hartog |
7e |
| 11. |
Seppo
Rossi (SF) |
26e |
|
|
|
|
Michel Rastel
(F) |
32e |
|
|
|
Beelden
race op Youtube
 |
|
Begin
van de 500cc Le Mans: Barry
Sheene voor Virginio Ferrari (#11), Kenny Roberts (#1), Randy
Mamola (#41), Franco Uncini (verscholen), Johnny Cecotto (#4), Giovannie
Pelletier (#45), Steve Parrish (#12), Roberto Pietri, Philippe Coulon,
Christian Sarron en Michel Rougerie. |
 |
 |
|
250cc:
Frans onderonsje, Jean Lafond voor Raymond Roche en Roland
Freymond. Ze gingen in omgekeerde volgorde over de finish als
10e, 11e en 12e. |
 |
|
De
eerst drie van de 350cc: v.l.n.r. Roland Freymond (2e), Patrick
Fernandez (1e), Walter Villa (3e). |
|
|
Begin
van de 350cc Le Mans: Kork Ballington op kop voor Eric Saul (#21),
Patrick Fernandez (#8), Pekka Nurmi (#49), Graeme MacGregor (#43), Gregg Hansford (#3),
Patrick Pons (#18), Hervé Guilleux (#40), Michel Frutschi (#39),
Etienne Geeraerdt (#63), Pentti
Korhonen (#11) en Anton Mang (#17). |
09-09-1979
Formule 750, Assen
Jack
& Adri

|
Trainingstijden
F750cc klasse Assen 1979, de tijden zijn de snelste in de
betreffende trainingssessie. |
|
Positie |
Rijder |
1e
trainingssessie |
2e
trainingssessie |
3e
trainingssessie |
4e
trainingssessie |
|
1. |
Johnny Cecotto |
3.00.3 |
2.54.2 |
2.57.8 |
2.55.8 |
|
2. |
Boet van Dulmen |
3.03.1 |
2.59.5 |
3.02.2 |
2.56.6 |
|
3. |
Michel Frutschi |
3.04.9 |
3.00.3 |
3.22.9 |
2.57.6 |
|
4. |
Jack Middelburg |
3.18.2 |
3.01.4 |
3.04.4 |
2.58.2 |
|
5. |
Sadao Asami |
3.12.8 |
3.04.6 |
3.03.4 |
2.58.9 |
|
6. |
Randy Mamola |
3.06.0 |
3.02.1 |
3.01.1 |
2.59.2 |
|
7. |
Markku Matikainen |
3.04.0 |
3.05.8 |
3.03.1 |
2.59.2 |
|
8. |
Philippe Coulon |
3.03.9 |
3.01.5 |
3.04.7 |
2.59.5 |
|
9. |
Wil Hartog |
3.04.3 |
3.02.7 |
3.00.5 |
3.00.1 |
|
10. |
Gregg Hansford |
3.05.6 |
3.01.1 |
3.00.1 |
3.01.8 |
|
11. |
Gianfranco
Bonera |
3.02.4 |
3.02.4 |
3.00.1 |
3.02.2 |
|
12. |
Marco Lucchinelli |
3.46.2 |
3.02.4 |
3.06.4 |
3.00.1 |
|
13. |
Patrick Pons |
3.03.6 |
3.00.4 |
3.04.7 |
3.00.8 |
|
14. |
Raymond Roche |
3.10.5 |
-- |
3.03.3 |
3.01.1 |
|
15. |
Hubert Rigal |
3.02.5 |
3.01.3 |
3.02.2 |
3.01.2 |
|
16. |
Christian Huguet |
3.07.9 |
3.03.0 |
3.02.4 |
3.06.9 |
|
17. |
Henk de Vries |
3.09.8 |
3.04.5 |
3.05.5 |
3.02.4 |
|
18. |
Jean-Paul Boinet |
3.19.9 |
3.07.5 |
3.06.2 |
3.02.5 |
|
19. |
John Newbold |
3.30.5 |
3.05.3 |
3.12.7 |
3.03.6 |
|
20. |
Christian Estrosi |
3.12.4 |
3.04.3 |
3.04.0 |
3.04.6 |
|
21. |
Gérard Choukroun |
3.19.8 |
3.09.4 |
3.10.0 |
3.04.5 |
|
22. |
Werner Nenning |
3.34.8 |
3.19.2 |
3.22.1 |
3.05.5 |
|
23. |
Willem Zoet |
3.15.0 |
-- |
3.06.1 |
3.09.8 |
| 24. |
Dennis Ireland |
3.15.9 |
3.10.4 |
3.14.0 |
3.06.6 |
| 25. |
Jacques Cornu |
3.21.8 |
3.10.7 |
3.15.1 |
3.06.7 |
| 26. |
Joey Dunlop |
3.21.5 |
3.09.5 |
3.13.5 |
3.06.9 |
| 27. |
Rick Walden |
3.24.6 |
3.15.2 |
3.12.1 |
3.07.4 |
| 28. |
Jean-Louis Tournadre |
3.20.8 |
3.11.4 |
3.10.9 |
3.07.5 |
| 29. |
Greg Johnson |
3.11.8 |
3.11.2 |
3.07.6 |
-- |
| 30. |
Hervé Guilleux |
3.29.5 |
-- |
3.18.8 |
3.07.6 |
| 31. |
Pierre Soulas |
3.41.3 |
3.20.0 |
3.15.6 |
3.09.1 |
| 32. |
Philippe Bouzanne |
3.13.8 |
3.09.9 |
3.09.4 |
3.10.3 |
| 33. |
Gerhard Vogt |
3.12.4 |
3.10.3 |
3.13.6 |
3.10.7 |
| 34. |
Fritz Kerschbaumer |
3.21.9 |
3.15.4 |
3.14.4 |
3.11.8 |
| 35. |
Frits van der Veen |
3.38.6 |
3.18.6 |
3.17.0 |
3.13.3 |
| 36. |
Frank Steinhausen |
3.30.0 |
3.18.9 |
3.18.3 |
3.14.1 |
| 37. |
Rob Beute |
3.24.0 |
3.16.4 |
3.20.4 |
3.14.7 |
| 38. |
Armin Zeh |
3.36.9 |
3.15.3 |
-- |
4.52.6 |
| 39. |
Dees Bormans |
3.43.3 |
3.25.1 |
3.25.0 |
3.17.3 |
|
40. |
Jan Kostwinder |
3.25.4 |
3.23.1 |
3.23.7 |
3.44.2 |
Het onmogelijke gebeurde, Jack zou toch
nog de Formule 750cc GP op Assen kunnen rijden. En dit alles ondanks
zijn zware blessure. Jack vergat zijn pijn, zodra hij weer een motor
onder zijn kont voelde. Hij zette ondanks al zijn lichamelijke
ongemakken een
prachtige 6e trainingstijd neer. Johnny Cecotto zou van "pole"
mogen vertrekken. Jack nam op een gegeven ogenblik brutaal de leiding in
handen! Helaas viel hij uit, men ging er eerst van uit dat dit vanwege
de pijn was, hij had ook nog enige pijnstillende injecties gehad, maar
dan konden ze Jack niet goed genoeg. Het uitvallen had te maken met een
gebroken krukas. De motor kon niet op tijd gerepareerd worden voor de 2e
manche en Jack ging op de reservemotor van Boet van start. Dit was geen
probleem, want Boet was sinds kort ook in de stal van Jack (F&S)
opgenomen i.v.m. financiële problemen. Weer deed Jack goed mee van
voren, maar moest helaas weer met pech aan de kant. Joan Derweduwen was overigens speciaal voor Jack naar
Assen afgereisd, terwijl hij eigenlijk helemaal geen
wegracemotorsportfan was.
 |
| Start
F750 Assen: Jack (7), Matti Matikainen (#16), Michel Frutschi (14), Greg Hansford (11),
Patrick Pons (5), Randy Mamola (2), Christian Huguet (24), Wil
Hartog (3), Boet van Dulmen (9), Sadao Asami (20), Philippe
Coulon (8) en Johnny Cecotto (1). |
 |
| Eerste
keer dat het lange lint bij de Bedeldijk aankomt met aan de
leiding : Randy Mamola (2) voor Greg Hansford (11), Jack
verscholen achter Hansford, Boet van Dulmen (9), Johnny Cecotto (1), Michel Frutschi (14),
Marco Lucchinelli (#6), Matti Matikainen (#16). |
 |
 |
|
De
originele foto van bovenstaande |
|
|
© MOTOR Magazine |
| "
Jack over Jack" GP
F750 van Assen |
|
Zondag 9 september beleven we de
terugkeer van Jack Middelburg, schreven de kranten. Eerlijk
gezegd, zag ik het zelf helemaal niet zo zitten. Dat ik weer zou
rijden stond wel vast, maar dat voor mij een heldenrol op het circuit van Assen
was weggelegd, betwijfelde ik al bij voorbaat. Bij de training
en merkte ik al, dat alles niet verliep als het in feite moest
gaan. Een hele geruststelling voor me was, dat ik geen pijn meer
had, maar de machine Jack functioneerde niet optimaal.
Dat
ik ondanks alles toch nog de vierde trainingstijd op de klokken
bracht, was boven verwachting en wekte misschien wel wat ijdele
hoop. Direct na de start nam Boet de kop. Ik kroop dicht achter
hem en wist hem redelijk bij te benen. Ik zag zelfs kans nog een
rondje op kop te rijden. Toen brak echter mijn krukas en weg
redelijke klassering. De fiets was dermate beschadigd, dat er
geen tweede manche voor me inzat. Door een sportief gebaar van
mijn teamgenoot Boetje kon ik op zijn reserve machine toch in de
volgende manche starten. Het valt evenwel om de donder niet
mee om op een vreemde machine te rijden en zeker niet in een
race. Na een paar ronden hoorde ik zoveel bijgeluiden, dat ik
het raadzaam achtte even bij de pits langs te gaan. Men vond het
daar beter om maar binnen te blijven, voordat de schade nog
hoger op zou lopen. En dit was dan het "OP" en
"AF" in Assen van
Jack.
