Home Jack Middelburg Guestbook GP-races Daytona Toon Kannekens Diverse

 

1978 - De eerste Grand Prix met 350cc én 500cc 

 

1978, Jack met Vader Willem

© foto Johan Blom

1978 begon voor Jack met een nieuwe sponsor, F & S Properties. Deze waren tot op dat moment vooral bekende sponsors in de autoracerij. Fagel en Sluis waren specialisten in de onroerendgoed wereld. De uit de autowereld bekende Tonio Hildebrand (1931-2005) bemiddelde in de tot standkoming van het sponsorcontract. Dankzij deze sponsoring kon Jack voor het eerst gaan deelnemen aan het Grand Prix seizoen. Niet alle wedstrijden, daar was het budget niet toereikend genoeg voor. Jack kreeg de beschikking over een nieuwe 350cc Yamaha, 2x Suzuki's RG-500 van HMC (1x model 1978 en zijn machine van 1977) en een nieuwe OW31 Yamaha, voor de 750cc klasse. Deze laatste was weer beschikbaar gesteld door zijn trouwe sponsor Henk Rekers. Met de overige sponsors: Michelin, Levior, Voskamp & Vrijland, Champion, Tsubaki en Valvoline erbij zag het financiële plaatje er voor 1978 goed uit. De Lookwell overall werd ingeruild voor een exemplaar van Damen Leathers, aangezien deze laatste een betere brandvrije overall maakte en die bij een valpartij niet opengescheurde. Jack had uiteraard deze sponsoringen voor het grootste deel verdiend met zijn 3 Nederlandse kampioenschappen van 1977. Jack was 'hot'. Jan Muis werd Jack's manager m.b.t. de buitenlandse races, hij zou in de komende jaren heel veel voor Jack betekenen. Jack wilde nu hij de Nederlandse top had gehaald ook de buitenlandse top halen. Hij had er al een paar keer aan geproefd om internationaal te mogen rijden en wilde die stap ook proberen te maken. Echter internationaal rijden en werken in de kassenbouw dat ging niet samen. Na lang wikken en wegen besloot hij dat hij zou stoppen met werken en zich op de motorsport toe te gaan leggen. Om zijn gezin van een inkomen te voorzien wilde hij motoren opkopen, opknappen en doorverkopen. Hier is overigens nooit echt iets van terechtgekomen, Jack kwam erachter dat hij toch in de beglazing werkzaam moest blijven, anders kreeg hij de eindjes niet aan elkaar geknoopt en zelfs dan was het nog moeilijk genoeg. Enfin, om het verhaal af te maken: Bouwman van H.M.C., degene die hem de 500cc Suzuki’s ter beschikking had gesteld in 1977 en dit ook in 1978 zou doen, hoorde van Jack’s voornemens (het verkopen van motoren) en zonder bericht haalde hij de nieuwe Suzuki weg bij Adri vd Broeke. Vader Willem, Adri en Hans Valstar probeerden nog de motor terug te krijgen, maar dat was in eerste instantie tot mislukken gedoemd. Jack wist ondertussen van niets, hij lag in Mol in het ziekenhuis, waar hij door dr. Derweduwen geopereerd was. Uiteindelijk ging vader Willem naar Den Haag en sprak daar met Bouwman en zowaar kreeg hij het voor elkaar dat hij de motor terugkreeg. Toen Jack echter thuis kwam uit het ziekenhuis en het verhaal hoorde, werd hij woedend en bracht de Suzuki weer terug naar H.M.C. en wilde niets meer met ze te maken hebben. Dit schoot vader Willem weer in het verkeerde keelgat en vader en zoon zouden geruime tijd niet met elkaar spreken door dit incident. Dit was erg vervelend, want als er twee ook zeer eigenwijs waren, waren het deze twee wel. En beiden vonden dat ze 100% gelijk hadden. Ik heb het van nabij meegemaakt, in ieder geval de kant van de oudste “Briet” en ik kan je zeggen: ,,hij was in die tijd niet te genieten!". Gelukkig kwam het uiteindelijk weer goed tussen die twee. Zodoende begon Jack dus het seizoen op zijn 1977-er Suzuki. Halverwege het seizoen had Jack echter niet meer de beschikking over een 500cc machine en ook niet de financiën om er een aan te schaffen. Zijn vader en Ben v/d Meer (Voskamp & Vrijland een Westlands kassenbouwbedrijf) kochten een nieuwe Suzuki voor hem. De rest van het seizoen reed hij met "Wim en Ben" op zijn zitje gestickerd. Indertijd kostte een heel seizoen Grand Prix racen voor een privé-coureur tussen de 150.000 en 200.000 gulden. Dat was ook voor die tijd natuurlijk erg veel geld, maar vandaag de dag heb je wel een veelvoud van nodig. Alleen al vanwege het feit dat er bijv. races zijn in Japan, Maleisië, Australië en Amerika. Verder kwamen er in 2005, Qatar en China nog bij.

1978_Valvoline_.jpg (30965 bytes)    1978_Valvoline_huldiging.jpg (110350 bytes)    1978_te_koop_TZ750.jpg (118427 bytes)                                              

 

Interview Jack Nieuwe Revu begin 1978

1978_interview_nieuwe_revu_01.jpg (136362 bytes)

1978_interview_nieuwe_revu_02.jpg (178917 bytes)

1978_interview_nieuwe_revu_03.jpg (189100 bytes)

1978_interview_nieuwe_revu_04.jpg (149865 bytes)

Interview Adri Nieuwe Revu begin 1978

1978_interview_Adri_nieuwe_revu_01.jpg (160930 bytes)

1978_interview_Adri_nieuwe_revu_02.jpg (135500 bytes)

1978_interview_Adri_nieuwe_revu_03.jpg (204757 bytes)

1978_interview_Adri_nieuwe_revu_04.jpg (226914 bytes)

 

© foto's Johan Blom

       

Jumping Jack bleef één jaar overeind.

Eén seizoen zonder brokken en gelijk pakt hij drie titels weg.

Zijn bijnaam dankt hij aan zijn "wereldrecord afstappen: 21 (echte Nieuwe Revu, is zwaar overdreven, waren er geloof ik 11) keer in één seizoen. En aan zijn manier van rijden. Die weleens uitmondt in gescheurde nieren, open beenbreuken, shocks en enkelbreuken. Maar als 'Sjakie' doorgaat met rijden, zoals in het vorige seizoen, dan heeft het 'jumping' afgedaan.

Of het nu gaat om zijn zucht naar avontuur of om zijn kennersoog voor vrouwelijk schoon, Jack Middelburg heeft het in elk geval niet van een vreemde. Zijn opa was al net zo. Opgegroeid in het Westland, temidden van de fraaiste komkommers, de diepst rode tomaten en de rondborstigste pluksters ter wereld, wat wordt je dan? Handelaar in briketten! Die opa Middelburg, altijd tegen de draad in. Net als Jack. Jack's vader was trouwens ook niet anders. Die begreep al snel dat er in de briketten geen toekomst meer zat en hield het Westland voor gezien. Van de handel in briketten naar de oorlog in Korea was een klein stapje, al zal hij daar later wel anders over gedacht hebben. Want Willem Middelburg kwam er een beetje gekreukeld uit te voorschijn. Net Jack. Ja, Jack. Die zocht het natuurlijk ook niet in de groenten, ben je gek. Toch staat hij in de generatie "Westlandse buitenbeentjes" niet eens zo gek ver bij de groenteboer vandaan. Dat zit zo. Jack - toen nog hoopvol Sjaakie genoemd - was bezeten van voetballen. En waar trap je, als je in Naaldwijk woont, tegen een balletje? Juist, op een stukje gras, tussen de kassen. Kon niet missen. Dat deed Sjaakie dan ook niet, maar nadat hij enkele malen achtereen zo'n wit gekladderde ruit effectvol aan diggelen had getrapt, had Jack wel door dat er in de kassenbouw een goede boterham te verdienen viel. Nou had diezelfde Sjaak in die dagen een levensgroot probleem. ,,Wij ook, zullen de Westlanders zeggen, die Sjaaks jeugd van dichtbij mochten meemaken. En gelijk hadden ze, want de toen al vaker Jack genoemde Middelburg had een voorliefde voor alles wat snel was. Als het hard ging en veel kabaal maakte, tien tegen één dat Jack erop zat. En de meisjes maar naar hem kijken. Zijn eerste bijnaam - en dus eigenlijk zijn échte - dankt hij aan zijn opa, de handelaar in briketten. Opa Middelburg hield aan zijn ijver om het tot blokjes geperste steenkoolgruis aan de omliggende tuinders te verkopen, de bijnaam 'De Briet' over. Ook Willem en nu dus Jack torsen deze typisch Westlandse bijnaam. 'Jack de Briet' dus, daverde ondertussen alsmaar sneller over 's Heerens wegen. Aanvankelijk in de NMB, de zogenaamde "Wilde Bond", die thans zo dik aan is met de KNMV. Jammer genoeg voor het legertje Westlanders dat met 'De Briet' van race tot race trok, belandde Jack meer naast zijn motor, dan dat de nijver speurende jury van aankomst hem over de streep zag komen. En zo veranderde 'Jack de Briet' alras in 'Jumping Jack'. En terecht, want wat Neerlands snelste kassenbouwer somtijds liet zien, was ten hemel schreiend. Meters hoog ging hij soms de lucht in(alles zwaar overdreven, sensatieverhaaltje, Jack kwam inderdaad dus in 1975 en 1976 zwaar ten val, waarbij hij zware blessures opliep en de seizoenen als verloren beschouwd mochten worden voor zijn doorgroei, maar dit sensatieverhaal doet het net voorkomen of dit wekelijks gebeurde. Jack won echter ook meer dan genoeg in de eerste jaren van zijn raceloopbaan). En nou kon die woesteling wel vertellen dat een motorfiets geen hobbelpaard was, hij bleef er als een soort tweede Evel Knievel vanaf kletteren. En als je hem in die periode vroeg: wat heb je nu precies fout gedaan, dan gaf hij steevast hetzelfde antwoord: ,,Stom van me, ik had niet moeten vallen". Geen zelfkritiek, zoals van: heb ik die bocht dan toch iets te snel genomen? Of: was de straat door de regen dan toch natter dan ik had verwacht? Welnee, gewoon: ,,Stom". Maar 'Jumping Jack' vergat er een heel klein woordje aan toe te voegen: geluk....stom geluk, zou in veel gevallen wat meer op zijn plaats zijn geweest. Stel je voor, wordt dat Westlandse mannetje met een snelheid van meer dan 200 kilometer per uur het luchtruim ingeslingerd om vervolgens als een leeg bierblikje over het gloeiend hete asfalt te stuiteren. Omstanders slaan vol afgrijzen de handen voor de ogen, dit overleeft geen mens. Uitgesloten! Stom geluk? Jumping Jack overleefd de crash, komt de volgende dag in het ziekenhuis weer bij z'n positieven en begint me daar te foeteren. Wat was hij toch een pechvogel. Was zijn enkel alwéér (?) gebroken. Dat moest uitgerekend hem weer overkomen. Wat nou, tweehonderd kilometer p/u., das toch zeker niks om je druk over te maken. Ze gingen wel eens veel harder(verslaggever kon goed zuigen op z'n pen). En trots vertelde Jack Middelburg hoe hij zich net als de allergrootsten uit de racerij, naar de Belgische bottenspecialist dokter Derweduwen liet vervoeren, en sneller dan iedereen voor mogelijk had gehouden weer was opgelapt. Met die poot nog in het gips deed ie in Oosterwolde toch maar mooi weer mee. Moest wel achteraan starten en aangeduwd worden, maar hij was er tenminste weer bij. En grinnikend wijst hij er op dat nu ook zijn röntgenfoto bij dokter Derweduwen een plaatsje heeft gekregen in de eregalerij. Nee, van Sjakie kan niet gezegd worden, dat hij bang is, voor de dokter. Het heeft er tenminste nooit op geleken dat hij serieuze pogingen heeft ondernomen om de man in het witte jas uit de weg te gaan. Heel wat spaarzamer is hij met zijn bezoeken aan de andere witte jas: de tandarts. Eigenlijk komt hij daar nooit, al jaren niet meer. Liever trotseert hij de grappen en grollen van collega's die hem graag pesten met zijn ingevallen bekkie. Bij de huldiging vanwege zijn drie Nederlandse titels boden die collega's hem een enorm kunstgebit aan, met de tekst: Al is Jack Middelburg nog zo snel, de tandarts achterhaalt hem wel. Jack lacht dan werkelijk als een Westlandse boer met kiespijn, hoewel hij zelf een grapje over dit onderwerp niet mijdt. Toen hem eens gevraagd werd waarom die hond bij zijn caravan niet blafte, zei hij: ,,als ik mijn mond maar even open doe, is die hond stil van schrik".

Maar er veranderde iets in Neerlands brokkenpiloot nummer één. Misschien onder invloed van zijn lieftallige echtgenote Petra, of door de streken van zijn zoontje Jackie, begon Jack Middelburg met een bewonderenswaardige hardnekkigheid van start tot finish op zijn machine te blijven zitten. Nou ja, een enkel keertje zwiepte hij er nog wel eens naast, maar een kniesoor die daar aanstoot aan nam. En zo langzaam maar zeker raakte zijn bijnaam 'Jumping Jack' in het vergeetboekje. Maar zoals gezegd, Westlanders hebben nu eenmaal de eigenschap de meest vreemdsoortige bijnamen te bedenken. Nou, en als Jack het dan verder vertikte om te vallen, dan ging ie maar vliegen. 'Jumping Jack' werd 'Flying Jack'. En terecht, want wat de kassenbouwer vervolgens liet zien, grenst aan het onmogelijke. Het begon eigenlijk al een beetje tijdens de jaarlijkse T.T. in Assen, waar ene Wil Hartog er ten overstaan van zo'n honderdduizend man een plezierig feestje van maakte. Jack vertrok door startproblemen (heeft ie vaker) als laatste, maar klom in een razendknap gevecht toch nog naar de elfde plaats. Daar liet de Naaldwijker al even een glimp zien van de échte 'Flying Jack'. Maar Jack Middelburg maakte het vorig seizoen eigenlijk een beetje al te gek. Kom, dacht hij aan het begin van het seizoen, waarom zou ik het niet eens in drie klassen proberen. Van de fanclub - ruim 100 man die jaarlijks minstens 100 gulden bijdragen - kreeg hij een snelle 350cc'er, terwijl het Haagsche Motor Centrum een halvelitermachine afstond (Hfl. 30.000) en Henk Rekers Motoren opnieuw de 750cc machine beschikbaar stelde. Dat 'De Vliegende Kassenbouwer' in de 350cc en 750cc klasse een goede kans maakte lag voor de hand (oh ja, en hij viel alleen maar?), maar ook bij de halveliters? Kom nou, en meneer Wil Hartog dan? Onze 'Witte Reus', de winnaar van de Dutch TT '77, de man die het motorsportseizoen nog voor het goed en wel begonnen was al tot een onvergetelijk had gemaakt, gokte dit seizoen op slechts één klasse: de 500cc. Dag, Jack!

Jack Middelburg begon aanvankelijk voorzichtig, zo in de trant van: ,,we zullen "die lange" eens laten bibberen". Na een overwinning werden de uitspraken wat overmoediger, want zo klonk het ineens: ,,wat Hartog kan, waarom zou ik dat óók niet kunnen"? Jack Middelburg zei het enige dagen voor de beslissende race om het Nederlands kampioenschap, op het stratencircuit Bunde, net onder de rook van Maastricht. In die race zou het moeten gebeuren, zou óf Wil Hartog, óf Jack Middelburg met de titel gaan strijken. De kansen van de Naaldwijker lagen iets gunstiger, want zelfs met een tweede plaats - en dan mocht Wil Hartog nog winnen ook - zou hij aan zijn twee reeds veroverde titels een derde toevoegen. Het was dus begrijpelijk dat Wil Hartog lijkbleek van spanning aan de start stond, terwijl Jack Middelburg twee minuten voor het vertrek nog "overstekend wild" ontwaarde en zijn omgeving daarop opmerkzaam maakte: ,,moet je daar dat stuk eens zien!" Maar er gebeurde die middag op het zonovergoten Limburgse circuit iets heel bijzonders. De honderden Westlanders in witte T-shirts (Fanclub Jack Middelburg) wreven zich de ogen uit. Was dit hun 'Jumping alias Flying Jack', die daar langs hen heen "tufte"? Het kon niet waar zijn. Natuurlijk was de man in dat roodzwarte motorpak gewoon een verdwaalde toerist, die een beetje op hun Jack leek. So what. Toch wilde de HMC-Suzuki écht wel, alleen 'Flying Jack' vertikte het. De man die naam maakte vanwege zijn onbesuisde stuntwerk, stuurde zijn machine deze keer uiterst behoedzaam over het circuit. Voor het eerst in 25 jaar was Jack Middelburg bang voor brokken, liet de 'Witte Reus' op vele seconden voorsprong stijlvol eerste worden en reed vervolgens glimlachend als tweede én de nieuwe Nederlandse kampioen over de streep. Jack Middelburg had eindelijk de adviezen van manager Hans Valstar ter harte genomen. Eindelijk had hij ingezien dat er in een snelheidssport belangrijkere zaken zijn, dan de vraag: wie de snelste machine heeft. Met vallen en opstaan heeft Jack Middelburg het coureursvak onder de knie gekregen, is erachter gekomen dat je alleen maar kunt winnen als je ook heelhuids over de streep komt. Eén seizoen lukt het hem om zijn ledematen heel te houden en prompt pakt hij drie Nederlandse titels weg. Bedenk voor zo iemand nou maar eens een passende bijnaam.

 

Zo'n stille jongen met goud in zijn vingers.

Je hebt tuners en tuners, fijnafstemmers en grofafstemmers. Ze zijn de mannen achter titels en vastlopers. Zoals Adri v/d Broeke. als racer haalde hij geen roem. Als tuner kreeg hij de bijnaam 'gouddelver'. En niet alleen omdat hij de gouden muntenschat van Serooskerke opspitte. De roodbesnorde Adri zat ook achter de drie "gouden plakken" van Jack Middelburg.

