|
1979
Flying
Jack's
1e
volledige GP seizoen
(deel
2)
03-06-1979
internationale races België, Chimay

 |
Start
van de 500cc in Chimay, België: Philippe Coulon (#5), Johan van
Eijk (#12), Wil Hartog (#1), Bruno Kneubühler (#2), Boet van Dulmen (#3), Steve Parrish
(#6) en Jack (#4). Rechts naast Jack, Adri van der Broeke. |
|
Deelnemers
500cc Chimay |
| 1. |
Wil Hartog |
7. |
Barry Sheene (GB) |
14. |
Olivier Liegeois (B) |
20. |
Willem Zoet |
| 2. |
Bruno Kneubühler |
8. |
Dave Potter (GB) |
15. |
Guy Cooremans (B) |
21. |
Norbert
Willemsen |
| 3. |
Boet van Dulmen |
9. |
Sergio Pellandini (CH) |
16. |
Philippe Chaltin (B)
|
22. |
Paul Soetens |
| 4. |
Jack
Middelburg |
10. |
Tony Head (GB)
|
17. |
Seppo Ojala (SF)
|
23. |
Nico Lentjes |
| 5. |
Philippe Coulon (CH) |
11. |
Virginio
Ferrari (I) |
18. |
Michel Rougerie (F)
|
24. |
Alain Beraud (F) |
| 6. |
Steve Parrish (GB) |
12. |
Bobo
van Eijk |
19. |
Fabien Gibol (F) |
25. |
Karel Zegers |
 |
|
500cc:
Wil voor Jack en Boet |
 |
|
Jack
in de 500cc |
Het pinksterweekend van 1979 bracht
twee hele mooie en grote internationale races. Op zondag in Chimay, België,
reed 's-lands absolute internationale toptrio en voerden daar een
prachtig spektakel op. Maar liefst bijna 50.000 toeschouwers zagen een keihard
gevecht tussen de drie toppers, die uiteindelijk door Wil Hartog gewonnen
werd, voor Jack en derde Boet van Dulmen. Barry Sheene viel al snel uit
in de race en Philippe Coulon, Michel Rougerie en Steve Parrish, in deze
volgorde, eindigden net
naast het podium. Tijdens de 750cc klasse werd Jack derde achter Barry
Sheene en Philippe Coulon. Opvallend sterk in deze race reed de Australiër
Greg Johnson, die vanaf de vijftiende trainingsplaats kwam opzetten en
in de laatste ronde nog de vierde plaats veroverde op niemand minder dan
Gianfranco Bonera (6e) en de wereldkampioen in de F750, van 1979,
Patrick Pons (5e). Tijdens een promotieklasse, kwam
er een jonge Belgische coureur om het leven.
 |
 |
 |
| Chimay,
België, 500cc Jack & Wil Hartog. |
De 500 cc-race in het Zuid-Belgische Chimay
bood
een aantrekkelijk spektakel met een duel tussen Barry Sheene en Wil Hartog (resp. de eerste en de vierde
trainingstijd). Tussen hen in op de eerste startrij: Middelburg en Van
Dulmen. Na de warm-up liet Sheene de ongeveer
48.000 toeschouwers geduldig wachten om zo nodig de
bandenspanning te wijzigen. Waarschijnlijk een aardigheidje voor de
journalisten en een reden om nog eens terug te komen op Sheene's bandenprobleem met
Michelin. Sheene startte bijzonder slecht maar ging direct op zoek naar het afgescheiden trio, bestaande uit
Hartog, Middelburg en Van Dulmen. In de tweede ronde stortte hij zich op het jagende duo
Steve Parrish en Philippe Coulon, maar liet zich dan niet meer zien. Aan de achterzijde van de omloop liep zijn versnellingsbak vast. Zodoende werd deze
wedstrijd bijna een race om het Nederlandse kampioenschap, waarbij de talrijke aanwezige
Nederlanders, aangevuurd door een ook al Nederlandse speaker, over de afsluitingen klauterden om in de armen van de
orde handhavende rijkswachten te lopen. Vooraan wisselden de posities niet meer; Wil Hartog haalde zijn prijzengeld
binnen, voor Jack en Boet.
Willem Zoet tikte aan bij Michel Rougerie maar viel in de vijfde ronde bij de erg gladde "kniebocht" van zijn fiets. De Fransman wist toch op de 5e plaats te eindigen achter de
zelfverzekerd rijdende Coulon.
 |
Podium 500cc, Boet, Wil en Jack. Boet en Jack staan op verkeerde
plek. Jack werd 2e en Boet 3e. |
|
|
 |
|
Deelnemers
Formule 750cc Chimay |
|
01. |
Wil Hartog |
10. |
Hubert
Rigal (F) |
19. |
Patrick Orban (B) |
27. |
Richard Hubin (B) |
36. |
Willem Zoet |
| 3. |
Patrick Pons (F) |
11. |
Virginio
Ferrari (I) |
20. |
Marc Fontan (F) |
28. |
Jean-Paul
Boinet (F) |
37. |
Jack Buyteart (B) |
| 4. |
Jack
Middelburg |
12. |
Warren Willing (AUS) |
21. |
Serge van Cauwenberg (B) |
29. |
Raymond Roche (F) |
38. |
Dees Bormans |
| 5. |
Philippe Coulon (CH) |
14. |
Frits van der Veen (CAN) |
22. |
Bobo van Eijk |
30. |
Roland Mullender (B) |
39. |
Greg Johnson (AUS) |
| 6. |
Steve Parrish (GB) |
15. |
Rik Walden (AUS) |
23. |
Guy Cooremans (B) |
31. |
Paul MacLachlan (Nzl) |
40. |
Hein Heijnen |
| 7. |
Barry Sheene (GB) |
16. |
Terry Hutton (GB) |
24. |
Gérard Melly (CH) |
32. |
Hervé Guilleux (F) |
41. |
Karel Zegers |
| 8. |
Dave Potter (GB) |
17. |
Michel Steven (B) |
25. |
Michel Frutschi (CH) |
34. |
Christian Huguet (F) |
42. |
Alain Terras (F) |
| 9. |
Boet van Dulmen |
18. |
Philippe Chaltin (B) |
26. |
Dominique Pernet (F) |
35. |
Markku Matikainen (SF) |
45. |
Karel
Zegers |
|
|
Jack
in de 750cc |
Net toen de 750 cc van start zou gaan brak er een stortvloed uit over Chimay. De race werd een half uurtje uitgesteld.
Nadat de veiligheidswagen, met Sheene aan boord, de omloop had verkend verschenen de driekwartliters aan de start.
Sheene, die gezien had dat de bochten
aan de achterzijde droog lagen, monteerde slicks en lachte in zijn vuistje.
Hartog, met de nieuwe 650 van Suzuki, had slechts de 10e trainingstijd en viel in de
eerste ronde uit, net als Hubin die op de zesde plaats mocht starten,
maar door
de schuld
van zijn monteur (geen koelwater in zijn Zagol-Yamaha) uitviel.
Sheene leidde van start tot finish. Doordat iedereen naar zijn spectaculaire
wheelies keek (met slicks op het spekgladde gedeelte van de omloop), ging het gevecht tussen Coulon en Jack Middelburg om de
tweede plaats een beetje verloren. Jumping Jack kon de Zwitser op de rechte stukken net niet volgen en trachtte bij te blijven door in de bochten
extra laat te remmen. Hij begon
de van 12 naar 10 ronden teruggebrachte race met regenbanden en eindigde op de
derde plaats... met rokende slicks.
De laatste twee ronden slingerde zijn fiets als een overladen truck en moest hij Coulon laten lopen, maar hij eindigde toch nog
ver voor een groepje dat geen enkel risico nam en dat bestond uit
Johnson, Pons en Bonera.

04-06-1979
internationale races Heerlen

|
Deelnemers 500cc
Heerlen. |
| 1. |
Jack Middelburg |
2. |
Piet vd Wal |
6. |
Nico Lentjes |
8. |
Wil Hartog |
9. |
Karel Zegers |
| 10. |
Harry Heutmekers |
11. |
Albert Siegers |
19. |
Harm-Jan
Bultena |
20. |
Sieuw de Boer |
23. |
Piet Broesder |
| 24. |
Floor Kars |
25. |
Albert
Bosch |
30. |
Henk Twikler |
31. |
Theo van Heugten |
32. |
Johan van Eijk |
| 34. |
Martin Snuverink |
35. |
Ton Dimmendaal |
36. |
Harm Sans |
37. |
Bernard
Verweij |
42. |
Bertus Slagers |
| 49. |
John v/d Bergh |
52. |
Klaas Davidson |
55. |
Tony
Head (GB) |
56. |
Bruno Kneubühler
(CH)
|
57. |
Alan North (Zaf) |
| 58. |
Peter Sköld (S) |
59. |
Lars Johansson (S) |
60. |
Lennart
Bäckström (S) |
61. |
Reiner Schäfer
(D) |
62. |
Seppo Ojala (SF) |

Een dag later, 2e pinksterdag, gingen Jack en
Wil van start in Heerlen en Boet reed in Tubbergen. Vanwege het feit dat
het topduo en menig andere coureur, onder wie ook de buitenlanders, de
vorige dag dus niet had kunnen trainen, moesten er 's-morgens extra
trainingen worden ingelast. Jack maakte in de training met zijn 350cc
machine een onschuldige schuiver, ging nog wel van start, maar reed de
race niet uit. De lichtste klasse waar hij in reed begon hem overigens
aardig tegen te staan. De verschillen van 350 naar 750cc waren ook te
groot en er waren er zéér weinig (of geen) die in alle drie deze klassen
uitkwamen. Normaal was toch 50&125, 250&350, 350&500 of
500&750. De overstap van een 350 machine naar een 750cc of andersom,
was veel te groot, het zou dan ook voor Jack het laatste seizoen zijn
dat men hem op een 350cc zou zien schitteren. Jack en Wil vochten
wederom een mooi gevecht uit om de overwinning in de 500cc, tot het
moment dat Hartog, in de vierde ronde, onderuit ging en Jack onbedreigd op de overwinning
leek af te gaan. Hij bouwde maar liefst een voorsprong op van 32
seconden op tweede man Henk Twikler. Helaas sloeg de pech toe, d.m.v. een steen die zijn carburateur
doorkliefde. Henk Twikler wist nu de race te winnen, de eerste race die
hij won bij de internationalen en ook in een internationaal gezelschap
en dat voor zijn thuispubliek. Tweede werd de Zweed Peter Sköld voor de
Brit Tony Head. Jack hoopte dat ze in de week die volgde de motor weer
konden repareren, omdat Raalte een week later op het programma stond en
de schade aanzienlijk was.
De
350cc in Heerlen werd gewonnen door Jon Ekerold voor de Fin Eero
Hyvärinen en Klaas Hernamdt. Bert Struijk greep de zege in de
kwartliterrace voor alweer Eero Hyvärinen, Rini van Kasteren en de
Zuid-Afrikaan, Alan North.
Heerlen: Jack
met pech in de 350cc
|
Deelnemers
350cc Heerlen. |
| 1. |
Jack Middelburg |
2. |
Willem-Jan
Nooteboom |
3. |
Bert Struijk |
4. |
Piet vd Wal |
5. |
Rinus van Kasteren |
| 6. |
Duke Wille |
7. |
Klaas Hernamdt |
8. |
Jan van Disseldorp |
9. |
Albert Siegers |
10. |
Kees vd Broek |
| 12. |
Ruud Monden |
14. |
Bertus
Slagers |
19. |
Peter Pauw |
20. |
Karel Zegers |
21. |
Jan Lucouw |
| 22. |
Frans Bieleveld |
23. |
Han Zijlstra |
24. |
Harrie vd Kruijs |
25. |
Ruud
vd Dussen |
26. |
Klaas Davidson |
| 27. |
Rob Punt |
29. |
Fred Coopman |
31. |
Nico
Cremers |
32. |
Peter Verhulsdonk |
33. |
Henk Twikler |
| 34. |
Johan Siemerink |
35. |
Mar Schouten |
40. |
Tony
Meyers (GB) |
41. |
Butch Hobbs (GB) |
42. |
Jon Ekerold (Zaf) |
| 43. |
Bill Thomas (AUS) |
44. |
Leif Nielsen (DK) |
45. |
Peter Sköld (S) |
46. |
Lars Johansson (S) |
47. |
Lennart
Bäckström (S) |
| |
48. |
Eero
Hyvärinen (SF) |
|
10-06-1979
internationale races Raalte

