|
|

|
|
1978,
Jack met Vader Willem |
|
© foto Johan Blom |
1978 begon voor Jack met een nieuwe
sponsor, F & S Properties. Deze waren tot op dat moment vooral
bekende sponsors in de autoracerij. Fagel en Sluis waren specialisten in
de onroerendgoed wereld. De uit de autowereld bekende Tonio Hildebrand
(1931-2005) bemiddelde in de tot standkoming van het sponsorcontract. Dankzij deze
sponsoring kon Jack voor het eerst gaan deelnemen aan het Grand Prix
seizoen. Niet alle wedstrijden, daar was het budget niet toereikend
genoeg voor. Jack kreeg de beschikking over een nieuwe 350cc Yamaha, 2x
Suzuki's RG-500 van HMC (1x model 1978 en zijn machine van 1977) en een
nieuwe OW31 Yamaha, voor de 750cc klasse. Deze laatste was weer
beschikbaar gesteld door zijn trouwe sponsor Henk Rekers. Met de overige
sponsors: Michelin, Levior, Voskamp & Vrijland, Champion, Tsubaki en
Valvoline erbij zag het financiële plaatje er voor 1978 goed uit. De
Lookwell overall werd ingeruild voor een exemplaar van Damen Leathers,
aangezien deze laatste een betere brandvrije overall maakte en die bij
een valpartij niet opengescheurde. Jack had uiteraard deze sponsoringen
voor het grootste deel verdiend met zijn 3 Nederlandse
kampioenschappen van 1977. Jack was 'hot'. Jan Muis werd Jack's manager m.b.t.
de buitenlandse races, hij zou in de komende jaren heel veel voor Jack
betekenen. Jack wilde nu hij de Nederlandse top had gehaald ook de
buitenlandse top halen. Hij had er al een paar keer aan geproefd om
internationaal te mogen rijden en wilde die stap ook proberen te maken.
Echter internationaal rijden en werken in de kassenbouw dat ging niet
samen. Na lang wikken en wegen besloot hij dat hij zou stoppen met
werken en zich op de motorsport toe te gaan leggen. Om zijn gezin van
een inkomen te voorzien wilde hij motoren opkopen, opknappen en
doorverkopen. Hier is overigens nooit echt iets van terechtgekomen, Jack
kwam erachter dat hij toch in de beglazing werkzaam moest blijven,
anders kreeg hij de eindjes niet aan elkaar geknoopt en zelfs dan was het nog
moeilijk genoeg. Enfin, om het verhaal af te maken: Bouwman van H.M.C.,
degene die hem de 500cc Suzuki’s ter beschikking had gesteld in 1977
en dit ook in 1978 zou doen, hoorde van Jack’s voornemens (het verkopen
van motoren) en zonder
bericht haalde hij de nieuwe Suzuki weg bij Adri vd Broeke. Vader Willem,
Adri en Hans Valstar probeerden nog de motor terug te krijgen, maar dat
was in eerste
instantie tot mislukken gedoemd. Jack wist ondertussen van niets, hij
lag in Mol in het ziekenhuis, waar hij door dr. Derweduwen geopereerd
was. Uiteindelijk ging vader Willem naar Den Haag en sprak daar met
Bouwman en zowaar kreeg hij het voor elkaar dat hij de motor terugkreeg. Toen Jack echter thuis kwam uit het ziekenhuis en het verhaal
hoorde, werd hij woedend en bracht de Suzuki weer terug naar H.M.C. en
wilde niets meer met ze te maken hebben. Dit schoot vader Willem weer in
het verkeerde keelgat en vader en zoon zouden geruime tijd niet met
elkaar spreken door dit incident. Dit was erg vervelend, want als er
twee ook zeer eigenwijs waren, waren het deze twee wel. En beiden vonden
dat ze 100% gelijk hadden. Ik heb het van nabij meegemaakt, in ieder
geval de kant van de oudste “Briet” en ik kan je zeggen: ,,hij was
in die tijd niet te genieten!".