In het rennerskwartier wordt gefluisterd dat Martin Mijwaart en Jan Thiel begonnen zijn als oud-ijzerkooplui. In die vermomming mochten ze bij de Jappen wat afgedankte spulletjes komen halen, waarna ze daaruit stiekem de bruikbare onderdelen zochten. Zo ontstond de Jamathi, een splinternieuwe racer. Het Hollandse product baarde zoveel opzien, dat de beide makers later werden opgekocht door het Spaanse merk Bultaco. Internationaal gelden beide heren nu als hoog gekwalificeerde tuners.

Adri van den Broeke: Ik geloof niet dat ik een tuner ben. Ik ben gewoon een onderhoudsmonteur. Ik moet er zelf achter zien te komen hoe een fiets het beste loopt. Tegen fabrieksjongens kan ik dan nooit op. Alleen hun fiets is al veel lichter. In de 750cc klasse scheelt dat wel twintig kilo. Dat betekend dat wij gewoon een volle tank benzine meer mee slepen. En dat wil wat zeggen in de racerij.

Volgens een ander verhaal uit het rennerskwartier kreeg Karel Zegers eens een machine in handen, die hij bliksemsnel moest prepareren voor Wil Hartog. De fameuze Noord-Hollandse tuner ging zo driftig te werk, dat de stukken eraf vlogen. Haast letterlijk, want de fiets liep er niet harder door, integendeel. Het werd een blamage. Meesmuilend werd er achter zijn rug gefluisterd dat Zegers er zo veel aan veranderd had, dat hij zelf niet meer wist wát. Kareltje kon de laan uit en veel van zijn faam is nu verbleekt.

Adri van den Broeke: Het is gewoon een fabeltje om te zeggen: Vorige week zat het er nog in en nu niet. Dat smoesje accepteer ik niet. Ik weet altijd precies wat ik ermee gedaan heb. En als je iets verandert en het is beter, dan komt het er meteen uit. Dat is Jack Middelburg wel toevertrouwd. Wel is het zo dat de snelheid of de betrouwbaarheid niet zoals vroeger alleen maar in de cilinder zit. Ook uitlaat, vering, demping, banden, zelfs remblokken zijn belangrijk geworden.

In de motorsport is haast niets zo veranderlijk en grillig als de wereld van de tuners. Zo ben je alles, word je heilig verklaard, onsterfelijk, en zo ben je afgedaan als oud vuil. Een tussenweg schijnt niet mogelijk, dan ben je maar een scharrelaar. Een echte tuner balanceert tussen wereldrecords en crashes. Die onzekerheid tussen hangen en wurgen straalt hem van het gezicht af. Een enkeling als Hans van der Heijden uitgezonderd, maar kom in het rennerskwartier alsjeblieft niet te dicht in de buurt, want de heren kunnen gezelschap moeilijk verdragen.

Adri van den Broeke: Het is moeilijker voor een ander te sleutelen, dan voor jezelf. Ik heb een jaar voor Ferry Swaab gereden. Toen heb ik bar veel problemen gehad, terwijl hij toch een goede naam had. Hij stelde te krap af. Daardoor liep de machine wel hard, maar Swaab heeft niet die ervaring met rijden als ik. Ik heb negen jaar geracet. Hij weet er te weinig van wat er onder het rijden gebeurt. Een ding afstellen op de proefbank is heel mooi en je kunt er ook veel vermogen instoppen. Maar op de weg is het toch heel anders. Dat moet je zelf ervaren hebben.

Tuners zijn geen praters. Het zijn binnenvetters. Wat zij ontdekken, houden zij angstvallig voor zichzelf. Een enkeling durft via een boek uit de school te klappen zoals in 'Tuning for speed', maar eer dat verschijnt, is zijn wetenschap al lang achterhaald en spelen er weer nieuwe ontwikkelingen. Toch worden zulke boeken heimelijk door alle tuners stuk gelezen, want iedereen wil weten waar Abraham of welke concurrent dan ook "de mosterd vandaan haalt". Uitwisseling van gegevens is er bij de tuners niet bij.

Adri van den Broeke: Ik heb weleens gepraat met Wil van Wanrooy (indertijd monteur van Wil Hartog), maar ik informeer nergens naar. Ik zou ook niet willen dat een ander dat bij mij deed. Het zijn tenslotte van die dingen die je graag voor jezelf houdt. Zoals dat geval dat wij hadden met die Suzuki. In Woudrichem kregen we vorig jaar een vastloper. Het is ons één keer overkomen, want ik heb toen net zo lang gezocht tot ik de oorzaak had gevonden. Een ander moet dat zelf ook maar weten uit te zoeken. Hartog had vorig jaar in Gilze al een vastloper tijdens de opwarmronde. Dat mag natuurlijk helemaal niet.

Tuners zijn eenlingen. Dat is nog tot daaraan toe. Maar het zijn ook saaie pieten. Geen gezelschapsmensen. Van Jörg Möller gaat het verhaal, dat hij eens op een feestje in Rotterdam, een mirakel van een meid kreeg toegeschoven, die heel wat toeren kon maken. Elke gezonde monteur/coureur (en dat zijn de meeste) zou er zo in bijten, maar Jörg Möller niet. Die begon tegen haar te ouwehoeren over zuigers en veren, zodat het mooie kind bijna jankend van hem wegliep. Möller, de ongenaakbare, had het niet eens in de gaten. Nou vraag ik je! Men noemt hem de god der tuners. Wat een ander uitvindt, is al lang tevoren door hem uitgedacht en uitgeprobeerd. En waarschijnlijk als onrendabel weer verworpen.

Adri van den Broeke: Bij Möller kom ik nog een heel stukje tekort. Hij heeft universiteit gehad, ik heb vroeger op de landbouwschool gezeten. Toen ik wat geld had, heb ik een omscholingscursus gevolgd voor gereedschapsmaker. Ik heb ook niet de theoretische interesse als Möller. Dingen die je op papier zet, komen zelden uit in de racerij. Het moet gebruikt kunnen worden, vind ik. Als je in elke wedstrijd alles weer uit elkaar moet halen, is er iets niet in orde. Ik zeg niet dat dat bij Möller gebeurt, maar bij hem zit er een hele organisatie achter. Ik sta er helemaal alleen voor.

Tuners doen niets liever dan hun tijd verdoen met experimenten. Daar wordt je tureluurs van. Je moet ze eens zien hannesen: bougie erin, bougie eruit, veertje erop, veertje eraf. En dat alles met een gezicht alsof het bloedige ernst is, alsof ze naar de zin van het leven zoeken. Wijsgeren zijn het. Of, zoals Piet Plompen het uitdrukt: probleemzoekers. En als ze een oplossing gevonden hebben, beginnen ze weer van voren af aan met een nieuw probleem. Plompen zelf kan nooit slapen als hij in plaats van een mooie vriendin niet een cilinder mee naar bed neemt. Dat zijn toch afwijkingen, die alleen een psychiater kan oplossen.

Adri van den Broeke: Je bent er steeds meer mee bezig. Het is ook een hobby van je. Als je alle uren betaald moest krijgen, zou je beter bij een baas kunnen werken. Vorig jaar hadden we een probleem met de uitlaat. Die is wel tien keer gescheurd en een nieuwe kost telkens driehonderd gulden. Ik ben toen aan het rekenen gegaan en ik kwam tot bepaalde volumes. Alles heb ik daarna op papier gezet en daarmee ben ik naar ingenieur Klaver aan de Technische Hogeschool in Delft gegaan. Die heeft het voor mij wetenschappelijk uitgeprobeerd en toen bleek dat ik in de juiste richting had gezocht. We hebben nu een uitlaat die een kilo lichter in gewicht is en die negen pk meer geeft!

Een ander gerucht wil dat Kees v/d Kruijs in 1976 zevenenvijftig keer een vastloper had. Dat is geen kattenpis. Het betekende zevenenvijftig keer een extra uitgave van duizend gulden voor zijn begunstiger Van Heugten. Je zou dus mogen denken: Dat moet wel een stommerd zijn geweest die toen aan de motor van Van der Kruijs zat te knoeien. Maar niemand durft dat te zeggen van Ferry Brouwer, de verantwoordelijke tuner, die indertijd meehielp om Phil Read wereldkampioen te maken. Met Van der Kruijs lukte dat niet. Vorig jaar werd Kees met Ferry wel Nederlands kampioen (250cc).

Adri van den Broeke: Ik ben nooit kampioen geweest. Mijn beste prestatie als racer was een tweede plaats. Je een oordeel vormen over andermans materiaal vind ik erg moeilijk. Zelf rijd ik altijd even het circuit rond waar de wedstrijd wordt gehouden. Dan kan ik zelf beoordelen wat voor gearing erop moet, wat voor banden, wat voor sproeiers. Ik probeer ook altijd zelf de motor uit. Jack Middelburg is een hele goede rijder, maar het inrijden van hem is hopeloos. Kalm aan, de motor rustig laten pruttelen, dat kan-ie niet. Die paar keer dat-ie het zelf wou doen, liep het goed mis. Nee, dat doe ik liever.

Boven de ingang van elk rennerskwartier zou met "koeien van letters" kunnen staan: Wat is kennis? Niemand weet het, zelfs supertuner Kel Carruthers niet. In een erg mededeelzame bui heeft die eens gezegd: ,,Soms denk ik wel dat we achteruit geboerd hebben. Meestal zijn we na een week experimenteren niet verder dan toen we begonnen". Terwijl Carruthers vrijwel altijd de Yamaha van de Amerikaanse kampioen Kenny Roberts feilloos winnend over de streep laat gaan. Carruthers was in 1969 zelf wereldkampioen (250cc).

Adri van den Broeke: Toen ik gereedschapsmaker was geworden, heb ik gewerkt bij Vitrite in Middelburg, een dochteronderneming van Phillips. Ik mocht er veel nieuwe dingen uitproberen en verschillende ideeën werden ook wel bekroond. Dat uitproberen vond ik fijn. Dat heb ik altijd gehad. Je moet er wel logisch voor kunnen redeneren en dat ligt me wel. Maar in het rennerskwartier wordt er teveel geëxperimenteerd. Daar ben ik op tegen. Je moet zorgen dat je machine goed is als je van huis gaat. Als je vlak voor een race nog moet sleutelen, vraag je om moeilijkheden.

Tuners zijn genieën. Of tobbers. Of soms allebei. Willem Freriksen en Hans Crama kochten uit eigen zak een caravan voor achttienhonderd gulden. Zo konden ze elk weekend op een rennerskwartier doorbrengen, nadat ze de hele week tevoren al aan de motor hadden gesleuteld. Willem-Jan Nooteboom noemt ze gouwe jongens, terwijl ze toch niet het buskruit hebben uitgevonden. Maar in het rennerskwartier worden niet alleen kampioenen, maar ook vrienden gemaakt.

Adri van den Broeke: Wij bouwden vorig jaar in de avonduren alles op. Met drie fietsen was dat steeds kort dag. Tijdens het weekeinde hoefden we dan steeds alles enkel alleen maar te blijven controleren. Negen van de tien keer doe je het voor niets, maar je moet het blijven doen. Ik snap die jongens niet, die tijdens een raceweekend niets doen. Er kan altijd wel wat kapot gaan. Dat kun je niet voorkomen. Maar als je alles na blijft lopen, dan weet je tenminste dat je er zelf alles aan gedaan hebt.

Tuners. Moelijke jongens. Onuitstaanbare mensen soms. En toch. Als ze er nou eens niet zouden zijn? Als in het rennerskwartier alleen maar de glamourboys met de strakke pakken zouden lopen? Die hebben geen geheimen, buiten die van het bed. Wat zou het een kille bedoening worden. Zonder Jan de Vries, zonder Huub van Kessel of zonder Adri v/d Broeke. En wat zouden de motoren tegenpruttelen, áls ze al wilden lopen! Want laten we eerlijk zijn: op een enkele uitzondering na, zoals Cees van Dongen of Alan North, maar coureurs weten niets van toeten. Die kunnen alleen maar blazen. Soms wat te hoog van de toren. Dat kun je van tuners nooit zeggen.

Adri van den Broeke: Ik hoef niet te delen in de hulde. Natuurlijk was ik erg blij met het succes. Maar komend seizoen moet het beter. Dat zal erg moelijk zijn. Een wereldkampioenschap zit er voor ons niet in. Je hebt te weinig tijd en ervaring om te experimenteren. Ja, Hartog heeft vorig jaar een fabrieksteam op Assen verslagen. Maar dat was eigenlijk een grote uitzondering. Ik moet maar weer eens gauw aan de slag.

      

Kenny Roberts en Jack groeten uit Daytona 78.jpg (146170 bytes) Jack_onderonsje_met_Wil_Hartog_1978.jpg (64082 bytes)

Groeten uit Daytona: Kenny Roberts en Jack

Jack 'onderonsje' met Wil

 

Wie reden er Grand Prix in 1978, in de belangrijkste klasse, de 500cc, buiten de tientallen wildcardhouders? Jack reed enkele races als wildcardhouder.

Naam:  Land:  Naam:  Land:  Naam:  Land: 
Marcel Ankoné Nederland Wil Hartog Nederland Boet van Dulmen Nederland
Barry Sheene  Engeland Johnny Cecotto Venezuela Kenny Roberts Amerika
Pat Hennen Amerika Steve Baker Amerika Steve Manship Engeland
Gianfranco Bonera Italië Marco Lucchinelli Italië Philippe Coulon Zwitserland
Graziano Rossi Italië John Woodley Nieuw-Zeeland Christian Estrosi Frankrijk
Virginio Ferrari Italië Steve Parrish Engeland Dennis Ireland Nieuw-Zeeland
Michel Rougerie Frankrijk Takazumi Katayama Japan Teuvo Länsivuori Finland
Virginio Ferrari Italië Armando Toracca Italië Bruno Kneubühler Zwitserland
Patrick Pons Frankrijk Jean-Philippe Orban België Börge Nielsen Denemarken
Jack Findlay Australië John Williams Engeland Gustav Reiner Duitsland
Max Wiener Oostenrijk Jürgen Steiner Duitsland Alex George Schotland
Mike Baldwin Amerika Jon Ekerold Zuid-Afrika Mick Grant Engeland
Victor Palomo Spanje John Newbold Engeland Les van Breda Zuid-Afrika
Kenny Blake Australië Franz Rau Duitsland Dave Potter Engeland
Bo Granath Zweden Hans Braumandl Oostenrijk Roberto Pietri Venezuela
Virginio Ferrari Italië Gerhard Vogt Duitsland Leandro Beccheroni Italië
Tom Herron Noord-Ierland Carlo Perugini Italië  

     

Wie reden er o.a. in de Nederlandse kampioenschapwedstrijden in 1978, in de belangrijkste klasse, de 500cc internationalen?

Naam:  Woonplaats Naam:  Woonplaats Naam:  Woonplaats
Jack Middelburg Naaldwijk Henk de Vries Emmeloord Boet van Dulmen Ammerzoden
Wil Hartog Abbekerk Willem Zoet Ophemert Albert Siegers Naarden
Cor Scheepens Middelbeers Piet vd Wal Oirschot Jan Verwey Ravenswaay
Dick Alblas Krimpen a/d Lek Klaas de Graaf Noord Scharwoude Johan 'Bobo' van Eijk Utrecht
Wim ten Klooster Spoolde Nico Lentjes Oud-Beijerland Nol Twikler Heerlen
Theo van Heugten Helmond Floor Kars Kedichem Kees vd Broek Soesterberg
Sieuw de Boer Meedhuizen Harm-Jan Bultena Rodeschool Theo Dimmendaal Culemborg
Jan van Disseldorp Breda Peter Verhulsdonk Zaandam Harry vd Pol Helmond
Bobbe vd Broek Soesterberg Henk Twikler Heerlen Harry Heutmekers Geleen
Piet Damen Budel Paul Soetens Vlaardingen Rob van Zanten Oisterwijk
Jaap Groeneveld Aalsmeer Karel Zegers Opmeer Hein Heijnen Schaesberg
Bert Struijk Zaltbommel Kees vd Kruijs Oisterwijk Rob Bron Amsterdam

           

De start is in Douglas (rechts op de kaart), dan richting St. John's, daar omhoog naar Ballaugh, Sulby, Ramsey en dan weer naar beneden naar Douglas. 