++++++++++++++++++++
PROFICIAT
Op 19 augustus j.l. werd het gezin van
Adri v.d. Broeke verblijd met
de geboorte van een flinke zoon. Wij wensen de familie v.d. Broeke van
harte geluk met deze gezinsuitbreiding en hopen dat FERDIE in
gezondheid en voorspoed mag opgroeien. Het bestuur en de fans
van de Fanclub Jack Middelburg
|


|
Deelnemers
Champion F750 Classic Assen 1979 |
| 1. |
Wil Hartog |
12. |
Christian Estrosi
(F) |
23. |
Greg Johnson (AUS) |
34. |
Hervé Guilleux |
| 2. |
Randy Mamola (USA) |
13. |
Victor Palomo (ES) |
24. |
Christian Huguet
(F) |
35. |
Frits
van der Veen (CA) |
| 3. |
Christian Sarron
(F) |
14. |
Michel Frutschi (CH) |
25. |
Frank Steinhausen
(CA) |
36. |
Jean-Louis
Tournadre (F) |
| 4. |
Johnny Cecotto
(Ven) |
15. |
Jean-Paul Boinet
(F) |
26. |
Raymond
Roche (F) |
37. |
Joey
Dunlop (Ier) |
| 5. |
Patrick Pons (F) |
16. |
Markku Matikainen
(SF) |
27. |
Gerhard
Vogt (D) |
38. |
Willem Zoet |
| 6. |
Marco Lucchinelli
(I) |
17. |
Werner Nenning (A) |
28. |
Gérard
Choukroun (F) |
39. |
Jan Kostwinder |
| 7. |
Jack
Middelburg |
18. |
Dennis Ireland (Nzl) |
29. |
Rick
Walden (AUS) |
40. |
Johan
"Bobo" van Eijk |
| 8. |
Philippe Coulon (CH) |
19. |
John Newbold (GB) |
30. |
Marc
Fontan (F) |
41. |
Rob Beute |
| 9. |
Boet van Dulmen |
20. |
Sadao Asami (J) |
31. |
Harry Klinzmann
(USA) |
42. |
Dees Bormans |
| 10. |
Hubert Rigal (F) |
21. |
Jacques Cornu (CH) |
32. |
Pierre
Soulas (F) |
43 |
Armin Zeh |
| 11. |
Gregg Hansford (AUS) |
22. |
Philippe Bouzanne
(F) |
33. |
Fritz
Kerschbaumer (A) |
44. |
Henk de Vries |
16-09-1979 kampioensraces
Tolbert
 |
Jack
links voor de start van de 750cc. Rechts moeizaam
"steppend" in de 350cc , terwijl Willem Zoet (#28) al
op zijn motor springt. Het hele veld zal Jack passeren en dat
zal er uiteindelijk voor zorgen dat hij een van de zwaarste
ongelukken in zijn carrière zal krijgen (en zeker een die veel
invloed op zijn loopbaan als coureur zal hebben). |
|
|
 Een maand na zijn zware crash in
Engeland kwam Jack tijdens een poging voor de derde keer Nederlands
kampioen in de drie zwaarste klassen in successie te worden weer zwaar ten
val. Dit gebeurde in Tolbert het circuit dat hem 4,5 jaar later
noodlottig zou worden. Tijdens de 350cc wilde Jack perse zelf zijn motor
aanduwen, maar dit was onmogelijk, zodat het hele veld bij de start Jack
voorbij vloog wat nogal voor gevaar zorgde en een valpartij.
Uiteindelijk ging hij toch als laatste van start en wist zich door een
boeiende inhaalrace toch nog als derde af te laten vlaggen met nog maar
vier seconden achterstand. In Nederland
had Jack buiten Boet en Wil eigenlijk geen tegenstand meer en die waren
beiden niet aanwezig in Tolbert. De 500cc
werd dan ook gewonnen, terwijl hij nu achter het veld moest starten,
omdat zijn been nog niet voldoende genezen was en hij aangeduwd moest
worden door Adri, achterin het veld. Het gaf vier ronden een spektakel van
jewelste, zolang duurde het tot Jack koploper Willem Zoet had
achterhaald en daarna na de overwinning zou rijden. De Briet kwam tijdens de 750cc ten val en brak
weer zijn in Engeland gebroken scheenbeen, vlak boven de plaat, bleek
later in Mol en de schroeven waren uit zijn bot gescheurd! Hij
kwam hier nog 'redelijk' mee weg, aangezien hij tussen twee bomen door was
gevlogen. Ook al knalde hij daarna helaas tegen een boom aan de andere
kant van de greppel, maar toen was de "ergste" snelheid er
inmiddels uit. Jack zou toen gezegd hebben: 'hier race ik nooit meer, het is
hier levensgevaarlijk........' Had hij zich daar maar aan gehouden... Dus
weer moest Jack afreizen, per ambulance, naar het Belgische Mol. Het
kampioenschap in de 350c klasse was al binnen, maar er waren nog twee races te
gaan en dus zou Jack zijn titel in de 500cc en 750cc niet prolongeren,
aangezien de volgende race in Gilze-Rijen twee weken later plaatsvond en
weer twee weken later de laatste in Hengelo. Hij was nog vol
goede moed om hier aanwezig te zijn. Derdeweduwen
en Jack hebben heel wat wonderen samen verricht, maar dit konden zelfs
zij niet voor elkaar krijgen.
 |
 |
 |
|
De
mensen ijlen zich naar de ongevalsplek in Tolbert. |
|
© MOTOR Magazine |
 |
In het
kader van 'Het jaar van het kind' organiseerde het Autodron in Drunen in
september 1979, een dag van de motorfiets. De zeer befaamde Jan de Rooy,
omroeper bij vele nationale en Belgische races, verleende hier zijn
medewerking aan. Op de foto links interviewt hij Jack, terwijl Boet van
Dulmen rechts luistert wat Jack te zeggen heeft. Alle takken van
motorsport waren die dag vertegenwoordigt en het publiek kon kennismaken
met vele prominenten uit al die takken van motorsport. Jack en Boet
vertegenwoordigden de wegrace. Jack was net weer een beetje "ter
been" na zijn val in Tolbert. |
|
Uit
Moto'73 oktober 1979 |
|
Rentree
van Jack Middelburg in Hengelo?
Tot
veler verbazing kwam Jack Middelburg in Gilze-Rijen aanrijden.
Het kon dan nog wet niet per motor, maar wel per auto. Jack zat
zelf achter het stuur, met het rechter, in het gips verpakte,
been in het dashboardkastje. De pedalen bediende hij met de
linkervoet(?!). Hoewel Jack tot zes weken gips veroordeeld is,
wil hij toch proberen om bij de laatste kampioensraces, die op
27 en 28 oktober te Hengelo (Gld) zullen plaatsvinden, weer aan
de start te verschijnen. Vooral ook omdat hij nog erg goede
uitzichten heeft op de 500 en 750 cc titels. |
| "
Jack over Jack" "Toch
maar niet meer rijden in 1979" |
|
Eigenlijk vind ik het
vervelend om er over te beginnen, maar het is nu eenmaal niet
anders. Na langdurig heen en weer gepraat met mijn manager, Jan
Muis, heb ik besloten om de laatste kampioenschapwedstrijden
niet meer uit te komen. Ik hoop niet dat ik mijn fans die
mogelijk op een “drie maal is scheepsrecht” hadden gerekend,
al te zeer teleurstel. Ondanks het feit, dat mijn been goed
vooruitgaat, is het risico te groot. Het minste of geringste
letsel, dat ik mogelijk op zou lopen, kan betekenen, dat ik voor
langere tijd, misschien wel voorgoed, buiten spel blijf. En dat
kan, nog mijn, nog jullie bedoeling zijn. Een mogelijke
opmerking, om het rustig aan te doen (in de wedstrijden dan wel
te verstaan), ligt niet in mijn aard. Als ik een wedstrijd rijd,
dan is het alles of niets, geen gemarchandeer. Voor het
afgelopen seizoen sta ik toch weer te boek als Nederlands
kampioen in de 350cc klasse en “prijk” ik als 7e op de lijst
van het wereldkampioenschap. Nu we het toch over het
wereldkampioenschap hebben, uiteraard ben ik happy met mijn
klassering, maar laten we wel met beide beentjes op de grond
blijven staan en geen valse hoop gaan koesteren voor het
volgende seizoen. Ieder jaar komen er coureurs bij die
verschrikkelijk hard gaan.
Ik zou daarom willen voorstellen,
laten we gezond optimistisch blijven en rustig kijken hoe in het
volgende seizoen h.e.e.a. zich ontwikkeld. Ook is de
mogelijkheid aanwezig dat er volgend jaar helemaal geen GP’s
gereden gaan worden. Steeds meer coureurs tekenen voor de”World
Series”. Deze door de motormannen zelf bedachte races leveren
een behoorlijk prijzengeld op. Een m.i. reële zaak, want als
wij met de F.I.M. praten over het verhogen van het startgeld,
blijken deze heren plotseling Oost-Indisch doof te zijn.
Waarschijnlijk heeft u al gehoord of gelezen, dat Boet, Wil en
ik getekend hebben voor deze “World Series”. Per slot hoeft
niemand een dief van zijn eigen portemonnee te zijn. Er
circuleren diverse geruchten, dat ik bij een bepaalde fabriek
onder contract zou staan. Het geinige van het geval is, dat ik
zelf hiervan niets afweet. Buiten de sponsoring van F&S voor
volgend jaar is er geen enkele onderhandeling gaande en zoals ik
al eerder schreef, zal ik u zodra zich iets voordoet op dit
gebied, hiervan direct op de hoogte brengen. |
 |
|
Tussenstanden
na vijf van de zes NK-races. |
 Het seizoen voor Jack was voorbij.
Door de onbenullige val in Tolbert liep hij ook diverse lucratieve naseizoensraces
mis en de laatste F-750 races die hij ook graag had willen rijden.
Tevens was hij uitgenodigd voor de landenwedstrijden op Donington Park
en Imola, en dan behoor je tot de top! Willem Zoet werd Jack's opvolger als Nederlands kampioen tijdens de
laatste Nederlandse kampioenschapwedstrijden op het circuit van Hengelo. Jack
was hier alleen als toeschouwer aanwezig op uitdrukkelijk advies van
Joan Derweduwen. Als het aan hem zelf had gelegen had hij wel op de
motor geklommen. Een fantastisch seizoen met een
vervelende climax...........Al had hij maar één van de twee kampioenschapraces mee kunnen doen, dan had hij zeer waarschijnlijk zijn
3 kampioenschappen voor de derde maal geprolongeerd. Twee maal was al
uniek, maar drie maal had helemaal het einde geweest. En dit terwijl hij na
Tolbert in alle drie de klassen nog ruim bovenaan stond, maar ja twee races
missen was, zelfs voor Jack, te veel.