Op 16 augustus 1949 wordt in Raalte door een
aantal motor en autoliefhebbers de Raalter Automobiel en Motorclub
opgericht, afgekort tot RAM. Het eerste evenement dat wordt
georganiseerd is een oriënteringsrit voor motoren en auto's.
Vervolgens stort men zich op puzzelritten en sterritten. In 1954
sluit men zich aan bij de KNMV, waarna in 1958 wordt begonnen met
motorsportevenementen zoals: grasbaanrace en motorcross, in die
tijd zeer populair. Op 11 juni 1967 organiseert de RAM een
motorwegrace op een kort en smal circuit dicht bij Raalte. In 1970
worden de Raalte Races verplaatst naar de Luttenbergring die zo
goed bevalt dat de races in 1971 al een internationale status
krijgen. Bekende Nederlandse toprijders als Boet van Dulmen, Wil
Hartog en Jack Middelburg trekken veel publiek. In 1970 probeert men
het met autocross. Na enkele zeer succesvolle jaren bloedt de cross
langzaam dood door een teruglopende belangstelling. De Raalte Races
daarentegen worden steeds populairder. Bekende rijders uit de hele
wereld komen naar de Luttenbergring. Na 1983 werd het steeds
moeilijker om bekende rijders (duur) naar Raalte te halen en na
enkele jaren met zeer weinig bezoek (verlies) werd in 1989 besloten
hiermee te stoppen. Het stoppen met de wegraces betekent ook bijna
het einde van de RAM. De vereniging valt eigenlijk in 2 groepen
uiteen: de 'autogroep' die nog steeds de jaarlijkse “zonneschijnrit”
organiseert, een toertocht voor zieke en mindervalide plaatsgenoten,
en de 'motorgroep' die de naam RAM heeft gehouden en zich bezig
houdt met het motorrijden in zijn algemeenheid.
|
Deelnemers 500cc
Raalte 1979. |
|
1. |
Jack Middelburg |
2. |
Piet vd Wal |
3. |
Dick
Alblas |
4. |
Henk de Vries |
5. |
Jan Verweij |
|
6. |
Nico Lentjes |
7. |
Barry Sheene (GB) |
8. |
Wil Hartog |
9. |
Karel Zegers |
10. |
Harry Heutmekers |
|
11. |
Albert Siegers |
12. |
Boet van Dulmen |
14. |
Mike Baldwin (USA) |
15. |
Wim ten Klooster |
16. |
Jan van Disseldorp |
|
17. |
Paul Soetens |
18. |
Bruno Kneubühler
(CH) |
19. |
Harm-Jan
Bultena |
21. |
Willem
Zoet |
22. |
Klaas de Graaf |
|
23. |
Piet Broesder |
24. |
Lars Johansson (S) |
25. |
Albert
Bosch |
26. |
Eddy Kuipers |
27. |
Peter Sjöström
(S) |
|
28. |
Norbert Willemsen |
29. |
Alan North (Zaf) |
31. |
Bill
Thomas (AUS) |
32. |
Börge Nielsen (DK) |
33. |
Bent Slydal (N) |
|
34. |
Gerhard Vogt (D) |
35. |
Kwong-King Wong
(D) |
36. |
Seppo
Rossi (SF) |
37. |
Philippe Coulon (CH) |
38. |
Jürgen Steiner (D) |
|
39. |
Gianfranco Bonera
(I) |
|
Andere buitenlandse
toppers die dit jaar acte de présente gaven in Raalte: 50cc & 125cc:
Stefan Dörflinger (CH) en Patrick Plisson (F); 125cc: Bruno Kneubühler
(CH); 250/350cc: Kork Ballington (Zaf), Jon Ekerold (Zaf), Patrick
Fernandez (F), Hans Müller (CH), Anton Mang (D), Sadao Asami (J), Pekka
Nurmi (SF), Christian Estrosi (F), Alan North (Zaf) en Eero Hyvärinen.
De 8e
internationale wegraces op de Luttenbergring beloofden dit jaar een grootser
spektakel dan ooit tevoren te worden. Kosten noch moeite waren gespaard om Neerlands 2e motorsportevenement (na
de TT van Assen) weer een evenknie te doen zijn van
de 1978-er klassieker. Om de
wereldtoppers weer naar Raalte te halen was dit jaar ± 2 ton uitgetrokken aan
start- en prijzengeld, omdat de RAM van mening was dat haar spectaculaire
stijging der publieksaantallen uitsluitend te danken was aan het kwaliteitscoureursveld, hetgeen door de jaren heen geboden
was. Ook dit jaar was er wederom gigantisch geïnvesteerd in de coureurs, want
het bleek dat het
publiek zeer positief reageerde op wereldtoppers in Raalte. Door
de jaren heen was er een zeer regelmatige stijging der publieksaantallen geweest.
Waren er in 1975 nog ±14.000 betalende bezoekers die de kassa passeerden, in
1978 was dat gestegen tot ±29.000 betalende bezoekers. D.w.z. dat er op de
racedag ±32.000 bezoekers geteld zijn (alle medewerkers, het rennerveld met
helpers en dames ±1500 mensen etc.). De conclusie leek gerechtvaardigd dat er
dit jaar ±35.000 betalende bezoekers de kassa's zouden passeren, alleen al om
het Nederlandse toptrio Wil Hartog, Boet van Dulmen en Jack Middelburg te zien
knokken tegen Barry Sheene, rijdend met zijn geluksnummer 7, de Amerikaanse
coming-man Mike Baldwin en de Zwitser Philippe Coulon. Niet
alleen de 500 cc klasse trok dit jaar zeer de aandacht, ook de 250 & 350 cc
klasse had een betere bezetting dan ooit. Nemen we alleen al de
dubbelwereldkampioen van 1978, Kork Ballington, zijn landgenoot Jon Ekerold,
Kawasaki fabrieksrijder Anton Mang en de twee Fransen Patrick Fernandez, vorig
jaar goed voor een 1e en 2e plaats in Raalte en Christian Estrosi, die ook al
fabrieks Kawasaki's in Raalte op het circuit bracht.
Voor de
vierde keer in successie werd de 500 cc klasse verreden over 2 manches. Het
publiek, dat bleek via de jaarlijkse enquête, had daar erg veel plezier in
en daarom was het des te gelukkiger dat de KNMV
alsnog gunstig hadbeschikt over deze 2 manches. Het grote voordeel voor het publiek
was, dat men de
grote toppers 2x zag rijden en dat er door het puntenklassement automatisch
strijd ontstond. De verandering die ook toegepast was voor de rijders, was, dat
men verplicht was om de 2 manches uit te rijden, anders zou er geminiseerd worden
op de startgeldvergoeding.
|
|
|
|
|
Raalte start 1e manche
500cc: op de eerste startrij v.l.n.r.: Philippe Coulon, Wil Hartog &
Jack. Daarachter met# zeven, uiteraard Barry Sheene en met #26 Eddie
Kuipers. |
 De internationale races in
Raalte
wist Jack op prachtige wijze te winnen voor 40.000 bezoekers. Hij wist
hiermee de hegemonie van Hartog te verbreken, die de zes voorgaande
edities van Nederlands grootste motorsportevenement, na de TT van Assen,
op zijn naam had gebracht. Barry Sheene had van tevoren gezworen dat HIJ
aan de reeks van Hartog een einde zou gaan maken, maar niet Sheene deed
dit, maar onze eigen "Briet". De laatste twee rondes "reed" de Westlander zelfs met een gebroken drijfstang in de rondte.
Toch wist hij de race te winnen voor de wereldkampioen van 1976 en 1977 Barry
Sheene (zeker een van mijn favorieten) en nog een fabriekscoureur Mike
Baldwin uit Amerika. In de eerste manche won Jack voor Wil Hartog en Barry
Sheene. In de tweede manche brak er een drijfstang, terwijl hij aan de
leiding lag voor Sheene. De Suzuki bleef echter wel doorlopen, mits op
drie cilinders. Daardoor moest hij Sheene en Baldwin voor zich
dulden. Wil Hartog viel wel uit in deze manche, maar Jack had hem toen
al op ruime achterstand gereden. Jack won uiteindelijk de race over twee
manches, doordat hij door de ruime marge van de eerste manche
overwinning nog genoeg tijd over had op Barry Sheene. Na de race gaf hij ook aan dat dit de mooiste overwinning uit
zijn carrière was tot op dat moment, terwijl hij geroerd het Wilhelmus
aanhoorde. Het gaf een goed gevoel voor de TT,
die twee weken later verreden zou worden, gevestigde rijders op hun
topmateriaal te verslaan.
 De bekende Zuid-Afrikaanse
coureur, Jon Ekerold, die in 1980 wereldkampioen zou worden in de 350cc klasse, kwam
zeer ernstig ten val. Hij had wel veel
pech, want Raalte was zijn eerste race sinds hij in de GP van Imola (13
mei) gevallen was en daarbij zijn linker sleutelbeen had gebroken. Bij het
hard afremmen voor een haakse bocht in Raalte, kwam er teveel druk op
die breuk en die knapte af. Bij de val die daarop volgde, brak Jon ook
zijn rechter sleutelbeen! Door een Haarlemse chirurg werden er in beide
schouders stalen verstevigingen geplaatst. Ondanks dit zou hij een week
later in Rijeka, de GP van Joegoslavië, wel weer van start gaan en,
terwijl hij in de 350cc klasse op de vierde plaats lag, er in de laatste
ronde hard van af vallen. Hierbij brak hij een been en brak een stalen
plaat op zijn rechter sleutelbeen en raakten er links twee schroeven
los! Jack was een bijzonder geval wat blessures en hardheid daarin
betreft, maar Jon kon er ook wat van. De 50cc, in Raalte, werd gewonnen door de Zwitser Stefan
Dörflinger, de 125cc door zijn landgenoot Hans Müller, de 250cc door
de Fransman Patrick Fernandez en de 350cc door de Zuid-Afrikaan Kork
Ballington.
 |
| Jack
voor Wil Hartog in Raalte |
"Volgend jaar zullen de
organisatoren toch echt ook Kenny Roberts en Barry Sheene naar Raalte moeten halen om voor voldoende
tegenstand te zorgen". Dat schreven we precies een jaar geleden, nadat Wil Hartog de
vloer had aangeveegd met de bijna voltallige wereldtop, en zijn zesde achtereenvolgende
overwinning op de Luttenbergring had behaald.
Wel, Roberts was er niet; die wou met alle geweld een paar weken vakantie in
Californie doorbrengen, maar wel had de organiserende R.A.M. kans gezien, Barry Sheene naar Raalte
te halen, ondanks het feit dat er op dezelfde dag een Internationale race op Mallory Park
werd verreden.
Het was echter niet Sheene, die Hartog van de overwinning afhield. Het was de verbluffend sterk rijdende Jack
Middelburg die een einde maakte aan Hartogs overwinningenreeks en die tevens een einde maakte aan de
misvatting dat de man die Hartog zou kunnen verslaan, uit het buitenland zou moeten
komen.
Jack, die in de training de derde startplaats had veroverd achter Philippe Coulon en Wil
Hartog, maar voor Mike Baldwin en Barry Sheene, liet vanaf de start geen enkele twijfel bestaan over zijn bedoelingen.
Terwijl Wil Hartog tegen zijn gewoonte in een matige start had, schoot
Middelburg als een pijl uit een boog in koppositie weg. Hartog maakte echter
in de openingsronde veel terrein goed en ging pal achter Jack de tweede ronde
in, achtervolgd door het trio Sheene, Boet en Baldwin.
Jack en Wil knokten tot de zesde ronde om de leiding; toen wist Jack een kleine voorsprong te nemen op de Witte Reus, die
niet helemaal gelukkig was met de stuureigenschappen van zijn
fabrieks-Suzuki, waarin bij wijze van experiment een langere achtervork was gemonteerd.
Wil kon weliswaar zijn tweede plaats tot de finish vasthouden, maar Middelburg bouwde
zijn voorsprong uit tot niet minder dan 18,5 seconde.
De spanning bleef echter volop aanwezig, want om de derde plaats werd vreselijk
fel gestreden door Van Dulmen, Sheene en Baldwin. Sheene moest eerst Boet en vervolgens ook Baldwin
voorbij laten, maar een remfoutje wierp de snelle Amerikaan halverwege de race terug tot de zesde plaats. Mike kwam nog
wel terug naar de vijfde positie,
maar kon de aansluiting niet herstellen. Sheene zorgde in de slotfase voor een scheut
extra opwinding door aanval na aanval te lanceren op den Boet, die
tenslotte in de laatste ronde het hoofd moest buigen voor de fabrieksfiets van
Barry.
De tweede manche bracht zo mogelijk nog meer spanning dan de eerste. Ditmaal had Hartog zijn beste Grand Prix-machine gepakt, maar opnieuw was het Jack
Middelburg, die als eerste van kiet ging. Bij het ingaan van de tweede ronde reden Jack en Barry Sheene
wiel aan wiel, op
korte afstand gevolgd door Boet, Wil en Baldwin die het hevig met elkaar aan de stok hadden.
Middelburg zag weldra kans, Sheene los te rijden die vervolgens prompt werd aangevallen door de
snel opgerukte Hartog. Barry kreeg het even later zelfs moeilijk met Van
Dulmen en Baldwin die gezamenlijk de ex-wereldkampioen trachtten te
verschalken.
Aan de vierkamp kwam echter in de zevende ronde een einde, omdat Hartog zijn
fiets met een vastloper aan de kant moest zetten. Een ronde later verloor Boet veel terrein toen hij bij het lappen van een achterblijver werd geblokkeerd. Sheene had
Baldwin weten af te schudden en kwam langzaam dichter naar kopman
Middelburg toe.
 |
| Jack
laat Barry voorgaan in de tweede manche |
Die zorgde voor een verrassing door in de negende ronde op de finishlijn Sheene te
beduiden dat hij er langs mocht. Barry liet zich dat geen tweemaal zeggen en Jack bleef
kalmpjes op de tweede plaats rijden, in de wetenschap, dat hij daaraan
ruim voldoende had voor de totaalzege over beide manches.
Maar machinepech zou de kopposities volledig door elkaar gooien. Eerst viel Boet
uit met een kapotte versnellingsbak en twee ronden voor het einde brak er
in Jack's Suzuki een drijfstang. Jack bleef op drie cilinders doorgaan, maar
hij kon niet verhinderen dat Mike Baldwin hem van de tweede plaats verdrong.
En dat betekende een ernstige bedreiging van Jack's totaalzege. Zowel
Middelburg als Sheene hadden een eerste en een derde plaats veroverd, en de
totaaltijd zou de doorslag moeten geven.
Jack bleek voor beide manches samen 5,6 seconde minder nodig te hebben gehad dan
Sheene, en daarmee werd hij de eerste coureur in de geschiedenis van de
Raalte-races, die Hartog's zegereeks had weten te stuiten.
Mike Baldwin bezette in de einduitslag de derde plaats, maar hij verscheen niet op
het podium. "Ik dacht dat ik vijfde of zesde was geworden in de
totaalstand", vertelde hij later. Philippe Coulon, Willem Zoet en Piet
v.d. Wal pakten zowel in de tweede manche als in de eindstand de vierde,
vijfde en zesde plaatsen.
| |
 |
|
|
Jack voor de
start |
|
|
|
|
| |
|
|
|
| |
 |
|
"De Luttenbergring" had een lengte van 3150 meter.
Het circuit kende een groot aantal bochten, waar veel gevraagd werd van
de stuurmanskunst van de rijders. De "Luttenbergring" kon dan ook met
recht een stuurcircuit genoemd worden. 200 Meter na de start doken de
rijders de "Koolhofbocht" in. Even verder bereikten ze de "Tiesbocht",
een haakse bocht. Hierna volgde de Buurtschapsweg met een lang
aanhoudende linker en twee dito rechterbochten. De "Hellendoornbocht"
was in feite een combinatie van 3 bochten: na een flauwe linkerbocht
volgde een meer dan haakse bocht naar rechts en, dan tenslotte nog eens
een flauwe bocht naar rechts. De Hellendoornseweg was een nagenoeg
geheel rechte weg met een lengte van circa 800 meter. De derde hairpin,
die in het circuit voorkwam, was de "Bakkersbocht", eveneens naar
rechts.
Vanaf de "Bakkersbocht" tot aan de finish lag
misschien wel het meest interessante en spectaculaire deel van de "Luttenbergring".
Over een afstand van zo'n 700 meter waren 5 bochten te nemen. Allereerst
de "Hendrikabocht", gevolgd door de lang aanhoudende "Pinnersbocht". Op
een afstand van amper 50 meter lagen de beide "Monumentbochten", de
eerste naar links, de tweede onmiddellijk daarop aansluitend naar
rechts. Voor de rijders dan de finishlijn passeerden moesten ze nog de
"Timmerbocht" nemen. Alle toeschouwers konden naar hartelust genieten
van de motorsport: de liefhebbers van pure snelheid langs de rechte
gedeelten en de bewonderaars van het bochtenwerk in een van de vele
prachtige bochten.
Op twee plaatsen langs het circuit waren tribunes
opgebouwd: bij de start en bij de Pinnersbocht. Vanaf de laatstgenoemde
tribune hadden de toeschouwers een fantastisch uitzicht op het meest
spectaculaire deel van de "Luttenbergring”.
 |
 |
|
© foto's Johan Blom
|
Hier
een link naar volledig verslag van Raalte