In januari 1978 wordt Jack, samen met Wil Hartog, Boet van Dulmen en de uit Schotland afkomstige Alex George (zou in 1978 met de HMC-Suzuki van Jack gaan rijden, die deze had teruggebracht), uitgenodigd om naar het Eiland Man te komen. 'The Isle Of Man Tourist Board' organisatie wil graag dat onze "Grote Drie" een keer aan de befaamde TT (Tourist Trophy) races deelnemen. De TT races waren afgeleid van de Grand Prix races op het Eiland Man, het beruchte bijna 60 kilometer lange circuit in Groot-Brittannië, waar vele coureurs het leven lieten. De eerste races werden hier al in 1907 gehouden. Er werd in 1976 voor het laatst om de wereldtitel gereden, daarna werd er een Brits "wereldkampioenschap" TT opgezet op Man, waar bijna geen Europeanen aan deelnamen. In 1976, tijdens de laatste GP, waren er al bijna geen Europeanen naar Man gekomen. Ook Barry Sheene liet deze Grand Prix al enige jaren aan zich voorbij gaan. (Barry Sheene nam één keer deel. Eén keer en daarna nooit meer. Hij vond het onverantwoord. 'Het is onmogelijk om deze koers ook maar redelijk veilig te maken', vond Sheene. 'Het is een zestig kilometer lange opeenvolging van muren en telefoonpalen. Als je van de piste gaat, sla je te pletter. Iedereen heeft het recht over zijn eigen leven te beslissen. Maar de TT is niet voor mij. Omdat je je lot niet in handen hebt. Het is niet de rijder of de machine die over het resultaat beslissen, maar het lot. Een riooldeksel dat op je weg ligt of een olievlek. Daar bedank ik voor.'
De kwartliterklasse in 1976 werd gewonnen door Tom Herron voor Takazumi Katayama, de 350cc door Chas Mortimer, de 500cc was ook voor Tom Herron en de zijspanoverwinning ging naar Rolf Steinhausen en Josef Huber. Alle overwinnaars waren fervente TT deelnemers. Er waren echter, evenals in 1975, ook nog twee doden te betreuren: de Australiër Les Kenny (1947 - 1976) in de 250cc klasse en de Duitse zijspanpassagier Walter Wörner (1953 - 1976). Op dit moment worden er in één week diverse verschillende races gehouden. De Grand Prix werd dus vanaf 1977 niet meer georganiseerd, omdat weinig coureurs van het vasteland er zin in hadden om hun leven te wagen op het gevaarlijke parcours. De straten, waardoor geracet werden, werden omzoomd door vele obstakels (bomen, huizen en muren) en dit bracht vele (fatale) ongevallen met zich mee. Vallen was op het grootste deel van het circuit "taboe", want dit eindigde vaak tegen een trottoirband, boom, lantaarnpaal of huisgevel. En wat daar de consequenties van waren...... Toch zijn de races nog steeds erg populair in Groot-Brittannië, mede omdat het parcours het laatst overgebleven wegparcours is. Ook een groot gevaar is, dat de weersomstandigheden op het Eiland, nogal sterk kunnen verschillen. Je rijd er zomaar van de stralende zon in een stortbui. Op de openbare weg, buiten de bebouwde kom, is er geen snelheidslimiet op Man, dus racen is hier erg in! Ik bedoel dus buiten de races, die er worden gehouden, is er ook voor de "gewone" mens geen snelheidslimiet. Races die er gehouden worden, worden ook vaak Manx-races genoemd. Manx staat voor Man in de lokale taal en ook de bevolking wordt Manx genoemd. Er werd in het verleden, buiten Engels, ook Manx gesproken, dit was afkomstig uit de Keltische tijd. De laatste tijd wordt deze taal weer vaker en vaker gebruikt. Man ligt in de Ierse Zee, tussen Ierland en Engeland. Alhoewel een Brits eiland, heeft het toch altijd een onafhankelijke status gehad, met een eigen parlement, eigen bankbiljetten en eigen wetten. Op zondag wordt het circuit traditioneel opengesteld voor toeschouwers. En niet iedereen kent zijn limieten. Vooral niet met een paar halve liters bier achter de kiezen. 'Mad Sunday' eiste al menig leven, maar is immens populair. Slechts één keer in zijn honderdjarige bestaan, ging de wedstrijd niet door. In 2001, toen mond- en klauwzeer de Britse eilanden bedreigde. Zo dit was nog een stukje geschiedenis.... Jack en Boet waren wel enthousiast om hier een keer deel te nemen, Wil wat minder. Jack zou uiteindelijk in 1981 bijna rijden, maar dit ging uiteindelijk niet door. Boet reed dat jaar wel. Alex George zou er vele malen aan deelnemen en drie keer een overwinning behalen, hij zou er in 1980 ook een zwaar ongeluk krijgen. Degene met de meeste overwinningen is de legendarische Joey Dunlop (26)
(†2000) gevolgd door de nog legendarischer Mike Hailwood (14) (†1981). Sinds het begin van de straatraces in 1907 zijn er in 100 jaar, 223 mensen overleden tijdens de diverse wedstrijden (t/m de races in 2007). Hieronder ook vele toeschouwers, dit jaar (2007, 100-jarig bestaan) kwam er een coureur in aanraking met het publiek en een baancommissaris. Bij het trieste ongeval kwamen de coureur Marc Ramsbotham en twee toeschouwers om, een baancommissaris raakte bij het ongeval zwaar gewond, maar na een langdurige opname, ontslagen uit het ziekenhuis.


 Onderstaand artikel is geschreven door Coen Verburg voor Moto'73 in 1978

ISLE OF MAN: uitdagend en eigenzinnig

Hartog, Van Dulmen en Middelburg brengen oriënterend bezoek aan 's-werelds beroemdste stratencircuit.

Jack, Wil, Alex en Boet in gezelschap van twee leden van de TT-Supportersclub (meer dan 7000 leden) en (tussen George en Van Dulmen) oud-wereldkampioen en zesvoudig winnaar op Man, in de vijftiger jaren, Geoff Duke. De op 29 maart 1923 geboren 'The Duke', won de wereldtitel in de 350cc in 1951 en 1952. De titel in de halveliterklasse veroverde hij in 1951, 1953, 1954 en 1955. Dit deed hij op een Norton en op een Gilera. 

De geschiedenis van het TT-circuit op het Eiland Man is even oud als die van de motorsport. In 1904 werd de FIM opgericht en in 1907 vond op het kleine eiland in de Ierse Zee de eerste TT plaats. Om precies te zijn op 28 mei 1907, aantal starters 25. Lengte van het stratencircuit destijds 17.4 km. Meer dan 70 jaren gingen voorbij, er werden zo'n 220 TT's verreden, plus daarnaast nog zo'n 115 Manx GP-races. In 1911 kreeg het TT-circuit zijn huidige vorm. Vanaf de start in Douglas kronkelt de weg zich westwaarts richting Ballacraine, dan omhoog naar Kirkmichael, vervolgens terug naar Ramsey, waar de weg zich zuidwaarts buigt om over de hellingen van de Snaefell, de hoogste berg van het eiland met als hoogste punt 1230 meter, terug te kronkelen naar de finish in Douglas. Het eiland Man is even beroemd als berucht. Het ruim 60 kilometer lange stratencircuit heeft tot nu toe (1978) onverbiddelijk haar tol geëist van rijders die al te doldriest de gevaren trotseerden. Alleen al in de TT kwamen 116 rijders om het leven en welke tol de Manx races eisten is niet bekend. Hoewel de TT in 1976 de status van Grand Prix wereldkampioenschap verloor, blijft het circuit op Man een uitdaging voor rijders uit heel de wereld. Met name in de ogen van de eilandbewoners telt men pas mee in de wegracerij als men getoond heeft ook op een natuurlijk stratencircuit een motorfiets 100% te kunnen beheersen. Minder dan 100% kan niet, want het bloedmoeilijke circuit vergeeft geen fouten. Elke rijfout of technisch mankement kan fataal zijn, want het gehele circuit is omzoomd met obstakels, welke variëren van stoepranden, stenen muurtjes, ijzeren palen en bomen tot brugleuningen en huizen.

V.l.n.r. Boet, Wil, Jack en Alex op de Ballaugh Bridge

Samen met de Nederlandse toppers Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen bracht Moto'73 een bezoek aan het eiland Man, één en ander in het kader van een werkbezoek aan het eiland op uitnodiging van 'The Isle Of Man Tourist Board', de plaatselijke VVV, die werkelijk geen middel onbenut laat om het toerisme naar het eiland Man te stimuleren. Toerisme is voor Man de belangrijkste bron van inkomsten en in de zomermaanden krijgt het eiland, dat slechts 50 kilometer lang is en zo'n 20 kilometer breed, een toeristenstroom van zo'n 350.000 bezoekers te verwerken. En dat terwijl het eiland Man zelf slechts 60.000 inwoners heeft. Dat de 'Auto Cycle Club', de Britse bond, voor haar eerste TT het eiland Man koos, is eenvoudig te verklaren uit het feit, dat het eiland Man een zelfstandig lid van het Britse Gemenebest is, dat bestuurd wordt door een eigen parlement (de Tynwald genaamd), een overblijfsel uit de periode van overheersing door de Vikingen. Eigenzinnig als de Manxman is, bepaald het parlement, dat er op het eiland wel geracet mocht worden, dit in tegenstelling  tot Engeland zelf. Een eigenzinnig volkje dus, dat in haar rechtsspraak zelfs nog lijfstraffen kent voor wetsovertreders (het is maar dat jullie het weten, motormannen...). In 1979 zal op grootste wijze het 1000-jarig bestaan van het eiland Man gevierd worden. Een van die festiviteiten is de TT in 1979, die grootser en mooier dan ooit moet worden. De aanloop hiertoe vormt de 1978 TT, welke op 3 t/m 9 juni gehouden zal worden. Om een zo groot mogelijk aantal buitenlandse cracks aan de start te krijgen, nodigde de Tourist Board in de afgelopen weken rijders uit Nederland en Frankrijk uit om nu eens met eigen ogen het veelbesproken circuit in ogenschouw te komen nemen. Kom en oordeel zelf, dat was de vraag, die de eilandbewoners aan Jack, Wil en Boet stelden. En om het de buitenlandse sterren in 1979 ook financieel naar de zin te kunnen maken, heeft de Tourist Board maar liefst het gigantische budget van 900.000 gulden (420.000 euro) achter de hand. In samenwerking met Arke Reizen wil de Tourist Board er dit jaar alles aan doen om Nederlandse motorenthousiasten en vakantiegangers naar de zin te maken op het Eiland Man. Zo zullen Nederlandse vakantiegangers een VIP-pas krijgen waaraan allerlei voordeeltjes zijn verbonden. En voor motorsportliefhebbers probeert men uiteraard zoveel mogelijk interessante namen te strikken voor de TT. Mike Hailwood bijvoorbeeld, die met steun van Martini op fabrieksmachines van Yamaha en Ducati acte de présence zal geven in juni '78. Of daarbij ook de drie Nederlandse toppers zullen zijn, lijkt op zijn minst twijfelachtig, want hoewel Jack, Wil en Boet als "uitgelaten schooljongens" over het circuit scheurden, de standaard huurmotorfietsen hadden het ontzettend zwaar te verduren, tekenden wij uit hun mond ook heel wat bedenkingen op. Anderzijds bespeurden wij bij de h.h. coureurs dat zij de "TT-koorts" te pakken hadden en onder de indruk waren van het uitdagende karakter van het circuit op Man. En eerlijk gezegd: ook wij waren dat! Zelfs in de grauwe wintermaanden proeft men iets van de unieke sfeer, die er tijdens de TT moet hangen. Alleen.... het circuit is nog veel gevaarlijker dan wij ons in onze stoutste dromen voorgesteld hadden. 

Geoff Duke, woonachtig op Man, licht h.e.e.a. toe, onze landgenoten luisteren ademloos toe.

 

1959: Geoff Duke tijdens zijn racetijd.

Jack, Wil en Boet waren op dit punt ook eensluidend in hun oordeel. Wil Hartog: ,,het gevaar van dit circuit is, dat het door zijn lengte erg moeilijk te leren is. Het is snel en gevaarlijk en dat maakt het rijden tot een uitdaging voor iedere rijder. Anderzijds mag je geen enkele fout maken, want dan is het onherroepelijk gedaan met de koopman. Wie hier echt heel hard wil gaan, moet hier minstens een week lang met een standaardmotorfiets rond rijden om de bochten blindelings te leren kennen en dan nog zal het onmogelijk zijn om het op te nemen tegen de Engelse "Man-specialisten". Toch zou ik hier best eens willen rijden, let wel ,rijden' niet ,racen', want Man is toch wel uniek." Jack en Boet beoordeelden het circuit eveneens als gevaarlijk, maar toonden zich anderzijds aangetrokken tot het circuit. Boet: ,,afgezien van het gevaar, dat heb je tenslotte in eigen hand, heeft Man als groot nadeel  dat je machine door de afstand en het hobbelige wegdek ontzettend te lijden heeft. Maanden later kunnen er nog allerlei defecten optreden. Scheurende frames, gebroken achtervorken, om van de slijtage aan de motor maar te zwijgen. Wat heb je dan aan 10.000 gulden startgeld als je voor 20.000 naar de knoppen rijd!" Jack, die samen met Boet, de eilandbewoners vergastte op adembenemende sprongen over Ballaugh Bridge: ,,ik zou hier best willen rijden, maar ik heb er deze zomer absoluut geen tijd voor. Bovendien, als je hier echt hard wil gaan, zal je weken moeten trainen en dan nog kan je het je niet permitteren om in het eerste jaar al direct hard te gaan. Dat vergt minstens twee á drie jaren. Maar tijd heb ik zo wie zo niet, want ik vind het belangrijker om komend seizoen mijn drie Nederlandse titels te verdedigen." Alex George, die als ervaren TT-rijder de Nederlanders begeleidde op Man: ,,wat de Tourist Board wil is, dat diverse topcoureurs van het vasteland eindelijk eens zelf kennis maken met het circuit en niet langer oordelen uit een positie van 'horen zeggen'. Dan kan men zelf beslissen of men het verantwoord vind om op Man te rijden. Daarnaast wil de organisatie door een meer selectieve keuze van ervaren rijders de kans op ongelukken verminderen. Want de brokkenmakers zitten meestal niet bij de professionals, maar bij de knapen met weinig ervaring, die bovendien door de unieke sfeer van Man alle gevaar uit het oog verliezen." Wat de status van het eiland Man in de toekomst ook zal zijn, één ding is zeker, geracet zal er altijd worden op het eiland. Op Man denkt men nu eenmaal anders over de gevaren van racen en bovendien is de TT te belangrijk voor het toerisme. 

 

 Onderstaand artikel is geschreven door Hans van Loozenoord voor Motor in 1978

Bezoek Eiland Man

Het Eiland Man, 'parel in de Ierse Zee', en één brok levende motorsportgeschiedenis. Door velen bejubeld vanwege de onovertroffen sfeer; door anderen verguisd vanwege het grote aantal doden dat er gedurende de ongeveer 70-jarige periode is gevallen. Twee jaar geleden werd de TT voor de laatste maal als echte Grand Prix verreden en kreeg daarna een eigen formule toebedeeld; die zij gezien de huidige ontwikkelingen in de wegracecommissie en de FIM ook waarschijnlijk zal behouden. Het meer dan 60 km lange circuit werkt nog steeds als een krachtvolle magneet op bijna alle Engelse rijders, terwijl diverse buitenlandse coureurs ook wel gecharmeerd zijn van deze uitdaging. 'The Isle of Man Tourist Board' (VVV) probeert het gebeuren zoveel mogelijk te promoten en had derhalve afgelopen weekend Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen uitgenodigd om eens een kijkje te komen nemen, uiteraard in de hoop de Nederlanders enthousiast te maken. Die poging is zeker gelukt.


wpeB9.jpg (58403 bytes)Vrijdagmorgen vertrok vanaf Schiphol een klein gezelschap met, behalve bovengenoemd drietal, ook Alex George (als gids), Ton Riemersma (sponsor Hartog), monteur Sjaak Makkes, enkele dames, een vertegenwoordiger van Arke Reizen, die dit jaar een trip naar het eiland organiseert, en enkele persmensen. Na een, op z'n minst gezegd niet vlekkeloze landing zette het gedeeltelijk lijkbleke gezelschap de eerste schreden op Man. Dezelfde middag nog stapten Jack, Boet, Wil en Alex op een paar gewone straatfietsen om hun eerste rondje op het circuit te rijden. 's Avonds werd kennis gemaakt met Geoff Duke, veelvoudig wereldkampioen, die in het al bijna grijze verleden diverse malen als eerste werd afgevlagd op het stratencircuit. In zijn gezelschap ging men de volgende dag voor een hernieuwde kennismaking diverse malen het circuit rond om een goede indruk te krijgen. Rondrijden is eigenlijk niet het juiste woord, want met name Middelburg en Van Dulmen gaven de Honda's CB400 F flink op hun mieter, terwijl Hartog de zaken aanvankelijk iets bedaarder bekeek. Bij Ballaugh Bridge, waar zoals bekend tijdens de wedstrijden een flinke sprong wordt gemaakt, gingen de drie heren ook een behoorlijk eind de lucht in om daarna koers te zetten naar de 'Gooseneck' om daar geconfronteerd te worden met een kudde schapen, die halsstarrig weigerden ruim baan te maken. Alex George en Geoff Duke (toch met een auto) gaven als ervaren TT-rijders tekst en uitleg bij diverse punten. Duke, die op het eiland woont en zelf een boot chartert, ontpopte zich als een echte gentleman, die zorgvuldig zijn woorden koos en bereid was zijn standpunt over het gevaarlijke circuit zo goed mogelijk te motiveren. Hoe dachten de drie snelle Nederlanders er over. Ze hebben de stenen muurtjes, stoepranden, telegraafpalen, huizen en bruggetjes gezien. Ze hebben met eigen ogen kunnen aanschouwen hoe hobbelig het wegdek is (al wordt er hard gewerkt om zoveel mogelijk kilometers goed asfalt te draperen). Ze hebben er zich rekenschap van gegeven, dat er meer dan 110 doden zijn gevallen. Wil Hartog: "Het is een ontzettend leuk bezoek geweest en erg leerzaam. Ik zou er in principe wel willen rijden, racen is wat anders. Je moet je zelf volledig in de hand hebben, want als er wat gebeurd heb je weinig kans. Het is beslist geen GP-circuit, waar het echt hard moet gaan voor de punten, maar dat vind ik ook van de Nürburgring". Boet van Dulmen: "Mooi. Ik zou wel willen, maar alleen met een motor, die je voor 100% kunt vertrouwen. De moeilijkheid is, dat je je kunt vergissen in bochten, die op elkaar lijken. Ook het verschil tussen mooi en slecht weer in een wedstrijd lijkt me niet zo". Jack Middelburg: ,Als ik de tijd had zou ik wel willen rijden. Het is natuurlijk levensgevaarlijk, maar dat weet je en je kunt er rekening mee houden. Als je hier nooit hebt gereden heb je nooit geracet". Alle drie de coureurs voegden er nog aan toe, dat ze alleen maar aan de start wilden verschijnen als ze afgezien van de officiële training van een week ook nog een extra week met een straatmotor het circuit konden verkennen, omdat het anders een ondoenlijke zaak zou zijn. Op Man is men bereid diep in de geldbuidel te tasten om zoveel mogelijk goede mensen aan de start te krijgen. Ook Mike Hailwood zal dit jaar van de partij zijn. Het is een feit, dat meer dan honderd doden op een bepaald circuit, zeker voor de leek, geen reclame voor de motorsport is. Binnen de FIM werkt men hard om het Grand Prix-racen zo veilig mogelijk te maken en terecht. Aan de andere kant kunnen we er niet omheen, dat vele coureurs, waaronder Jack, Boet en Wil, de TT op Man als een regelrechte uitdaging zien. Ze zien de TT op Man als een lange-afstandsrace (de 500 cc wedstrijd gaat over zes ronden), zijn niet vies van stratencircuits en weten hoe gevaarlijk het is.