 |
Gilze-Rijen
500cc: Johan "Bobo" van Eijk voor Piet vd Wal (#2) en
Willem Zoet (#21). Johan werd 4e, Willem 1e en Piet kwam niet aan
de finish. |
 |
30-09-1979
volledig verslag NK Gilze-Rijen en Hengelo
|
Wedstrijden om het
Nederlands kampioenschap van 1979 |
|
1. |
Zandvoort |
3. |
Oudkarspel |
5. |
Hengelo |
|
2. |
Zandvoort |
4. |
Tolbert |
6. |
Gilze-Rijen |
|
Puntenverdeling: |
|
01e |
30 punten |
|
6e |
19
punten |
|
11e |
10 punten |
|
16e |
05
punten |
|
2e |
27
punten |
|
7e |
17
punten |
|
12e |
9
punten |
|
17e |
4
punten |
|
3e |
25
punten |
|
8e |
15
punten |
|
13e |
8
punten |
|
18e |
3 punten |
|
4e |
23
punten |
|
9e |
13
punten |
|
14e |
7
punten |
|
19e |
2
punten |
|
5e |
21
punten |
|
10e |
11
punten |
|
15e |
6
punten |
|
20e |
1
punt |
|
Eindstanden
Nederlands Kampioenschap Internationalen 1979 |
|
350cc |
|
500cc |
|
|
Pos |
No: |
Rijder |
Bond |
Z |
Z |
O |
T |
G |
H |
Punten |
Pos |
No: |
Rijder |
Bond |
Z |
Z |
O |
T |
G |
H |
Punten |
|
1. |
1 |
Jack Middelburg |
KNMV |
30 |
30 |
30 |
25 |
Blessure |
115 |
1. |
21 |
Willem Zoet |
KNMV |
23 |
30 |
27 |
0 |
30 |
30 |
117 |
|
2. |
7 |
Klaas Hernamdt |
KNMV |
25 |
27 |
25 |
30 |
0 |
21 |
107 |
2. |
1 |
Jack Middelburg |
KNMV |
30 |
21 |
30 |
30 |
Blessure |
111 |
|
3. |
35 |
Mar Schouten |
KNMV |
17 |
15 |
23 |
0 |
30 |
30 |
100 |
3. |
3 |
Dick Alblas |
KNMV |
25 |
25 |
0 |
21 |
25 |
25 |
100 |
|
4. |
3 |
Bert Struijk |
KNMV |
27 |
21 |
27 |
0 |
21 |
25 |
100 |
4. |
11 |
Albert Siegers |
KNMV |
9 |
0 |
23 |
23 |
27 |
27 |
100 |
|
5. |
28 |
Willem Zoet |
KNMV |
21 |
25 |
19 |
0 |
25 |
0 |
90 |
5. |
30 |
Henk Twikler |
NMB |
27 |
27 |
0 |
25 |
0 |
21 |
100 |
|
6. |
24 |
Harrie v/d Kruijs |
NMB |
19 |
13 |
17 |
19 |
27 |
23 |
88 |
6. |
32 |
Johan van Eijk |
NMB |
11 |
19 |
19 |
19 |
23 |
23 |
84 |
|
7. |
5 |
Rini van Kasteren |
NMB |
11 |
17 |
21 |
21 |
23 |
0 |
82 |
7. |
15 |
Wim ten Klooster |
KNMV |
21 |
11 |
21 |
15 |
21 |
7 |
78 |
|
8. |
27 |
Rob Punt |
NMB |
10 |
7 |
0 |
27 |
17 |
19 |
73 |
8. |
4 |
Henk de Vries |
KNMV |
15 |
17 |
0 |
27 |
0 |
6 |
65 |
|
9. |
33 |
Henk Twikler |
NMB |
15 |
19 |
15 |
17 |
7 |
0 |
66 |
9. |
16 |
Jan van Disseldorp |
KNMV |
19 |
23 |
6 |
0 |
17 |
0 |
65 |
|
10. |
6 |
Duke Wille |
KNMV |
0 |
0 |
0 |
13 |
15 |
27 |
55 |
10. |
9 |
Karel Zegers |
KNMV |
10 |
0 |
15 |
10 |
0 |
19 |
54 |
|
11. |
2 |
Willem-Jan Nooteboom |
KNMV |
0 |
0 |
8 |
23 |
19 |
0 |
50 |
11. |
37 |
Bernard Verweij |
KNMV |
0 |
7 |
10 |
0 |
19 |
17 |
53 |
|
12. |
32 |
Peter Verhulsdonk |
KNMV |
8 |
8 |
6 |
15 |
4 |
15 |
46 |
12. |
25 |
Nol v/d Bosch |
KNMV |
6 |
10 |
13 |
9 |
15 |
0 |
47 |
|
13. |
8 |
Jan van Disseldorp |
KNMV |
23 |
23 |
0 |
0 |
0 |
0 |
46 |
13. |
6 |
Nico Lentjes |
NMB |
5 |
15 |
0 |
13 |
0 |
11 |
44 |
|
14. |
29 |
Fred Coopman |
KNMV |
9 |
9 |
4 |
11 |
13 |
11 |
44 |
14. |
26 |
Eddy Kuipers |
KNMV |
17 |
0 |
25 |
0 |
0 |
0 |
42 |
|
15. |
16 |
Eddy Kuipers |
KNMV |
13 |
11 |
11 |
0 |
0 |
0 |
35 |
15. |
2 |
Piet v/d Wal |
KNMV |
13 |
0 |
17 |
0 |
0 |
8 |
38 |
|
16. |
21 |
Jan Lucouw |
KNMV |
6 |
3 |
9 |
4 |
10 |
9 |
34 |
16. |
19 |
Harm-Jan Bultena |
KNMV |
0 |
6 |
0 |
6 |
10 |
13 |
35 |
|
17. |
26 |
Klaas Davidson |
KNMV |
0 |
10 |
0 |
0 |
8 |
13 |
31 |
17. |
27 |
Peter Smetsers |
NMB |
2 |
5 |
0 |
8 |
9 |
10 |
32 |
|
18. |
14 |
Bertus Slagers |
KNMV |
0 |
5 |
3 |
9 |
11 |
0 |
28 |
18. |
74 |
Hein Heijen |
NMB |
0 |
0 |
0 |
17 |
0 |
15 |
32 |
|
19. |
9 |
Albert Siegers |
KNMV |
7 |
6 |
13 |
0 |
0 |
0 |
26 |
19. |
5 |
Jan Verweij |
KNMV |
8 |
13 |
0 |
11 |
0 |
0 |
32 |
|
20. |
22 |
Frans Bieleveld |
KNMV |
2 |
0 |
0 |
0 |
6 |
17 |
25 |
20. |
10 |
Harrie Heutmekers |
NMB |
1 |
0 |
8 |
0 |
11 |
9 |
29 |
|
21. |
40 |
Mar van Beek |
KNMV |
0 |
0 |
10 |
0 |
3 |
7 |
20 |
21. |
20 |
Sieuw de Boer |
KNMV |
0 |
8 |
11 |
7 |
0 |
0 |
26 |
|
22. |
34 |
Johan Siemerink |
KNMV |
5 |
4 |
5 |
0 |
0 |
6 |
20 |
|
|
Eindstanden
Nederlands Kampioenschap Internationalen 1979 |
|
Formule 750 |
|
|
Pos |
No: |
Rijder |
Bond |
Z |
Z |
Z |
T |
G |
H |
Punten |
|
1. |
16 |
Willem Zoet |
KNMV |
27 |
27 |
27 |
0 |
30 |
0 |
111 |
|
2. |
10 |
Rob Beute |
NMB |
21 |
0 |
25 |
27 |
27 |
0 |
100 |
|
3. |
5 |
Jan Kostwinder |
KNMV |
17 |
21 |
0 |
9 |
25 |
30 |
93 |
|
4. |
25 |
Karel Zegers |
KNMV |
0 |
25 |
11 |
21 |
23 |
23 |
92 |
|
5. |
29 |
Pieter Blaauboer |
KNMV |
19 |
23 |
0 |
23 |
0 |
27 |
92 |
|
6. |
1 |
Jack Middelburg |
KNMV |
30 |
30 |
30 |
0 |
Blessure |
90 |
|
7. |
13 |
Hein Heijen |
NMB |
2 |
15 |
23 |
30 |
0 |
0 |
70 |
|
8. |
14 |
Jo Scholtze |
NMB |
13 |
17 |
0 |
13 |
19 |
5 |
62 |
|
9. |
18 |
Henk de Vries |
KNMV |
0 |
0 |
21 |
0 |
17 |
21 |
59 |
|
10. |
31 |
Winston Tjin |
NMB |
0 |
13 |
0 |
25 |
21 |
0 |
59 |
|
11. |
24 |
Martin Slinger |
NMB |
3 |
7 |
8 |
17 |
11 |
19 |
55 |
|
12. |
6 |
Bert Struijk |
KNMV |
0 |
0 |
19 |
0 |
15 |
11 |
45 |
|
13. |
19 |
Harrie v/d Kruijs |
NMB |
11 |
19 |
15 |
0 |
0 |
0 |
45 |
|
14. |
7 |
Dees Bormans |
NMB |
25 |
0 |
0 |
19 |
0 |
0 |
44 |
|
15. |
26 |
Henk de Jonge |
KNMV |
0 |
0 |
6 |
10 |
10 |
15 |
41 |
|
16. |
32 |
Bobbe v/d Broek |
KNMV |
0 |
0 |
0 |
15 |
0 |
25 |
40 |
|
17. |
20 |
Rob Punt |
NMB |
9 |
9 |
5 |
11 |
9 |
0 |
38 |
|
18. |
36 |
Martin Jansen |
KNMV |
4 |
0 |
7 |
6 |
0 |
17 |
34 |
|
19. |
21 |
Jan Korevaar |
KNMV |
10 |
10 |
13 |
0 |
0 |
0 |
33 |
|
20. |
22 |
Joop Michielsen |
KNMV |
5 |
8 |
9 |
5 |
0 |
0 |
27 |
|
21. |
9 |
Kees Hogewoning |
NMB |
23 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
23 |
 |
 |
 |
 |
|
Jack in actie op de 350cc.
|
 |
|
Adri
aan het sleutelen, terwijl Jack de tank omhoog houdt. |
© foto's MOTOR Magazine |
Foto
boven: Jacks 500cc Suzuki RG4
Foto
onder: Jack in overleg met vader Willem, Boet en Ton Riemersma
(sponsor Wil Hartog). |
|
DE
HAAGSCHE COURANT, woensdag 19 oktober 1979 |
| Jack
Middelburg houdt er de moed in |
| (door
Peter van Zwienen) |
Vier
keer een gebroken been, een gebroken sleutelbeen, tweemaal een
handbreuk, een klusje ribben dat niet bestand was tegen een valpartij en
drie keer een gescheurde nier. Even zo vrolijk heeft motorcoureur Jack
Middelburg, op de divan thuis liggend, al uitgerekend dat hij 28 oktober
best wel eens fit genoeg zou kunnen zijn om in Hengelo aan de start te
verschijnen. En dat na, binnen vijf weken, twee keer een been gebroken
te hebben. Niet zo verwonderlijk dus, dat een buitenstaander vind dat
die motorjongens "mooi gek" zijn. Jack Middelburg heeft daar,
uiteraard, een andere mening over. ,,Er gebeurt betrekkelijk weinig bij
de Grand Prix wedstrijden, maar die laatste valpartij zal ik niet snel
vergeten. Dat was bij een nationale wedstrijd in Tolbert. Normaal is het
direct na de start de kop zien te nemen, waarna je nooit meer iemand
tegenkomt. Maar mooi, dat ik met een snelheidje van 90 kilometer per uur
onderuit klapte. Ik zag alleen nog twee bomen op me af komen en besefte
pas weer waar ik was toen ik in de greppel lag. Toch weer een kwestie
van te makkelijk over dat soort wedstrijdjes denken. Dit was helemaal
mijn eigen schuld. Er is gesuggereerd dat ik niet voldoende hersteld was
van die val op Silverstone, maar dat bestrijd ik. Ik had net daarvoor de
350cc gereden en was nog nooit zo hard gegaan. Ik had wat last van mijn
pols voor de start van de 750cc klasse en inderdaad ik kon nog niet
lopen. Moest aangeduwd worden. Voor de wedstrijd op zich was dit geen
probleem, omdat het gekwetste been het rembeen was. Dat gebruik je in de
race toch bijna niet. Echt, ik heb het niet geforceerd. Ik zie dit meer
als een klein foutje dat hard is afgestraft. Als je normaal met zo'n
snelheid tegen de vlakte gaat, maak je je helm schoon en gaat weer
verder. Bovendien mag je niet zomaar op de motor kruipen. Je moet
toestemming hebben van de specialist en de arts van de KNMV. In
Nederland wordt dat gelukkig beter in de gaten gehouden, dan bij de
Grand Prix. Daar staan wel eens jongens aan de start, die absoluut niet
kunnen rijden". Toch kruipt Jack Middelburg elke keer weer op de
racemonsters. Jack: ,,Een valpartij vind ik helemaal niet erg, als ik
maar weet waardoor het is gekomen, zodat je weet waar de fout ligt.