17-06-1979
Grand Prix Joegoslavië, Rijeka

 |
|
Jack
voor het eerst aan de leiding in een Grand Prix! Vlak op zijn hielen
Barry Sheene en Marco Lucchinelli. Verder Wil Hartog (#3), Kenny
Roberts (#1), Boet van Dulmen (#18), Franci Uncini (#40), Giovanni
Pelletier (#55), Gianni Rolando (#30), Virginio Ferrari (#11), Steve
Parrish (#12) en de rest van het veld. Helemaal links Johnny Cecotto
(#4). |
|
© MOTOR Magazine
|
 |
 |
|
Marco Lucchinelli
voor Jack... |
 |
|
..en
voor Virginio Ferrari. |
 |
|
Roberts
voor Hartog. |
 |
|
Boet,
Jack (verscholen Ferrari & Pelletier), Philippe Coulon & Franco
Uncini. |
|
© MOTOR Magazine
|
De motoren hadden door de races in
Raalte wel dusdanige schade opgelopen dat het er naar uitzag dat Jack
een week later niet in Joegoslavië (Rijeka) zou kunnen starten. Er kon
niet snel genoeg aan nieuwe onderdelen worden gekomen
(leveringsproblemen vanuit Japan) en de paar reserve-onderdelen die ze
nog hadden wilde Jack voor Assen bewaren en niet eventueel in de
Joegoslavische GP verspelen. Uiteindelijk kon
hij toch aan de Joegoslavische GP deelnemen door tussenkomst van de
Zuid-Afrikaanse Grand Prix coureur Alan North
en zijn Nederlandse sponsor Hennie ten Dam (Wilddam). Deze boden Jack
hun 500cc motorblok aan, aangezien North geen visum voor Joegoslavië kreeg, dit
omdat Joegoslavië geen diplomatieke betrekkingen met Zuid-Afrika had.
Jon Ekerold en Korky Ballington omzeilden altijd dit probleem, Ekerold
had een Noors en Ballington een Engels paspoort buiten hun
Zuid-Afrikaanse. Het was belachelijk dat in die tijd politiek en sport
niet van elkaar gescheiden konden zijn. Alan
North overigens was een zeer begenadigd coureur, die ook in de jaren 70
in de 250 & 350cc ten tonele verscheen. In deze klassen reed hij
menigmaal de fabriekscoureurs naar huis met zijn privé-machines. Het
was dat hij vanwege zijn Zuid-Afrikaanse paspoort nooit Joegoslavië,
Zweden en Tsjecho-Slowakije in mocht, anders had hij waarschijnlijk
zeker wel in de top drie beland. Het gebaar van Alan North gebeurde op het allerlaatste moment en Jack
mo est dus ook een race
rijden om op tijd aanwezig te zijn. In een recordtijd van 15 uur 'reed' hij met zijn
oude Mercedes 450 SEL naar Rijeka. Ondertussen had Adri vd Broeke de
Bartol-Suzuki van Jack, met veel kunst en vliegwerk weer in elkaar
gezet, dus deze kon op het laatste moment ook mee. Jack reed een prima training in de
stortende regen. En waar iedereen het rustig aan deed, zette
"onze" vriend gewoon even de tweede trainingstijd neer achter
Roberts. Helaas was het op de wedstrijddag droog, maar Jack ging toch op kop weg! Voor het eerst reed hij aan de leiding in een Grand
Prix! Dit duurde maar een halve ronde, toen werd hij gepasseerd door o.a.
Roberts en Hartog. In de negende ronde moest hij de race staken door een
kapotte krukas, erg jammer want er had zeker minimaal een zesde plaats ingezeten.
Wéér
Roberts won de race voor Ferrari en Franco Uncini. Het was overigens het
debuut van Randy Mamola in de 500cc klasse, hij bestuurde de machines
van zijn landgenoot Mike Baldwin, die in Amerika geblesseerd was
geraakt. Baldwin had zijn pols en rechter bovenbeen gebroken, tijdens een race
in het Amerikaanse Loudon, een paar dagen na zijn deelname aan de races
in Raalte.
|
17 juni 1979, Grand Prix Joegoslavië, circuit
Rijeka
|
|
Trainingstijden
500cc |
Probleem |
Ronde |
Uitslag
500cc (32
ronden)en) |
| 1. |
Kenny Roberts |
USA |
Yamaha |
1.50.6 |
|
|
1. |
Kenny Roberts |
USA |
Yamaha |
51.27.28 |
| 2. |
Jack
Middelburg |
NL |
Suzuki |
1.51.4 |
Machine |
Ronde
10 |
2. |
Virginio Ferrari |
I |
Suzuki |
51.30.70 |
| 3. |
Boet
van Dulmen |
NL |
Suzuki |
1.51.9 |
|
|
3. |
Franco
Uncini |
I |
Suzuki |
52.09.72 |
| 4. |
Gianni Rolando |
I |
Suzuki |
1.52.5 |
Brandstof |
Ronde
22 |
4. |
Wil Hartog |
NL |
Suzuki |
52.09.86 |
| 5. |
Marco Lucchinelli |
I |
Suzuki |
1.52.6 |
Machine |
Ronde
11 |
5. |
Boet
van Dulmen |
NL |
Suzuki |
52.14.31 |
| 6. |
Barry
Sheene |
GB |
Suzuki |
1.52.7 |
Blessure |
Ronde
3 |
6. |
Michel Rougerie |
F |
Suzuki |
1
ronde |
| 7. |
Philippe Coulon |
CH |
Suzuki |
1.52.8 |
Machine |
Ronde
10 |
7. |
Christian Sarron |
F |
Yamaha |
1
ronde |
| 8. |
Christian Sarron |
F |
Yamaha |
1.53.6 |
|
8. |
Carlo Perugini |
I |
Suzuki |
1
ronde |
| 9. |
Franco
Uncini |
I |
Suzuki |
1.53.8 |
9. |
Steve Parrish |
GB |
Suzuki |
1
ronde |
| 10. |
Virginio Ferrari |
I |
Suzuki |
1.54.0 |
10. |
Max Wiener |
A |
Suzuki |
1
ronde |
| 11. |
Giovanni Pelletier |
I |
Suzuki |
1.54.5 |
11. |
Franck Gross |
F |
Yamaha |
1
ronde |
| 12. |
Didier de Radiguès |
B |
Suzuki |
1.55.1 |
12. |
Seppo Rossi |
SF |
Suzuki |
1
ronde |
| 13. |
Carlo Perugini |
I |
Suzuki |
1.56.8 |
13. |
Willem Zoet |
NL |
Suzuki |
1
ronde |
| 14. |
Willem Zoet |
NL |
Suzuki |
1.56.9 |
14. |
Peter Sjöström |
S |
Suzuki |
1
ronde |
| 15. |
Rafaelle
Pasqual |
I |
Suzuki |
1.57.1 |
15. |
Giovanni Pelletier |
I |
Suzuki |
2
ronden |
| 16. |
Börge Nielsen |
DK |
Suzuki |
1.57.1 |
Machine |
Ronde
3 |
16. |
Rafaelle
Pasqual |
I |
Suzuki |
2
ronden |
| 17. |
Johnny
Cecotto |
YV |
Yamaha |
1.57.2 |
Blessure |
Ronde
20 |
17. |
Dennis Ireland |
Nzl |
Suzuki |
2
ronden |
| 18. |
Werner Nenning |
A |
Suzuki |
1.58.3 |
Machine |
Ronde
8 |
18. |
Sergio Pellandini |
CH |
Suzuki |
2
ronden |
| 19. |
Ikujiro Takai |
J |
Suzuki |
1.58.4 |
Machine |
Ronde
17 |
19. |
Didier de Radiguès |
B |
Suzuki |
2
ronden |
| 20. |
Michel Rougerie |
F |
Suzuki |
1.58.7 |
|
20. |
Jochen
Schmid |
D |
Suzuki |
3
ronden |
| 21. |
Seppo Rossi |
SF |
Suzuki |
1.58.8 |
21. |
Carlos de San Antonio |
ES |
Suzuki |
3
ronden |
| 22. |
Max Wiener |
A |
Suzuki |
1.59.1 |
 |
Franco
Uncini, hier voor Dennis Ireland, op weg naar zijn beste
prestatie in de halveliterklasse tot op dat moment. |
|
|
| 23. |
Sergio
Pellandini |
CH |
Suzuki |
1.59.4 |
| 24. |
Wil Hartog |
NL |
Suzuki |
1.59.4 |
| 25. |
Carlos de San Antonio |
ES |
Suzuki |
2.00.1 |
| 26. |
Graziano Rossi |
I |
Morbidelli |
2.00.1 |
Valpartij |
Ronde
6 |
| 27. |
Dennis Ireland |
Nzl |
Suzuki |
2.00.2 |
|
| 28. |
Carlo Prati |
I |
Suzuki |
2.01.0 |
| 29. |
Luigi
Rimoldi |
I |
Patton |
2.01.5 |
Machine |
Ronde
11 |
| 30. |
Jochen
Schmid |
D |
Suzuki |
2.01.9 |
|
| 31. |
Peter Sjöström |
S |
Suzuki |
2.03.3 |
| 32. |
Toni
Garcia |
ES |
Suzuki |
2.03.8 |
| 33. |
Steve Parrish |
GB |
Suzuki |
2.04.1 |
| 34. |
Franck Gross |
F |
Yamaha |
2.06.2 |
| "
Jack over
Jack" GP
Joegoslavië, Rijeka |
|
Mijn
deelname aan deze GP hing aan een zijden draadje. Adri had nl.
de machines niet meer op tijd klaargekregen. Door een royaal
gebaar van Henny van Dam, sponsor van Alan North, mocht ik zijn
fiets lenen. Door kunst- en vliegwerk van Adri ging de
Bartol-Suzuki toch nog mee. Na de eerste training liep de
Bartol echter al vast. De volgende training regende het
pijpenstelen. Desondanks zette ik, achter Kenny Roberts, de
tweede
trainingstijd neer. Na (wederom) een supersnelle start was ik in
de wedstrijd als eerste weg. Dit duurde echter maar één ronde, ik had wel even laten zien, dat ik er was. Halverwege de
course liep mijn motor vast en weg was mijn kans om mogelijk
hier ook een paar puntjes weg te slepen.
|

23-06-1979
Grand Prix Nederland, TT Assen


 |
 |
 |
|
Start
500cc 1979: Graziano Rossi (#18), Henk de Vries (#42), Dick
Alblas (#39), Marco Lucchinelli (#44) en Christian Sarron (#24). |
|
copyright
www.pejer.se,
(Motorbild, Esso & Irene Gunnarsson Sjödahl). |
|
Max
Wiener (#15), Michel Rougerie (#10), Barry Sheene (#7), Steve
Parrish (#12), Ikujiro Takai (#25), Virginio Ferrari (#11),
Philippe Coulon (#14), Bernard Fau (#26), Jack (#30), Johnny
Cecotto (#4), Franco Uncini (#23), Wil Hartog (#3) en Kenny
Roberts (#1). |
 |
|
|
|

|
|
Start
500cc van de achterkant: Piet vd Wal (#41). |
 |
|
 |
|
 |
|
 |
|
Deelnemerslijst
500cc TT 1979. |
|
Eerste training
woensdag 20 juni. |
|
Tweede training
donderdag 21 juni. |
|
derde training
donderdag 21 juni. |
|
Deelnemers
500cc TT Assen 1979 |
| 1. |
Kenny
Roberts (USA) |
15. |
Max
Wiener (A) |
25. |
Ikujiro
Takai (J) |
35. |
Gustav Reiner (D)
|
| 3. |
Wil
Hartog |
16. |
Seppo
Rossi (SF) |
26. |
Bernard
Fau (F) |
36. |
Börge Nielsen (DK)
|
| 4. |
Johnny
Cecotto (Ven) |
17. |
Boet van Dulmen
|
27. |
Alex George (GB) |
37. |
Peter
Sjöström (S) |
| 5. |
Takazumi
Katayama (J) |
18. |
Graziano Rossi (I)
|
28. |
John Woodley (Nzl) |
38. |
Gianni
Rolando (I) |
| 7. |
Barry
Sheene (GB) |
19. |
Mick
Grant (GB) |
29. |
Jürgen
Steiner (D) |
39. |
Dick
Alblas |
| 10. |
Michel
Rougerie (F) |
20. |
John Newbold (GB) |
30. |
Jack Middelburg |
40. |
Willem
Zoet |
| 11. |
Virginio Ferrari
(I) |
21. |
Dave Potter (GB) |
31. |
Gerhard Vogt (D) |
41. |
Piet vd Wal
|
| 12. |
Steve
Parrish (GB) |
22. |
Mike
Baldwin (USA) |
32. |
Dennis Ireland (Nzl)
|
42. |
Henk
de Vries |
| 13. |
Gianfranco
Bonera (I) |
23. |
Franco Uncini (I)
|
33. |
Didier
de Radiguès (B) |
46. |
Randy
Mamola (USA) |
| 14. |
Philippe
Coulon (CH) |
24. |
Christian
Sarron (F) |
34. |
Werner
Nenning (A) |
|
Marco
Lucchinelli (I) |

 |
|
Virginio
Ferrari winnaar Assen |
Een week
na de Joegoslavische Grote Prijs werd de TT van Assen een
fantastische happening voor 140.000 toeschouwers. Jack had zeer goed
getraind en ging weer als eerste vanaf de start weg, dit kon hij
uiteraard niet volhouden tegen al het fabrieksgeweld achter hem,
maar het was wel de tweede race in successie dat hij kopstart
had. Het accelereren van de fabrieksmachines was nu eenmaal vele
malen beter, dat kun je niet goedmaken. Jack reed de race van
zijn leven en lag uiteindelijk op een prachtige vijfde plaats,
maar helaas sloeg vier ronden voor het einde het pechduiveltje
toe. Zijn schakelpook brak af, maar toen hij richting pits reed
en iedereen dacht dat het over was ging hij plots toch weer
door, ondertussen waren helaas wel Philippe Coulon en Franco
Uncini hem voorbij gegaan. Hij boog zich voorover en reed de
race uit door de laatste vier ronden met de hand te schakelen!
Er zat nog een klein stompje wat hij net nog kon gebruiken om te
schakelen. Hij had gelukkig genoeg voorsprong opgebouwd op de
rest van het veld. Uiteindelijk kwam hij toch nog heel knap als
7e over de finish met een hand die helemaal open lag, maar daar
maalde hij niet om. Het was eigenlijk ongelofelijk om Jack naast
zijn machine te zien hangen met snelheden van dik 200 het uur! Dit was al zijn
vierde, 7e plaats van het
seizoen! Hij hield zelfs wereldkampioen Kenny Roberts nog achter zich.
In een bloedstollend gevecht wist Virginio Ferrari beslag te leggen op
de eerste plaats voor Barry Sheene die een fractie van een seconde later
over de finish kwam. Wil Hartog werd
derde op zijn fabrieksmachine.
Jack was overigens rechtstreeks van Joegoslavië naar Assen gereden, toen hij 's-nachts aankwam had hij volop problemen om het circuit op te
komen. Een paar achterlijke controleurs weigerden hem zonder kaart het
rennerskwartier op te laten! Die moest hij dan volgens hun de volgende
morgen eerst maar ophalen. Uiteindelijk werd hij toch toegelaten.