Gelukkig kwam het uiteindelijk weer goed tussen die twee. Zodoende begon
Jack dus het seizoen op zijn 1977-er Suzuki. Halverwege het seizoen had
Jack echter niet meer de beschikking over een 500cc machine en ook niet
de financiën om er een aan te schaffen. Zijn vader en Ben v/d Meer
(Voskamp & Vrijland een Westlands kassenbouwbedrijf) kochten een
nieuwe Suzuki voor hem. De rest van het seizoen reed hij met "Wim
en Ben" op zijn zitje gestickerd. Indertijd kostte een heel seizoen
Grand Prix racen voor een privé-coureur tussen de 150.000 en 200.000
gulden. Dat was ook voor die tijd natuurlijk erg veel geld, maar vandaag
de dag heb je wel een veelvoud van nodig. Alleen al vanwege het feit dat er
bijv. races zijn in Japan, Maleisië, Australië en Amerika. Verder
kwamen er in 2005, Qatar en China nog bij.
|
Interview
Jack Nieuwe Revu begin 1978
|
|

|

|

|

|
|
Interview
Adri Nieuwe Revu begin 1978
|
|

|

|

|

|
|
©
foto's Johan Blom
|
 |
|
Jumping Jack
bleef één jaar overeind. |
|
Eén seizoen
zonder brokken en gelijk pakt hij drie titels weg. |
|
Zijn bijnaam dankt hij aan zijn "wereldrecord afstappen: 21
(echte Nieuwe Revu, is zwaar overdreven, waren er geloof ik
11) keer in één seizoen. En aan zijn manier van rijden. Die
weleens uitmondt in gescheurde nieren, open beenbreuken, shocks
en enkelbreuken. Maar als 'Sjakie' doorgaat met rijden, zoals in
het vorige seizoen, dan heeft het 'jumping' afgedaan.
Of het nu gaat om zijn zucht naar avontuur of om zijn
kennersoog voor vrouwelijk schoon, Jack Middelburg heeft het in
elk geval niet van een vreemde. Zijn opa was al net zo.
Opgegroeid in het Westland, temidden van de fraaiste komkommers,
de diepst rode tomaten en de rondborstigste pluksters ter
wereld, wat wordt je dan? Handelaar in briketten! Die opa
Middelburg, altijd tegen de draad in. Net als Jack. Jack's vader
was trouwens ook niet anders. Die begreep al snel dat er in de
briketten geen toekomst meer zat en hield het Westland voor
gezien. Van de handel in briketten naar de oorlog in Korea was
een klein stapje, al zal hij daar later wel anders over gedacht
hebben. Want Willem Middelburg kwam er een beetje gekreukeld uit
te voorschijn. Net Jack. Ja, Jack. Die zocht het natuurlijk ook
niet in de groenten, ben je gek. Toch staat hij in de generatie
"Westlandse buitenbeentjes" niet eens zo gek ver bij de
groenteboer vandaan. Dat zit zo. Jack - toen nog hoopvol Sjaakie
genoemd - was bezeten van voetballen. En waar trap je, als je in
Naaldwijk woont, tegen een balletje? Juist, op een stukje gras,
tussen de kassen. Kon niet missen. Dat deed Sjaakie dan ook
niet, maar nadat hij enkele malen achtereen zo'n wit gekladderde
ruit effectvol aan diggelen had getrapt, had Jack wel door dat
er in de kassenbouw een goede boterham te verdienen viel. Nou
had diezelfde Sjaak in die dagen een levensgroot probleem. ,,Wij
ook, zullen de Westlanders zeggen, die Sjaaks jeugd van dichtbij
mochten meemaken. En gelijk hadden ze, want de toen al vaker
Jack genoemde Middelburg had een voorliefde voor alles wat snel
was. Als het hard ging en veel kabaal maakte, tien tegen één dat
Jack erop zat. En de meisjes maar naar hem kijken. Zijn eerste
bijnaam - en dus eigenlijk zijn échte - dankt hij aan zijn opa,