Kijk, in Silverstone kon ik er weinig aan doen. Vlak voor de bocht kreeg
ik een vastloper. Dan blokkeert de heleboel, omdat je aan het schakelen
bent. Gebeurt het op volle snelheid, dan wordt de rest wel kapot
getrokken en blijf je op de fiets. In 1976 maakte ik een remfout. Ik lag
toen verschrikkelijk in elkaar. Dan denk ik maar, dat er op de weg ook
van alles gebeurt. Ik blijf nu eenmaal gek van snelheid. Als ik zou
stoppen met motorracen kocht ik een hele snelle auto. Wat heb ik
daaraan. Ben je zes maanden je rijbewijs kwijt en kun je ook nog de
gevangenis in. Vrouw Petra, die haar man al vanaf haar 16e vergezelt
naar de circuits (Jack: ,,Ik vind het wel prettig als ze erbij
is".), vindt twee keer letstel wel wat veel van het goede. ,,Het is
dit keer een beetje te veel, maar zeggen dat hij moet stoppen doe ik
niet. Ik denk ook niet dat hij er zich veel van aan zou trekken".
En Jack Middelburg: ,,Ik zeg het zelf wel eens, als ik weer onderuit ben
gegaan, maar een paar dagen later zit je toch weer te bedenken, hoe je
zo snel mogelijk weer terug kan komen op de motor. Daarnaast is die
Derweduwen natuurlijk een gouden figuur. Hoe hij ons zo snel weer fit
krijgt, weet ik niet. Dat is zijn geheim". De tegenslagen aan het
einde van het seizoen kostten Middelburg veel geld. ,,Een van de fietsen
was helemaal plat en de andere draaide in puin. Dat kost al 22.000
gulden (10.000 euro). Bovendien mis ik de financieel aantrekkelijke
internationale wedstrijden. Dat scheelt 20.000 gulden (9.000 euro) aan
startgelden. Van dat soort races moet je het hebben, want in de Grand
Prix is geen droog brood te verdienen. Voor de tweede en vierde plaats
in Zweden en Finland kreeg ik 3000 piek (1360 euro) en voor de zevende
plaats in de eindrangschikking van het wereldkampioenschap 1400 gulden
(635 euro). Daar moet dus geld bij. Mijn sponsor, F&S, geeft 150.000
gulden (bijna 70.000 euro), waarvan ik 30 wedstrijden moet rijden. Van
dat bedrag moet ik alles doen". ,,Vandaar dat ik wel kan begrijpen
dat Kenny Roberts is gekomen met die world-series, waarbij de
organisatoren een bepaald prijzengeld moeten garanderen. Een nadeel is
wel dat deze wedstrijden niet tellen voor het wereldkampioenschap.
Roberts stelt je dus voor de keuze. Of Grand Prix rijden of races voor
de world-series. Ik denk echter dat de F.I.M. (Federation Internationale
Motorcyclisme) wel zal besluiten om voor de GP's meer geld te gaan
betalen. Voor de rijders zelf wordt het moeilijk. Wat moet je gaan doen?
Voor wat mijzelf betreft, kan ik volgend seizoen nog alle kanten op. Met
F&S ben ik helemaal rond (zou totaal anders lopen), maar er
bestaat nog een mogelijkheid dat ik een machine van Suzuki krijg. Zelf
acht ik de kansen niet erg groot, maar je weet maar nooit. In beide
gevallen echter bepaalt de sponsor wat ik rijd. Een derde mogelijkheid
is dat ik zonder financiële steun aan de world-series ga deelnemen en
van het prijzengeld probeer rond te komen". Jack Middelburg kwam in
zijn eerste complete Grand Prix seizoen tot een uitstekende zevende
plaats in de eindrangschikking en ereplaatsen in Zweden en Finland. De privé-rijders
hebben dus de oorlog verklaard aan de fabriekscoureurs. Jack: ,,Nou, zo
is het niet helemaal. Het materiaal dat wij als privé-rijders konden
kopen, valt ontzettend mee en de fabrieksmachines vallen wat tegen. Het
spul waarmee wij hebben gereden (ook Van Dulmen) daar werd Barry Sheene
een paar jaar geleden nog wereldkampioen mee. Over dit seizoen ben ik
erg tevreden. Het kan haast niet beter. Qua trainingen was het dit jaar
beter opgebouwd. Dat komt toch wel door de ervaring die je in de loop
der jaren gekregen hebt. Als ik twee goede fietsen kan kopen en er zit
volgend jaar weer gang in, dan kan het volgende jaar net zo goed gaan.
De Naaldwijker is duidelijk rustiger geworden en bouwt zijn carrière
beter op dan in het verleden. Niet voor niets gaf de journalist Berry
Zand Scholten hem destijds de bijnaam 'Jumping Jack', omdat hij zich
nogal eens forceerde in een poging de hele grote coureurs, waar hij toen
nog niet bij hoorde, te passeren. Zijn Westlandse bijnaam 'De Briet'
heeft hij te danken aan de broodwinning van zijn voorouders, die zich
bezighielden met de verkoop van briketten. ,,Vroeger heb ik wat plat
gereden. Nu bouw ik een race rustiger op, bekijk het beter. Voor de
start van een Grand Prix concentreer ik me helemaal op de start en vaak
ben ik als eerste weg. Daarna ga ik kijken naar het wedstrijdoverzicht
en laat me bewust terugzakken. Als ik maar bij de eerste tien blijf. Pas
aan het einde van de wedstrijd probeer ik nog een paar plaatsen op te
schuiven. Ik ben aan dit seizoen begonnen met de bedoeling wat WK-punten
te pakken en dat is aardig gelukt. Het is natuurlijk niet zo, dat je in
een Grand Prix rustig kan rijden, maar je moet niet meer doen dan je
kan. Niets forceren, want ik mis nog conditie en ervaring op zulke lange
afstandraces. De buitenwereld wordt regelmatig opgeschrikt door wilde
verhalen uit het turbulente racewereldje. Zo ook zou er sprake zijn van
een Nederlands Grand-Prix team met Middelburg, Hartog en Van Dulmen. Van
Dulmen riep echter onmiddellijk uit dat hij beslist niet met Hartog in
een team wilde zitten en ook Middelburg stelde zich gereserveerd op.
,,Het had voor mij best gemogen, maar dan wel met eigen monteurs blijven
werken, anders krijg je weer het gezeur over materiaal. Bovendien krijg
je Wil en Boet niet zo makkelijk in één team. Die twee liggen elkaar
niet. Met Boet werk ik uitstekend samen. Wij zouden zelfs wel in een
team kunnen rijden, maar dat is van de baan nu Van Dulmen zo goed als
zeker voor Yamaha gaat rijden. Met Wil Hartog heb ik geen problemen.
Althans niet in de laatste twee jaren. In mijn allereerste jaar dat ik
in de kampioensraces uitkwam, 1976, wel. Toen had ik best een hekel aan
die 'lange'. Bij de wedstrijden stonden alle coureurs bij elkaar, maar
Hartog hield zich afzijdig. Het is ook gebeurd dat ik vlak achter hem
tweede werd en Wil wilde feliciteren. Tot drie keer toe draaide hij zich
om. Hij is echter helemaal omgedraaid. Dat komt misschien wel dat hij nu
ook een jaar heeft meegemaakt, dat hij vaak van de motor viel. Hij weet
nu wat het is". Ik vind het wel zonde voor Wil dat het zo is
gelopen. Hij heeft zich te veel geforceerd. De druk om te winnen was
toch te groot. Als hij het rustiger aan had gedaan, was hij een heel
eind gekomen. De tweede opzienbarende gebeurtenis was dat een aantal
coureurs weigerden om op het gloednieuwe circuit van Francorchamps van
start te gaan voor de Grote Prijs van België. Het circuit zou te glad
zijn. Jack Middelburg en Boet van Dulmen wilden aanvankelijk wel rijden,
maar kwamen op die beslissing terug. Jack: ,,Volgens mij was het weer
een stunt van Kenny Roberts (de ongekroonde koning van de
wedstrijdracerij, red.). In Assen had hij al problemen met zijn motor en
die waren nog niet verholpen. Voor hem dus een prachtige gelegenheid als
de wedstrijd niet door zou gaan. Boet en ik wilden wel rijden, maar je
moet een beetje de vrede bewaren en we kregen ook nogal wat dreigementen
van "supporters". Je hebt die jongens toch weer een keer nodig
als het gaat om materialen e.d. Persoonlijk vind ik, dat als een circuit
glad is - en dat was het - je je aan moet passen. Roberts probeert de
boel een beetje op te naaien. Aan de andere kant moet ik zeggen dat hij
in een hoop dingen gelijk heeft". Jack Middelburg, die in januari
een eigen kassenbeglazingsbedrijf begint (,,uiteindelijk blijf ik niet
mijn hele leven racen"), blijft optimistisch over de toekomst. ,,Ik
hoop nog zeker zes jaar te rijden en mijn carrière rustig op te bouwen.
Ook als ik bij een fabrieksteam kom forceer ik niets. Ik win een keer
een Grand Prix wedstrijd. Misschien niet komend jaar, maar het
"beurt". Kleine Jack komt stilzwijgend binnen en gaat
verongelijkt op de bak zitten. Plotseling roept hij uit: ,,ik mocht
alleen derde worden met het fietsen en nog geeneens winnen". ,,Die
is nog erger dan zijn vader", stelt Middelburg senior simpel vast. |
 |
 |
|
Hengelo
350cc: Johan "Bobo" van Eijk. Johan had een andere bus
gekocht en daar stond nog een 350cc-er in. Deze mocht hij erbij
hebben, zodoende besloot hij ook maar in de 350cc klasse aan te
treden in 1979. |
Hengelo
350cc: Johan "Bobo" van Eijk (#47), werd 11e, voor
Rini van Kasteren (#5), deze viel uit.. |
 |
|
Jack
ondertekend contract met Sarome aansteker voor het nieuwe
seizoen. Sarome die ook andere toppers, Takazumi Katayama
en Chas Mortimer, jarenlang sponsorde. |


Jack zoals ik hem altijd
herinner, meestal op zijn krukken.
|
|
|
Jack
Middelburg: Ik ben m'n hersens gaan gebruiken. |
|
Een
mager koppie, een nicotinekleurige snor en een zevende plaats in
het wereldkampioenschap. Dat is Jack Middelburg. Jumping Jack werd
hij vroeger genoemd, omdat hij regelmatig naast zijn motorfiets
lag. Maar Jack heeft er van geleerd. ,,Ik ben m'n hersens gaan
gebruiken", zegt hij. En dat heeft geholpen. Jack reed dit
jaar zijn eerste volledige Grand Prix-seizoen en ondanks z'n
gebrek aan GP-ervaring wist hij al in het eerste jaar door te
stoten naar de internationale top van de wegracerij. Niet gek voor
een jongen, die in 1973 zijn eerste wedstrijdje reed op een
omgebouwde standaardmotor...... |
|
Ik ben
begonnen in 1973 bij de NMB, 21 jaar was ik toen. Halverwege het
seizoen reed ik mijn eerste race op een 750cc Honda. Nog later,
aan het eind van dat jaar, ben ik een paar 500cc wedstrijden gaan
rijden. Ik kwam meteen dat eerste jaar al in contact met Henk
Rekers, die een 750cc Yamaha viercilinder beschikbaar stelde. In
1974 werd ik, weer bij de NMB, met die fiets kampioen in de
750cc-klasse. Ook werd ik met de 350 tweede en met de 500cc derde
in het kampioenschap. Voor 1975 stapte ik over naar de KNMV. Het
jaar begon niet best voor me: Ik maakte in mei al een schuiver op
het circuit van Zolder, waarbij m'n linker enkel in puin ging. Dat
kostte me bijna het hele seizoen, alleen aan het einde van het
seizoen heb ik nog een paar wedstrijden kunnen rijden. In 1976
viel ik wéér in mei al af. Dat was in Oirschot, met de 350cc
Yamaha. Eén van de remmen was te ver afgesleten en die schoot uit
de remklauw. Aan het einde van het rechte stuk pak ik mijn
voorrem: niets! Ik schrok zo hevig, dat ik al buiten westen was,
voor ik eraf viel. Ik dacht: ,,dat was mijn laatste race". Ik
ging met dik tweehonderd rechtdoor. Mijn linker bovenbeen was
gecompliceerd gebroken. Ik had een shock, een stel gebroken ribben
en een paar gescheurde nieren. Dat was de enige keer, dat ik van
een val écht geschrokken ben. Aan het einde van het seizoen heb
ik nog wel weer een paar wedstrijden gereden, maar ik maakte niks.