 |
|
 |
|
 |
|
Startopstelling
500cc Assen 1979. |
|
Uitslag 500cc
Assen 1979. |
|
Tussenstanden
voor Assen. |
Hier
een link naar volledig verslag van Assen
|
Uitslag &
trainingsuitslag 500cc Grand Prix Nederland |
|
|
|
|
|
|
|
Grid |
|

|
1. |
Virginio Ferrari |
I |
Suzuki |
47.07.3 |
7e |
| 2. |
Barry
Sheene |
GB |
Suzuki |
47.07.4 |
4e |
| 3. |
Wil
Hartog |
NL |
Suzuki |
47.28.7 |
5e |
| 4. |
Boet van Dulmen |
NL |
Suzuki |
47.34.5 |
10e |
| 5. |
Philippe Coulon |
CH |
Suzuki |
47.46.3 |
3e |
| 6. |
Franco Uncini |
I |
Suzuki |
|
8e |
| 7. |
Jack
Middelburg |
NL |
Suzuki |
6e |
| 8. |
Kenny Roberts
|
USA |
Yamaha |
1e |
| 9. |
Christian Sarron |
F |
Yamaha |
12e |
| 10. |
Steve Parrish |
GB |
Suzuki |
14e |
| 11. |
Gianni Rolando |
I |
Suzuki |
19e |
| 12. |
Graziano Rossi |
I |
Morbidelli |
24e |
| 13. |
Randy Mamola |
USA |
Suzuki |
18e |
| 14. |
Ikujiro Takai |
J |
Yamaha |
1 ronde |
17e |
| 15. |
Dennis Ireland |
Nzl |
Suzuki |
1 ronde |
21e |
| 16. |
Dick Alblas |
NL |
Suzuki |
1 ronde |
25e |
| 17. |
Gerhard Vogt |
D |
Suzuki |
1 ronde |
26e |
|
- |
Seppo Rossi |
SF |
Suzuki |
Machine |
29e |
|
- |
Johnny Cecotto |
YV |
Yamaha |
Blessure |
2e |
|
- |
Henk de Vries |
NL |
Suzuki |
Machine |
20e |
|
- |
Bernard Fau |
F |
Suzuki |
Machine |
13e |
|
- |
Marco Lucchinelli |
I |
Suzuki |
Machine |
9e |
|
- |
Jürgen Steiner |
D |
Suzuki |
Valpartij |
27e |
|
- |
Max Wiener |
A |
Suzuki |
Valpartij |
25e |
|
- |
Börge Nielsen |
DK |
Suzuki |
Valpartij |
22e |
|
- |
Willem Zoet |
NL |
Suzuki |
Blessure |
15e |
|
- |
Piet v/d Wal |
NL |
Yamaha |
Machine |
30e |
|
- |
Peter Sjöström |
S |
Suzuki |
Machine |
28e |
|
- |
Michel Rougerie |
F |
Suzuki |
Machine |
11e |
|
- |
Alex George |
GB |
Suzuki |
Machine |
16e |
|
- |
Gustav Reiner |
D |
Suzuki |
Niet gekwalif. |
|
|
- |
Dave Potter |
GB |
Suzuki |
Niet gekwalif. |
|
- |
Werner Nenning |
A |
Suzuki |
Niet gekwalif. |
 |
 |
|
Johnny
Cecotto Assen 1979 |
1979,
de a.s. mevrouw Hartog, Atinka |
| "
Jack over
Jack" GP
Nederland, TT van Assen |
|
Reeds lang van tevoren had ik me op
deze TT in Assen verheugd. En met mij vele duizenden
motorsportliefhebbers getuige het feit dat het hele parcours
afgestampt was met kijkers. Zonder overdrijving kan ik schrijven
dat de trainingen op woensdag, donderdag en vrijdag vrijwel
vlekkeloos verliepen voor het Middelburg Team. Woensdag bracht
ik de vierde trainingstijd op de klokken en donderdagmiddag
eindigde ik zelfs als tweede achter Kenny Roberts. ‘s-Avonds
werden er echter wel de snelste tijden neergezet. Samen met Wil
Hartog reed ik naar een prachtige vijfde plaats, hetgeen tevens
mijn startplaats in de race op zaterdag zou zijn. Ook mentaal
had ik me voor dit grootse gebeuren goed voorbereid, hetgeen wel
mag blijken uit het bijna onmogelijke feit dat ik in dit
gerenommeerde veld, na de start als eerste wegstoof. Ik was
realist genoeg om te begrijpen, dat ik deze koppositie niet lang
zou behouden. Na de eerste ronde kwam ik als zesde door, achter
Roberts de gedoodverfde winnaar van deze race. Als ik op zijn
wiel blijf kan me niets gebeuren, dacht ik, want ik vermoedde
wel dat dat manneke nog iets zou gaan ondernemen. Alhoewel mijn
machine direct na de start een beetje vreemd was gaan trillen en
ik bang was, dat ik de boel kapot zou rijden, ging dat euvel
vrij snel voorbij en wachtte ik in spanning op het moment, dat
Kenny zijn gas open zou trekken. Vanuit de pits kreeg ik naar
mijn mening veel te hoge tijden door. Hier moet wat aan gedaan
worden, zei Jack tegen Jack en op een gegeven moment stak ik in
de Strubbenbocht Kenny binnendoor voorbij tot uitzinnige vreugde
van het publiek. Drie Nederlanders bij de eerste vijf in deze
topcourse. Het was onvoorstelbaar, zelfs de grootste optimist
had dit niet voor mogelijk gehouden! Edoch; in de dertiende
ronde wilde ik schakelen, maar ik voelde niks meer en toen ik
keek zag ik, dat mijn schakelpedaal was afgebroken. Een klein p....stukje
restte me nog, waarmee ik ternauwernood met de hand kon
schakelen. Het laat zich begrijpen, wat er toen door me
heenging. Zou ik dan toch nog in het zicht van de haven
stranden? Dan maar alles of niets. Iedereen moet wel gedacht
hebben, dat ik stapelgek geworden was toen ze me zo als een
dronken aardbei op mijn motor zagen scharrelen. Maar ondanks
alles en met de blaren in mijn handen kwam ik als zevende over
de eindstreep en was daarmee dolgelukkig. Later hoorde ik, dat
toen ik in die bewuste ronde niet meer doorkwam, menigeen bijna
een hartstilstand kreeg, later gevolgd door een enorme
bloeddrukverhoging, die niet te meten was, toen ik alsnog
binnentufte. Sorry hoor, dat hoort er allemaal bij!
|
01-07-1979
Grand Prix België, Francorchamps