Enige hoogte- en dieptepunten uit die jaren op het Eiland Man

1978

Mick Grant op weg naar zijn overwinning.

1979_Tom_Herron_Grant_.jpg (53507 bytes)

1978: rentree Mike Hailwood

1978: toppers Tom Herron & Mick Grant

Mick Grant

1978: de rentree van Mike Hailwood op Man. Na 11 jaar afwezigheid maakte hij zijn comeback. Mick Grant won zijn tweede achtereenvolgende wedstrijd in de 'Open Classic'. Hij heroverde hierbij ook de titel van snelste TT coureur. Hij pakte de snelste tijd terug, die op dat moment op naam stond van de Amerikaan Pat Hennen. Hennen, die zwaar ten val zou komen en dagen lang in coma zou liggen. Al die tijd werd voor zijn leven gevreesd, hij zou echter weer bijkomen, maar nooit meer de 'oude' worden. Hierdoor kwam zijn, fabrieks Suzuki, voor de Grand Prix, bij Wil Hartog terecht. Mick Grant had bij het ingaan van de laatste (6e) ronde, van de 'Open Classic', een minuut voorsprong op John Williams, maar moest eigenlijk een ingecalculeerde tankstop maken. Zijn achterremcilinder was echter afgebroken en hij was bang dat de controleurs hem niet meer uit de pits zouden laten vertrekken. Hij moest het de laatste ronde dus extra voorzichtig en rustig doen, maar hij redde het. Derde werd Alex George voor Phil Read. De Formule I race op zaterdag, werd een prooi voor Mike 'The Bike' Hailwood, die daarmee zijn totaal aantal overwinningen op Man op 13 bracht. John Williams werd tweede. De 500cc senior TT werd voor de tweede maal in de laatste drie jaar op naam gebracht door de Ierse topper Tom Herron. Bill Guthrie werd tweede voor Chas Mortimer. 

1977: Pat Hennen wint 500cc Silverstone

Deze race werd overschaduwd door het ongeluk van Pat Hennen, in de laatste ronde bij Bishop Court. Hennen was zwaar in gevecht met Tom Herron, maar was wel 20 seconden eerder gestart, dus die kon hij nooit meer inhalen. Tom had dit al een paar keer aan Pat trachten aan te geven, d.m.v. handgebaren, want deze was erg gevaarlijk bezig. Daarna gebeurde dus het ongeluk, wat een einde maakte aan de veelbelovende carrière van de Amerikaan, die op een privé-machine, in 1976, de GP van Finland had gewonnen, tweede was geworden dat jaar in de TT van Assen en derde in Duitsland. Hierdoor had hij in 1977 de beschikking gekregen over een fabrieks Suzuki, waarmee hij derde werd in het WK, achter Barry Sheene en Steve Baker. Hij won dat jaar de GP van Engeland en nog diverse podiumplaatsen. De 250cc wedstrijd werd gewonnen door TT specialist Chas Mortimer (7 overwinningen). Hij had een hachelijk moment gehad in de race, toen John Williams vlak voor hem ten val kwam. John's machine vloog tegen een muur en zijn benzinetank stuiterde terug op het wegdek, zijn inhoud rondstrooiend. Mortimer kon de gladde plas mengsmering net ontwijken. Charlie Williams werd tweede voor Tom Herron. De val van John Williams en Mick Grant, die zonder benzine kwam te staan, zorgden ervoor dat twee van de grootste kanshebbers voor de overwinning uitgeschakeld werden. Mike Hailwood, had een slechte start en was meer in zijn sas op een zwaardere machine, werd twaalfde. John Williams (1946-1978) overleefde zijn val op Man wel, maar zou twee maanden later om het leven komen tijdens de "North West 200".

wpe45.jpg (9770 bytes)

1978: Pat  Hennen op Man

Het aantal slachtoffers deze TT was enorm, vijf rijders vonden de dood en twee (waaronder Pat Hennen) raakten zwaar gewond. Steven Davies kwam om tijdens een valpartij in de training, de Nieuwzeelander, Mike Adler, overleed in het ziekenhuis, na een ongeval in de 'Open Classic'. De zijspancoureur Mac Hobson samen met zijn bakkenist, Kenny Birch, crashten in de eerste ronde van de zijspanklasse en waren beiden op slag dood. Hun combinatie kwam los van de grond, nadat ze een richel in de weg hadden geraakt, en knalde frontaal op een muur. De Zwitserse zijspancoureur, Ernst Trachsel, crashte een paar honderd meter na het ongeval van Hobson/Birch en verloor ook daarbij het leven!

 

1979

wpe1E.jpg (18382 bytes)

1979: het laatste optreden van Mike Hailwood op Man. Hij behaalde een totaal van 14 overwinningen in de diverse klassen en staat daarmee op een tweede plaats. In 1979 werd hij op de valreep geklopt door Alex George in de 'Classic TT', dit is/was het hoogtepunt van de TT, samen met de Formule I race. Alex wist dat jaar de 1000cc 'Classic TT' en de Formule I klasse te winnen. Hailwood won wel de 500cc senior TT voor Tony Rutter en Dennis Ireland. Alex George reed die week maar liefst 100.000 gulden start- en prijzengeld bij elkaar. De 1000cc won hij op een 996cc fabrieks-Honda, die hij op het laatste moment tot zijn beschikking gekregen had, als plaatsvervanger voor de geblesseerde Mick Grant. Charlie Williams was de beoogde vervanger geweest, maar diens contract stond dat niet toe. Hij had nl. een contract met Bel-Ray en Honda had Shell als sponsor. De Formule I race wist George te winnen voor deze Charlie Williams (winnaar 250cc junior TT), Ron Haslam, Graeme Crosby en Mike Hailwood. Mike_H_laatste-optreden.jpg (79328 bytes)Mike Hailwood, van 2 april 1940, zou op 21 maart 1981 verongelukken met zijn auto. Hij reed in slecht weer achterop een vrachtwagen. Zijn dochtertje van 9 was op slag dood, terwijl zijn zoontje (6) het ongeluk ongedeerd overleefde. Mike zelf werd met ernstig hoofdletsel naar het ziekenhuis gebracht, alwaar hij op 23 maart zou overlijden.

Er waren dit jaar ('78) ook Nederlandse deelnemers: Boy Brouwer en Jan Oostwouder in de zijspanklasse. Na veel motorische problemen in de training wisten ze een 29e startpositie te veroveren, maar in de race moesten zij, al na de 1e ronde, wederom met pech naar de kant. Jan Strijbosch viel uit in de Formule I race met een gat in de zuigers. Ook dit jaar eiste de TT twee doden, Steve Verne, een 23-jarige zijspancoureur overleed na een aanrijding tussen twee zijspancombinaties en Fred Launchbury, een ervaren TT-coureur (45) overleed nadat hij in de Formule 3 bij Glen Trannan ten val was gekomen.

Een zeer blijde Alex George

 

1979: toppers Chas Mortimer en Mike Hailwood gaan van start

wpe23.jpg (16840 bytes)

1979: de "Nederlandse" Schot Alex George

wpe27.jpg (17762 bytes)

 

1980

1980: ook nu eiste de TT zijn zware tol. Tijdens de trainingen kwam favoriet, Alex George, die in 1978 samen met onze "Grote Drie" het eiland Man, als deskundige, had bezocht en in 1979 zijn hoogtepunten op het gevaarlijke parcours had beleefd, zwaar ten val. Hij werd met ernstig hoofd- en rugletsel op de intensive care afdeling in het ziekenhuis in Douglas opgenomen. Ooggetuigen zeiden, dat George aan de binnenzijde van een bocht, met zijn helm de vangrail raakte en daardoor ten val was gekomen. Men zou lang voor zijn leven vrezen, maar hij zou het uiteindelijk wel overleven, dan kon dit jaar van vier collegacoureurs niet gezegd worden. De tweede race van de TT week, de zijspanklasse, werd het eindstation voor rijder Marty Ames en bij een tweede ongeval in deze race kwam zijspanpassagier Andrew Holme om het leven, nadat hij uit het zijspan was gevallen. Ook kwam er een baancommissaris om het leven die, terwijl hij het circuit na de races afsloot, door een toeschouwer werd aangereden. In de 'Classic TT' race (gemengde race van twee- en viertakten) verongelukte de 38-jarige Roger Corbett en hij bracht het aantal doden tijdens de TT week, vanaf 1907, op 128! Hierbij zitten niet de dodelijke ongevallen in de trainingen en de verongelukte bezoekers, die telden men niet mee!

1980: Joey Dunlop, TT-specialist 

Vanwege erg slecht weer op het eiland waren alle races, vanaf zondag, uitgesteld en kon er pas weer op woensdag gereden worden. De 'Classic TT' race werd gewonnen, in een nieuw absoluut ronderecord, door topfavoriet Joey Dunlop, voor de oude recordhouder, Mick Grant, Ron Haslam en Chas Mortimer. Joey Dunlop had voor de TT van Man aangegeven dat hij na de TT zou stoppen met racen. Mede door het verongelukken, een maand eerder, van zijn zwager, Merv Robinson, tijdens de "North West 200". Na de opsteker van de winst besloot hij uiteindelijk toch maar weer door te gaan. De "North West 200" was overigens, net als Man, ook een stratencircuitrace, waar vele coureurs verongelukten. Er werden indertijd 8 races in de TT week georganiseerd: Formule I, Formule II, Formule III, 250cc junior TT, Classic TT, twee zijspanraces en de senior TT (500cc). De Formule I race (350-500cc twee- en 600-1000cc viertakten door elkaar), werd gewonnen door Mick Grant, op zijn 998cc fabrieks-Honda, die zijn debuut op Man al in 1969 maakte, voor "tweedejaars" Graeme Crosby. Lang zag het ernaar uit dat het een Australische overwinning zou worden, want Graeme McGregor leidde de race comfortabel, totdat hij met problemen naar de kant moest. Alex George had wel de snelste trainingstijd gezet voor Mick Grant en Ron Haslam, maar kon dus helaas niet deelnemen.

1980: Jock Taylor en Benga Johansson

Formule I: Mick Grant en Graeme Crosby

De eerste manche van de zijspanklasse werd gewonnen door Ireson/Pollington voor Jock Taylor en Benga Johansson (wereldkampioenen GP in 1980). De andere Grand Prix toppers Rolf Biland en Kurt Waltisperg vielen met pech uit. Meervoudig wereldkampioen en TT winnaar Rolf Steinhausen had eveneens pech en eindigde uiteindelijk op een 38e plaats. De tweede race (manche) werd gewonnen door Taylor/Johansson. De Suzuki fabrieksrijder, Graeme Crosby pakte de overwinning bij de 500cc senior TT voor de Ier Steven Cull, Steve Ward en Stan Woods. Stan Woods zette hier wel de snelste ronde neer. De kwartliterrace werd gewonnen door Charlie Williams voor Donny Robinson, Steve Tonkin en Kenny Blake. De Grand Prix rijders Lennart Bäckström (Zweden) en Jeff Sayle (Australië) werden knap zevende en achtste. Ook de Formule II (250-350cc twee- en 400-600cc viertakten door elkaar) werd een prooi voor Charlie Williams voor Chris Guy. Charlie won deze race op een Yamaha RD350. Deze motor was op dat moment erg populair en in Nederland, Engeland, Duitsland en Frankrijk zou men in de komende jaren standaardraces gaan houden op deze motoren. De Formule III (125-250cc twee- en 200-400cc viertakten door elkaar) werd uiteindelijk een prooi voor de Australiër Barry Smith (toprijder 125cc GP) voor de Britten, Chris Griffith en Ron Haslam.

1981

wpe14.jpg (50114 bytes)De Formule I was in 1981 de eerste race die werd verreden. Hij begon direct al spectaculair. Graeme Crosby, de favoriet, ging naar de start, toen er een lekke achterband werd geconstateerd. Snel wisselen uiteraard, maar toen men snel probeerde een ander achterwiel te monteren ging er van alles fout bij de Suzukifabrieksstal. Ketting te lang, gearing verkeerd en tot overmaat van ramp een zoekgeraakte bout van het achterwiel. Dit alles resulteerde erin dat Crosby te laat aan de start verscheen (10 sec.), de rijders werden op Man altijd per twee gestart, met een tussenpoos van tien seconden, en hij moest in het laatste paar vertrekken, omdat hij te laat was. Crosby kreeg ook nog een straftijd opgelegd, maar ook dit weerhield hem er niet van om middels de snelste ronde naar een derde plaats op het podium te rijden, achter Honda-fabrieksrijder Ron Haslam en Joey Dunlop. Nu begon er een waar pandemonium. Suzuki diende een protest in tegen de gang van zaken. De organisatie had Graeme Crosby gewoon moeten laten starten, dat wil zeggen, men had de klok moeten starten. Crosby was 10 seconden te laat, dus dan was dat zijn achterstand geweest en had hij op zijn sloffen winnaar geworden. Na uren vergaderen werd dit protest gehonoreerd en Crosby alsnog als winnaar uitgeroepen, daar waar Ron Haslam al als winnaar was gehuldigd. Een flinke bende van tegenprotesten e.d. begon, maar Crosby was uiteindelijk wel de winnaar voor Haslam, Dunlop en John Newbold. De weer van zijn zware valpartij "genezen" Alex George werd zesde.

Kenny Blake

Voor Kenny Blake liep zijn val helaas erg slecht af, hij overleefde zijn crash niet... Hij kwam bij Union Mills ten val en overleed vrijwel onmiddellijk. Kenny reed vele Grand Prix in zijn leven en hij was ook een graag geziene rijder bij internationale wedstrijden in Nederland. De 32-jarige Australiër (1948-1981) was een ervaren rijder op Man. De Ier Connor McGinn raakte ook zwaar gewond, hij raakte voor de rest van zijn leven verlamd en verloor zijn rechtervoet. De Zuid-Afrikaan, Jon Ekerold, regerend wereldkampioen in de 350cc klasse, had zich ingeschreven voor de 250cc junior TT. Op de racedag, 's-morgens in alle vroegte, had hij nogmaals het circuit verkend en in de race moest hij een tweede plaats door pech aan zich voorbij laten gaan. De race werd uiteindelijk gewonnen door Steve Tonkin voor Bob Jackson, Charlie Williams (topfavoriet in deze race) en Australiër Jeff Sayle. Boet van Dulmen had zich dit jaar dus ook ingeschreven, maar viel zowel in de 250cc junior TT als in de 'Open Classic' al snel uit. Na de nederlaag, en het daarop volgende geruzie, in de Formule I, was het Honda er alles aan gelegen om Suzuki te verslaan in de 'Open Classic'. Honda rustte Ron Haslam, Joey Dunlop en Alex George alle drie uit met tot 1123cc opgeboorde versies van de Formule I fietsen. 

Graeme Crosby op/over de Ballaugh Bridge tijdens de F1

Deze moesten ervoor zorgen om Mick Grant en Graeme Crosby (die elkaar ook al niets gunden) voor te blijven. Het enige echter wat Honda aan de race overhield was een door Dunlop gereden, absoluut ronderecord. 

Suzuki pakte een één-twee zege met Graeme Crosby voor Mick Grant. Crosby (60.000 gulden prijzengeld met zijn overwinning) zei na afloop dat hij nog nooit zo blij was geweest de finishvlag te zien, daarbij wetende dat het gevaar weer voor een jaar over was! Hij had twee races gewonnen en vond dat hij dat aan zijn sponsors en reputatie verplicht was, maar zei verder: 'laten we ons niets wijsmaken, niemand rijd hier voor zijn plezier. De meesten durven niet voor de waarheid uit te komen, maar willen graag de stoere jongen uithangen.....'. Dat zegt genoeg over de races op het eiland Man!

Andere toppers die reden op het eiland Man, met tussen haakjes het aantal overwinningen: Giacomo Agostini (10), Jim Redman (6), John Surtees (6), Carl Fogarty (3), Rob McElnea (3), Kel Carruthers (2), Dieter Braun (1), Roger Burnett (1), Jack Findlay (1).

wpe32.jpg (18976 bytes)

Graeme Crosby voor teamgenoot Mick Grant in 1981, tijdens de 'Classic'. 'Croz' zou aan het einde van het seizoen 1982, toen hij geen fabriekscontract meer kreeg bij Yamaha, stoppen met racen. Hij was dat seizoen (gedwongen) overgestapt van Suzuki naar Yamaha, 2e geworden in de GP 500cc eindstand en winnaar van Daytona en Imola. In 1983 zou hij weer terugkeren op Man en zo nu en dan een race rijden.

 

1982

wpe23.jpg (25322 bytes)

Tony Rutter (links), hier in actie tijdens de TT van 1982, tijdens de 250cc, waarin hij uitviel met mechanische problemen. De toen al 40-jarige Rutter had tot op dat moment 5 zeges geboekt op het Eiland en dit zouden er uiteindelijk 7 worden. Zijn eerste TT reed hij al in 1965 en zijn eerste overwinning (350cc) pakte hij 8 jaar later, om dit het jaar erop (1974) te herhalen. Daarna moest hij weer 7 jaar wachten tot zijn overwinning in de F2 race. In 1982 won hij zowel de F2 (op Ducati) als de 350cc race. 

wpe2F.jpg (24502 bytes)

wpe27.jpg (15930 bytes)

wpe2A.jpg (17239 bytes)

Norman Brown (#24), leidt hier voor Billy Guthrie de 500cc race in 1982, die hij ook zou winnen. Brown zou een jaar later tijdens de GP op Silverstone verongelukken.

De Ier Con Law hier op op weg naar de overwinning in de 250cc (junior TT) race in 1982.