In 1977, toen is het pas echt goed gegaan. Ik werd driedubbel
kampioen, in de 350, 500 en 750cc klasse. Ik ben dat jaar wel eens
gevallen, maar brak niets. In '78 ben ik wel hard gevallen. Dat
was in Gilze-Rijen, met de 750. Ik ging er met dik tweehonderd van
af, maar ik had niks. Direct na de val heb ik op hetzelfde circuit
de 350 en 500cc wedstrijden gewonnen. Ik werd in 1978 weer
drievoudig kampioen en dat seizoen was voor mij tevens een
verkenningsjaar voor de Grand Prix. Ik heb toen een paar GP's
gereden: Assen, Karlskoga, Silverstone, de Nürburgring en
Salzburg, plus de Formule 750-races in Imola, Ricard, Hockenheim
en Assen. Tja, en dan 1979. Mijn eerste wedstrijdje van het
seizoen, daar werd ik doodziek van: ik viel er gelijk weer af. In
Wijnandsrade was dat. Ik had het hele jaar nog geen motorfiets
gezien, ik was nooit wezen trainen, ik stap daar op dat ding en ik
viel er in de laatste ronde, in de regen weer af. Ik had niets,
maar ik ben toen gaan denken: ,,waar ben je mee bezig? Ik begin
net en het is alweer raak". Wat er daarna gebeurd is, tja,
hoe moet ik het zeggen? Ik heb meer wedstrijdinzicht gekregen, ik
ben niet meer als een blinde op dat ding gaan zitten. En ik blijf
zeggen dat het ook met je leeftijd te maken heeft. Jammer
eigenlijk dat ik niet een paar jaar eerder begonnen ben. Dan zou
ik nu wat meer ervaring gehad hebben. Maar ik kan nog wel een paar
jaar mee, hoor. Daar ben ik niet bang voor.
Ja, wat
hadden we verder in 1979? De internationale races in Hilvarenbeek
en Raalte, die ik allebei won. Ik had in de gaten gekregen dat ik
moest zorgen voor een verschrikkelijk goede start. Daarna ging ik
een paar rondjes hard en dan was het: ,,we zien wel". Ik
concentreerde me vooral op die goede starts, want ik had wel
gezien dat zoiets geweldig scheelt in de uitslagen. Het zijn
tenslotte geen wedstrijdjes waar je even van achteren naar voren
komt. Maar ik ben dit jaar niet meer, als ik op kop zat, voluit
door blijven gaan. De Grand Prix zijn me meegevallen. Ik keek de
hele winter tegen negen fabrieksfietsen aan die in de 500cc klasse
zouden meerijden en mijn uitgangspunt was: als ik goed mijn best
doe, zit er misschien een plaatsje in bij de eerste vijftien. En
als je dan uitschieters krijgt zoals in Zweden en Finland, moet je
verschrikkelijk tevreden wezen. Dat ben ik ook, natuurlijk. Vooral
ten opzichte van mijn sponsor F&S, want die heeft het allemaal
mogelijk gemaakt. Nee, al met al was 1979 een grandioos jaar. Ik
heb mooi een paar zevende plekkies gepakt in de GP's van
Duitsland, Italië, Spanje en Assen. En toen die tweede plaats in
Zweden en de vierde in Finland. Ik ben zevende geworden in de
WK-eindstand, terwijl ik toch zowat de helft van de GP's heb
gemist. Venezuela, daar ben ik niet geweest, Oostenrijk kun je
eigenlijk wel vergeten, want daar ging ik voor geen meter. Ik heb
een hekel aan de Salzburgring, met die lange blinde bocht
bovenlangs de berghelling. Ik ben er daar in 1978 hard afgegaan,
ik had dit jaar weinig en slecht getraind, het weer was ook erg
slecht in de training. En bovendien liep dat ding helemaal niet.
Toch ben ik er nog veertiende geworden. De Grand Prix van Joegoslavië
moet je in feite ook niet meetellen. Ik ben daar voornamelijk
heengegaan om onderdelen te halen, want die waren op. In plaats
van mijn goede machine hadden we alleen het Bartol-ding
meegenomen, waarvan we wisten dat ie niet liep. Nou, en
Silverstone en Le Mans heb ik dus ook gemist. Risico's?
Nee, ik vind dat ik geen risico's neem. Ik heb nog nooit zo zeker
gereden als dit jaar. Vroeger sprong ik op dat ding, ik gaf gas en
ik lag er naast. Ik heb nog nooit zo zeker gereden als dit jaar.
Kijk, ik ga nu óók wel zo hard mogelijk, maar ik ga er meer bij
denken. Voor de wedstrijd overleg ik bij mezelf allerlei dingen en
ik probeer nu ook mijn hersens bij de race te houden. Vroeger dan
ging ik er op zitten en dan was het: ''Ik zie wel". Ik schrik
niet. Ik ben in Silverstone ook helemaal niet geschrokken, dat heb
je vlak daarna, in de Formule 750 race in Assen wel kunnen zien.
Kijk, als het mijn eigen schuld is, zeg ik het ook, maar in
Silverstone kon ik er helemaal niets aan doen. In de training was
me daar ook al een drijfstang gebroken, maar toen gebeurde het bij
het accelereren. Dan staat er 100 pk op en dat maalt wel door.
Eén zo'n drijfstangetje krijgt dan niet de kans om de boel te
blokkeren. Maar de tweede keer dat er een drijfstang brak, was
tijden het remmen. Die drijfstang hapte bovendien nog in het
carter en toen zat de hele boel muurvast. Het achterwiel is daarna
niet één slag meer rondgeweest. En als je wiel twee tellen
stilstaat, lig je er wel naast. Je had mijn fiets moeten zien, dat
ding was plát! Ik heb nog nooit zo'n platte fiets gezien! Nou, en
toen kwam die kampioensrace in Tolbert. Als die klapper in
Silverstone niet was gebeurd, was er in Tolbert ook niets gebeurd.
Maar ik had weer last van verslappende concentratie. In de 350cc
klasse ging het weer zo verschrikkelijk goed, te gemakkelijk
eigenlijk. Je denkt dan: ,,het gaat toch wel". Voor de 750cc
race lag er een verkeerde achterband op, een type dat voor zo'n
circuitje helemaal niet geschikt was. Dat geeft niet, maar je moet
er wél rekening mee houden. En dat deed ik dus even niet.... Toen
ik er in Tolbert naast lag, greep ik naar mijn been en ik dacht:
,,naar Derweduwen". Wat heb ik onderweg een pijn geleden
in die ambulance! 's Nachts om half twee waren we in Mol en
gelukkig was ik toen, ondanks de pijn, zo moe, dat ik uit mezelf
in slaap
viel. Om acht uur 's-morgens werd ik door Derweduwen wakker
gemaakt. We hebben toen de röntgenfoto's bekeken die er in
Groningen gemaakt waren, en binnen een half uur lag ik op de
operatietafel. 's-Middags om half één kwam ik weer bij.
Derweduwen zat naast mijn bed en hij zei: ,,Het is weer piccobello".
Je weet gewoon niet, hoe je zo'n man dan bedanken moet... Kijk,
dit is de laatste röntgenfoto, gemaakt op 17 september. Dit zit
er nu in: een plaat en veertien schroeven. Als je goed kijkt, kun
je vlak bij mijn enkel de breuk van Silverstone zien, en daarboven
de breuk van Tolbert. Door de val in Tolbert werd de plaat die er
na Silverstone in was gezet, losgerukt en één van de schroeven
nam ook een stukje bot mee, dat was even vervelend. Maar ik genees
vlug. Derweduwen zei: ,,Je hebt veel kalkvorming, je geneest nog
sneller dan een kind van zes jaar". Hoe dat komt, weet ik
niet. Het is in elk geval geen kwestie van rust, want ik rust
helemaal niet, daar ben ik veel te druk voor. Ik eet goed en ik
drink veel melk. Alcohol drinken doe ik niet, maar ik rook wel
veel. Té veel, daar moet ik een beetje mee gaan uitscheiden, want
het is nu echt te gek. Ik heb dagen dat ik wel een pakkie shag
leeg rook. Tolbert was voor mij wel de laatste race van het
seizoen. Ik heb besloten in Hengelo niet te rijden. Derweduwen zei
tegen me: ,,als je weer gaat rijden, kan ik je niet tegenhouden.
Maar als er in Hengelo iets gebeurt, hoef je niet meer bij me te
komen". Ik weet niet, of-ie het meende, maar ik denk van wel.
Hij was na Tolbert al niet zo blij met me...
Ik heb
nu zonder de racerij ook genoeg te doen. Sinds kort ben ik
namelijk eigen baas, ik heb vier man personeel in dienst: kassen
beglazen. Zelf ben ik al vanaf mijn veertiende jaar kassenbeglazer.
Eerst werkte ik bij mijn pa, maar toen ik ging racen ben ik
daarmee uitgescheden. Maar ja, de racerij is ook niet iets
blijvends en je moet toch wat voor de toekomst... Nee, ik word
geen tweede Cees van Dongen. Ik zal de racerij niet zomaar los
kunnen laten, maar als het op een gegeven ogenblik niet meer gaat,
moet je stoppen. Daar bedoel ik niet mee dat het bij Cees niet
meer gaat, hoor. Ik heb veel respect voor de manier waarop hij
broekies van mijn leeftijd de les leest. Maar voor hem ligt het
toch anders, hij sleutelt ook graag. Ik niet, ik ben zo
a-technisch als de pest. Nee, ik hoop, als ik een jaar of 36, 37
ben, dat ik het dan gezien heb. Dat ik dan zal kunnen zeggen:
jongens ik heb een jaartje of vijftien gereden, ho maar. Ze
vragen me weleens of ik niets aan mijn conditie doe. Maar dat
hoeft niet als je kassenbeglazer bent. Zo'n ruitje weegt twaalf
kilo en er gaan er zo'n acht- of negenhonderd per dag door je
handen, terwijl je op een gammel plankje staat. Als ik een dag
gewerkt heb, hoef ik echt niets meer aan mijn conditie te doen... Volgend
jaar ga ik waarschijnlijk 500 en 750cc rijden. Nee, op de 350cc
rij ik nooit meer. Drie klassen is te veel en ik vind de 350cc ook
geen fijne klasse. Ik vind het een heel leuke fiets, maar niet
voor mij. Mijn voorkeur gaat uit naar die dikke dingen en het gaat
niet samen, vind ik. Kijk maar, er is geen één coureur die én
op een 350 én op een 750 hard gaat. Nou ja, Randy Mamola dan,
maar die heeft er dit jaar ook knap vaak naast gelegen. In de
wedstrijden niet nee, maar in de trainingen wel. Als het even kan,
wil ik in 1980 niet meer rijden voor het Nederlands kampioenschap.