|
29/30
juni 1979, Grand Prix
België, circuit Spa-Francorchamps.
|
|
De
rijders waarvan de trainingstijden in het wit met zwarte
achtergrond staan gingen niet van start in de race, vanwege
de gladde omstandigheden van het circuit, of gedwongen (zoals Jack
en Boet) door omstandigheden. |
|
Trainingstijden
50cc |
Trainingstijden
125cc |
Trainingstijden
250cc |
Trainingstijden
500cc |
| 1. |
Eugenio Lazzarini |
3.14.9 |
1. |
Angel Nieto |
3.02.3 |
1. |
Chas Mortimer |
2.58.3 |
1. |
Johnny Cecotto |
2.50.9 |
| 2. |
Stefan Dörflinger |
3.15.9 |
2. |
Ricardo Tormo |
3.03.1 |
2. |
Walter Villa |
2.58.6 |
2. |
Michel
Rougerie |
2.50.9 |
| 3. |
Ricardo Tormo |
3.16.1 |
3. |
Ernst Gaferer |
3.04.1 |
3. |
Graeme McGregor |
2.58.6 |
3. |
Jack
Middelburg |
2.50.9 |
| 4. |
Gerhard Waibel |
3.20.0 |
4. |
Eugenio Lazzarini |
3.05.0 |
4. |
Didier de Radiguès |
2.59.0 |
4. |
Boet van Dulmen |
2.52.2 |
| 5. |
Patrick Plisson |
3.20.0 |
5. |
Hans Müller |
3.06.0 |
5. |
Randy Mamola |
2.59.9 |
5. |
Steve Parrish |
2.52.5 |
| 6. |
Rolf Blatter |
3.22.9 |
6. |
Walter Koschine |
3.06.2 |
6. |
Jean-Marc Toffolo |
2.59.9 |
6. |
Barry Sheene |
2.53.1 |
| 7. |
Wolfgang Müller |
3.29.0 |
7. |
Giampaolo Marchetti |
3.06.3 |
7. |
Etienne Geeraerd |
3.00.2 |
7. |
Randy Mamola |
2.53.1 |
| 8. |
Claudio Lusuardi |
3.24.9 |
8. |
Gert Bender |
3.06.5 |
8. |
Gregg Hansford |
3.00.6 |
8. |
Dennis Ireland |
2.54.4 |
| 9. |
Serge Julin |
3.26.9 |
9. |
Marcelino García |
3.06.5 |
9. |
Murray Sayle |
3.01.2 |
9. |
Alex George |
2.54.6 |
| 10. |
Hagen Klein |
3.27.1 |
10. |
Maurizio Massimiani |
3.06.6 |
10. |
Edi Stöllinger |
3.01.3 |
10. |
Marco Lucchinelli |
2.55.4 |
| 11. |
Ezio Saffiotti |
3.27.5 |
11. |
Michel
Rougerie |
3.06.7 |
11. |
Michel Siméon |
3.01.4 |
11. |
Christian Sarron |
2.55.5 |
| 12. |
Enrico Cereda |
3.28.0 |
12. |
Martin van Soest |
3.06.8 |
12. |
Guy Origer |
3.01.9 |
12. |
Alain Nies |
2.56.3 |
| 13. |
Gerrit Strikker |
3.28.9 |
13. |
Thierry Noblesse |
3.07.7 |
13. |
Olivier Liegeois |
3.02.4 |
13. |
Gary Lingham |
2.56.4 |
| 14. |
Theo Timmer |
3.28.9 |
14. |
Barry Smith |
3.07.7 |
14. |
Graziano Rossi |
3.02.6 |
14. |
Tony Head |
2.56.7 |
| 15. |
Henk van Kessel |
3.29.0 |
15. |
Fernando De Nicolás |
3.07.9 |
15. |
Richard Hubin |
3.02.6 |
15. |
Jacky Matagne |
2.58.4 |
| 16. |
Peter Looijesteijn |
3.29.9 |
16. |
Harald Bartol |
3.08.0 |
16. |
Yoshimi Matsumoto |
3.02.9 |
16. |
Philippe Coulon |
2.58.5 |
| 17. |
Aldo
Pero |
3.30.1 |
17. |
Stefan Dörflinger |
3.09.0 |
17. |
Paolo Pileri |
3.03.6 |
17. |
Franco Uncini |
2.59.3 |
| 18. |
Jacky
Hutteau |
3.30.2 |
18. |
Jan Huberts |
3.09.0 |
18. |
Alain Nies |
3.03.6 |
18. |
Gianni Rolando |
2.59.4 |
| 19. |
Hans-Jürgen
Hummel |
3.31.0 |
19. |
Pierpaolo Bianchi |
3.09.3 |
19. |
Jeffrey Sayle |
3.03.6 |
19. |
Wil Hartog |
2.59.7 |
| 20. |
Rudolf
Kunz |
3.32.1 |
20. |
August Auinger |
3.09.7 |
20. |
Oronzo Memola |
3.04.0 |
20. |
Kenny Blake |
2.59.8 |
| 21. |
Cees van Dongen |
3.32.6 |
21. |
Henk van Kessel |
3.10.4 |
21. |
Bert Struijk |
3.04.2 |
21. |
Franck Gross |
3.00.2 |
| 22. |
Ingo Emmerich |
3.32.7 |
22. |
Patrick Plisson |
3.10.9 |
22. |
José Lazo |
3.04.3 |
22. |
Willem Zoet |
3.00.5 |
| 23. |
Joaquin Galí |
3.33.0 |
23. |
Peter Looijesteijn |
3.11.2 |
23. |
René Delaby |
3.04.5 |
23. |
Kenny Roberts |
3.01.4 |
| 24. |
Gerhard Singer |
3.33.2 |
24. |
Patrick Hérouard |
3.12.0 |
24. |
Jacques Bolle |
3.04.6 |
24. |
Ikujiro Takai |
3.01.6 |
| 25. |
Alain Hannecart |
3.34.3 |
25. |
Jean-François Lecureux |
3.12.0 |
25. |
Patrick Fernandez |
3.04.7 |
25. |
Giovanni Pelletier |
3.02.0 |
| 26. |
Daniel Corvi |
3.34.5 |
26. |
Francois Granon |
3.12.2 |
26. |
Vic Soussan |
3.04.9 |
26. |
Olivier Liegeois |
3.02.0 |
| 27. |
Stefan
Danielsson |
3.35.2 |
27. |
Paul Bordes |
3.12.7 |
27. |
Rinus van Kasteren |
3.05.0 |
27. |
Bernard Fau |
3.02.3 |
| 28. |
Bruno Di Carlo |
3.36.0 |
28. |
Jean-Louis Guignabodet |
3.12.9 |
28. |
José Moreno |
3.05.3 |
28. |
Henk de Vries |
3.02.9 |
| 29. |
Faure |
3.36.4 |
29. |
Clive Horton |
3.13.0 |
29. |
Reinhold Roth |
3.05.3 |
29. |
Sergio Pellandini |
3.03.0 |
| 30. |
Rudi Oosting |
3.36.6 |
30. |
Cees van Dongen |
3.13.1 |
30. |
Patrick de Radiguès |
3.05.5 |
30. |
Olivier
Chevallier |
3.04.0 |
| 31. |
Jos Dieteren |
3.36.8 |
31. |
Anton Straver |
3.13.5 |
31. |
Valerio Pessotto |
3.05.6 |
31. |
Gustav Reiner |
3.04.0 |
| 32. |
Marcel v/d Steene |
3.37.1 |
32. |
René
Renier |
3.14.6 |
32. |
José Tellevia |
3.05.7 |
32. |
Carlo Perugini |
3.04.1 |
| 33. |
Ramon Gali |
3.37.3 |
33. |
Jean-Paul Magnoni |
3.16.0 |
33. |
Sobral |
3.06.1 |
33. |
Fernando De Nicolás |
3.04.3 |
| 34. |
Hermano Sande |
3.37.9 |
34. |
Werner Steege |
3.16.0 |
34. |
Michel Steven |
3.06.4 |
34. |
Virginio Ferrari |
3.05.5 |
| 35. |
Reiner Scheidhauer |
3.38.3 |
35. |
Bruno Kneubühler |
3.16.1 |
35. |
Sadao Asami |
3.06.5 |
35. |
Elmar Renner |
3.05.5 |
| 36. |
Ton Kooyman |
3.39.1 |
36. |
Per-Edvard Carlsson |
3.16.2 |
36. |
Eero Hyvärinen |
3.06.6 |
36. |
Gerhard Vogt |
3.05.6 |
| 37. |
Günter Schirnhofer |
3.40.6 |
37. |
Marc-Anton Constantin |
3.16.2 |
37. |
Fernando De Nicolás |
3.06.7 |
37. |
Seppo Rossi |
3.06.2 |
| 38. |
Chris Baert |
3.42.0 |
38. |
Bernard Murray |
3.16.8 |
38. |
Jean-François Baldé |
3.07.0 |
38. |
John Newbold |
3.06.3 |
| 39. |
Robert Evrard |
3.43.7 |
39. |
Freddy Blaise |
3.18.5 |
39. |
Roger Kockelman |
3.07.1 |
39. |
Graziano Rossi |
3.06.4 |
|
40. |
Gilbert Blanckaert |
3.43.7 |
40. |
Matti Kinnunen |
3.18.5 |
40. |
Armand Gras |
3.07.7 |
40. |
Etienne Geeraerd |
3.06.5 |
|
41. |
Otto Machinek |
3.46.2 |
41. |
Yves Dupont |
3.19.1 |
41. |
Kork Ballington |
3.08.3 |
41. |
Josef Hage |
3.06.9 |
|
42. |
René Loge |
3.48.8 |
42. |
Paul Ramon |
3.23.2 |
42. |
Carlos Lavado |
3.08.7 |
42. |
Dieter Heinen (D) |
3.07.1 |
|
43. |
Laporte |
3.48.8 |
43. |
Jean-Claude Baele |
3.23.3 |
43. |
Klaas Hernamdt |
3.09.7 |
43. |
Max Wiener |
3.11.1 |
|
44. |
Ove Skifjeld |
3.49.1 |
44. |
José de Faveri |
3.24.5 |
44. |
Jean-Claude Baele |
3.10.6 |
44. |
Timo Pohjola |
3.11.2 |
|
45. |
Michel Stree |
3.56.9 |
45. |
Stefano Feretti |
3.25.1 |
45. |
Josef Hage |
3.10.7 |
45. |
Sadao Asami |
3.11.9 |
|
46. |
Dirk van der Donckt |
4.06.2 |
46. |
Alain Plunus |
3.28.9 |
46. |
Harald Merkl |
3.10.7 |
46. |
Toni
Garcia |
3.19.2 |
|
47. |
Georges Fissette |
4.12.3 |
47. |
Luc Beugnier |
3.29.3 |
47. |
Eric Saul |
3.10.7 |
47. |
Steve Manship |
3.19.9 |
| |
48. |
Chris Baert |
3.32.9 |
48. |
Hans Müller |
3.11.1 |
48. |
Philippe Chaltin |
3.22.0 |
|
49. |
Eddy Goffinet |
3.39.0 |
49. |
Raymond Roche |
3.12.1 |
49. |
Manfred Heinen (B) |
3.22.4 |
|
50. |
Rolf Blatter |
9.99.9 |
50. |
Börge Nielsen |
3.12.5 |
50. |
Roland Mullender |
3.27.0 |
|
51. |
Guy Collard |
9.99.9 |
51. |
Olivier
Chevallier |
3.12.6 |
51. |
Guy Cooremans |
3.42.3 |
| |
52. |
Roland Freymond |
3.12.6 |
52. |
Börge Nielsen |
9.99.9 |
|
53. |
Reino Eskelinen |
3.12.9 |
53. |
Peter Sjöström |
9.99.9 |
|
54. |
Frank Steinhausen |
3.14.3 |
|
|
55. |
Giancarlo Bet |
3.14.9 |
|
56. |
Graham Singer |
3.15.6 |
|
57. |
Michel Biver |
3.15.9 |
|
58. |
Yves de Kimpe |
3.16.5 |
|
59. |
Harold Bartol |
3.16.7 |
| 60. |
Jean-Pierre van Zuylen |
3.18.3 |
| 61. |
Pentti Korhonen |
3.18.6 |
| 62. |
Anton Mang |
3.18.7 |
| 63. |
Francis Hollebecq |
3.22.8 |
| 64. |
Olivier Gauthier |
3.34.1 |
| 65. |
Kamiel de Brue |
3.39.3 |
|
Inschrijvers
500cc België 1979 |
| 2. |
Kenny
Roberts (USA) |
16. |
Philippe
Chaltin (B) |
29. |
Franck
Gross (F) |
42.
|
Patrick
Pons (F) |
? |
Roland Mullender (B) |
| 3. |
Johnny
Cecotto (Ven) |
17. |
Olivier Chevallier (F) |
30. |
Dennis Ireland (Nzl) |
43. |
Dave Potter (GB) |
? |
Guy Cooremans (B) |
| 4. |
Wil
Hartog |
18. |
Guy Coremans (B) |
31. |
Steve
Manship (GB) |
44. |
Gustav Reiner (D) |
? |
Toni Garcia (ES) |
| 5. |
Gianfranco
Bonera (I) |
19. |
Philippe
Coulon (CH) |
32. |
Jacky
Matagne (B) |
45. |
Gianni
Rolando (I) |
? |
Les
van Breda (Zaf) |
| 6. |
Steve
Parrish (GB) |
20. |
Didier
de Radiguès (B) |
33. |
Jack
Middelburg |
46. |
Graziano Rossi (I) |
? |
Börge Nielsen (DK) |
| 7. |
Barry
Sheene (GB) |
21. |
Eddy Elias (I) |
34. |
Hiroyuki
Kawasaki (J) |
47. |
Seppo
Rossi (SF) |
? |
Peter Sjöström (S) |
| 8. |
Virginio Ferrari
(I) |
22. |
Christian
Estrosi (F) |
35. |
John
Newbold (GB) |
48. |
Jürgen
Steiner (D) |
? |
Henk
de Vries |
| 9. |
Marco
Lucchinelli (I) |
23. |
Bernard
Fau (F) |
36. |
Alain
Nies (B) |
49. |
Franco Uncini (I) |
? |
Gary
Lingham (GB) |
| 10. |
Michel
Rougerie (F) |
24. |
Adelio
Faccioli (I) |
37.
|
Sergio Pellandini (CH) |
50. |
Les
van Breda (Zaf) |
? |
Josef
Hage (D) |
| 11. |
Christian
Sarron (F) |
25. |
Michel
Frutschi (CH) |
38.
|
Giovanni
Pelletier (I) |
51. |
Gerhard Vogt (D) |
? |
Dieter
Heinen (D) |
| 12. |
Boet
van Dulmen |
26. |
Etienne
Geeraerd (B) |
39. |
Carlo Perugini (I) |
52. |
Max
Wiener (A) |
? |
Manfred Heinen (B) |
| 14. |
Kenny
Blake (AUS) |
27. |
Alex George (GB) |
40.
|
Roberto
Pietri (Ven) |
? |
Henk
de Vries |
? |
Elmar Renner (D) |
| 15. |
Jack
Buytaert (B) |
28. |
Mick
Grant (GB) |
41.
|
Timo
Pohjola (SF) |
? |
Gary
Lingham (GB) |
? |
Sadao Asami (J) |
Het circuit van Francorchamps in België
had een nieuwe asfaltlaag gekregen die twee dagen voor het begin van de
trainingen pas gereed was en dit gaf flinke problemen. Tijdens de
trainingen viel de ene coureur na de andere van zijn motor. De
regenrijders waarvan Jack er zeker ook een was stonden na de trainingen
bovenaan. Randy Mamola de durfal uit Amerika klokte de snelste
trainingstijd en Jack de vijfde. Er bleek dat een teerwagen zoveel gemorst
had dat zelfs een van de stoomwalsen die week uit een van de bochten was
geslipt! De topcoureurs Roberts, Sheene, Ferrari en Hartog
onderhandelden met de organisatie en de FIM (de international
motorsportfederatie, Federation Internationale Motorcycliste) over het wel of niet rijden van de Belgische Grand
Prix. Uiteindelijk trokken alle fabrieksteams zich op zaterdag terug van
deelname. Op dat moment waren er al tienduizenden supporters in België
aanwezig. Toen deze er achterkwamen dat de toprijders niet van start
zouden gaan braken er onlusten uit. Auto's werden op de kant gegooid en
in brand gestoken en de hele nacht stonden langs het circuit de
strobalen in brand. Diverse gewonden moesten na vechtpartijen opgenomen
worden in het ziekenhuis. Jack en Van Dulmen zouden in eerste instantie wel
van start gaan, omdat zij vonden dat het ook glad was als het regende en
men de tienduizenden supporters die onderweg waren naar het circuit niet
wilden teleurstellen. Maar nadat ze door Nederlandse "supporters" van Wil
Hartog waren bedreigd dat men flessen bier op de baan zou gooien
als ze voorbij kwamen, i.v.m. een gebrek aan solidariteit, trokken
die zich ook terug. Deze beslissing werd uiteindelijk door hun beider
manager Jan Muis genomen, want toen ze 's-morgens uit bed kwamen had hij
al hun spullen al in laten pakken. Uiteindelijk reden ze een paar uur
voor de start onder politiebegeleiding naar huis, terwijl de politie de
raddraaiers nog met traangas bezig was uit elkaar te drijven. Er gingen
toch nog 21 rijders van start in de 500cc klasse, waarvan er slechts 10
de finish haalden, dus allen in de punten. Tiende werd de Duitser Dieter
Heinen en die had maar liefst vier ronden achterstand op de winnaar! Voor de meesten zullen dit
alle punten geweest zijn die ze in hun carrière in een GP gehaald
hebben. Uiteindelijk won de Nieuw-Zeelander Dennis Ireland de 500cc klasse. De
Nederlandse coureur Henk van Kessel won zelfs door het terugtrekken van
de fabrieksteams en overige toppers de lichtste klasse, de 50cc, voor
zijn landgenoot Theo Timmer. Dit was voor ex-wereldkampioen Van
Kessel, zijn eerste overwinning in de "borrelklasse" sinds hele
lange tijd. De eerste startrij, van zes coureurs, bleef in de 50cc
klasse overigens volledig leeg, deze gingen o.a. niet van start. Dit
gebeurde in alle klassen die dag.
| "
Jack over
Jack" GP
België, Francorchamps |
|
Als ik heel eerlijk mag zijn, dan zou
ik van deze GP willen zeggen dat het een ANTI-MOTORSPORT
demonstratie was. En dan deze keer niet in eerste instantie van
de zijde van het publiek, maar van de zijde van de topcoureurs.
Want wat was het geval? Tijdens de training werden deze heren
het er over eens, dat hier niet geracet zou worden. Naar hun
mening was de nieuw aangelegde baan niet stroef genoeg.
Dientengevolge vertrokken alle fabrieksteams, want volgens de
woordvoerders Roberts en Hartog (ja, u leest het goed) kon de
organisatie van deze GP toch niets aan de kwaliteit van het
circuit veranderen! Men slaagde hierin voor zaterdag echter wel
terdege en vele rijders, waaronder Boet en ik, besloten dan ook
normaal te starten. Dit was echter tegen de zin van de fans van
Wil Hartog, die ons op alle mogelijke manieren bedreigden. Om
ongelukken te voorkomen ben ik zaterdagnacht noodgedwongen
gevlucht. Uiteraard moet iedere coureur voor zichzelf uitmaken
of hij een bepaalde race al dan niet wil rijden. Speel het
echter dan wel op zo een manier, dat je je medecoureurs niet
schaadt. Aan de "stakers" zou ik de vraag willen stellen
of ze toch niet zo zeker van hun zaak zijn als zij (o.a. voor de
TV) willen doen voorkomen. Tenslotte zou ik aan sommige fans van
o.a. "DE WITTE REUS" het advies willen geven om het
woord sportief maar uit hun woordenboek te schrappen.
Jack.
|
 |
|
Michel
Rougerie, Spa Francorchamps, op de 125cc Motobecane van de
in Assen gevallen en geblesseerd geraakte Thierry Espié. Ook Rougerie zou uiteindelijk
niet van start gaan. |
Wat een grandioze opening van het nieuwe circuit van Spa-Francorchamps had moeten worden,
was uitgedraaid op een deceptie van de eerste orde. Nadat alle wereldsterren al in de training tot de conclusie waren gekomen, dat de verse asfaltlaag van de piste veel te glad was om op fatsoenlijke wijze de vele pk's van de fabrieksmachines onder controle te
houden, besloten de topcoureurs tot eendrachtige staking. Dit had tot gevolg, dat de vele tienduizenden toeschouwers uit binnen- en buitenland op zondag getuige waren van
wedstrijden, waarin coureurs van het tweede ofwel derde garnituur met de ereprijzen aan de haal gingen.
Slechts in één categorie, de zijspanklasse, kwamen alle topmensen aan de start en kon het publiek een
volwaardig GP-startveld aan het werk zien, waarin Biland, Steinhausen en
Schwärzel een fantastisch duel om de eerste plaats uitvochten, doch deze strijd kon in de verste verte geen genoegdoening geven voor hetgeen waarvoor men
eigenlijk naar het Ardennen-circuit was gekomen. Rolf Steinhausen en Kenny Arthur wonnen de aantrekkelijke
B2-A race. Door het wegblijven van de toppers was er volop gelegenheid voor andere coureurs om eens het
ereschavotje te beklimmen en de Nederlanders spraken daarbij een woordje mee. Zo won Henk van Kessel voor Theo Timmer de 50cc categorie, terwijl Martin van Soest in de 125cc klasse, die door de Australische Veteraan Barry Smith werd gewonnen, tien punten mocht
incasseren. Dennis Ireland pakte de halveliterrace (met Henk de Vries als vijfde)
voor Kenny Blake en Gary Lingham. Edi Stöllinger pakte de winst in de 250cc klasse.
De training: Aankondiging van een debacle
 |
 |
|
Johnny
Cecotto bekijkt de toestand van zijn banden m.b.t. de
omstandigheden van de baan. |
Discussie
op en over de baan. |
 |
Virginio
Ferrari bespreekt de toestand van het circuit. |
 |
De
strooi- wagen in actie. |
Toen op vrijdagmorgen de eerste coureurs hun machines voor de training in de baan rolden, wist nog niemand wat hen boven het hoofd hing. Glad, spekglad was de piste van de nieuwe omloop van
Francorchamps. Zo luidde de conclusie van de coureurs, die reeds na één of twee rondjes de pits binnenreden om te kijken of er iets men hun banden aan de hand was. Juist de rijders in de zwaardere klassen hadden de grootst
mogelijke moeite om rond te komen en velen hunner gingen de baan te lijf met volwaardige regenbanden, terwijl er geen druppel was gevallen.
Toen na de eerste trainingen alle klassen een keer in de baan waren gekomen, staken de fabrieksjongens de koppen bij elkaar en vond men het wijselijk
om 's-middags niet meer te rijden. De organisatoren beloofden om 's-avonds te proberen of zij het wegdek niet in een betere staat zouden kunnen
krijgen, hetgeen geschiedde. Tot diep in de nacht reed een compleet leger van
reinigingswagens, brandweer, borstelwagens en andere vreemdsoortige voertuigen over de bijna zeven kilometer lange piste. Dit was mede mogelijk geworden door de aanwezigheid van de minister van publieke werken, die in allerijl vele honderden mensen van de
Belgische
BB had opgetrommeld. Waarom
was het wegdek zo glad? Volgens enkele deskundigen is tijdens het proces van
asfalteren gebruik gemaakt van een soort olie, waardoor de substantie beter uit te smeren is en gemakkelijker aan de onderste laag kan hechten. Men heeft van deze
noodgreep gebruik moeten maken, omdat de temperaturen tijdens die werkzaamheden te laag waren om een goed jasje te kunnen leggen. Door de warmere omstandigheden de
laatste weken was de oliesubstantie naar de oppervlakte gestegen, waardoor het wegdek glibberig werd. Een ingenieur van het
wegenbouwbedrijf verklaarde op zaterdag, dat de weersomstandigheden in België niet volgens verwachting waren
geweest, waardoor het noodzakelijk oxidatieproces, die de olie had moeten elimineren door het in de atmosfeer op te nemen, was uitgebleven. Na een hele nacht arbeid,
gingen op zaterdagmorgen de coureurs weer in de baan en luidde de gevolgtrekking om
twaalf uur, dat het rijden iets gemakkelijker was geworden, doch dat het nog steeds geen haalbare kaart was om hier
onder
deze omstandigheden een Grand Prix uit te vechten. Alle mensen, die zich bij gangmaker Kenny Roberts hadden aangesloten, hielden voet bij stuk en het merendeel kwam 's-middags niet meer in de baan. Sterker
nog: sommige coureurs pakten meteen hun spullen en er werd bekendgemaakt, dat er die zelfde avond een persconferentie gegeven zou worden. De organisatie werd een petitie aangeboden, waaronder o.a.
Sheene, Hartog, Ferrari, Roberts, Uncini, Ballington, Hansford en Rossi hun handtekening
hadden gezet. Ook in de lichtere klassen kende men de problemen en pas op
zondagmorgen zou blijken, dat 's-werelds besten niet zouden meerijden. De zijspanjongens ondervonden duidelijk minder hinder van
de gladheid en trainden volop, hoewel Rolf Steinhausen verklaarde, dat hij het zich best kon indenken dat het met een
solomachine niet gemakkelijk rijden was. Tja, met drie wielen kun je zelfs onder de meest vreemde weersomstandigheden nog hard gaan.
Het debacle had zich reeds aangekondigd en door vele insiders werd gesuggereerd,
dat deze unanieme opstelling van de topjongens wel eens een voorbode kon zijn van wat er misschien komen gaat, want
het rommelde op dat moment op een vreselijke manier. Men wilde zich sterker als groep gaan opstellen en een vuist kunnen maken
tegen de diverse organisatoren en de FIM. Na Francorchamps weten we één
ding zeker. Er bestaat een duidelijke scheiding tussen de wereldtop en de rest van het veld. Een eenheid is er nog lang niet, hetgeen de wedstrijden de volgende dag zouden uitwijzen.
08-07-1979
kampioensraces Zandvoort