de handelaar in briketten. Opa Middelburg hield aan zijn ijver
om het tot blokjes geperste steenkoolgruis aan de omliggende
tuinders te verkopen, de bijnaam 'De Briet' over. Ook Willem en
nu dus Jack torsen deze typisch Westlandse bijnaam. 'Jack de
Briet' dus, daverde ondertussen alsmaar sneller over 's Heerens
wegen. Aanvankelijk in de NMB, de zogenaamde "Wilde Bond", die
thans zo dik aan is met de KNMV. Jammer genoeg voor het legertje
Westlanders dat met 'De Briet' van race tot race trok, belandde
Jack meer naast zijn motor, dan dat de nijver speurende jury van
aankomst hem over de streep zag komen. En zo veranderde 'Jack de
Briet' alras in 'Jumping Jack'. En terecht, want wat Neerlands
snelste kassenbouwer somtijds liet zien, was ten hemel
schreiend. Meters hoog ging hij soms de lucht in(alles zwaar
overdreven, sensatieverhaaltje, Jack kwam inderdaad dus in 1975
en 1976 zwaar ten val, waarbij hij zware blessures opliep en de
seizoenen als verloren beschouwd mochten worden voor zijn
doorgroei, maar dit sensatieverhaal doet het net voorkomen of
dit wekelijks gebeurde. Jack won echter ook meer dan genoeg in
de eerste jaren van zijn raceloopbaan). En nou kon die
woesteling wel vertellen dat een motorfiets geen hobbelpaard
was, hij bleef er als een soort tweede Evel Knievel vanaf
kletteren. En als je hem in die periode vroeg: wat heb je nu
precies fout gedaan, dan gaf hij steevast hetzelfde antwoord:
,,Stom van me, ik had niet moeten vallen". Geen zelfkritiek,
zoals van: heb ik die bocht dan toch iets te snel genomen? Of:
was de straat door de regen dan toch natter dan ik had verwacht?
Welnee, gewoon: ,,Stom". Maar 'Jumping Jack' vergat er een heel
klein woordje aan toe te voegen: geluk....stom geluk, zou in
veel gevallen wat meer op zijn plaats zijn geweest. Stel je
voor, wordt dat Westlandse mannetje met een snelheid van meer
dan 200 kilometer per uur het luchtruim ingeslingerd om
vervolgens als een leeg bierblikje over het gloeiend hete asfalt
te stuiteren. Omstanders slaan vol afgrijzen de handen voor de
ogen, dit overleeft geen mens. Uitgesloten! Stom geluk? Jumping
Jack overleefd de crash, komt de volgende dag in het ziekenhuis
weer bij z'n positieven en begint me daar te foeteren. Wat was
hij toch een pechvogel. Was zijn enkel alwéér (?) gebroken. Dat
moest uitgerekend hem weer overkomen. Wat nou, tweehonderd
kilometer p/u., das toch zeker niks om je druk over te maken. Ze
gingen wel eens veel harder(verslaggever kon goed zuigen op
z'n pen). En trots vertelde Jack Middelburg hoe hij zich net
als de allergrootsten uit de racerij, naar de Belgische
bottenspecialist dokter Derweduwen liet vervoeren, en sneller
dan iedereen voor mogelijk had gehouden weer was opgelapt. Met
die poot nog in het gips deed ie in Oosterwolde toch maar mooi
weer mee. Moest wel achteraan starten en aangeduwd worden, maar
hij was er tenminste weer bij. En grinnikend wijst hij er op dat
nu ook zijn röntgenfoto bij dokter Derweduwen een plaatsje heeft
gekregen in de eregalerij. Nee, van Sjakie kan niet gezegd
worden, dat hij bang is, voor de dokter. Het heeft er tenminste
nooit op geleken dat hij serieuze pogingen heeft ondernomen om
de man in het witte jas uit de weg te gaan. Heel wat spaarzamer
is hij met zijn bezoeken aan de andere witte jas: de tandarts.