Ik hoop dat we van de KNMV zonder problemen ontheffing krijgen. De
bedoeling is dat ik volgend seizoen alle Grand Prix ga rijden, ook
Venezuela. Het zal met privé-spul wel moeilijk worden om dezelfde
plaats te bereiken als dit jaar, maar ik zal het toch proberen. Ik
heb dit eerste jaar veel geluk gehad wat motorpech betreft, er is
weinig stuk gegaan. Ach, dat moet je toch een beetje treffen. Dit
was mijn eerste volledige GP-seizoen en ook het eerste jaar dat ik
wat verdiend heb. Nou ja, verdiend heb ik vroeger ook wel eens
wat. Maar dit is het eerste seizoen dat ik iets heb overgehouden.
Het jaar daarvoor, in 1978, kon ik niet alle GP's rijden, omdat er
geen geld voor was. Toen was het zo: eerst een paar internationale
races rijden, dan was er weer genoeg geld voor één of twee Grand
Prix. Ik heb dit jaar honderdvijftigduizend gulden (ongeveer
68.000 euro) van F&S gehad en ik denk dat ik dat volgend
jaar weer krijg. Met die sponsoring zit het zo: ik krijg zus- of
zoveel geld en ik moet maar zien wat ik ermee doe. Dat houdt ook
in dat het materiaal van mezelf is. Dat is de fijnste manier van
werken. Ik heb ook al eens meegemaakt dat ze aan het eind van het
seizoen de fietsen kwamen weghalen, da's niet zo leuk. Nee, dan
zit ik met F&S toch beter. Je hebt je eigen spullen en je
krijgt je geld over het hele jaar verdeeld, elke keer een beetje.
Ik vind het wel een mooie regeling. Het risico blijft wel bij
jezelf. Als je halverwege het seizoen uitgeschakeld wordt, krijg
je natuurlijk ook maar de helft van het geld. En als je brokken
maakt, is de schade voor jezelf. Toch is dit de beste regeling.
Als je een seizoen, met zo'n budget, zonder veel schade uitrijdt,
spring je er wel uit. Maar die paar schuivers van de laatste tijd
hebben me toch een hoop geld gekost. Nu is de 750 plat, de 500 is
plat en het reserveblok is stuk. Dat is jammer, want als de GP's
achter de rug zijn, krijg je weer een paar wedstrijden die geld
opbrengen, bijvoorbeeld Donington en Imola. Dat heb ik nu gemist
en dat scheelt toch een stuk aan start- en prijzengeld... Er moet
wat veranderen in de Grand-Prix racerij, maar ik ben bang dat geen
enkele coureur akkoord gaat met de nieuwe prijzengeldvoorstellen
van de FIM. Met die nieuwe regeling moet je de race uitrijden,
anders krijg je geen cent. Als je naar Zweden of Finland gaat en
je gaskabel breekt, heb je niks, alleen je geld op. Maar voor zo'n
reis mag je toch wel een zekerheidje hebben. Nee, alleen
prijzengeld is niet goed, een behoorlijke startgeldregeling is wel
wenselijk. Mijn persoonlijke mening over de World Series: ik zie
dat nog niet doorgaan. Maar de rijders moeten wel een eenheid
vormen, daarom heb ik toch voor de Series getekend. Trouwens,
vrijwel iedereen heeft getekend en dat vind ik wel fantastisch,
dat alle coureurs zo eensgezind zijn. Ik ben het wel helemaal eens
met de World Series, maar het zal niet eenvoudig zijn om de zaak
van de grond te krijgen. Ik weet niet wat de knelpunten worden,
want al interesseert het me uiteraard wel, ik weet toch niet exact
wat ze van plan zijn. Maar dat prijzengeld van Hfl. 450.000 gulden
(ongeveer 204.000 euro) is voor veel organisatoren absoluut
niet op te brengen. Als het daarvan afhangt, dan rij je nooit meer
in Zweden of Finland. En dat zou ik erg jammer vinden, want ik heb
aan geen enkele Grand Prix een hekel. Behalve aan de Salzburgring... |
|
|
|
"In Belfeld, een
NMB-race, daar sta ik te sterven van de zenuwen". |
|
Goed beschouwd heeft Jack Middelburg dit jaar zijn beste
seizoen achter de rug. De beenbreuken die hij opliep in
Silverstone en die van hetzelfde been in Tolbert, kunnen daar
niets aan of af doen. Middelburg stootte op wereldniveau door
naar de top in de 500cc klasse. Zijn zevende plaats in de
eindrangschikking is daar het beste bewijs voor. Alleen zag het
er in het begin van het seizoen niet zo florissant voor hem uit.
In verband met belastingproblemen van Middelburg dreigde de
belastingdienst op de sponsorgelden van F & S beslag te leggen.
De nieuwe Suzuki stond klaar voor hem, maar hij kon er niet aan.
Zijn problemen met de fiscus hadden echter wel te maken met de
motorsport. "Elk jaar heb ik alles nodig gehad om rond te komen.
Het heeft me altijd geld gekost"vertelt hij. "Dit jaar is het
eerste dat ik een beetje leuk draai. Vorig jaar had ik van F & S
wel een bepaald bedrag voor de 500cc, maar dat was voor die
mensen ook een begin. Een probeersel, zo gezegd. Maar ik kon er
toen nog geen Suzuki van kopen. En in de kampioenswedstrijden
kreeg je geen gulden. Van de start- en prijzengelden in de
internationale wedstrijden moest je dan de Grand Prix rijden,
want ook die start- en prijzengelden stellen niets voor. Maar
waar je mee bleef zitten was belasting betalen. Ik ben blij dat
die zaak nu zo goed als opgelost is".
Zijn escapades in Silverstone tonen wel aan dat het leven
van een profcoureur onzeker blijft. "Heel erg onzeker" beaamt
Jack. "Ten eerste heb ik twee fietsen in de vernieling gereden
plus het start- en prijzengeld van wedstrijden als St. Joris,
Twello en de landenwedstrijden in Donington Park en Imola
gemist. Van alle kanten schiet je erbij in! Gelukkig ben ik bij
Racing Westland in loondienst en heb een maandloon. Is toch een
bepaalde zekerheid, want als er iets gebeurt krijg je toch je
ziekengeld. Ook mijn monteur Adri v/d Broeke is daar in dienst,
je moet ook in dit vak wel je sociale zekerheden hebben, anders
is het helemaal geen doen". En hij vervolgt: "zonder meer heb ik
dat te danken aan de sponsoring van F & S. Die zijn er dit jaar
heel wat groter ingesprongen en dat heeft een verschrikkelijk
goed effect gehad. Zonder hen zou het totaal onmogelijk zijn
geweest om alle WK-wedstrijden te rijden, materiaal aan te
schaffen en ook de sociale zekerheden goed op touw te zetten. F
& S heeft mij dit jaar definitief op het paard geholpen en het
is me heel wat waard dat ik ook volgend jaar weer met zo'n goede
sponsor in zee kan gaan". Jack Middelburg reed, wat helemaal de
bedoeling van F & S niet was, de kampioensraces in drie klassen.
Hij had daar een bepaalde bedoeling mee. "Ik heb dat
hoofdzakelijk gedaan omdat ik de afgelopen winter bang was dat
Wil Hartog alle publiciteit zou pakken. Dat dacht toen iedereen
omdat Wil toch de man was die het fabrieksmateriaal in handen
kreeg en normaal gesproken kom je dan, zeker gelet op Hartog's
coureurskwaliteiten, er niet bij. Ik redeneerde toen dat het
toen, ook voor mijn sponsor, wel leuk zou zijn om nog één keer
drievoudig kampioen van Nederland te worden. Want al is het
zonder Wil en Boet zeker in de 500 en 750cc een gedevalueerd
kampioenschap, er komt toch publiciteit uit. In de loop van het
seizoen, toen ik mij meer bewust raakte van mijn mogelijkheden,
besefte ik dat zij gelijk hadden en ik ongelijk! Zonder iemand
te willen degraderen moet je toch vaststellen dat bij het
ontbreken van Hartog en Van Dulmen het verschil met de andere
jongens te groot is. Op de een of andere manier werkt dat
verkeerd op je concentratie en zo, en dat kan rare gevolgen
hebben. En hoewel ik het sfeertje en de gezelligheid bij die
wedstrijden erg zal missen, heb ik toch besloten om volgend
jaar, als Wil en Boet er niet bij zijn, geen
kampioenswedstrijden meer te rijden". "Bovendien" zo vervolgt
Jack, "heeft het ook te maken met de circuitkeuze. Ik vind het
achterlijk dat ik voor de 750cc drie keer naar Zandvoort toe
moet en dat b.v. Assen helemaal niet draait. Het zal allemaal
wel zijn reden hebben, maar dat vind ik dooddoeners". Maastricht
gaat niet door en nu mag er ineens wel twee keer in Hengelo op
een goed circuit gereden worden. En natuurlijk is die crash in
Tolbert mijn eigen schuld, maar dat neemt niet weg dat het
circuit voor een kampioensrace volkomen ongeschikt is. Je kunt
er met die dikke fietsen niet uit de weg en met hard remmen op
vier haakse hoeken moet je, om iets goed te maken, wel zulke
grote risico's nemen dat de honden er geen brood van lusten. En
je ziet het, zelfs een schuivertje op lage snelheid wordt
afgestraft met een poot in tienen. Mij niet meer gezien...
En natuurlijk zullen ze nu zeggen dat Middelburg zoiets
beweert, omdat hij in Tolbert op zijn gezicht is gegaan, maar
dat is beslist niet waar. Het zijn best leuke circuitjes voor
nationale wedstrijden en dan zijn ze ook een goede leerschool
maar, al is het betrekkelijk, kampioenswedstrijden behoren toch
tot het grotere werk en dat hoort daar niet thuis".
Grijnslachend: "Achteraf hebben Boet en ik toch genoeg
publiciteit gehad. Als ik niet met dat "poot" had gezeten was ik
in Assen met de F750 gegarandeerd met Boet in de slag gegaan.
Wil ging wel verschrikkelijk goed, maar een fiets om de 750 in
Assen te winnen, had hij niet. Maar wat ging die Van Dulmen hè.
Grandioos zoals die jongen in vorm is!
In de loop van het seizoen werd gezegd dat Middelburg zich
aan de successen van Hartog optrok. Middelburg: "Misschien wel
een beetje, het is moeilijk te beoordelen maar er zit iets in.
Toch geloof ik ook dat een belangrijke reden is dat ik in de
GP's de 350-klasse heb laten schieten. Dat heeft me vorig jaar
de das omgedaan. Het gaat gewoon niet, ik heb het ook dit jaar
weer gezien. Het is verschrikkelijk moeilijk om in twee klassen
hard te gaan en uitgezonderd Randy Mamola, die in de 250 en
500cc prima gaat, lukt dat geen mens. Michel Rougerie probeerde
het in de 350 en 500cc, maar ook hij faalde. De verschillen zijn
gewoon te groot. Je moet je concentreren op de 250 en 350cc of
op de 500 en 750cc. In de wedstrijden om het wereldkampioenschap
had Middelburg geen schema voor een bepaald resultaat opgesteld.
"Ik ben van start gegaan in de hoop een paar puntjes te pakken
en te proberen om bij de eerste vijftien te komen" zegt hij.
"Het begin in Salzburg was verschrikkelijk slecht. Het ging,
zelfs in de training, helemaal niet. Salzburg ligt me niet zo.
Ik ben er vorig jaar hard gevallen en dacht zoek het maar uit.