Dennis Ireland (inzet) achtervolgt Jon Ekerold in de Senior TT, die Ireland uiteindelijk zal winnen.

wpe5E.jpg (18181 bytes)

Ron Haslam

Grant.jpg (54227 bytes)De Formule I in 1982 betekende de eerste, en enige, TT overwinning van 'Rocket' Ron Haslam. Op zijn fabrieks Honda won hij de race in een nieuwe recordtijd van 1.59.50, de eerste keer dat de race binnen de twee uur voltooid werd. In 1981 was Haslam al in eerste instantie tot winnaar uitgeroepen, maar dat werd later herroepen. Precies een jaar later hadden Ron en Honda dus hun revanche. De tweede plaats in 1982 ging naar de teamgenoot van Haslam, Joey Dunlop, die op ruim vijf minuten van de winnaar over de streep kwam. Dunlop zou deze belangrijkste race op Man, gaan winnen van 1983 t/m 1988, zes maal op een rij. In 1989 was hij geblesseerd, dus kon hij zijn titel niet verdedigen. Mick Grant had overigens, met een moordend tempo, de race in 1982 voor de eerste vier ronden geleid, maar moest toen naar de kant met mechanische problemen. Phil Read (8x winst op Man), had op Man voor de tweede keer in zijn carrière, zijn comeback gemaakt. Naar verluid voor een bedrag met vele nullen. Hij bracht zijn 998cc Yoshimura-Suzuki in de pits voor reparatie en kon daarna zijn race vervolgen. Uiteindelijk zou hij toch, op een 13e plaats rijdend, uitvallen. Het was dit jaar goed weer op Man en men had voor de Formule I maar liefst 72 deelnemers, waarvan 35 stuks de race zouden volbrengen. De equipe Ireson/Williams won de eerste race bij de zijspannen, nadat Jock Taylor en Benga Johansson tegen een muur waren gereden. De tweede race stelden de Schots/Zweedse combinatie orde op zaken en wisten deze wel te winnen. Tweede werd het echtpaar Dennis en Julia Bingham. De ook in de GP's bekende combinatie Steve Abbott/Shaun Smit werd derde. Norman Brown, een 22-jarige caféhouder uit Noord-Ierland zorgde voor een denderende verrassende overwinning in de 500cc 'Classic TT', door diverse gevestigde namen het nakijken te geven. Hij won de race voor, Jon Ekerold, die voor de tweede achtereenvolgende keer Man bezocht en de Nieuwzeelander Dennis Ireland. Phil Read werd hier vierde. Favoriet Charlie Williams was door pech ver teruggevallen in de race (12e) en Mick Grant onderuit gegaan. Grant botste in volle vaart op een achterblijver, Gerhard Kanchi, uit Duitsland, die met ernstig hoofdletsel werd afgevoerd. Mick Grant kwam ongeschonden uit de strijd, zijn Suzuki brandde wel volledig uit. Norman Brown werd ook nog eens tweede in de 350cc junior TT, achter zijn landgenoot Con Law, die ook zijn eerste TT-victorie pakte. Deze race stond in het teken van de uitvallers. Van de 75 starters, finishten er 24 en er viel niemand van zijn machine! Verder won Tony Rutter de 350cc TT en de Formule II wedstrijd. Er waren dit jaar gelukkig eens geen doden te betreuren. Degene die er na een valpartij het slechtste vanaf kwam was de 47-jarige veteraan Bill Smith, die beide ellebogen brak en tevens een gebroken been opliep. Hij zou vier maanden in het ziekenhuis doorbrengen, maar wel weer aan de F2 race op Man deelnemen in 1983. Hij had sinds 1957! geen enkele keer verstek laten gaan op Man. Aan het einde van dit seizoen zouden vele van de toppers op Man ook een Formule I race op Assen rijden. Ook Jack Middelburg deed hieraan mee en hij won de race. Hierbij o.a. Joey Dunlop, Ron Haslam en Chris Guy achter zich latend.

Podium Formule I/Superbike race Assen 1982: Ron Haslam, Jack en Chris Guy

En de races gingen door, tot aan vandaag de dag toe. En ook het dodenaantal zou onverminderd toenemen. "The show must go on.."

 

 

11-03-1978 200 mijls race Amerika, Daytona

1978.jpg (42408 bytes)

 

Deelnemers 37th Daytona 200. In het rood de trainingsplaats, alleen de eerste 80 krijgen een start.

2. Kenny Roberts (USA) 1e 3. Gene Romero (USA) 11e 5. Gary Scott (USA) 24e 6. Erik Buell (USA) 17e
7. Gill Martin (USA) 43e 9. Gary Nixon (USA) 15e 10. Dave Aldana (USA) 7e 11. Steve Eklund (USA) 23e
13. Jessie Byars (USA) 31e 15. Kurt Liebmann (USA) 73e 18. Conrad Urbanowski (USA) 56e 25. Phil McDonald (USA) 34e
26. Randy Mamola (USA) 22e 27. Skip Aksland (USA) 4e 30. Dale Singleton (USA) 5e 32. Steve Baker (USA) 3e
33. Gregg Bonelli (USA) 66e 34. Wes Cooley (USA) 14e 36. John Long (USA) 10e 37. James Allen (CAN) 12e
40. Ron Mass (USA) 29e 41. Kurt Lenz (USA) 36e 42. Steve Morehead (USA) 19e 43. Mike Baldwin (USA) 6e
45. Kent Rockwell (USA)   47. Harry Cone (USA) 26e 48. Richard Schlachter  32e 49. Alan Barbic (USA) 20e
52. Bruce Hammer (USA) 21e 55. Hap Eaton (USA) 72e 56. David Emde (USA) 9e 61. Robert Wakefield (USA) 45e
63. Gary Blackman (USA) 41e 64. Avrum Gudelsky (USA) 49e 65. Rudy Galindo (USA) 74e 68. Al Philips (USA)  
74. Ted Henter (USA) 38e 75. Kevin Stafford (USA) 30e 76. Richard Chambers (USA) 46e 78. John Fuchs (USA) 39e
80. Ken Botham (CAN)   81. Jerry Cheney (USA)   83. Steve McLaughlin (USA) 25e 84. Dick Kilgroe (USA)  
85. Mark Leslie (USA)   86. Torello Tacchi (USA) 75e 87. Harry Klinzmann (USA) 50e 88. Roberto Pietri (USA) 44e
89. Mike Baeder (USA) 71e 93. Hurley Wilvert jr. (USA)   97. Ron Pierce (USA) 8e 98. Frits v/d Veen (CAN) 63e
101. Hal Coleman (USA) 62e 105. John Clark (USA) 33e 117. Frank Mrazek (CAN) 48e 120. Henry DeGouw (USA) 37e
123. Stan Friduss (USA)   133. Dan Sorensen (CAN)   141. John Samways (USA) 52e 146. Bruce Lind (USA) 35e
158. Bruce Maus (USA) 67e 161. Will Harding (USA)   167. James Metrando (USA)   168. William Betz (USA) 68e
175. Jim Dunn (USA) 61e 184. Steven Pearce (CAN)   192. David Schlosser (USA)   197. Burns Moore (USA) 77e
236. Dwight Lyon jr. (USA) 47e 258. William Brown (USA)   302. Gregg Hansford (AUS) 16e 303. Patrick Pons (F)  
305. Johnny Cecotto (Ven) 2e 306. Werner Nenning (A)   310. Izumi Sugimoto (J)   312. Gerhard Vogt (D) 64e
313. Joey Dunlop (N-Ier) 40e 317. Jack Buytaert (B)   318. Gérard Melly (CH)   323. Barry Woodland (GB) 59e
325. Ron Bron 28e 327. Boet van Dulmen 27e 329. Steven Michel (B) 55e 335. Michel Frutschi (CH) 42e
338. Tom Herron (N-Ier)   339. Sandy Cowan (CAN) 65e 342. John Eastveld (CAN) 69e 348. Christian Sarron (F)  
351. Christian Le Liard (F)   355. Michael Trimby (GB) 53e 359. Sadao Asami (J) 13e 368. Bernard Fau (F)  
369. Jack Middelburg 18e 374. Malcolm McPherson (CAN)   382. Mike Duncan (CAN) 58e 383. Jannes van 't Ende   
389. James Gervais (CAN) 51e 392. Alain Vail (F)  

Totaal 98 deelnemers aan de kwalificaties tegen 117 in 1977. 

 

Startopstelling en tijden van de eerste 40 rijders van de Daytona 200 in 1978, Kenny Roberts pole-position
#30 Dale Singleton 2.08.14 #27 Skip Aksland 2.06.76 #32 Steve Baker 2.06.49 #305 Johnny Cecotto 2.06.15 #2 Kenny Roberts 2.05.21
#36 John Long 2.10.98 #56 David Emde 2.10.69 #97 Ron Pierce 2.10.30 #10 Dave Aldana 2.10.04 #43 Mike Baldwin 2.09.67
#9 Gary Nixon 2.12.65  #34 Wes Cooley 2.12.29 #359 Sadao Asami 2.11.96 #37 James Allen 2.11.85 #3 Gene Romero 2.11.78
#49 Alan Barbic 2.14.01 #42 Steve Morehead 2.13.38 #369 Jack Middelburg 2.13.29  # 6 Erik Buell 2.13.01 #302 Gregg Hansford 2.12.81
#83 Steve McCaughlin 2.14.34 #5 Gary Scott 2.14.29 #11 Steve Eklund 2.14.27 #26 Randy Mamola 2.14.20 #52 Bruce Hammer 2.14.11
#75 Kevin Stafford 2.16.19 #40 Ron Mass 2.15.90 #325 Rob Bron 2.15.40 #327 Boet van Dulmen 2.15.25 #47 Harry Cone 2.14.71
#146 Bruce Lind 2.17.51 #25 Phil McDonald 2.17.48 #105 John Clark 2.17.19 #48 Richard Schlachter 2.16.81 #13 Jessie Byars 2.16.35
#313 Joey Dunlop 2.18.51 #78 John Fuchs 2.18.26 #74 Ted Henter 2.17.97 #120 Henry DeGouw 2.17.72 #41 Kurt Lenz 2.17.62

 

Start Daytona 200, met o.a. Steve Baker (#32), Steve McCaughlin (#83), Ron Pierce (#97), Sadao Asami (#359), Jack Middelburg (#369), Johnny Cecotto (#305) en Kenny Roberts (#2).

1978_Daytona_200_mijl.jpg (59575 bytes)De eerste race in 1978 voor Jack zou evenals in 1977 de Daytona 200 miles race worden. Dit race-uitstapje werd volledig gesponsord door het motorblad Moto 73, De Telegraaf en Neckermann. Dit gold ook voor Rob Bron en Boet van Dulmen. Jack was definitief toegetreden tot de elite van de Nederlandse motorsport. De nieuwe Yamaha OW 31 was perfect op tijd aangekomen en Adri had hem binnen korte tijd klaar staan voor de race. Tijdens de trainingen liep het loopvlak van Jack zijn achterwiel eraf en dit gebeurde precies op het moment dat hij in de beroemde kombaan, deze had een hellingspercentage van 31%, hing en dit met een snelheid van ongeveer 260 km/u. Men was vol ongeloof toen Jack terug kwam in het rennerskwartier, dat hij er niet afgestuiterd was. In de volgende training trokken zijn voorremschijven krom, dit door de enorme warmteontwikkeling bij het afremmen. Dit gebeurde ook met een tweede stel schijven. Al met al geen prettig idee als je met die enorme snelheden je rondjes zit te rijden. Het tijdrijden werd over 2 dagen verspreid. Jack reed de eerste dag naar een keurige 13e plaats. De tweede dag stond er in tegenstelling tot de eerste vrijwel geen wind en vijf coureurs doken onder de tijd van Jack, die die dag niet meer mocht rijden. Hij mocht echter met zijn 18e tijd wel in de 1e startgroep van 30 man vertrekken. Tijdens de race reed Jack gestaag naar voren, na traditiegetrouw weer eens slecht gestart te zijn, en in de 10e ronde had hij de 10e plaats te pakken. Op dat moment was hij Daytonaveteraan Boet van Dulmen al gepasseerd en liep elke ronde 1,4 sec. in op de voor hem rijdenden Gregg Hansford en Ron Pierce, niet de minsten en deze zouden uiteindelijk als vierde en vijfde eindigen in de race! Tot hij bij het uitkomen van de kombaan voor een klapband kreeg, en dit met een snelheid van dik 250 km/p.u.! Wonder boven wonder kwam hij daarbij wederom niet ten val, want de band was naast de velg geslagen en de brokken waren eruit. Ook dit jaar bracht Daytona hem dus geen geluk wat betreft racen, maar wel wat betreft blessures, want dit had allemaal heel anders af kunnen lopen. De race werd overigens gewonnen door de Amerikaan Kenny Roberts die de komende jaren nog veel van zich zou laten horen. Hij zou in 1978 de eerste Amerikaanse wereldkampioen in de 500 cc klasse worden en dit huzarenstukje nog 2x herhalen. Pat Hennen was in 1976 de eerste Amerikaan geweest die een GP (Finland) wist te winnen en vanaf die tijd gingen de Amerikanen een grote rol spelen in het GP-circuit. De uit Venezuela afkomstige Johnny Cecotto werd tweede op Daytona Beach voor Skip Aksland (USA), Ron Pierce (CAN) en Gregg Hansford (AUS). (zie ook de Daytona sectie op mijn site).

Jack voor Boet en de protégee van Kenny Roberts, Skip Aksland.

© MOTOR Magazine

Eindelijk lukte het hem in Daytona, Kenny Roberts, hij had alles al gewonnen wat er te winnen viel in Amerika, behalve het belangrijkste wegrace-evenement, de Daytona 200. Pech of een andere topper (Agostini in 1974, Baker in 1977) waren hem net elke keer de baas en dat zes jaar op rij. De 250cc, 100 mijlsrace had hij wel al gewonnen, maar dat was niet waar het echt om ging in Daytona. Nu lukte het dan wel en hij liet zijn extra klasse zien door iedereen, inclusief nummer twee, Johnny Cecotto, op één ronde achterstand of meer te rijden. Even was er nog Steve Baker, de winnaar van vorig jaar geweest. Deze zette vanaf de 45e ronde een enorme eindspurt in en pakte elke ronde 2 seconden terug op Kenny, maar vier ronden voor het einde, toen het verschil nog vrij klein was tussen de twee Amerikanen, gaf de Yamaha van Steve er de brui aan. Terug naar de training: op de eerste trainingsdag toonden alle Hollanders zich zeer optimistisch. Rob Bron, Jack Middelburg en Boet van Dulmen draaiden hun trainingsronden zonder problemen. Tenminste, tot de laatste training, want toen werd Jack onaangenaam verrast door een achterband die er de brui aan gaf. Dit gebeurde midden in de kombaan, oftewel op het snelste deel van de baan. Nadat hij gestopt was, na heel wat geslinger, bleek het loopvlak gedeeltelijk weg te zijn, de halve band was weg! Bandenproblemen zouden die week nog meermalen de kop opsteken. Degene die hier het grootste slachtoffer van werd, was de Canadees Malcolm McPherson. Hier lag het niet aan de band, maar aan zijn monteur, deze had het voorspatbord vervangen en hiervoor klinknagels gebruikt. Deze waren echter zolang dat ze de band raakten, door de snelheid zet de band nl. op. Malcolm kwam tijdens de training op dinsdag hierdoor zwaar ten val en werd zwaar gewond naar het ziekenhuis afgevoerd. Officieus liet Boet een trainingstijd van 2.14 noteren en Jack was nog sneller met 2.13.5, maar had veel meer problemen. Door de enorme warmte-ontwikkeling bij het afremmen, van de hoge snelheden die in Daytona bereikt worden, trokken de beide voorschijven van Jack's Yamaha krom. Een van de schijven vertoonde zelfs een scheur. Ook een tweede set schijven vertoonden na een paar snelle ronden dezelfde problemen. Rob Bron, die in het verleden meerdere malen heeft laten zien dat hij weet hoe je een Yamaha op moet voeren, draaide met een officieuze tijd van 2.12 de snelste ronde in het Nederlandse kamp. Boze tongen fluisterden, dat Rob zijn motor niet had voorzien van de vermogenbeperkende restrictors en de besnorde Mokummer reageerde: "Natuurlijk heb ik die dingen er niet inzitten. Da's nergens goed voor!" Boet reageerde eveneens: "Nee hoor, die Bron heeft er niets ingestopt. Hij komt iedere hoek uit met het voorwiel in de lucht en dat doet zo'n ding echt niet met restrictors". Beide heren lieten echter duidelijk merken, dat ze wel een verslaggever in de maling wilden nemen, maar niet de AMA-officials. Met andere woorden: Bron's machine voldeed wel aan de eisen, maar was gewoon erg snel gemaakt. Met restrictors! Maar kennelijk was Rob's aandacht voor het motorblok ten koste gegaan van de preparatie van het rijwielgedeelte, want tijdens de laatste training op dinsdag brak één van de zelf gemaakte clip-ons bij het stuur af. Een val was het onvermijdelijk gevolg, maar gelukkig was de schade beperkt en na de vrije woensdag, waarop geen trainingen plaats vonden, was Bron donderdagmorgen weer van de partij. Hij had echter niet zo hard hoeven te werken, want van rijden kwam er die dag niets. Het water viel met bakken uit de hemel. Op vrijdag, de dag waarop de kwalificatieritten voor de startopstelling zouden plaats vinden, was het gelukkig droog, maar een harde wind bezorgde de rijders nogal wat problemen. Niet alleen werden de topsnelheden door de tegenwind in de kombaan gedrukt, maar ook het stuurwerk werd er niet gemakkelijker door. Kenny Roberts, die zoals gewoonlijk in een perfecte stijl rondcirkelde, toonde zich met een tijd van 2.05,21 de snelste, op bijna een volle seconde gevolgd door tweede man, Johnny Cecotto, die 2.06,15 op de klokken bracht. Snelste Nederlander was Jack Middelburg, die met 2.13,29 de dertiende plaats bezette, terwijl Boet en Rob met respectievelijk 2.15,25 en 2.15,40 achttiende en negentiende waren. Dat veranderde echter toen degenen, die vrijdag geen kwalificatie hadden kunnen rijden, op zaterdag alsnog gelegenheid kregen. De wind was nu geheel afwezig en dat leverde ruw geschat een seconde winst op. Door de betere tijden van de zaterdagrijders vond er een verschuiving in de posities plaats. Een vijftal renners wist zich alsnog voor Jack Middelburg te plaatsen, zodat die van de dertiende naar de achttiende plaats verhuisde. "Jammer dat ik ook niet1978_Daytona_Jack_voor_Boet.jpg (104852 bytes) vandaag nog een keer kon tijdrijden", aldus Jack, "maar ja, dan was ik waarschijnlijk weer dertiende geworden en ik vind het helemaal niet jammer, dat ik die plaats kwijt ben. Dertien vind ik zo'n raar getal. Ik ben echt niet bijgelovig, maar dat zag ik toch niet zitten!" Boet verhuisde van de 18e naar de 28e plaats. Zowel Boet als Jack hadden in de trainingen ook veel last van de aluminium kopbouten, die afbraken als luciferhoutjes. De bandenstrijd (zoals altijd in Daytona) was een grote teleurstelling voor Dunlop, geen van de toppers zou op het Britse merk starten, terwijl ze nog wel zoveel geld in de ontwikkeling had gestoken, de afgelopen winter. Gary Nixon en Dale Singleton hadden ook divers testwerk voor de fabriek uit Birmingham gedaan, maar Nixon koos zelf voor Michelin. Evenals Jack, Boet en Johnny Cecotto, de rest van de toppers stond op Goodyearbanden.