Eigenlijk komt hij daar nooit, al jaren niet meer. Liever
trotseert hij de grappen en grollen van collega's die hem graag
pesten met zijn ingevallen bekkie. Bij de huldiging vanwege zijn
drie Nederlandse titels boden die collega's hem een enorm
kunstgebit aan, met de tekst: Al is Jack Middelburg nog zo snel,
de tandarts achterhaalt hem wel. Jack lacht dan werkelijk als
een Westlandse boer met kiespijn, hoewel hij zelf een grapje
over dit onderwerp niet mijdt. Toen hem eens gevraagd werd
waarom die hond bij zijn caravan niet blafte, zei hij: ,,als ik
mijn mond maar even open doe, is die hond stil van schrik".
Maar er veranderde iets in Neerlands brokkenpiloot nummer
één. Misschien onder invloed van zijn lieftallige echtgenote
Petra, of door de streken van zijn zoontje Jackie, begon Jack
Middelburg met een bewonderenswaardige hardnekkigheid van start
tot finish op zijn machine te blijven zitten. Nou ja, een enkel
keertje zwiepte hij er nog wel eens naast, maar een kniesoor die
daar aanstoot aan nam. En zo langzaam maar zeker raakte zijn
bijnaam 'Jumping Jack' in het vergeetboekje. Maar zoals gezegd,
Westlanders hebben nu eenmaal de eigenschap de meest
vreemdsoortige bijnamen te bedenken. Nou, en als Jack het dan
verder vertikte om te vallen, dan ging ie maar vliegen. 'Jumping
Jack' werd 'Flying Jack'. En terecht, want wat de kassenbouwer
vervolgens liet zien, grenst aan het onmogelijke. Het begon
eigenlijk al een beetje tijdens de jaarlijkse T.T. in Assen,
waar ene Wil Hartog er ten overstaan van zo'n honderdduizend man
een plezierig feestje van maakte. Jack vertrok door
startproblemen (heeft ie vaker) als laatste, maar klom in een
razendknap gevecht toch nog naar de elfde plaats. Daar liet de
Naaldwijker al even een glimp zien van de échte 'Flying Jack'.
Maar Jack Middelburg maakte het vorig seizoen eigenlijk een
beetje al te gek. Kom, dacht hij aan het begin van het seizoen,
waarom zou ik het niet eens in drie klassen proberen. Van de
fanclub - ruim 100 man die jaarlijks minstens 100 gulden
bijdragen - kreeg hij een snelle 350cc'er, terwijl het Haagsche
Motor Centrum een halvelitermachine afstond (Hfl. 30.000) en
Henk Rekers Motoren opnieuw de 750cc machine beschikbaar stelde.
Dat 'De Vliegende Kassenbouwer' in de 350cc en 750cc klasse een
goede kans maakte lag voor de hand (oh ja, en hij viel alleen
maar?), maar ook bij de halveliters? Kom nou, en meneer Wil
Hartog dan? Onze 'Witte Reus', de winnaar van de Dutch TT '77,
de man die het motorsportseizoen nog voor het goed en wel
begonnen was al tot een onvergetelijk had gemaakt, gokte dit
seizoen op slechts één klasse: de 500cc. Dag, Jack!