En die redenering heb ik het hele seizoen volgehouden, met als
gevolg dat je wel het koppie erbij houdt. En dat is nou net wat
ik in de kampioenswedstrijden nog niet kan opbrengen. Voor de
start van een GP ben ik helemaal ontspannen, daar heb ik het
naar mijn zin. Het is voor mij nog niet zo belangrijk of ik
derde of vierde wordt. Boet en Wil zijn al verder, ik moet nog
groeien, maar ik doe wat ik kan. Maar hier in Holland moet je!
Je hebt verplichtingen en dat ervaar ik nog steeds als een
bepaalde druk. In Zweden heb ik mijn beste Grand Prix gereden,
het liep daar grandioos. Maar in Finland daarentegen, liep het
raar. Volop problemen in de training, een vastloper en hangende
gasschuiven. Het ging gewoon niet. Bovendien kwam er vrijdags
nog een bloedvergiftiging bij, pillen slikken en dat gedoe. Dat
komt je allemaal niet ten goede. Ik had het circuit niet goed
leren kennen, terwijl het toch wel een circuitje voor ons is.
Met de start zat ik er goed bij, maar ik moest me terug laten
zakken. Het ging gewoon niet en ik begreep dat forceren alleen
maar kon betekenen dat ik er naast kwam te liggen. Later kon ik
terugkomen en draaide de snelste rondetijd. In alle
bescheidenheid toch een bewijs dat ik er, internationaal gezien,
heel best bij zit. Maar die dag was het, ook tot mijn grote
vreugde, Boetje die de show voor zich opeiste (Jack die zo
blij was met de resultaten van zijn "maatje", terwijl deze hem
twee jaar later niet eens feliciteerde met zijn grootse
overwinning in Silverstone!). Engeland was een catastrofe,
in de laatste ronde van de laatste training, toen het goed ging
en ik voelde dat er een goede tijd uitkwam, sloeg er een
drijfstang door het carter en blokkeerde de hele boel. Ik lag
net plat in een "vol-vijf" bocht, zo'n gangetje van 240 km.
p.u., en er was geen houden meer aan. En ik verzeker je, niet
alleen lichamelijk, maar ook mentaal komt die klap hard aan".
Aan de vooravond van die Grand Prix zette Middelburg ook
zijn handtekening onder de profplannen van Kenny Roberts. "Ik
weet niet hoe het precies zit, ik hoor er weinig van. In Imola
liep Barry Coleman met contracten, maar ook Wil en Boet hebben
die dag nog niet getekend. Het is allemaal een beetje vaag en ik
weet niet wat ik ervan moet denken. Maar er moet iets gebeuren,
dat is zeker. De GP-organisatoren buiten de rijders uit, als je
geen goede sponsor hebt en in de internationale races niet goed
startgeld vangt, kun je geen GP's rijden. Dat staat vast en het
is hoog tijd dat daar iets aan wordt gedaan. Het kan mij
persoonlijk niet zo veel schelen in welke vorm. Als het persé
moet door de oprichting van World-Series, dan doe ik mee.
Roberts tekent, Sheene tekent, Wil en Boet ook en zo hoort het.
Er mogen geen scheve gezichten onder elkaar komen. Dat was bijna
in Francorchamps al het geval en achteraf ben ik reuzeblij dat
ik, al is het alleen daarom al, niet gereden heb. Persoonlijk
geloof ik dat de FIM wel het een en ander recht zal moeten
trekken. Maar of het met die World-Series allemaal zal lopen
zoals Roberts en Coleman het in hun hoofd hebben, valt te
betwijfelen. Er is in hun opzet veel geld mee gemoeid en of die
grote organisatoren dat op kunnen brengen, ik weet het niet. Van
de andere kant ben ik ervan overtuigd dat ze al jaren hun zakken
zitten te vullen. Ik bedoel die organisatoren natuurlijk"
Het staat volgens Middelburg wel voor 99% vast dat hij
volgend jaar weer voor F & S zal rijden (hier zou echter een
flinke kink in de kabel komen). En dat vindt hij een
plezierig idee. Maar volgens hem niet met Boet van Dulmen als
teammaat, zoals oorspronkelijk de bedoeling was. "Jammer" zegt
hij. Boet en ik hadden samen een leuk team kunnen vormen. We
hadden in teamverband toch wel onze eigen zaakjes op kunnen
knappen, maar het zit er volgens mij niet in. Boet is op dit
moment ver rond met Yamaha en dat is voor hem, ook wat
fabriekssteun betreft, natuurlijk een beste zaak. Dergelijke
kansen liggen niet voor het oprapen en hoe jammer ik het ook
vind, ik kan Boet geen ongelijk geven dat hij die kans grijpt.
Jammer ook voor F & S, want ik weet zeker dat ze wel graag twee
rijders willen hebben. Een opkomend talent misschien? "Ja wie?"
is de reactie van Middelburg. "Willem Zoet bijvoorbeeld kan
het", maar die is al onder de pannen en een jongen als Henk
Twikler gaat wel hard, maar is er nog niet rijp voor. Hij heeft
voor het grote werk gewoon nog veel te weinig ervaring en
bovendien heeft ook hij in Lascom een goede sponsor". In de
racerij supermensen? Ben je gek! Ik vind dat ervaring veel doet,
natuurlijk moet er aanleg, talent zijn. Maar daar alleen kom je
er niet mee. Dat heb ik door schade en schande zelf wel ervaren
en ik denk dat Henkie (Twikler) in internationale wedstrijden
nog veel kan leren en zich zal moeten waarmaken, wil hij in de
GP's een beetje meedraaien". In de 250 en 350cc klasse
misschien? "Je hebt in de klassen wel een man of vier, vijf die
hard gaan" zegt Middelburg, "maar echt talent, nee, dat kan ik
niet zeggen. Ik geloof niet dat ze een GP zomaar meekunnen. Het
is gewoon zo. Kijk maar weer naar dat circuitje in Tolbert. Ik
ben helemaal geen 350 meer gewend. Aan het begin van het seizoen
heb ik er een paar wedstrijden mee gereden en nu dan in Tolbert.
Maar als je dan ziet wat voor een gat ik in een kwartiertje op
de koplopers dichtrij, dan begrijp ik er niets meer van. En die
350 machine van mij loopt gegarandeerd geen streep harder dan
die van de rest. Sterker nog er is helemaal niets aan gedaan.
Adri heeft daar gewoon geen tijd voor gehad. En ik ben zeker
geen supermens, in de GP's heb ik de handen vol om erbij te
blijven en met deze 350-machine zou me dat zelfs helemaal niet
lukken. Kun je nagaan". Middelburg besluit: "In feite zouden
deze 350-jongens veel verder moeten zijn. In Gilze-Rijen heb ik
van die races ontzaggelijk genoten, maar echt talent in die
klasse moet mij, bij wijze van spreken, voorbij kunnen fluiten.
En dat doen ze niet!" |
|
ALGEMEEN
DAGBLAD, zaterdag 24 november 1979 |
| Muis
op tweesprong |
| Van
Dulmen is nu een goudvinkie en ook Middelburg zit goed (door Cees van
den Berg) |
| ,,Ik
heb geen cent, het heeft me alleen maar geld gekost, maar ik heb nergens
spijt van". Jan Muis (55), manager, is blij voor Jack Middelburg
die deze week via hem "rondkwam" met een prima betalende
sponsor en wat Van Dulmen betreft: ,,Die is nu een goudvinkie (contract
met Yamaha)". Ontmoeting met een
motorman in hart en nieren.
Sprang-Capelle -
Rijdend met zijn auto door het Brabantse land, waar hij geboren en
getogen is, zegt Jan Muis: ,,Ik ben van boerenafkomst en daar zeiden ze
altijd dat je een kalf schraal moet houden. Als-ie dan later in de wei
komt, dan breekt-ie uit". Waarmee hij blijkt te willen zeggen dat
zoiets ook opgaat voor een sportman die succes nastreeft. ,,Hij moet
eerst door een diep dal gaan en dan pas zit het erin dat hij het
haalt". Thuisgekomen gaat Jan Muis door, in zijn praatstoel: ,,Aan
het begin van het vorige seizoen stierf Van Dulmen nog van de armoe. Hij
moest bij de bank geld gaan lenen voor een motorfiets te kopen. En nu is
hij een goudvinkie, omdat hij ondanks enorme tegenslagen al die jaren
heeft doorgezet. En ook Jack middelburg zit nu goed". De ontmoeting
met Jan Muis komt pas tot stand als er zijnerzijds enige tegengas is
gegeven. ,,Ik ben helemaal niet belangrijk, de rijders zijn de mannen
die het doen". Hij - vorig jaar twee maal getroffen door een
hartaanval (familiekwaal) - kan niet langer werken als vervaardiger van
lederen damestasjes, zijn vrouw vind het wel fijn dat hij nu de
motorsport nog heeft. Zij - moeder van vijf kinderen, die allemaal de
deur uit zijn - zegt: ,,maar ik heb het nooit zo leuk gevonden. Het
wordt zo'n passie hè? ,,Snelheid trok me aan", zegt Jan Muis, als
hij zit te vertellen hoe hij in dit wereldje verzeild is geraakt.
,,Daarom kocht ik direct na de oorlog een motorfietsje. En daarmee reed
ik de wedstrijden af. Bezeten? Dat is een groot woord, maar ik was er
wel gek van, en nog steeds natuurlijk. Maar zelf racen, daar was gewoon
geen geld voor. Crossen, betrouwbaarheidsritten, dat kon wel en dat heb
ik tot mijn 39ste gedaan. Ik kon wel redelijk meekomen en hard durfde ik
op straat wel te gaan op die motor. Ik was de schrik van het dorp en
viel er wel eens af ook. Ik heb nog een week of zes met een
hersenschudding gelegen. Zijn vrouw: ,,Met een schedelbasisfractuur
bedoel je!" Muis weer: ,,Nou goed, met een
schedelbasisfractuur". ,,Ik ben na die val nog wel naar huis
gereden, maar verder weet ik er niets meer van. Vrij lang buiten kennis
geweest. Toen ik bijkwam stonden er een hoop mensen rond mijn bed. Het
enige wat ik wilde weten was of mijn motor ernstig was beschadigd.
Dezelfde mentaliteit tref je nu nog aan, bij de coureurs. Wat voor
verwondingen ze ook hebben, na een ongeluk interesseert die jongens niet
eens zo veel, maar je krijgt wel de stereotype vraag: ,,Hoe is het met
mijn fiets?",,Nadat ik was gestopt vroegen een paar jongens uit het
dorp, die aan races meededen, of ik niet eens wilde meegaan. Technisch
weet ik er nog steeds heel weinig van, het ging om een beetje mentale
ondersteuning. Erg amateuristisch natuurlijk, maar het werd wel op prijs
gesteld". ,,Zo kwam ik ertussen en zo leerde ik ook enorm veel
mensen kennen. Het was de tijd van Kostwinder, Ankoné, Van der Zanden,
Hartog was er ook al bij en Van Dulmen begon op te vallen, zo'n zeven
jaar geleden. Boet reed nog niet erg gepolijst, maar ik kon wel zien dat
ie het helemaal in zich had. Maar ja, hoe was het toen..." Hoe
was het toen? Nou, die jongens gingen op een slof en een
schoen weleens een TT rijden, met 25 gulden op zak voor benzine. Er
heerste een hoop onvrede. De KNMV regeerde met ijzeren hand, een beetje
feodaal en zo". ,,Op een gegeven moment hebben we de koppen bij
mekaar gestoken. Ik weet het nog goed, het was in het jaar dat Saarinen
en Pasolini op Monza verongelukten (1973). We zaten met een coureur of
tien in mijn caravan, in Vessem was dat. Nico van der Zanden, die later
is verongelukt (1975), zei nog: ,,Dit wordt een historische bijeenkomst.