Sleutelbeen

Rob Bron zal deze zaterdag waarschijnlijk zo vlug mogelijk willen vergeten. Hij vertrok 's morgens vroeg voor een paar trainingsronden, maar ter hoogte van de chicane liep de motor plotseling vast. Rob kwam ten val toen de snelheid nog maar een kilometer of tien bedroeg, maar hij kwam zo ongelukkig terecht, dat hij zijn sleutelbeen op niet minder dan 3 plaatsen brak. In plaats van met de 200 mijlsrace, maakte Rob kennis met het ziekenhuis van Daytona. Niet helemaal wat hij er van verwacht had dus. Rob vloog maandag na de race direct terug naar België, waar hij zich meldde bij dr. Derweduwen.

 

wpe23.jpg (37683 bytes)

Grote poster van Jack in Daytona, die ik jarenlang op mijn slaapkamer had hangen.

 

Vierde startrij voor Jack

Bij de start stond Jack Middelburg op de vierde startrij, waar ook Gregg Hansford vertoefde. Twee rijen verder naar achteren, op de 6e startrij dus, stond Boet van Dulmen. Beiden dus in de eerste startgroep van 30 man van de totaal drie startgroepen van 80 coureurs. Na het vallen van de startvlag bleek Kenny Roberts het snelst in de spurt naar bocht nummer één, richting binnencircuit. Bij de eerste doorkomst luidde de volgorde: Kenny Roberts, Steve Baker, Skip Aksland, Johnny Cecotto en Ron Pierce. Jack en Boet volgden met een groepje andere rijders op niet al te grote afstand. Het was jammer voor de toeschouwers, maar hierin zou de eerste twintig ronden geen verandering meer komen. Het publiek kwam echter op een andere manier aan haar trekken, want in de tweede ronde zorgde Jessie Byars voor vuurwerk toen hij op de hairpin in het binnenste deel van het circuit kwam aanstuiven met vlammetjes die om zijn zitvlak waaierden. Jessie parkeerde zijn machine tegen de strobalen en maakte dat hij wegkwam. Dat was maar goed ook, want enkele seconden later explodeerde de benzinetank, en ging de fiets in vlammen op en uiteraard ook de strobalen. Het duurde maar liefst 9 minuten eer de eerste brandblusser op het vuur werd gericht. Tussen haakjes, Jessies rijnummer was 13… Al na drie ronden begon Kenny Roberts de eerste achterblijvers te lappen, waardoor het wedstrijdverloop er niet bepaald overzichtelijker op werd. Jack Middelburg bezette op dat moment de tiende plaats en Boet volgde in Jack's kielzog. Aan deze veelbelovende situatie kwam echter in de 11e ronde een abrupt einde toen Jack een klapper kreeg van zijn voorband. "Een ronde eerder voelde ik al dat het voorwiel onbalans vertoonde. Ik dacht eigenlijk dat het balanceerlood weg was, maar in werkelijkheid was ik een halve meter loopvlak kwijt", aldus Jack. Dat bleek dan ook wel toen de voorband een ronde later ineens plat ging, juist bij het uitkomen van de kombaan. Wonder boven wonder kwam Jack daarbij niet ten val! Hij had het aan zijn koelbloedigheid en stuurmanskunsten te danken dat hij er zo vanaf was gekomen, vooral gezien de snelheid op dat punt van meer dan 250 km/u. Ook mocht hij de vijf coureurs die achter hem zaten dankbaar zijn, dat ze hem wisten te ontwijken. De Nederlandse afvaardiging had dus bepaald geen gebrek aan pech. Na Rob Bron's sleutelbeenbreuk en Jack's twee uit elkaar geklapte banden, bleef alleen Boet nog over om de eer te redden en gelukkig bleef Van Dulmen gevrijwaard van de problemen, waardoor Jack en Rob voortijdig werden uitgeschakeld. Toen Boet in de 14e ronde na zijn eerste, slechts 6 seconden durende tankstop weer in de baan kwam, bezette hij nog altijd de elfde plaats. De volgorde in de race op dat moment was: 1. Roberts, 2. Baker, 3. Aksland, 4. Cecotto, 5. Pierce, 6. Hansford, 7. Asami, 8. Romero, 9. Cone, 10. Cooley en 11. Van Dulmen. 

wpe14.jpg (15477 bytes) wpe17.jpg (16554 bytes) wpe19.jpg (13357 bytes)

Johnny Cecotto voor Skip Aksland 

Gregg Hansford voor Sadao Asami en Gene Romero

250cc: Randy Mamola voor Toni Mang

Gene Romero (3), winnaar van 1975, in 1979 op weg naar een 8e plaats.

Kevin Stafford voor Randy Mamola

Boet worstelde zich langzaam, maar zeker naar voren en na de tweede tankstop, die uitliep tot 10 seconden omdat een nerveuze Michelin-man nog niet klaar was met het inspecteren van de voorband, draaide Boet als achtste vlak achter Gene Romero de baan weer op. Romero's motor verloor echter vermogen, zodat Boet gemakkelijk kon opklimmen naar de zevende plaats achter Gregg Hansford, zo'n beetje de enige niet Yamaharijder. Het zag er evenwel niet naar uit, dat er nog meer winst zou kunnen worden behaald, want de mannen voor Den Boet draaiden met de regelmaat van een klok hun rondjes en de tussenafstanden waren enorm. Er was echter één uitzondering. Steve Baker had al die tijd kans gezien om Kenny Roberts in het oog te houden en na zijn tweede pitstop zette Stevie alles op alles. Omstreeks de 45e ronde had hij de slag goed te pakken en hij liep niet minder dan 2 seconden per ronde in op de duidelijk op safe rijdende Roberts. Baker vergde echter te veel van zijn Yamaha en in de 48e ronde begaf een krukaslager het. Roberts kwam hierdoor helemaal vrij te rijden, tenminste in theorie. Want op de baan reed hij pal achter Cecotto, die op zijn beurt weer Gregg Hansford voor zich had. Met nog twee ronden te gaan zette Roberts de aanval op Cecotto in en hoewel deze er absoluut niets voor voelde om gelapt te worden, had hij tegen Kenny's meesterschap geen verweer. Kenny Roberts, de man die nog nooit de 200 Mijler had gewonnen, ging over de finish met een voorsprong van een hele ronde plus 5 seconden op Johnny Cecotto. Ook Skip Aksland en Ron Pierce, die als derde en vierde over de streep kwamen, voltooiden evenals Cecotto 51 van de in totaal 52 ronden. De rest van het veld werd op twee of meer ronden achterstand gereden door Roberts. Gregg Hansford werd vijfde en de zesde plaats was voor Boet van Dulmen, die zijn zeer regelmatig gereden wedstrijd niet alleen beloond zag met de hoogste klassering die ooit door een Nederlander op Daytona werd behaald, maar die tevens als eerste privé-rijder finishte achter de fabrieksmachines van Roberts, Cecotto en Hansford en de semi-fabrieksmachines van Aksland (Carruthers Yamaha) en Pierce (Bob Work Yamaha). Na afloop van de race diende Gene Romero, die achter Boet en de Japanner Asami de achtste positie had toe bedeeld gekregen, een protest in omdat hij meende recht te hebben op Boet's zesde plaats. Boet wist na de twee uur durende uitputtingsslag zelf niet precies te zeggen of Romero's protest terecht of ten onrechte was. Hij meende weliswaar Romero achter zich te hebben gelaten, maar door de tankstops was de rangorde enigszins onoverzichtelijk geworden. De wedstrijdleiding wist het echter wel: twee uur na het vallen van de finishvlag  maakte zij bekend "de zesde plaats is voor Mister Van Dulmen". Zonde voor "onze" Jack, want hij had laten zien dat hij zeker bij de eerste vijf had kunnen eindigen!

Uitslag DAYTONA 200 1978                                    

               
  Rijder Land Aantal ronden   Rijder Land Aantal ronden
1. Kenny Roberts USA 52 37. Gregg Bonelli USA 44
2. Johnny Cecotto Venezuela 51 38. Bruce Hammer USA 44
3. Skip Aksland USA 51 39. Steve Michel België 44
4. Ron Pierce USA 51 40. John Samways USA 41
5. Gregg Hansford Australië 50 41. Henry DeGouw USA 38
6. Boet van Dulmen Nederland 50 42. Torello Tacchi USA 38
7. Sadao Asami Japan 50 43. Steve Eklund USA 36
8. Gene Romero USA 50 44. Dave Emde USA 33
9. Gary Scott USA 50 45. Erik Buell USA 31
10. Dave Aldana USA 50 46. Wes Cooley USA 29
11. Robert Wakefield USA 49 47. Joey Dunlop Noord-Ierland 27
12. Bruce Lind USA 49 48. Alan Barbic USA 27
13. Richard Chambers USA 49 49. Gill Martin USA 26
14. Phil McDonald USA 49 50. John Eastveld Canada 22
15. Hap Eaton USA 49 51. Harry Cone USA 20
16. Richard Schlachter USA 49 52. Sandy Cowan Canada 17
17. James Servais Canada 49 53. Roberto Pietri USA 17
18. Harry Klinzmann USA 48 54. Hal Coleman USA 16
19. Conrad Urbanowski USA 48 55. Burns Moore USA 12
20. John Long USA 48 56. John Clark USA 11
21. Mike Duncan Canada 48 57. Mike Baldwin USA 11
22. Steve Baker USA 47 58. Jack Middelburg Nederland 10
23. Michel Frutschi Zwitserland 47 59. Avrum Gudelsky USA 9
24. Barry Woodland Engeland 47 60. Randy Mamola USA 5
25. Gerhard Vogt Duitsland 47 61. Kevin Stafford USA 5
26. Kurt Liebmann USA 47 62. Frits v/d Veen Canada 5
27. Mike Baeder USA 46 63. Dwight Lyon USA 4
28. Ted Henter USA 46 64. Gary Blackman USA 4
29. John Fuchs USA 45 65. Gary Nixon USA 3
30. Michael Trimby Engeland 45 66. Steve McLaughlin USA 3
31. Steve Morehead USA 44 67. Frank Mrazek Canada 2
32. Dale Singleton USA 44 68. James Allen Canada 1
33. William Betz USA 44 69. Jessie Byars USA 0
34. Rudy Galindo USA 44 70. Ron Mass USA 0
35. Steve Pears Canada 44 71. Alain Vail  Frankrijk

0

36. Bruce Maus USA 44

Nog 9 rijders met nul ronden

 

Uitslag Daytona 200; 1. Kenny Roberts, USA, Yamaha, 1.51.24,7 = 174 km/uur (nieuw record);. 2. Johnny Cecotto, VZ, Yamaha, op 1 ronde; 3. Skip Aksland, USA, Yamaha; 4. Ron Pierce, CAN, Yamaha; 5. Gregg Hansford, AUS, Kawasaki, op 2 ronden; 6. Boet van Dulmen, NL, Yamaha; 7. Sadao Asami, JAP, Yamaha; 8. Gene Romero, USA, Yamaha; 9. Gary Scott, USA, Yamaha; 10. Dave Aldana, USA, Yamaha; 11. Robert Wakefield, USA, Yamaha, op 3 ronden; 12. Bruce Lind, USA, Yamaha; 13. Richard Chambers, USA, Yamaha; 14. Phil McDonald, USA, Yamaha; 15. Hap Eaton, USA, Yamaha; 16. Richard Schlachter, Yamaha; 17. James Gervais, Yamaha; 18. Harry Klinzmann, Yamaha; 19. Conrad Urbanowski, Yamaha; 20. John Long, Yamaha.

Prijzengeld: Kenny Roberts, $ 14.020; 2. Johnny Cecotto, $ 8200,-; 3. Skip Aksland, $ 5575,-; 4. Pierce, $ 4625,-; 5. Gregg Hansford, $ 3890,-; 6. Boet van Dulmen, $ 3150,-; 7. Sadao Asami, $ 2885,-; 8. Gene Romero, $ 2545,-; 9. Gary Scott, $ 2280,-; 10. Dave Aldana, $ 2080,-.

27-03-1978 internationale races Hengelo

wpe8.jpg (53305 bytes) Wil Hartog op de cover van het programmaboekje van Hengelo 1978 met Joanna Lumley, Purdey uit de, in de jaren '70, erg populaire televisieserie 'The New Avengers', het vervolg op 'The Avengers', oftewel 'De Wrekers'.  wpe13.jpg (39423 bytes)
wpe2B.jpg (40034 bytes)

Start 500cc Hengelo met v.l.n.r. Wil Hartog, Alex George, Boet van Dulmen en Tom Herron.

 

Tijdens de elfde editie van de internationale paasraces op het circuit van Hengelo, waar het traditiegetrouw weer eens zeer slecht weer was (toch nog 20.000 toeschouwers), kwam Jack aan de start in de 350cc en 500cc klasse. In een sterk deelnemersveld in de 350cc ging Jon Ekerold als winnaar over de finish en werd Jack vijfde. Hij bezat bijna de gehele wedstrijd deze positie, terwijl voor hem Pekka Nurmi, Kees v/d Kruijs en Pentti Korhonen in een fel gevecht waren gewikkeld om de tweede plaats. In de genoemde volgorde gingen ze uiteindelijk over de streep. Jack zag geen kans om ze te achterhalen. In de training van de 500cc ging het helemaal mis, de Suzuki liep vast waardoor Jack vanachter in het veld moest starten. Ook de 500cc had een zeer sterk deelnemersveld dit jaar. Helaas voor Jack viel hij met technische mankementen, evenals overigens Wil Hartog en Tom Herron. De race was eigenlijk al beslist voor hij begonnen was. Diverse rijders kwamen te laat voor de opwarmronde en toen de start diverse keren moest worden uitgesteld, omdat er nog een bezemwagen op het circuit was, begaven vele koppelingen het. De race werd uiteindelijk gewonnen door de Schot Alex George op de oude Suzuki van Jack van H.M.C.! Piet van der Wal werd tweede voor Les van Breda (Zaf), Austin Hockley (GB) en Boet van Dulmen.

 

1978 500 02.jpg (88768 bytes) 1978 500 .jpg (92380 bytes) 1978 500 01.jpg (79055 bytes) 1978 500 03.jpg (75307 bytes)

Jack vier maal met de halveliter

 

 

02-04-1978 Formule 750 race Italië, Imola

200__78.jpg (85534 bytes)

     

Start Formule 750 Imola, 1e manche, met Steve Baker (#32), Gregg Hansford (#5), Barry Ditchburn (#12), Christian Sarron (#18), Franco Uncini (#33), Marco Lucchinelli (#23), Jean-Paul Boinet (#107), Patrick Pons (#16), Dale Singleton (#115), Johnny Cecotto (#4), Sadao Asami (#41), Warren Willing (#31), Virginio Ferrari (#3), Jeff Sayle (#8) en Kenny Roberts (#2 pech en val). Jack startte in de tweede groep, die nog staan te wachten.

 

Imola: Dale Singleton voor Jack en de Fransen Michel Rougerie en Jean-Paul Boinet

Imola.jpg (30960 bytes)
Start 2e manche: Johnny Cecotto (#4), Jack #68, half verborgen achter Cecotto, Christian Sarron (#18) en Graziano Rossi (#56).   

Tijdens de tweede F750 GP, de 200 miles op Imola, van het jaar, na Daytona, pakte Jack een prachtige 11e plaats in het zeer sterke deelnemersveld. Normaal had het een tiende plek en een punt geweest, maar men besloot in Italië een ander soort puntentelling toe te passen, i.p.v. de gebruikelijke puntenklassement (Jack werd 14e en 10e) werd er nu een tijdklassement van gemaakt. Jammer, maar het was toch een prachtig resultaat. Nu werd Dale Singleton tiende, hij had totaal 63 ronden afgelegd, één meer dan Jack, maar scoorde een 18e en een 7e plaats in de manches. Op basis van het normale puntensysteem had Jack dus tiende geweest, maar de 'Moto Club Saterno Imola' koos voor het andere systeem. De eerste manche werd een prooi voor Christian Sarron voor Johnny Cecotto en Steve Baker. De tweede voor Johnny Cecotto gevolgd door Steve Baker en Christian Sarron, waarbij Baker over-all winnaar werd door een snellere tijd. Jack liet wel 750cc toppers zoals o.a. Jack Findlay, Gianfranco Bonera, Michel Rougerie, Michel Frutschi en Victor Palomo (1949 - 1985)* achter zich.