Jack Middelburg begon aanvankelijk voorzichtig, zo in de
trant van: ,,we zullen "die lange" eens laten bibberen". Na een
overwinning werden de uitspraken wat overmoediger, want zo klonk
het ineens: ,,wat Hartog kan, waarom zou ik dat óók niet
kunnen"? Jack Middelburg zei het enige dagen voor de beslissende
race om het Nederlands kampioenschap, op het stratencircuit
Bunde, net onder de rook van Maastricht. In die race zou het
moeten gebeuren, zou óf Wil Hartog, óf Jack Middelburg met de
titel gaan strijken. De kansen van de Naaldwijker lagen iets
gunstiger, want zelfs met een tweede plaats - en dan mocht Wil
Hartog nog winnen ook - zou hij aan zijn twee reeds veroverde
titels een derde toevoegen. Het was dus begrijpelijk dat Wil
Hartog lijkbleek van spanning aan de start stond, terwijl Jack
Middelburg twee minuten voor het vertrek nog "overstekend wild"
ontwaarde en zijn omgeving daarop opmerkzaam maakte: ,,moet je
daar dat stuk eens zien!" Maar er gebeurde die middag op het
zonovergoten Limburgse circuit iets heel bijzonders. De
honderden Westlanders in witte T-shirts (Fanclub Jack
Middelburg) wreven zich de ogen uit. Was dit hun 'Jumping alias
Flying Jack', die daar langs hen heen "tufte"? Het kon niet waar
zijn. Natuurlijk was de man in dat roodzwarte motorpak gewoon
een verdwaalde toerist, die een beetje op hun Jack leek. So
what. Toch wilde de HMC-Suzuki écht wel, alleen 'Flying Jack'
vertikte het. De man die naam maakte vanwege zijn onbesuisde
stuntwerk, stuurde zijn machine deze keer uiterst behoedzaam
over het circuit. Voor het eerst in 25 jaar was Jack Middelburg
bang voor brokken, liet de 'Witte Reus' op vele seconden
voorsprong stijlvol eerste worden en reed vervolgens glimlachend
als tweede én de nieuwe Nederlandse kampioen over de streep.
Jack Middelburg had eindelijk de adviezen van manager Hans
Valstar ter harte genomen. Eindelijk had hij ingezien dat er in
een snelheidssport belangrijkere zaken zijn, dan de vraag: wie
de snelste machine heeft. Met vallen en opstaan heeft Jack
Middelburg het coureursvak onder de knie gekregen, is erachter
gekomen dat je alleen maar kunt winnen als je ook heelhuids over
de streep komt. Eén seizoen lukt het hem om zijn ledematen heel
te houden en prompt pakt hij drie Nederlandse titels weg. Bedenk
voor zo iemand nou maar eens een passende bijnaam. |
|
|
 |
|
Zo'n
stille jongen met goud in zijn vingers. |
|
Je
hebt tuners en tuners, fijnafstemmers en grofafstemmers.
Ze zijn de mannen achter titels en vastlopers. Zoals
Adri v/d Broeke. als racer haalde hij geen roem. Als
tuner kreeg hij de bijnaam 'gouddelver'. En niet alleen
omdat hij de gouden muntenschat van Serooskerke
opspitte. De roodbesnorde Adri zat ook achter de drie
"gouden plakken" van Jack Middelburg. |
|
In het
rennerskwartier wordt gefluisterd dat Martin Mijwaart en
Jan Thiel begonnen zijn als oud-ijzerkooplui. In die
vermomming mochten ze bij de Jappen wat afgedankte
spulletjes komen halen, waarna ze daaruit stiekem de
bruikbare onderdelen zochten. Zo ontstond de Jamathi,
een splinternieuwe racer. Het Hollandse product baarde
zoveel opzien, dat de beide makers later werden
opgekocht door het Spaanse merk Bultaco. Internationaal
gelden beide heren nu als hoog gekwalificeerde tuners.
Adri van den Broeke: Ik geloof niet dat ik
een tuner ben. Ik ben gewoon een onderhoudsmonteur. Ik
moet er zelf achter zien te komen hoe een fiets het
beste loopt. Tegen fabrieksjongens kan ik dan nooit op.
Alleen hun fiets is al veel lichter. In de 750cc klasse
scheelt dat wel twintig kilo. Dat betekend dat wij
gewoon een volle tank benzine meer mee slepen. En dat
wil wat zeggen in de racerij.
Volgens een ander
verhaal uit het rennerskwartier kreeg Karel Zegers eens
een machine in handen, die hij bliksemsnel moest
prepareren voor Wil Hartog. De fameuze Noord-Hollandse
tuner ging zo driftig te werk, dat de stukken eraf
vlogen. Haast letterlijk, want de fiets liep er niet
harder door, integendeel. Het werd een blamage.