Ik stel voor dat Marcel Ankoné, die voor pater had gestudeerd, de
vergadering opent met de christelijke groet". We spraken af dat we
voortaan een behoorlijk startgeld zouden eisen van de organisatoren. En
als die eis niet werd ingewilligd konden ze de moord steken. We dachten
niet aan stakingen of andere rotzooi, maar die jongens zouden voor een
jodenfooi gewoon niet meer van start gaan. Nou, zo werd het afgesproken
en op papier gezet". ,,Het eerste "proefkonijn" was
Raalte. In opdracht van de coureurs schreef ik een brief naar de
organisatoren. We maakten duidelijk dat we voor tien man zo'n 4500
gulden wilden hebben. Toen barstte de bom natuurlijk. Veel onzinnig
gepraat: ,,Volgens de schema's van de bond mogen we jullie dat geld niet
eens betalen". Dat was precies de kreet waarmee die jongens al
jarenlang zoet werden gehouden. Maar die schema's sloegen nergens op. Ik
stelde me op het standpunt: De KNMV kan wel zeggen dat Onze Lieve Heer
Bartje heet, maar hij kan van mij ook Hendrik heten, begrijp je wel? Het
ging er echt fel aan toe. En dat werd tijd ook. Want de buitenlanders
kregen het tienvoudige van onze beste rijders, die met een jodenfooi het
bos werden ingestuurd. En van hogerhand werd dat maar goed gevonden. Dat
ergerde me verschrikkelijk. Maar ik moet ook Raalte nageven, ze zijn met
onze eisen akkoord gegaan. Daarna kwamen er meer die moesten toegeven
dat onze eisen billijk waren. Zodat ze beter gingen betalen. ,,Logische
zaak, want ook toen zat er een hoop geld bij de organisatoren. En hoe
was het bij de rijders? Het rennerskwartier was een grote puinhoop. De
één in een tentje, de ander in de modder. Ze hebben nu in elk geval
wel allemaal een behoorlijke caravan. Maar daar is heel wat aan vooraf
gegaan. Een hoop strijd, een hoop gedonder, vaak ruzies en
tegenwerking... ,,Kijk, ik ben er altijd vanuit gegaan dat er een grote
streep door de motorsportwereld loopt. Aan de ene kant van de streep heb
je de plebejers, het rennersvolk, en aan de andere kant de aristocraten,
met de blazers aan. Dat is geen kritiek, zo hoort het ook. Het zijn twee
groepen waarvan de belangen nogal eens met elkaar botsen. Dan moet je
kiezen. Nou ik heb gekozen voor de kant van de rijders. Heel duidelijk.
En tot de dag van vandaag heb ik het vertouwen van die coureurs, een unicum
in het explosieve wereldje van de motorsport. Dat pluimpje mag ik mezelf
toch wel eens geven". ,,Maar ik verbeeld me niets hoor. Ik hoef
echt niet bij de organisatoren aan te komen, omdat ik Jan Muis heet.
Maar ze wisten altijd dat er een hele groep rijders achter me staat.
Natuurlijk is er ook vaak geprobeerd om dat te doorbreken, door te
proberen met de coureurs zelf te onderhandelen. Ze waren duidelijk bang
voor de macht van zo'n eensgezinde rijdersgroep. Maar stapje voor stapje
hebben we ook het vertrouwen van de andere kant gekregen. Ze gingen
begrijpen dat we er heus niet op uit waren om de organisatoren om zeep
te helpen. We hebben dan ook steeds onze eisen opzettelijke matig
gehouden. We zijn nooit extreem geweest. Want dat zou op den duur in ons
nadeel hebben gewerkt". Louter reden tot tevredenheid dus? Jan
Muis vindt verrassenderwijs van niet, hoezeer hij ook is ingenomen met
de doorbraak op het financiële vlak van zijn beschermelingen Van Dulmen
en Middelburg plus de evenzeer verbeterende werkomstandigheden van
anderen. Want: ,,Vorig jaar is er in mijn ogen een kleine catastrofe
gebeurt. Hartog had in 1977 de TT van Assen gewonnen, hij kreeg een
fabriekscontract en hij schroefde vervolgens zijn financiële eisen zo
hoog op dat er wel ongelukken moesten gebeuren, in de sfeer van de
startgelden. Volkomen terecht zeggen nl. Van Dulmen en Middelburg op dit
moment: ,,Nu wij ook!" Uiteraard, ze hebben er groot gelijk in dat
na alle armoe en geleverde prestaties meer gaan vragen dan die andere
jongens. Maar daardoor ben ik wel bang dat de zaak volgend jaar in
Nederland uit de hand gaat lopen. Ik vrees het ergste voor die organisatiecomités
die nu al op het randje balanceren, een Tubbergen, een Zandvoort
internationaal, Hengelo is ook niet zo rijk (viel allemaal reuze mee).
Bovendien komt er ook een tijd dat het Nederlandse publiek niet meer
genoeg heeft aan zijn drie toppers Hartog, Van Dulmen en Middelburg. Om
de strijd dan interessant te houden moet je er toppers als Ferrari en
Sheene bij halen, en dat zijn ook jongetjes van 30 à 40.000 gulden. Ik
bedoel maar, het is allemaal een beetje naar de andere kant
doorgeschoten. Zelf opgeroepen dit probleem? Jan Muis: ,,Dat is
eigenlijk wel waar, ja. Maar we zitten ook met de erfenis van de
buitenlandse toprijders, die zulke hoge bedragen altijd al vroegen. Ze
zijn het best waard hoor, maar de vraag is nu voor mij: Gaat het niet
ten koste van de kleine rijders? Als Hartog, Van Dulmen en Middelburg
per race - nou noem ik maar wat - een startgeld van 20.000 gulden
krijgen, mag een Rinus van Kasteren dan tweeduizend verlangen? Maar hij
krijgt het gegarandeerd niet. Dan zeggen ze: Achthonderd, en als je er
geen genoegen mee neemt, dan blijf je maar thuis. Want zoals hij zijn er
nog twintig, dertig man die wel komen voor dat geld. Ze gaan daar akkoord
mee, hoewel ze maar een heel klein sponsortje hebben, een bar, een
kapsalon, noem maar op, terwijl ze zich voor 15 mille in de schulden
hebben gestoken om een fiets te kunnen kopen. Dat is de underdog waar ik
altijd voor heb geknokt en nu Boet van Dulmen en Jack Middelburg
uiteindelijk goed terecht zijn gekomen, sta ik eigenlijk op een
tweesprong. Ik kan de makkelijkste weg kiezen door in het spoor van Boet
en Jack te blijven. Het liefst zou ik nu eigenlijk weer voor de
kleintjes in de slag gaan. Maar dat staat mijn gezondheid me helaas niet
meer toe".
Jan Muis over de
"zeer aantrekkelijke contracten", die hij ten bate van Boet
van Dulmen en Jack Middelburg heeft helpen afsluiten met Yamaha en
F&S: ,,Die jongens staan natuurlijk te popelen om te tekenen en
hoewel we met betrouwbare bedrijven in zee zijn gegaan, moet je je
allerlei dingen afwegen voordat je je handtekening zet. Want er staan
altijd een heleboel kleine lettertjes in. En van de kleinste dingen komt
vaak de grootste trammelant. Dat heb ik zo langzamerhand wel geleerd,
door schade en schande. Alle trucs ken ik nu wel". ,,Zo heb ik heel
wat strijd moeten leveren om die jongens goed verzekerd te krijgen en
hun sociale zekerheid veilig te stellen door het oprichten van hun eigen
race B.V. Heel logisch, want dat racen is een vak, een bedrijf".
Het is jammer dat er nog zo weinig rijders zijn die hun zaken behoorlijk
regelen. Ik heb al zo vaak tegen die jongens van het tweede garnituur gezegd:
,,Vorm nou een groep met zo'n twintig, dertig man, en bundel alle
wensen, zodat je tegenover organisatoren en KNMV sterk komt te staan.
Maar er is helaas niemand die zoiets op poten zet. Ieder knokt maar een
beetje voor zichzelf en dat is helemaal fout. Als je alleen met racen
bezig bent, dan ben je helemaal verkeerd bezig". Van Jack
Middelburg, Willem-Jan Nooteboom, Boet van Dulmen en nog wat andere
rijders kreeg Jan het afgelopen seizoen, uit dankbaarheid voor het
verzette werk, een nieuwe caravan van 15.000 gulden, waarmee hij naar de
races trekt. Z'n oude had er in 9 jaar 300.000 kilometer opzitten. ,,Een
prachtige beloning", zo typeert hij zijn geschenk. ,,Nee, zelfs
mijn onkosten heb ik in al die jaren niet vergoed gekregen, helemaal
niet erg hoor. Ik heb geen cent, het heeft me alleen maar geld gekost,
maar ik heb nergens spijt van".
Jan zou tot de
laatste dag manager blijven van o.a. Jack. Boet van Dulmen zocht een
andere manager (Jan Huberts). |
 |
|
Tekening
uit de strip over het leven van Barry Sheene die in 1979 - 1980
in het maandblad MotorSport verscheen.
|
|
 |
Jack
op de NMB kalender |
 |
 |
|
Kerstmis
1979 |
 |
|
1979
Jack op z'n 350cc |

Ook dit jaar werd werd Jack tijdens de
motorsportman van het jaar verkiezing, georganiseerd door Moto '73,
tweede, ditmaal achter Boet van Dulmen. Zonder de vervelende valpartijen aan het eind van het seizoen
zou dit zeker andersom zijn geweest.
|
Resultaten 1979 |
| Datum |
Plaats |
Klasse |
| |
|
350cc |
500cc |
750cc |
| 18-03-1979 |
Nationale
Wijnandsrade |
|
val |
|
| 25-03-1979 |
Internationale
Hilvarenbeek |
|
1e |
2e |
| 01-04-1979 |
Nat.kampioenschap
Zandvoort |
1e |
1e |
1e |
| 07-04-1979 |
Internationale
Ammerzoden |
3e |
uitgevallen |
|
| 16-04-1979 |
Internationale Hengelo
(Gld) |
|
2e |
|
| 22-04-1979 |
Nat.kampioenschap
Zandvoort |
1e |
5e |
1e |
| 29-04-1979 |
GP Oostenrijk Salzburg |
|
15e |
|
| 06-05-1979 |
GP Duitsland Hockenheim |
|
7e |
|
| 13-05-1979 |
GP Italië Imola |
|
7e |
|
| 20-05-1979 |
GP Spanje Jarama |
|
7e |
|
| 24-05-1979 |
EK endurance Assen |
|
val in
training |
|
| 27-05-1979 |
Nat.kampioenschap
Oudkarspel |
1e |
1e |
|
| 03-06-1979 |
Internationale Chimay België |
|
2e |
3e |
| 04-06-1979 |
Internationale Heerlen |
|
uitgevallen |
|
| 10-06-1979 |
Internationale Raalte |
|
1e |
|
| 17-06-1979 |
GP Joegoslavie Rijeka |
|
uitgevallen |
|
| 23-06-1979 |
GP TT Assen |
|
7e |
|
| 01-07-1979 |
GP België
Francorchamps |
|
rijdersstaking |
|
| 08-07-1979 |
Nat.kampioenschap
Zandvoort |
|
|
1e |
| 22-07-1979 |
GP Zweden Karlskoga |
|
2e |
|
| 29-07-1979 |
GP Finland Imatra |
|
4e |
|
| 05-08-1979 |
| |