* De Spanjaard Victor Palomo was in 1969 wereldkampioen waterskiën geweest op het onderdeel slalom. Door nekproblemen moest hij stoppen met deze sport en ook met het motorcrossen wat hij toen beoefende. In 1972 begon hij wegrace Grand Prix te rijden. In 1974 won hij zijn thuis Grand Prix in de 350cc klasse op het circuit Montjuich bij Barcelona. Een jaar later scoorde hij een derde plaats in Tsjechoslowakije. In 1976 werd hij daar tweede evenals wederom op Montjuich, ook scoorde hij een 3e plaats in de kwartliterklasse, in Duitsland. Zijn derde tweede plaats was in 1977, achter Johnny Cecotto in Venezuela, San Carlos, waar hij ook derde werd in de 250cc. In die jaren reed hij ook diverse GP's in de Koningsklasse, de 500cc. Grootste successen behaalde Victor ook in het F750 WK, 1975; een 2e en 3e plaats, waarna hij in 1976 de wereldtitel pakte door de laatste drie GP's op rij te winnen, na ook nog een tweede plaats in Spanje, Engeland, Nederland en Duitsland. In 1979 had hij een ernstig ongeluk tijdens de 24 hrs race op Montjuich, waarbij zijn motor dwars doormidden brak en hij bijna zijn been moest missen. Hij maakte na zijn herstel de overstap naar de 500cc klasse, waar zijn resultaten achterbleven. Tijdens een ongeval in de Joegoslavische GP in 1982 brak hij zijn bekken en dit betekende het einde van zijn racecarrière. Slechts enkele jaren later, op 11 februari 1985, overleed Victor aan de gevolgen van diabetes, op slechts 36-jarige leeftijd.

wpe7.jpg (15174 bytes)Het was al met al een wereldprestatie voor iemand die, zoals Jack, de eerste, onervaren, schreden zette in het mondiale racen. De Imola 200 was altijd een aparte prestigieuze race. De eerste toprace in Europa en, zeker dit jaar 1978, waren alle absolute toppers naar Italië afgereisd. Het hele veld bestond uit heel veel wereldtoppers. Degenen onder ons die uit deze periode stammen, zullen dat zeker beamen als ze de namen van het deelnemersveld lezen (zie tabel hieronder). De motorbladen en de kranten waren lyrisch over deze race, waar maar liefst veertig coureurs in de race van start mochten gaan en er nog velen (ruim 50) buiten de boot vielen. Deze rijders reden de Consolationrace (race voor allen die zich dus niet bij de snelste 40 coureurs wisten te plaatsen), die gewonnen werd door de Zwitser Philippe Coulon voor de Fransman Moineau en de Fin Mattikainen. Superlatieven waren niet van de lucht over de 200 mijls race. Wat een geweld, wat een spanning, wat een show! Niet alleen stonden alle Amerikaanse grootheden aan de start, maar ook de Australiërs waren met hun top vertegenwoordigd, om de Europese toppers en sub-toppers partij te geven. Zeer spijtig dus voor Jack, die in Imola zijn eerste pechvrije F750 race beëindigde, dat men voor het eindklassement niet het gebruikelijke puntensysteem hanteerde. Dit scheelde dus net dat ene plaatsje wat recht geeft op punten. Dit systeem werkte ook in het nadeel van Christian Sarron, die ondanks een eerste en een derde plaats in de manches en als derde in het totaalklassement eindigde, achter Steve Baker (2e & 3e) en totaalwinnaar Johnny Cecotto (2e & 1e). De 250cc race (werd vaak verreden tijdens de 200 mijls races als bijprogramma) werd gewonnen door Kenny Roberts voor Gregg Hansford en de Italiaanse wereldkampioen 125cc van 1975, Paolo Pileri (1944 - 2007).

Deelnemersveld Imola 200 1978

 

Johnny Cecotto Venezuela Jacques Agopian Frankrijk Philippe Coulon  Zwitserland
Kenny Roberts USA Christian Bourgeois Frankrijk Michel Frutschi Zwitserland
Steve Baker USA Christian Le Liard Frankrijk Francis Erard Zwitserland
Dale Singleton USA Jean-Claude Meilland Frankrijk Pascal Mottier Zwitserland
David Emde USA François Lammana Frankrijk Gérard Melly Zwitserland
Randy Mamola USA Gilles Hampe Frankrijk Gregg Hansford Australië
Wes Cooley USA Dominique Pernet Frankrijk Warren Willing Australië
Skip Aksland USA Jim Allen Canada Jeffrey Sayle Australië
Dave Aldana USA Gerhard Vogt Duitsland Ray Quincey Australië
Johan van Eijk Nederland Joey Dunlop Ierland Ian MacGregor Australië
Jack Middelburg Nederland Tom Herron Ierland Jack Findlay Australië
Boet van Dulmen Nederland Cull Steven Ierland Greg Johnson Australië
Christian Sarron Frankrijk Alex George Schotland Barry Ditchburn Engeland
Patrick Pons Frankrijk Ikujiro Takai Japan John Williams Engeland
Hubert Rigal Frankrijk Sadao Asami Japan Roger Marshall Engeland
Christian Estrosi Frankrijk Takazumi Katayama Japan Dave Potter Engeland
Patrick Fernandez Frankrijk Victor Palomo Spanje Ron Haslam Engeland
Jean-Francois Baldé Frankrijk Teuvo Länsivuori Finland Terry Hutton Engeland
Christian Huguet Frankrijk Pekka Nurmi Finland Charlie Williams Engeland
Jean-Claude Chemarin Frankrijk Markku Mattikainen Finland James Wells Engeland
Gérard Choukroun Frankrijk Gianfranco Bonera Italië Eddie Roberts Engeland
Jean-Paul Boinet Frankrijk Virginio Ferrari Italië Noël Clegg Engeland
Hervé Moineau Frankrijk Alfio Micheli Italië Steve Manship Engeland
Bernard Fau Frankrijk Mario Lega Italië Clive Padgett Engeland
Alain Vial Frankrijk Graziano Rossi Italië Mick Grant Engeland
Marc Fontan Frankrijk Gianni Del Carro Italië Steve Parrish Engeland
Jean-Jacques Coq Frankrijk Giovanni Pelletier Italië Stan Woods Engeland
Michel Rastel Frankrijk Marco Lucchinelli Italië Steven Cull Engeland
Claude Willette Frankrijk Leandro Beccheroni Italië Werner Nenning Oostenrijk
Pierre Tocco Frankrijk Adelio Faccioli Italië Max Wiener Oostenrijk
Maurice Chomat Frankrijk Giuseppe Consalvi Italië Philippe Chaltin België
Eric Duffetelle Frankrijk Germano Salsi Italië Jean-Philippe Orban België
Gilles Husson Frankrijk Armando Toracca Italië Herve Rodrigues België
Alain Terras Frankrijk Ricardo Romeri Italië Börge Nielsen Denemarken
Pierre Soulas Frankrijk Bo Granath Zweden Kaj Jensen Denemarken

                            wpe5D.jpg (128231 bytes)             wpe14.jpg (123493 bytes)

       

Imola: Jack maakt een praatje met Johan "Bobo" van Eijk

   

 

Trainingstijden van de 40 rijders die zich voor de hoofdrace plaatsten.

  Rijder Land Tijd   Rijder Land Tijd   Rijder Land Tijd
1. Kenny Roberts USA 1.57.31 15. Graziano Rossi Italië 2.01.95 29. Ricardo Romeri Italië 2.03.71
2. Johnny Cecotto Venezuela 1.58.48 16. Jean-Paul Boinet Frankrijk 2.01.99 30. Leandro Beccheroni Italië 2.03.98
3. Marco Lucchinelli Italië 1.58.82 17. Sadao Asami Japan 2.02.39 31. Greg Johnson Australië 2.04.43
4. Christian Sarron Frankrijk 1.59.11 18. Hubert Rigal Frankrijk 2.02.40 32. Skip Aksland USA 2.04.88
5. Steve Baker USA 1.59.15 19. Michel Frutschi Zwitserland 2.02.59 33. Gérard Melly Zwitserland 2.05.43
6. Virginio Ferrari Italië 1.59.54 20. Barry Ditchburn Engeland 2.02.62 34. Giuseppe Consalvi Italië 2.05.50
7. Patrick Pons Frankrijk 1.59.64 21. John Williams Engeland 2.02.70 35. Steven Cull  Engeland 2.05.91
8. Franco Uncini Italië 1.59.68 22. Gianfranco Bonera Italië 2.02.79 36. Max Wiener Oostenrijk 2.06.01
9. Gregg Hansford Australië 2.00.25 23. Armando Torraca Italië 2.03.19 37. Jack Findlay Australië 2.06.17
10. Jeffrey Sayle Australië 2.00.99 24. Michel Rougerie Frankrijk 2.03.27 38. Jean-Philippe Orban België 2.06.36
11. Dale Singleton USA 2.01.18 25. Bernard Fau Frankrijk 2.03.36 39. Alfio Micheli Italië 2.06.62
12. Jean-Francois Baldé Frankrijk 2.01.49 26. Christian Estrosi Frankrijk 2.03.41 40. David Emde USA 2.06.66
13. Warren Willing Australië 2.01.61 27. Jack Middelburg Nederland 2.03.47  
14. Boet van Dulmen Nederland 2.01.72 28. Victor Palomo Spanje 2.03.53

Trainingstijden van de rijders die zich niet voor de hoofdrace plaatsten.

41. Christian Huguet Frankrijk 2.06.80 48. Germano Salsi Italië 2.09.18 55. Johan "Bobo" v Eijk Nederland 2.14.90
42. Hervé Moineau Frankrijk 2.07.80 49. Werner Nenning Oostenrijk 2.09.78 56. Gianfranco Bursi Italië 2.15.94
43. Philippe Coulon Zwitserland 2.07.84 50. Gerhard Vogt Duitsland 2.10.83 57. Stefano Heltai Italië 2.15.99
44. Markku Mattikainen Finland 2.08.32 51. Gérard Choukroun Frankrijk 2.11.06 58. Giovani Perone Italië 2.18.91
45. Gilles Husson Frankrijk 2.08.38 52. Noël Clegg Engeland 2.11.15 59. Francis Erard Zwitserland 2.21.25
46. Karl Zach Oostenrijk 2.08.91 53. Germano Paganini Italië 2.13.82 60. Alex George Schotland 2.21.50
47. Bo Granath Zweden 2.08.90 54. Pentti Lehtela Finland 2.14.28 61. Pierre Soulas Frankrijk 2.59.12

Uitslag van de eerste tien van degenen die zich niet voor de 200 milesrace wisten te plaatsen.

  Rijder Land   Rijder Land
1. Philippe Coulon Zwitserland 6. Werner Nenning Oostenrijk
2. Hervé Moineau Frankrijk 7. Bo Granath Zweden
3. Markku Mattikainen Finland 8. Germano Salsi Italië
4. Christian Huguet Frankrijk 9. Gerhard Vogt Duitsland
5. Gérard Choukroun Frankrijk 10. Germano Paganini Italië

 

Imola: Jack bezig met schoonmaakwerk, terwijl de was hangt te drogen. Dit zie je vandaag de dag allemaal (helaas) niet meer.

 

Een artikel uit een Frans motorsportblad met een foto die gelijktijdig met bovenstaande foto is gemaakt, met de was en de zijkant van Jack zijn bus.

 

" Jack over Jack"                          F750, 200 miles, GP in Italië op Imola

Al in de training voelde ik me "in the mood", alhoewel het circuit volkomen vreemd voor me was en heel de wereldtop aanwezig was. Wel maakte ik, tijdens de training, een klein schuivertje, waarbij gelukkig alleen mijn streamline beschadigd werd. Desondanks behaalde ik een 26e startplaats en was daarmee dik tevreden.

  Jack in Imola 

In de eerste manche startte ik in de tweede groep. Het werd een fijne race voor me, lekker knokken met mannen als Bernard Fau, Barry Ditchburn, Gianfranco Bonera en Michel Rougerie. Inmiddels was ik aardig opgeklommen en dankzij een fantastische tankstop werd ik in deze manche 14e. 

In de tweede manche startte ik dus in de eerste groep en kwam na de 1e ronde al als achtste over de meet. Door mijn onervarenheid werd ik al snel gepasseerd, toen er een rijder voor me viel. Doordat ik afremde schoten Franco Uncini, Sadao Asami en Patrick Pons me voorbij. Daarom echter niet getreurd, want door een nog snellere tankstop (7 sec.), werd ik in de manche 10e. In de eindklassering betekende dit een 11e plaats. En dat voor een GP beginneling. 

 

wpe9.jpg (10161 bytes)

Jeff Sayle, Gregg Hansford & Christian Sarron.

wpe8.jpg (17351 bytes)

Jack in 2e positie na de start van de 2e manche achter Warren Willing. Achter Jack: Sadao Asami, Dale Singleton, Patrick Pons, Boet van Dulmen, Kenny Roberts (#2), Franco Uncini, Leandro Beccheroni, Jean-Francois Baldé, Michel Rougerie, Bernard Fau en Barry Ditchburn.

2e manche, met o.a. Steve Baker (#32), Gregg Hansford (#5), Christian Sarron (#18), Johnny Cecotto (#4), Sadao Asami (#41) Kenny Roberts (#2) en Jack (#68). Half verscholen achter Baker rijdt Graziano Rossi.

 

Uitslag 1e manche Imola 200 over 32 ronden (100 mijl).

1. Christian Sarron (F) 1.04.26.9 16. Jean-Paul Boinet (F) een ronde
2. Johnny Cecotto (Ven) 1.04.31.9 17. Greg Johnson (AUS) een ronde
3. Steve Baker (USA) 1.04.33.6 18. Dale Singleton (USA) een ronde
4. Graziano Rossi (I) 1.05.25.1 19. Gianfranco Bonera (I) een ronde
5. Franco Uncini (I) 1.05.26.0 20. Virginio Ferrari (I) een ronde
6. Gregg Hansford (AUS) 1.05.26.5 21. Michel Frutschi (CH) een ronde
7. Sadao Asami (J) 1.05.37.2 22. Jean-Francois Baldé (F) een ronde
8. Patrick Pons (F) 1.05.41.1 23. Jean-Philippe Orban (B) een ronde
9. Jeff Sayle (AUS) 1.05.50.4 24. Max Wiener (A) een ronde
10. Boet van Dulmen 1.06.00.1 25. Leandro Beccheroni (I) een ronde
11. Warren Willing (AUS) 1.06.09.3 26. Steven Cull (GB) een ronde
12. Bernard Fau (F) 1.06.10.8 27. Ricardo Romeri (I) een ronde
13. Barry Ditchburn (GB) een ronde 28. Dave Emde (USA) twee ronden
14. Jack Middelburg een ronde 29. Victor Palomo (ES) twee ronden
15. Michel Rougerie (F) een ronde 30. Jack Findlay (AUS) drie ronden

 

    

 

Tankstop Johnny Cecotto

 

     

Uitslag 2e manche Imola 200 over 32 ronden (100 mijl).

1. Johnny Cecotto (Ven) 1.03.21.5 12. Bernard Fau (F) een ronde
2. Steve Baker (USA) 1.03.32.0 13. Warren Willing (AUS) een ronde
3. Christian Sarron (F) 1.03.53.5 14. Michel Rougerie (F) een ronde
4. Gregg Hansford (AUS) 1.04.17.0 15. Greg Johnson (AUS) een ronde
5. Sadao Asami (J) 1.04.46.1 16. Jean-Francois Baldé (F) een ronde
6. Skip Aksland (USA) 1.04.05.9 17. Victor Palomo (ES) een ronde
7. Dale Singleton (USA) 1.05.09.8 18. Michel Frutschi (CH) een ronde
8. Patrick Pons (F) 1.05.10.8 19. Jean-Paul Boinet (F) twee ronden
9. Boet van Dulmen 1.05.20.3 20. Leandro Beccheroni (I) twee ronden
10. Jack Middelburg een ronde 21. Dave Emde (USA) twee ronden
11. Gianfranco Bonera (I) een ronde 22. Ricardo Romeri (I) twee ronden

 

 

     

Totaaluitslag over twee manches Imola 200 (de enige rijders die beide manches finishten).

1. Johnny Cecotto  Venezuela Yamaha - 2.07.53.4
2. Steve Baker  Amerika Yamaha - 2.08.05.6
3. Christian Sarron Frankrijk Yamaha - 2.08.20.4
4. Gregg Hansford  Australië Kawasaki - 2.09.43.5
5. Sadao Asami Japan Yamaha - 2.10.23.3
6. Patrick Pons  Frankrijk Yamaha - 2.10.51.9
7. Boet van Dulmen Nederland Yamaha - 2.11.29.4
8. Warren Willing  Australië Yamaha - 63 ronden
9. Bernard Fau Frankrijk Yamaha - 63 ronden
10. Dale Singleton Amerika Yamaha - 63 ronden
11. Jack Middelburg Nederland Yamaha - 62 ronden
12. Gianfranco Bonera  Italië Yamaha - 62 ronden
13. Michel Rougerie  Frankrijk Yamaha - 62 ronden
14. Greg Johnson  Australië Yamaha - 62 ronden
15. Michel Frutschi  Zwitserland Yamaha - 62 ronden
16. Jean-Francois Baldé Frankrijk Yamaha 62 ronden
17. Jean-Paul Boinet Frankrijk Yamaha 61 ronden
18. Leandro Beccheroni Italië Yamaha 61 ronden
19. Victor Palomo Spanje Yamaha 61 ronden
20. Ricardo Romeri  Italië Yamaha 61 ronden

 

Marco Lucchinelli (#23), Kenny Roberts (#2) (#23), Kenny Roberts (#2) voor o.a. Virginio Ferrari (r), Christian Sarron (l) en Boet van Dulmen (m). (#23), Kenny Roberts (#2) voor o.a. Virginio Ferrari (r), Christian Sarron (l) en Boet van Dulmen (m).

2e manche, met Jack op kop van een niet misselijk groepje met Warren Willing (#31), Michel Rougerie (#25) met daarachter Bernard Fau, Gianfranco Bonera, Jean-Paul Boinet, Marco Lucchinelli en Jean-Francois Baldé. Jack zou ze allen achter zich weten te houden.

Jack met Warren Willing (#31) vlak voor Virginio Ferrari.