 |
|
Jack
op de Honda 400. |
 |
|
Bouwmeester,
Jack & Hernamdt. |
|
© MOTOR Magazine |
 |
|
Bert Struijk (#50),
Peter Looijesteijn (#10) en Piet v/d Wal (#56), ook in actie op
de Honda 400's. |
 |
|
Bert Struijk (#50),
Willem-Jan Nooteboom en Peter Looijesteijn (#10) op de Honda
400's. |
Een week na het debacle
in Francorchamps, waar nog lang over werd nagepraat, werd er een race in
de 750cc klasse verreden op Zandvoort. Deze race telde mee voor het
kampioenschap, dus Jack was van de partij. Jack deed het voor zijn doen
erg rustig aan, waarschijnlijk om het publiek wat te vermaken, maar toen
hij bijna van zijn motor werd geramd door de iets te enthousiaste Pieter
Blaauboer, in de Panoramabocht, besloot Jack dat het welletjes was en
liet zien tot wat een machtsvertoon hij in staat was. Er werd ook nog
een standaard 400 Honda klasse verreden in dit jaar en men had een flink
aantal internationals bereid gevonden daaraan mee te doen. O.a. Jack,
Bert Struijk, Klaas Hernamdt, Henk de Vries, Piet vd Wal, Henk vd Mark, Rinus van Kasteren en
Willem-Jan Nooteboom. Ik heb deze race ook live gezien, maar kon er
persoonlijk niet
echt warm van worden. Je zag de Nederlandse toppers tobben met deze
motoren. Ten eerste kwamen ze niet vooruit en dat met aan de grond
lopende voetsteunen e.d, dat was het niet. Het enige wat je zag waren
vuuropspattingen. De toppers maakten zich dan ook niet echt druk, mede
gezien de belangrijke wedstrijden die dit seizoen nog verreden moesten
worden. Jack had met Klaas Hernamdt echter afgesproken, dat de
Nederlandse topper in deze klasse van standaardmachines, Kees
Bouwmeester, in ieder geval niet mocht winnen. Deze reed echter op
een goed afgestelde en ingelopen motorfiets en won de races in deze
klasse bijna altijd met twee vingers in de neus. Zoals zovelen in de
wegracerij hadden de beide Grand-Prix rijders zich ook geërgerd aan het
feit dat Bouwmeester, een oude rot in de racerij, een leemte in de
KNMV-reglementen had ontdekt, waardoor hij als superroutinier kon gaan
deelnemen (en overheersen) in de Honda N-400 klasse, bedoeld als
kweekschool voor jong talent. Uitgangspunt voor de topdeelnemers:
Bouwmeester, de Zandvoortdeskundige bij uitstek, niemand had meer
kilometers op dit circuit gereden dan hij, zoek proberen te rijden. Jack en Klaas reden op een
splinternieuwe motor, zo uit het krat, met 0 kilometers op de teller. Onderweg voerden
Jack en Klaas ook
hele tactische gesprekken met elkaar. Gedrieën reden ze op de finish af en even
voor het vallen van de vlag, hinderde Jack, wat ze de hele race al
hadden gedaan, Bouwmeester en zo wist Klaas te winnen. Jack vond het erg
leuk allemaal en wilde graag een revanche, maar dan met Wil en
Boet.
 |
|
Jack
controleert de Honda 400. |
Een schitterend duel in de Honda 400-klasse, waar een heel stel prominente mannen in meededen bij wijze van stunt, een al even fraai gevecht tussen de zijspanduo's met als
stuurmannen Cees Smit en Egbert Streuer en een gigantische overwinning
voor Jack Middelburg in de Formulerace zijn eigenlijk de drie hoofdgerechten geweest van de in
Zandvoort verreden races.
Voor (voor Zandvoortbegrippen) veel publiek speelde Jack tweemaal een
hoofdrol. In zijn eerste glansrol pakte de Naaldwijker in de Formuleklasse, waar hij met een straatlengte, wat heet, twee
straatlengten, voorsprong de race won. Zestien seconden liep hij uit en daarvoor hoefde hij helemaal nog niet te herhalen wat hij in de trainingen al deed: eventjes onder het
record rijden met 1.37.5. Ach even een rondje, leuk toch?'
Tweede man werd een ook al goed rijdende Willem Zoet. Het tweetal reed vrijwel de
hele race lang frank en vrij in het rond. Aardig om de stijl van de heren eens te
bezien, maar niet bepaald spannend.
Achter de twee streden diverse vier- en
tweetakten om de bronzen plak. Pieter Blaauboer moest zijn derde plek (Bakker-Suzuki) prijsgeven. Derde werd nu de NMB-rijder Rob Beute voor zijn bondsgenoot en nu de beste viertaktman Hein
Heijen. Henk de Vries volgde op zijn RCS. Bert Struijk reed
de Freyters Bimota Honda (waarop hij vaker zal uitkomen in de Endurace) van de
achterste plaats af naar een zesde plek. Had Bert bij de start niet de pech gehad dat de motor afsloeg (en dat ding is, weten we
uit ervaring, erg moeilijk te starten) dan had hij waarschijnlijk zomaar de derde plek
gepakt. Dat belooft toch wat voor toekomstige races. Een beetje concurrentie erbij is nooit weg...
 |
Ook goed deed Jack Middelburg het in de Honda 400-race, waarin hij de bekendste gast was. In de trainingen hadden hij en zijn maatjes
al laten zien de zaak niet als een
aardigheidje af te doen, maar de wedstrijd zelf ging nog even verder dan wat snelle rondjes van
'inters" op een standaardploffie.
In een met de knietjes over de grond stijl kwam al snel een groepje van drie voorbij.
Klaas Hernamdt, Jack en (een 'echte 400- rijder') Kees Bouwmeester. Steeds harder en harder ging het, zodat uiteindelijk de bochten, vanaf het
'Scheivlak' en 'Tunnel Oost', zo'n beetje schuivend genomen werden. Hernamdt slaagde erin een piepklein gaatje te slaan. Achter hem wisselden Jack en Kees regelmatig van plaats. Dan weer schoot Bouwmeester voorbij (met een goed ingelopen en afgestelde fiets) en dan weer pakte Jack later de remmen (want zijn fiets had op de teller nul komma nul staan, dus liep wat minder).
Op de finish won Hernamdt voor Bouwmeester en Jack, die het allemaal prachtig vond en zo te zien
in was voor een revanche (als dat even kan...) met Boet en
Hartog... Nummer twee en drie raakten elkaar
nog!
22-07-1979
Grand Prix Zweden, Karlskoga