 

 

09-04-1978 Formule 750 race Frankrijk, Paul Ricard

         

Inschrijvers/deelnemers Moto-Journal 200 Paul Ricard 

2. Kenny Roberts (USA) 24. Jean-Claude Chemarin (F) 45. James Wells (GB) 66. Germano Salsi (I)
3. Johnny Cecotto (Ven) 25. Michel Frutschi (CH) 46. Jean-Claude Meilland (F) 67. Clive Padgett (GB)
4. Ikujiro Takai (J) 26. Jack Middelburg 47. Börge Nielsen (DK) 69. Steve Manship (GB)
5. Hubert Rigal (F) 27. Gérard Choukroun (F) 48. Ricardo Romeri (I) 70. Wes Cooley (USA)
6. Patrick Pons (F) 28. Jean-Paul Boinet (F) 49. Eddie Roberts (GB) 71. François Lamanna (F)
7. Christian Sarron (F) 29. Victor Palomo (ES) 50. Gerhard Vogt (D) 72. Gilles Hampe (F)
8. Christian Estrosi (F) 30. Hervé Moineau (F) 51. Pierre Soulas (F) 73. Dominique Pernet (F)
9. Philippe Coulon (CH) 31. Jack Findlay (AUS) 52. Mario Lega (I) 74. Alain Terras (F)
10. Takazumi Katayama (J) 32. Steve Baker (USA) 53. Graziano Rossi (I) 75. Steve Parrish (GB)
11. Jeffrey Sayle (AUS) 33. Bernard Fau (F) 54. Francis Erard (CH) 76. Pekka Nurmi (SF)
12. Warren Willing (AUS) 34. Alain Vial (F) 55. Jacques Agopian (F) 77. Gilles Husson (F)
14. Jean-Francois Baldé (F) 35. Philippe Chaltin (B) 56. Christian Bourgeois (F) 78. Sadao Asami (J)
15. Barry Ditchburn (GB) 36. Pekka Nurmi (SF) 57. Jean-Philippe Orban (B) 79. Gérard Melly (CH)
16. Roger Marshall (GB) 37. Terry Hutton (GB) 58. Noël Clegg (GB) 80. Markku Mattikainen (SF)
17. Patrick Fernandez (F) 38. Dave Emde (USA) 59. Gianfranco Bonera (I) 81. Eric Duffetelle (F)
18. Dave Potter (GB) 39. Charlie Williams (GB) 60. Gianni del Carro (I) 82. Gregg Hansford (AUS)
19. Ron Haslam (GB) 40. Jean-Jacques Coq (F) 61. Giovanni Pelletier (I) 85. Bo Granath (S)
20. Boet van Dulmen 41. Michel Rastel (F) 62. Christian LeLiard (F) 86. Randy Mamola (USA)
21. John Williams (GB) 42. Claude Willette (F) 63. Joey Dunlop (N-Ier) 87. Armando Torraca (I)
22. Teuvo Länsivuori (SF) 43. Pierre Tocco (F) 64. Adelio Faccioli (I) 88. Walter Nenning (A)
23. Christian Huguet (F) 44. Maurice Chomat (F) 65. Giuseppe Consalvi (I)

?

Hervé Guilleux (F)

?

Jacques Fasel (CH)

?

Pascal Renaudat (F)

?

Skip Aksland (USA)

?

Virginio Ferrari (I)

?

John Newbold (GB)

?

Greg Johnson (AUS)

?

Michel Rougerie (F)

?

Dale Singleton (USA)

?

Raymond Roche (F)

Deelnemers in het blauw reden de 250cc race en niet de F750.

De 250cc race was een 'bijrace' over 100 mijl, waaraan maar liefst 78 rijders deelnamen. Gregg Hansford won de race dit jaar voor Jon Ekerold en Patrick Fernandez. Randy Mamola werd vierde.

De rijders in het grijs waren wel ingeschreven, maar geblesseerd of om een andere reden afwezig.

 

Jack & Adri aan het sleutelen aan de 750 in Paul Ricard

wpe27.jpg (13199 bytes)

Begin van de 750 in Paul Ricard: Cecotto voor Baker, Roberts, Sarron & Hansford

Johnny Cecotto, die in maart in Daytona door Kenny Roberts verslagen werd heeft dat verlies meer dan goedgemaakt in de afgelopen 7 dagen. In Imola won hij de eerste F-750 Grand Prix en in de tweede WK-wedstrijd op Paul Ricard, afgelopen zondag, verpulverde hij de oppositie volledig. Daarmee werd hij tevens winnaar van de AGV-Worldcup en Cecotto's verdiensten stegen hiermee tot boven de 50.000 dollar dit seizoen! Tweede en derde in Paul Ricard waren de Amerikaanse troeven Kenny Roberts en Steve Baker. De regerend wereldkampioen, Kenny Roberts maakte de fout een Goodyear met te zachte rubbercompound te kiezen, waardoor hij geen kans zag zijn fabrieks-Yamaha in de buurt te houden van de fantastisch rijdende Venezolaan. Steve Baker op zijn "gewone" Nava Olio Fiat Yamaha had vanwege de 200 mijl aan-één-stuk ook bandenproblemen, maar het ergst voor Stevie was zijn slechte tweede benzinestop. Vierde na 200 moordende mijlen was Ikijuri Takai, maar de naar schatting 50.000 toeschouwers verheugden zich meer over de goede klasseringen van de Franse helden Patrick Pons en Christian Estrosi, die respectievelijk vijfde en zesde werden, hoewel Estrosi, garagehouder in het nabij gelegen Nice, niet kon voorkomen, dat hij een rondje lap kreeg van de onstuitbare Johnny Cecotto, die na afloop uitriep: 'Ik voel me nog zo fris, dat ik nog wel 200 mijl erbij zou kunnen rijden'. De 200 mijlen op Paul Ricard - de Moto Journal 200 - kende veel drama's. Pons teamgenoot, Christian Sarron, kwam in zijn duel met Takai ten val. 

Podium F750 in Paul Ricard: Johnny Cecotto geeft Kenny Roberts ook een "beetje" champagne.

Een 18-jarige Randy Mamola maakte hier zijn debuut in Europa op Paul Ricard.

De jonge Gauloiserijder herstartte, om na de tweede tankstop later opnieuw ten val te komen, ditmaal door volkomen versleten banden. Gregg Hansford, die bij de start drie ronden lang het veld aangevoerd had voordat hij zijn te langzame Kawasaki driecilinder op een minder eervolle positie moest rondsturen, kwam even eens ten val door een versleten achterband, wat hem zijn zevende plaats kostte. Dale Singleton, de Amerikaan uit Georgië, zag door pech een fraaie vijfde plaats verloren gaan toen negen ronden voor het eind zijn motor de geest gaf door een gebroken krukas. Warren Willing en Jeff Sayle, de beide Australiërs, kregen al in de eerste ronde met motorische problemen te kampen (vastlopers) en Skip Aksland, de beschermeling van Kenny Roberts, moest zijn machine met ontstekingsproblemen eveneens voortijdig in de pits inleveren, waarbij hij een zesde plaats verloren zag gaan. Jack eindigde als zestiende, wat zelfs in dit 'supergezelschap' iets beter had kunnen zijn, zeker met betere banden, maar het was pas het begin. In feite was het al erg knap om bij de snelste 40 trainers te zitten en dus aan de hoofdrace mee te mogen doen. Genoeg gerenommeerde en veel ervarenere coureurs als Jack moesten van start gaan in de "troostrace". 

 

 

Trainingstijden F750cc Moto-Journal 200 Paul Ricard, de tijden zijn de snelste in de betreffende trainingssessie.

Positie Rijder 1e trainingssessie 2e trainingssessie 3e trainingssessie
1. Johnny Cecotto (Ven) 2.07.10 2.06.20 2.06.04
2. Steve Baker (USA) 2.14.38 2.08.28 2.07.25
3. Dale Singleton (USA) 2.17.10 2.14.16 2.07.62
4. Christian Estrosi (F) 2.10.23 2.09.51 2.07.96
5. Ikujiro Takai (J) 2.14.06 2.08.88 2.08.12
6. Gregg Hansford (AUS) 2.12.55 2.08.98 2.08.16
7. Patrick Pons (F) 2.12.19 2.08.48 2.08.39
8. Virginio Ferrari (I) 2.12.70 2.08.56 2.08.39
9. Christian Sarron (F) 2.12.49 2.08.68 2.08.46
10. Jean-Paul Boinet (F) 2.11.00 2.11.23 2.08.46
11. Bernard Fau (F) 2.15.42 2.11.58 2.08.54
12. Kenny Roberts (USA) 2.14.48 2.09.45 2.08.81
13. Hubert Rigal (F) 2.11.00 2.10.00 2.09.11
14. Boet van Dulmen 2.12.15 2.10.10 2.09.19
15. Warren Willing (AUS) 2.27.42 2.09.20 2.09.91
16. Michel Frutschi (CH) 2.14.73 2.10.66 2.09.48
17. Skip Aksland (USA) 2.28.87 2.10.55 2.09.50
18. Barry Ditchburn (GB) 2.14.39 2.09.74 2.10.18
19. Sadao Asami (J) 2.11.78 2.10.29 2.09.80
20. Gianfranco Bonera (I) 2.16.13 2.13.13 2.09.80
21. Jean-Francois Baldé (F) 2.11.78 2.10.18 2.09.95
22. Philippe Coulon (CH) 2.16.54 2.13.82 2.10.24
23. Victor Palomo (ES) 2.14.94 2.10.96 2.10.45
24. Michel Rougerie (F) 2.12.88 2.10.56 2.10.78
25. Roger Marshall (GB) 2.17.10 2.12.98 2.11.46
26. Takazumi Katayama (J) -- 2.14.16 2.11.70
27. Hervé Moineau (F) 2.20.20 2.12.26 2.12.94
28. Jack Middelburg 2.16.38 2.14.45 2.12.30
29. Armando Torraca (I) 2.14.30 2.16.21 2.12.40
30. Hervé Guilleux (F) -- 2.13.92 2.12.46
31. Jean-Jacques Coq (F) 2.15.56 2.12.88 2.14.84
32. Jean-Philippe Orban (B) 2.23.56 2.12.92 --
33. Joey Dunlop (N-Ier) 2.17.48 2.15.82 2.13.11
34. Gérard Choukroun (F) 2.17.83 2.13.87 2.13.13
35. Steve Parrish (GB) 2.19.83 2.15.58 2.13.23
36. Jean-Claude Chemarin (F) 2.20.15 2.15.97 2.13.42
37. Gilles Husson (F) 2.23.74 2.13.48 2.15.44
38. Jacques Agopian (F) 2.21.91 2.13.49 2.16.58
39. Christian Bourgeois (F) 2.14.61 2.14.68 2.13.73
40. Dominique Pernet (F) 2.31.04 2.16.00 2.13.76
41. Christian LeLiard (F) 2.21.03 2.16.10 2.14.14
42. Terry Hutton (GB) 2.20.31 2.17.08 2.14.28
43. Christian Huguet (F) 2.16.45 2.14.31 2.20.51
44. Jeffrey Sayle (AUS) 2.16.20 2.14.51 2.15.22
45. Pascal Renaudat (F) 2.17.06 2.14.77 2.16.29
46. Markku Mattikainen (SF) 2.15.42 2.14.84 2.15.31
47. Greg Johnson (AUS) -- 2.14.85 --
48. Dave Emde (USA) 2.19.67 2.15.08 2.19.76
49. Alain Terras (F) 2.17.45 2.15.25 2.18.12
50. John Newbold (GB) 2.19.79 2.16.32 2.15.26
51. Gérard Melly (CH) 2.51.61 -- 2.16.12
52. Jacques Fasel (CH) 3.19.17 2.58.37 2.16.25
53. Alain Vial (F) 2.20.82 2.18.46 2.16.48
54. Gerhard Vogt (D) 2.20.66 2.17.15 2.21.62
55. Clive Padgett (GB) 2.22.86 2.24.64 2.18.10
56. Giuseppe Consalvi (I) 2.21.06 2.18.41 2.18.83
57. Gilles Hampe (F) 2.29.20 2.18.87 2.19.27
58. Bo Granath (S) 2.19.63 2.21.76 2.19.44
59. Philippe Chaltin (B) 2.35.20 2.25.21 2.19.69
60. Raymond Roche (F) 2.48.37 2.22.96 2.20.53
61. Pierre Tocco (F) -- 2.22.92 2.20.71
62. François Lamanna (F) 2.20.91 2.23.55 --
63. Jack Findlay (AUS) -- 2.21.24 2.22.49
64. Noël Clegg (GB) -- 2.23.04 --
65. Patrick Fernandez (F) 2.29.17 -- --
66. Jean-Claude Meilland (F) 2.53.51 2.29.90 --

 

Tankinstallaties op het Paul Ricard circuit.

John Newbold in de fout.

Niet het weekend van Virginio Ferrari.

Randy Mamola zegent Skip Aksland.

 

Uitslag Moto-Journal 200 Paul Ricard (in het rood de trainingsplaatsen)

  Rijder Land -   Rijder Land -   Rijder Land -
1. Johnny Cecotto Venezuela 1e 15. Joey Dunlop Noord-Ierland 33e 29. Virginio Ferrari Italië 8e
2. Kenny Roberts USA 12e 16. Jack Middelburg Nederland 28e

-

Dale Singleton USA 3e
3. Steve Baker USA 2e 17. Jacques Agopian  Frankrijk

38e

-

Gregg Hansford Australië 6e
4. Ikujiro Takai Japan 5e 18. Jean-Claude Chémarin Frankrijk

37e

-

Christian Sarron Frankrijk 9e
5. Patrick Pons Frankrijk 7e 19. Michel Frutschi Zwitserland 16e

-

Jean-Paul Boinet Frankrijk 10e
6. Christian Estrosi Frankrijk 4e 20. Alain Vial Frankrijk

53e

-

Warren Willing Australië 15e
7. Sadao Asami Japan 19e 21. Jean-Jacques Coq Frankrijk

31e

-

Skip Aksland USA 17e
8. Boet van Dulmen Nederland 14e 22. Steve Parrish Engeland

35e

-

Jean-Francois Baldé Frankrijk 21e
9. Bernard Fau Frankrijk 11e 23. Alain Terras Frankrijk

49e

-

Philippe Coulon Zwitserland 22e
10. Michel Rougerie Frankrijk 24e 24. Christian LeLiard Frankrijk

41e

-

Victor Palomo Spanje 23e
11. Hubert Rigal Frankrijk 13e 25. Pascal Renaudat Frankrijk

45e

-

Roger Marshall Engeland 25e
12. Barry Ditchburn Engeland 18e 26. Terry Hutton Engeland

42e

-

Takazumi Katayama Japan 26e
13. Hervé Moineau Frankrijk 27e 27. David Emde USA

48e

-

Armando Torraca Italië 29e
14. Gianfranco Bonera Italië 20e 28. Clive Padgett Engeland

55e

-

Hervé Guilleux Frankrijk 30e

Zo ging het in die tijd. Roger Marshall (niet de minste) gewoon in een caravan.

Circa 70 coureurs, monteurs en journalisten, onder wie Moto'73 verslaggever Chris Carter, moesten in de nacht van vrijdag op zaterdag een veilig heenkomen zoeken via de balkons van hun hotel in de buurt van het circuit toen een brand de benedenverdieping in lichtelaaie zette. Steve Baker en verloofde Bonnie realiseerden zich als eersten het gevaar en stelden het brandalarm in werking, waarna zij zich met lakens vanaf het balkon lieten zakken. Onder de gasten waren Christian Sarron, Patrick Pons, Christian Estrosi, Virginio Ferrari, Barry Ditchburn, Korky Ballington, Mick Grant en de overige leden van het Kawasaki-team. Stuntrijder Dave Taylor en zes andere rijders moesten de bekende Engelse verslaggever, Chris Carter, te hulp komen, die direct boven de vuurhaard ingesloten zat op de eerste verdieping. Met behulp van een stalen balk klom Mick Grant omhoog en hielp Carter uit zijn benarde positie. Steve Baker besloot de rest van de nacht door te brengen in zijn Volkswagen kampeerbusje.

 

" Jack over Jack"                    F750, 200 miles,  GP in Frankrijk op Paul Ricard

Het Paul Ricard circuit was heel anders dan ik me had voorgesteld. De gearing was nog hoger dan in Daytona en er zat een recht eind in het circuit, dat sneller was dan de kombaan in het genoemde Daytona. Ook was het circuit hier veel gladder en iedereen had hier van het begin tot het einde problemen met zijn banden. En dat was nog niet alles, Adri heeft zich letterlijk in het zweet moeten sleutelen aan mijn machine, omdat dat ding maar niet goed wilde lopen. Door mijn trainingstijd bezette ik de 28e startplaats. Tijdens de race liep het lekker, alhoewel ik niet zoveel gas kon geven als ik gewend was, want dan gleed de achterband weg en stond ik dwars op de baan. De race duurde ongeveer 2 uur en na afloop kon ik constateren dat ik totaal niet vermoeid was. Ik had me op een 16e plaats gereden. Al met al kan ik terugzien op een voor mij geslaagd debuut in de GP-wereld. Waar ik helemaal vol van ben is het feit, dat mijn Suzuki (tijdens de trainingen heb ik hem een paar ronden kunnen uittesten) volgens mij beslist niet langzamer is dan mijn 750cc!! Een goed aspect voor de toekomst! 

" Adri over Jack"                                 F750 GP's Imola & Paul Ricard 

Over het algemeen was Adri tevreden, vooral in Imola liep het erg goed. Hij meende dat men niet kon kijken naar Boet van Dulmen, die al drie jaar ervaring had op deze circuits en met deze omstandigheden. Een 11e plaats op Imola en een 16e op Paul Ricard zijn zonder meer goed te noemen in een dergelijk select gezelschap. In Frankrijk ging het in eerste instantie niet zo goed, omdat de motor steeds te rijk stond afgesteld. In Holland worden op zijn langst 330 sproeiers gemonteerd en in Frankrijk had hij er 280ers ingezet. Hij was dan ook bang dat de motor vast zou lopen, want op het rechte eind ging het toch ontiegelijk hard. Achteraf had ik hem nog zuiniger kunnen afstellen, aldus Adri, want de motor had totaal geen gezonde verbranding. Hij was ook van mening dat Paul Ricard een zeer moeilijk circuit is. Content is hij echter met de instelling, waarmee Jack momenteel rijdt, want uitrijden op een 16e plaats is altijd toch beter dan van je machine te vallen op een tweede of derde plaats. 

 

F750 toppers in Paul Ricard.

Kenny Roberts

Johnny Cecotto

 

Ikujiro Takai

Steve Baker

Gianfranco Bonera

Virginio Ferrari

 

 

Inlognaam: Jack
paswoord: Assen

1978 - deel 2

©opyright 2005 - 2010  Gerard van der Pot.