|
Deelnemers
500cc Zweden 1979 |
| 1. |
Kenny
Roberts (USA) |
17. |
Bo
Granath (S) |
28. |
Chris
Fisker (DK) |
38. |
Max Wiener (A) |
| 3. |
Wil Hartog |
18. |
Carlos
de San Antonio (ES) |
29. |
Erik
Björn Paulsen (DK) |
39. |
Lars
Johannsen (S) |
| 4. |
Johnny
Cecotto (Ven) |
20. |
Peter
Sjöström (S) |
30. |
Odd
Arne Lände (N) |
40. |
Boet
van Dulmen |
|
7.
|
Barry
Sheene (GB) |
21. |
Christian Sarron (F) |
31. |
Stefan
Pejer (S) |
41. |
Jack
Middelburg |
| 9. |
Michel Rougerie (F) |
22. |
Gustav
Reiner (D) |
32. |
Peter
Sköld (S) |
42. |
Alan
North (Zaf) |
|
11.
|
Virginio
Ferrari (I) |
23. |
Timo Pohjola (SF) |
33. |
Willem
Zoet |
43. |
Franco
Uncini (I) |
| 12. |
Steve Parrish (GB) |
24. |
Lennart
Bäckström (S) |
34. |
Mike Baldwin (USA) |
45. |
Ijukiro Takai (J) |
|
13.
|
Philippe
Coulon (CH) |
25. |
Barry Woodland (GB) |
35. |
Didier
de Radiguès (B) |
46. |
Dennis
Ireland (NzL) |
| 14. |
Seppo
Rossi (SF) |
26. |
Tony Head (GB) |
36. |
Graham
Hobbs (GB) |
47. |
Kenny
Blake (AUS) |
| 15. |
Graziano
Rossi (I) |
27. |
Jon Ekerold (Zaf) |
37. |
Max
Nöthiger (D) |
48. |
Randy Mamola (USA) |
| |
|
|
|
|
|
49. |
Marco Lucchinelli (I) |
|
20/21
juli 1979, Grand Prix Zweden, circuit Karlskoga |
|
Trainingstijden
500cc klasse Karlskoga, de tijden zijn de snelste in de
betreffende trainingssessie. |
|
Positie |
Rijder |
1e
trainingssessie |
2e
trainingssessie |
3e
trainingssessie |
|
1. |
Kenny Roberts
|
1.29.87 |
1.21.01 |
1.23.68 |
|
2. |
Franco Uncini |
1.22.82 |
1.22.01 |
1.21.26 |
|
3. |
Jack
Middelburg |
1.22.30 |
1.21.46 |
1.22.87 |
|
4. |
Barry Sheene |
1.22.74 |
1.21.58 |
1.22.84 |
|
5. |
Philippe Coulon |
1.22.47 |
1.21.60 |
1.23.84 |
|
6. |
Wil Hartog |
1.22.98 |
1.23.10 |
1.21.88 |
|
7. |
Boet van Dulmen |
1.22.38 |
1.22.06 |
1.23.31 |
|
8. |
Johnny Cecotto |
1.23.44 |
1.22.17 |
1.24.84 |
|
9. |
Ikujiro Takai |
1.23.85 |
1.22.84 |
1.23.48 |
|
10. |
Steve Parrish |
1.24.36 |
1.24.12 |
1.22.68 |
|
11. |
Randy Mamola
|
1.24.43 |
1.22.76 |
1.23.32 |
|
12. |
Virginio Ferrari |
1.26.49 |
1.23.63 |
1.23.03 |
|
13. |
Peter Sköld |
1.26.30 |
1.23.17 |
1.25.99 |
|
14. |
Graziano Rossi |
1.23.68 |
1.25.59 |
1.23.88 |
|
15. |
Marco Lucchinelli |
1.24.85 |
1.27.65 |
1.23.90 |
|
16. |
Michel
Rougerie |
1.24.09 |
1.23.98 |
1.28.89 |
|
17. |
Peter Sjöström |
1.24.78 |
1.24.09 |
1.29.08 |
|
18. |
Christian Sarron |
1.26.36 |
1.24.40 |
1.24.62 |
|
19. |
Seppo Rossi |
1.24.81 |
1.24.80 |
1.25.30 |
|
20. |
Chris Fisker |
1.24.96 |
1.24.88 |
-- |
|
21. |
Didier de Radiguès |
-- |
1.24.63 |
1.26.79 |
|
22. |
Lennart Bäckström |
1.24.73 |
1.24.70 |
1.27.34 |
|
23. |
Gustav Reiner |
1.25.74 |
1.27.33 |
1.24.97 |
| 24. |
Willem Zoet |
1.27.18 |
1.26.36 |
1.25.13 |
| 25. |
Dennis Ireland |
1.26.97 |
1.28.14 |
1.25.39 |
| 26. |
Erik Björn Paulsen |
1.27.08 |
1.25.48 |
1.26.37 |
| 27. |
Tony
Head |
1.26.20 |
1.28.83 |
1.28.60 |
| 28. |
Alan
North |
1.27.30 |
1.26.80 |
1.26.32 |
| 29. |
Kenny Blake |
1.27.79 |
1.27.35 |
1.26.36 |
| 30. |
Odd Arne Lande |
1.27.03 |
-- |
1.43.91 |
| 31. |
Barry Woodland |
-- |
1.27.23 |
1.30.80 |
| 32. |
Jon Ekerold |
1.27.87 |
-- |
-- |
| 33. |
Timo Pohjola |
1.27.79 |
-- |
1.30.20 |
| 34. |
Max Wiener |
1.28.14 |
1.27.38 |
1.29.81 |
 |
|
© foto
Fermino Fraternali
Jack, Barry Sheene en Steve Parrish |

Bij
de volgende Grand Prix op het zeer bochtige circuit van Karslkoga
in Zweden, kwamen Jack zijn uitmuntende stuurcapaciteiten pas echt tot
zijn recht. Hier bleek op dit niet zo snelle circuit vanwege al die
bochten dat hij als coureur absoluut tot de wereldtop behoorde. Na de
eerste
training stond hij fier bovenaan in de tussenstand!! Pas tegen het eind
van de laatste training werd hij van de 'pole position' gestoten
door wereldkampioen Roberts met daarachter Franco Uncini! Dus zag de startopstelling er zondag zo
uit: 1e Kenny Roberts, 2e Franco Uncini, 3e Jack Middelburg, 4e Barry Sheene,
5e Philippe
Coulon, 6e de superstarter Wil
Hartog, 7e
Boet van Dulmen (ook
snel), 8e Johnny Cecotto, 9e
Ikujiro Takai, en 10e Randy Mamola. De leider in de tussenstand van het WK, Virginio
Ferrari kwam niet eens bij de beste 10 vanaf de start. Jack nam
direct na de start de leiding op zich, zoals al eerder dit seizoen. Dat
dit niet vol te houden was, dat was ook niets nieuws. Na verloop van
tijd reed, ook zeer verrassend Philippe Coulon aan de leiding gevolgd
door Barry Sheene, Kenny Roberts en Wil Hartog. Deze laatste maakte een
schuiver en later overkwam Philippe Coulon hetzelfde. Halverwege de race
waren Jack en Van Dulmen in een tweestrijd gewikkeld om plaats drie in de
race! Beide Nederlandse privé-coureurs voelden zich als een vis in het water op het
stuurcircuit en lieten vele toppers ver achter zich. Al stuivertje
wisselend liepen ze uiteindelijk hard in op Kenny Roberts en gingen hem
als aan een touwtje voorbij naar de 2e en 3e plek! Jack passeerde vijf seconden na winnaar Barry Sheene de finish gevolgd op
twee seconden door
Van Dulmen! Voor beide Hollanders was dit uiteraard hun beste klassering
ooit!
Echt fantastisch, vooral van Jack die zijn toenmalige vriend Van Dulmen
die toch heel wat meer Grand Prix ervaring had, toch ook nog mooi voorbleef.
Het was ook een echt unicum in de Nederlandse motorsport, twee Nederlanders
op het erepodium van de Formule I klasse van de motorsport. Het zou er
tot op de dag van vandaag ook nog maar 1x van komen en wel door
dezelfde twee personen, maar dan alleen in omgekeerde volgorde en op een
ander Zweeds GP-circuit. Roberts nam de leiding in de tussenstand van
het WK over van Ferrari. Hartog de 'Witte reus uit Abbekerk" volgde
als derde op toch wel ruime achterstand. Na de Zweedse GP waren er heel
veel geruchten dat Jack voor 1980 de beschikking zou gaan krijgen over fabrieks Suzuki's. Helaas kwam daar niets van uit.
Boet,
Jack en Steve Parrish |
Jack,
Boet en Steve Parrish
Roberts,
Jack, Parrish, Hartog, Sheene & Ferrari |
 |
|
Telegraaf
23-07-1979 |
 |
|
© MOTOR Magazine |
De Zweedse GP te Karlskoga bracht in de halveliterklasse twee uitersten voor het
Nederlandse kamp: vreugde en verdriet. Vreugde om de grandioze tweede en derde
plaats van Jack en Boet, verdriet om de val van de souverein op kop liggende
Wil. Kenny Roberts heroverde door een vierde plaats en het uitvallen van Ferrari
weer de leiding in het wereldkampioenschap. Door de uitslag van de 125cc race
veroverde Angel Nieto zijn negende wereldtitel, hoewel hij zelf in een
ziekenhuis in Madrid lag. Graziano Rossi won voor de derde achtereenvolgende
maal de kwartliterrace en de combinatie Jock Taylor/Benga Johansson boekte bij
de zijspannen hun eerste GP-overwinning.
De 500 cc: Grandioos
 |
|
Start
500cc Zweden met: Alan North (#42), Steve Parrish (#12), Kenny
Roberts (#1), Randy Mamola (#48), Franco Uncini (#43), Marco
Lucchinelli (#49), Boet van Dulmen (#40), Virginio Ferrari
(#11), Jack (#41) voor half verscholen Johnny Cecotto, Peter
Sköld (#32), Peter Sjöström (#20), Barry Sheene (#7),
Graziano Rossi (#15) en Philippe Coulon (#13). |
 |
|
Kenny
Roberts hier aan de leiding van de Zweedse GP, voor Jack, Barry
Sheene, Steve Parrish en Wil Hartog. |
 |
 |
|
Barry
Sheene op weg naar de zege. |
|
Jack en Boet, jammer Wil! Al in de training liet het Nederlandse toptrio zich
duchtig zien: Jack derde, Wil en Boet zesde en zevende. De snelste tijd was
weggelegd voor Kenny Roberts op korte afstand gevolgd door Franco Uncini. In de
race was het achter niet een van deze heren die de kop nam, maar de weer
volledig terugzijnde Philippe Coulon. De Zwitser behield vier ronden lang de
kop. Toen moest hij plaatsmaken voor Wil Hartog. Wil bereed een fabrieks-Suzuki
met het produktieframe en het geheel scheen als een scheermes te sturen, want al
in de tweede ronde had hij afgerekend met Kenny Roberts. Wil pakte dus resoluut
de kop en liep onmiddellijk weg van het veld. Achter zijn rug kwam Barry Sheene
naar voren en in de 10e ronde had de Engelsman Kenny Roberts te pakken, die
vergeefs jacht maakt op de zeer sterk rijdende Coulon. Op zijn beurt moest de
Amerikaanse wereldkampioen weer oppassen voor een verwoed jagend trio bestaande
uit Jack, Boet en de weer in vorm zijnde Steve Parrish. De leider in de strijd
om de wereldtitel Virginio Ferrari had al na twee ronden de race door "engine
troubles", zoals de Japanners na afloop verklaarden, moeten staken. De
Italiaan kon trouwens zijn draai niet zo goed vinden op het 'Mickey Mouse' circuit
van Karlskoga en was tijdens de trainingen al een keer ten val gekomen. Dit
laatste overkwam Franco Uncini in de race en wel in de 3e ronde. In de 17e ronde
kreeg Sheene eindelijk Coulon te pakken, maar Barry zat toen zeker nog zo'n zes
seconden achter de Witte Reus. Voor deze sloeg echter toen het noodlot toe, zijn
motor kreeg last van een hangende gasschuif en in de 19e ronde kwam Wil in een
snelle rechtse bocht in moeilijkheden en ging hard onderuit. Gelukkig mankeerde hij
niets, maar was wel een illusie armer. Zo kreeg Sheene de koppositie in de
schoot geworpen en hij zou er gretig gebruik van maken. Geen enkel risico nemend
reed hij naar zijn tweede Grand Prix overwinning van het seizoen. Kenny Roberts,
reed achter Coulon, rustig op de derde plaats. De 10 punten zouden hem
weer aan de top van het klassement brengen. In de 29ste ronde schoof Roberts
naar de tweede plaats omdat Philippe Coulon bij het remmen voor een bocht onderuitging.
Erg jammer, want een groot succes was de sympathieke Zwitser zeker gegund.
Door deze val schoven Boet en Jack echter ook een plaatsje op. Om de beurt
zaten ze bij de top drie, want beide Nederlanders wisselden onderling nog wel
eens van plaats. Langzamerhand hadden ze zich zo Steve Parrish van het lijf
weten te schudden. In de 26ste ronde had Boet echter al de jacht op Roberts
geopend. Hij vertelde hierover: ..Ja, het ging lekker. Ik had het idee dat Jack
een beetje vastzat. Toen we Parrish eenmaal kwijt waren heb ik hem aangeduid, om
samen achter Roberts aan te gaan. Dat ging prima en na een rondje of vijf
hadden we hem alle twee te pakken". Op de streep en onder veel gejuich van
duizenden Nederlanders had Jack nog maar 5 seconden achterstand op Barry Sheene.
Twee seconden later werd hij gevolgd door Boet. Nogmaals een grandioos
resultaat voor de Nederlandse privé-rijders. Kenny Roberts wist nog maar net
beslag te leggen op de vierde plaats een kleine 2 seconden voor Steve Parrish.
Roberts pakte zo dus toch nog acht GP punten en staat nu op 83 tegen Ferrari
81. Randy Mamola werd zesde in Zweden, Marco Lucchinelli zevende, Ijukiro Takai*
achtste voor Christian Sarron en de Fin Seppo Rossi maakte de eerste tien vol.
Willem Zoet werd heel knap 13e.
 |
|
Ikujiro
Takai, TT Assen 1979. |
 |
|
Ikujiro
Takai, Zweden 1981. |
|
www.pejer.se,
© Esso &
Irene Gunnarsson Sjödahl |
*
Ikujiro
Takai (zie ook foto's Finland) zou in mei 1982 tijdens testritten met de nieuwste
Yamaha, om het leven komen, door een vastloper, op 35 jarige leeftijd.
Dit gebeurde op het circuit van Sugo in Japan. Takai deed heel veel
testwerk voor de Yamaha-fabriek en reed vele Grand Prix races in de
500cc en F750, eind jaren '70 en begin jaren '80.
 |
 |
| Jack
op jacht naar Kenny Roberts. |
Jack
voor Boet. |
Hier
een link naar volledig verslag van Zweden
|
Pos |
Rijder |
Machine |
Ronden |
Tijd/Verschil |
Grid |
Trainingstijd |

 |
|
1 |
Barry Sheene |
Suzuki |
40 |
55:27.66 |
4e |
1.21.50 |
|
2 |
Jack Middelburg |
Suzuki |
40 |
4.96 |
3e |
1.21.40 |
|
3 |
Boet van Dulmen |
Suzuki |
40 |
7.06 |
7e |
1.22.00 |
|
4 |
Kenny Roberts |
Yamaha |
40 |
25.82 |
1e |
1.21.00 |
|
5 |
Steve Parrish |
Suzuki |
40 |
27.67 |
10e |
1.22.60 |
|
6 |
Randy Mamola |
Suzuki |
40 |
35.48 |
11e |
1.22.70 |
|
7 |
Marco Lucchinelli |
Suzuki |
40 |
1:04.14 |
15e |
1.23.90 |
|
8 |
Ikujiro Takai |
Yamaha |
40 |
1:07.78 |
9e |
1.22.50 |
|
9 |
Christian Sarron |
Yamaha |
40 |
1:08.02 |
18e |
1.24.40 |
|
10 |
Seppo Rossi |
Suzuki |
39 |
1 ronde |
19e |
1.24.50 |
|
11 |
Lennart Bäckström |
Suzuki |
39 |
1 ronde |
22e |
1.24.70 |
|
12 |
Alan North |
Suzuki |
39 |
1 ronde |
28e |
1.26.80 |
|
13 |
Willem Zoet |
Suzuki |
39 |
1 ronde |
24e |
1.25.10 |
|
- |
Gustav Reiner |
Suzuki |
33 |
Uitgevallen |
23e |
1.24.98 |
|
- |
Philippe Coulon |
Suzuki |
28 |
Valpartij |
5e |
1.21.60 |
|
- |
Kenny Blake |
Suzuki |
28 |
Engine |
29e |
1.26.30 |
|
- |
Erik Bjorn Paulsen |
Suzuki |
23 |
Engine |
26e |
1.25.40 |
|
- |
Odd Arne Lände |
Suzuki |
21 |
Engine |
30e |
1.27.00 |
|
- |
Wil Hartog |
Suzuki |
18 |
Valpartij |
6e |
1.21.80 |
|
- |
Graziano Rossi |
Morbidelli |
16 |
Engine |
14e |
1.23.50 |
|
- |
Didier De Radiguès |
Yamaha |
15 |
Engine |
21e |
1.24.60 |
|
- |
Peter Sköld |
Suzuki |
12 |
Engine |
13e |
1.23.10 |
|
- |
Johnny Cecotto |
Yamaha |
11 |
Uitgevallen |
8e |
1.22.10 |
|
- |
Dennis Ireland |
Suzuki |
11 |
Engine |
25e |
1.25.10 |
|
- |
Peter Sjöström |
Suzuki |
10 |
Engine |
17e |
1.24.00 |
|
- |
Chris Fisker |
Suzuki |
9 |
Engine |
20e |
1.24.55 |
|
- |
Tony Head |
Suzuki |
8 |
Engine |
27e |
1.25.60 |
|
- |
Michel Rougerie |
Suzuki |
6 |
Engine |
16e |
1.23.90 |
|
- |
Virginio Ferrari |
Suzuki |
3 |
Uitgevallen |
12e |
1.23.00 |
|
- |
Franco Uncini |
Suzuki |
2 |
Valpartij |
2e |
1.21.20 |
|
- |
Barry Woodland |
Yamaha |
-- |
Niet
gekwalificeerd |
31e |
1.27.24 |
29-07-1979
Grand Prix Finland, Imatra

|
Deelnemers
500cc Finland 1979 |
|
01. |
Kenny
Roberts (USA) |
10. |
Boet
van Dulmen |
20. |
Mick
Grant (GB) |
29. |
Peter
Sköld (S) |
| 2. |
Wil Hartog |
11. |
Graziano
Rossi (I) |
21. |
Jack
Middelburg |
30. |
Bo
Granath (S) |
| 3. |
Marco Lucchinelli (I) |
12. |
Gerhard
Vogt (D) |
22. |
Max Wiener (A) |
31. |
Seppo
Rossi (SF) |
| 4. |
Johnny
Cecotto (Ven) |
14. |
Philippe
Coulon (CH) |
23. |
Gustav
Reiner (D) |
32. |
Markku
Matikainen (SF) |
| 5. |
Michel Rougerie (F) |
15. |
Jürgen
Steiner (D) |
24. |
Franck
Gross (F) |
33. |
Timo Pohjola (SF) |
| 6. |
Steve Parrish (GB) |
16. |
Dennis
Ireland (NzL) |
25. |
Börge
Nielsen (DK) |
34. |
Seppo
Ojala (SF) |
| 7. |
Barry
Sheene (GB) |
17. |
Randy Mamola (USA) |
26. |
Ijukiro Takai (J) |
35. |
Kimmo Kopra (SF) |
| 8. |
Takazumi
Katayama (J) |
18. |
Franco
Uncini (I) |
27. |
Lennart
Bäckström (S) |
?
|
Willem Zoet |
|
9.
|
Virginio
Ferrari (I) |
19. |
Christian Sarron (F) |
28. |
Peter
Sjöström (S) |
48. |
Randy
Mamola (USA) |
 |
|
1979,
de
Grote Drie: Boet, Jack en Wil in Finland
|
|
©
foto De Telegraaf (Jan Stappenbeld)
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
| Michel
Rougerie |
Kenny
Roberts |
Randy
Mamola |
Ikujiro
Takai |
Virginio
Ferrari |
Christian
Sarron |
Franco
Uncini |
| Voor
de start van de Finse 500cc Grand Prix. |
|
|
Imatra:
Kenny Roberts voor (verscholen) Wil Hartog en Barry Sheene,
terwijl Jack er goed bij zit. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Een week later was er weer volop
verassing op het circuit van Imatra in Finland te beleven. Van Dulmen
had zeer snel getraind en ging er op pole position vandoor. Jack had een
superstart vanaf de tiende trainingsplek en ging iedereen,
incl. de koploper, Boet van Dulmen, voorbij.
In de loop van de eerste ronde passeerde Boet hem echter weer. Jack
nestelde zich achter hem op de tweede plaats en hield de rest van het
deelnemersveld dusdanig op dat Van Dulmen een ruime voorsprong kon
nemen. Daarna zakte Jack terug naar de zevende plaats waarna hij het juiste
ritme weer hervond en zich gestaag naar voren vocht, en passant de
snelste raceronde noterend! Hij passeerde Franco Uncini, Christian Sarron,
Kenny Roberts, Johnny Cecotto en Wil Hartog en stormde op Barry Sheene
af. Er moest een finishfoto aan te pas komen om het verschil op de
streep tussen Jack en Sheene te zien, die wees helaas uit dat Sheene net
derde was geworden en Jack vierde, net naast het podium. Ondertussen had Boet
van Dulmen de Grand Prix gewonnen voor Randy Mamola. Het was Van
Dulmen's eerste en enige GP-overwinning in zijn carrière. Helaas voor hem,
de minst aansprekende in de Grand Prix wegracerij, hij zou dan (kwa
resultaten) altijd jaloers naar Wil en Jack kijken. Hij voelde zich
waarschijnlijk, zo kwam het althans over, net een soort
Calimero. Jack had dus ook
weer een prestatie van formaat neergezet en klom op naar de
zevende plaats in
de tussenstand van het WK. En dit in zijn leerjaar en dan nog het niet
meedoen tijdens de eerste Grand Prix van het seizoen in Venezuela. Van Dulmen
had overigens nog een poosje op het Finse politiebureau doorgebracht
tijdens de trainingsdagen, nadat hij iemand een shaggie aanbood met de
woorden 'wil je effe een stickie draaien'. Nadat alles was onder- en
doorzocht kon hij toch nog van start gaan en
met alle gevolgen van dien...
 |
|
Imatra:
Jack voor Boet van Dulmen, Barry Sheene, Virginio Ferrari (#9)
en Wil Hartog aan de leiding vanaf de start. |
Boet
liet al tijdens de laatste trainingssessie blijken dat zowel hij als zijn Suzuki boze plannen hadden, nadat zijn fiets eerder was
vastgelopen, evenals die van Jack. Van Dulmen zette de snelste tijd op de klokken, hoewel de tijdwaarnemers duidelijk een vergissing van ongeveer twee seconden in zijn voordeel hadden gemaakt. Toch deerde dit hem niet, omdat hij wist hoe de mogelijkheden hier lagen en dat zijn zelfvertrouwen wel de rest zou doen. Ook de andere toppers zetten een knappe tijd (erg dicht bij elkaar).
Terwijl Jack Middelburg zich even goed kwaad op zichzelf ging maken omdat hij voor de eerste keer sinds vele maanden, bij lage snelheid, een klein
schuivertje maakte. De juiste mentaliteit! Wil Hartog, kon na zijn val
in Karlskoga, die in tegenstelling tot eerdere berichten veroorzaakt werd door een
gebroken kettingspanner, een nieuw rijwielgedeelte ophalen op het
vliegveld van Stockholm, dat speciaal vanuit Japan overgevlogen werd.
Wil realiseerde met deze nieuwe fiets achter Van Dulmen, Roberts, Uncini en
Cecotto de vijfde trainingstijd. Jack Middelburg, stond tiende en Willem Zoet deed het met een
vijftiende plaats zeker ook niet onverdienstelijk.
Het stratencircuit van Imatra werd dit jaar voor de eerste keer als een verkorte versie in gebruik genomen. De beroemde puist op het achterste gedeelte (altijd
goed voor bloedstollende wheelies boven de 200 km/u) was verdwenen en om de snelheden op de hobbelige parallelweg te drukken, had men een chicane aangelegd. Het
startgedeelte was verplaatst (dichter bij het rennerskwartier) en in de breedte aangepast. Voor de eerste keer had men wat geld van de staat Finland gekregen, benevens een lening. Er bestaat een vijfjarenplan om het circuit verder te verbeteren, maar
geldgebrek blijft de enthousiaste organisatoren parten spelen. Na het verlies van Marlboro als sponsor, is men in het land van de
tienduizenden meren nog verder gegaan door alle tabaksreclame op auto's,
vrachtwagens, motoren en kleding te verbieden, zodat een vertegenwoordiger van de tabaksfirma niets anders deed dan
alle reclame afplakken, omdat de Finse afdeling anders op een fikse boete getrakteerd zou worden.
Vlak voor de start van de 500cc race was het in Imatra droog geworden,
nadat het eerder gehoost had. Door het vele hemelwater kreeg het hele
raceprogramma een vertraging van een uur. De klok had al zes keer geslagen, toen een vriendelijk
zonnetje de 500cc-coureurs voor een bandenkeuze ging stellen. Met uitzondering van
Hartog, Sarron en Parrish (intermediates voor en achter) plus Ferrari en Lucchinelli (alleen een intermediate
achter), vertrok het hele gezelschap op slicks, waarvan ze geen spijt zouden krijgen,
hoewel er slechts een akelig dun droog spoortje op de ideale lijn was te vinden.
De start van de 500cc race werd nog meer opgehouden door de
coureurs zelf, omdat men sportief wilde wachten op Michel Rougerie, die in de
opwarmronde te kampen kreeg met een afgelopen ketting. Snelstarter
Jack Middelburg attaqueerde als eerste de haakse bocht naar de
spoorwegovergang, maar het was Den Boet die na de eerste ronde als een
stoomtrein met een lichte voorsprong voor het hele veld langsdenderde. Tweede lag Hartog met Roberts, Sheene en Middelburg in zijn kielzog. De strijd zou al spoedig een duidelijk beeld krijgen. Den Boet, met zijn typische
"ellebogen buiten boord"-stijl, waarbij hij nooit op de motor gaat verzitten, drukte de Suzuki wel zo ontaard hard door de bochten, dat iedereen het antwoord schuldig moest
blijven. Jack reed ondertussen zijn eigen, zeer verstandige race. Hij
zakte in eerste instantie af naar de zesde, zevende plaats, maar zou in de
slotfase zeer sterk terugkomen.
Willem Zoet viel uit met een defecte waterslang, en even daarvoor was Roberts al een keer rechtuit gegaan, waardoor hij de aansluiting helemaal miste en toen luidde de volgorde: Boet, Wil,
Mamola, Sheene, Sarron, Uncini, Jack, Coulon, Cecotto en Roberts. Titelkandidaat Ferrari
verloor
zo'n 1500 toeren en kwam in het stuk niet voor. Wederom zat het Wil Hartog tegen. Nu kreeg hij last van hangende
gasschuiven en zakte hij steeds verder terug om op een tiende plaats te eindigen. Hopelijk keren de
kansen voor hem tijdens de laatste GP's, zodat hij misschien zijn door Sheene
overgenomen derde plaats kan heroveren. Sheene kreeg nu bandenproblemen en moest Mamola laten
gaan. De 19-jarige Amerikaan liet zijn gezicht duidelijk zien en
toonde aan de meer dan
25.000 toeschouwers dat hij duidelijk aan de Suzuki gewend
is
geraakt door deze naar de tweede plaats
te sturen. De gehele race reed Jack samen met Franco Uncini, Christian Sarron en Philippe
Coulon. Maar Jack ging harder en harder. Hij bouwde uiterst beheerst zijn wedstrijd op, ging mannetje na mannetje voorbij (draaide en passant even de snelste ronde) om net een fractie
van een seconde
tekort
te komen om Sheene van de derde plek te kunnen stoten. Hij kwam op de streep helaas nog net
een metertje te
kort!
Boet reed op
dat moment al zijn triomfronde
(nadat alle
aanwezige
Nederlanders en dat waren er bijzonder veel, sigaretten en nagels tekort kwamen van de zenuwen, tijdens de laatste twee minuten en
iedereen vloog monteur Gerrit Veldscholten om zijn nek. Johnny
Cecotto maakte in de laatste ronde
keurig
ruimte voor de met carburatieproblemen kampende Roberts, maar zijn
Yamaha-maatje Sarron deed
dit vreemd genoeg niet,
terwijl ieder punt op dit moment
voor de Amerikaan nog van groot belang is.
Van de kopstukken viel alleen Franco Uncini twee ronden voor het einde uit,
terwijl Coulon achtste en Lucchinelli negende werd.
Na afloop stapten Jack en Wil onmiddellijk naar Den Boet toe om hem geluk te
wensen. Dat bewijst weer eens hoe goed de
verstandhouding is (was) tussen het
Nederlandse toptrio...
|
Pos |
Rijder |
Machine |
Ronden |
Tijd/verschil |
Grid |
Trainingstijd |

 |
|
1 |
Boet van Dulmen |
Suzuki |
26 |
52:27.9 |
1e |
1.53.70 |
|
2 |
Randy Mamola |
Suzuki |
26 |
13.0 |
7e |
1.56.70 |
|
3 |
Barry Sheene |
Suzuki |
26 |
17.8 |
8e |
1.57.10 |
|
4 |
Jack Middelburg |
Suzuki |
26 |
18.0 |
10e |
1.57.70 |
|
5 |
Christian Sarron |
Yamaha |
26 |
27.0 |
6e |
1.56.60 |
|
6 |
Kenny Roberts |
Yamaha |
26 |
35.0 |
2e |
1.55.60 |
|
7 |
Johnny Cecotto |
Yamaha |
26 |
36.0 |
4e |
| |