Meesmuilend werd er achter zijn rug gefluisterd dat
Zegers er zo veel aan veranderd had, dat hij zelf niet
meer wist wát. Kareltje kon de laan uit en veel van zijn
faam is nu verbleekt.
Adri van den Broeke:
Het is gewoon een fabeltje om te zeggen: Vorige week zat
het er nog in en nu niet. Dat smoesje accepteer ik niet.
Ik weet altijd precies wat ik ermee gedaan heb. En als
je iets verandert en het is beter, dan komt het er
meteen uit. Dat is Jack Middelburg wel toevertrouwd. Wel
is het zo dat de snelheid of de betrouwbaarheid niet
zoals vroeger alleen maar in de cilinder zit. Ook
uitlaat, vering, demping, banden, zelfs remblokken zijn
belangrijk geworden.
In de motorsport is
haast niets zo veranderlijk en grillig als de wereld van
de tuners. Zo ben je alles, word je heilig verklaard,
onsterfelijk, en zo ben je afgedaan als oud vuil. Een
tussenweg schijnt niet mogelijk, dan ben je maar een
scharrelaar. Een echte tuner balanceert tussen
wereldrecords en crashes. Die onzekerheid tussen hangen
en wurgen straalt hem van het gezicht af. Een enkeling
als Hans van der Heijden uitgezonderd, maar kom in het
rennerskwartier alsjeblieft niet te dicht in de buurt,
want de heren kunnen gezelschap moeilijk verdragen.
Adri van den Broeke:
Het is moeilijker voor een ander te sleutelen, dan voor
jezelf. Ik heb een jaar voor Ferry Swaab gereden. Toen
heb ik bar veel problemen gehad, terwijl hij toch een
goede naam had. Hij stelde te krap af. Daardoor liep de
machine wel hard, maar Swaab heeft niet die ervaring met
rijden als ik. Ik heb negen jaar geracet. Hij weet er te
weinig van wat er onder het rijden gebeurt. Een ding
afstellen op de proefbank is heel mooi en je kunt er ook
veel vermogen instoppen. Maar op de weg is het toch heel
anders. Dat moet je zelf ervaren hebben.
Tuners zijn geen
praters. Het zijn binnenvetters. Wat zij ontdekken,
houden zij angstvallig voor zichzelf. Een enkeling durft
via een boek uit de school te klappen zoals in 'Tuning
for speed', maar eer dat verschijnt, is zijn wetenschap
al lang achterhaald en spelen er weer nieuwe
ontwikkelingen. Toch worden zulke boeken heimelijk door
alle tuners stuk gelezen, want iedereen wil weten waar
Abraham of welke concurrent dan ook "de mosterd vandaan
haalt". Uitwisseling van gegevens is er bij de tuners
niet bij.
Adri van den Broeke:
Ik heb weleens gepraat met Wil van Wanrooy (indertijd
monteur van Wil Hartog), maar ik informeer nergens
naar. Ik zou ook niet willen dat een ander dat bij mij
deed. Het zijn tenslotte van die dingen die je graag
voor jezelf houdt. Zoals dat geval dat wij hadden met
die Suzuki. In Woudrichem kregen we vorig jaar een
vastloper. Het is ons één keer overkomen, want ik heb
toen net zo lang gezocht tot ik de oorzaak had gevonden.
Een ander moet dat zelf ook maar weten uit te zoeken.
Hartog had vorig jaar in Gilze al een vastloper tijdens
de opwarmronde. Dat mag natuurlijk helemaal niet.
Tuners zijn
eenlingen. Dat is nog tot daaraan toe. Maar het zijn ook
saaie pieten. Geen gezelschapsmensen. Van Jörg Möller
gaat het verhaal, dat hij eens op een feestje in
Rotterdam, een mirakel van een meid kreeg toegeschoven,
die heel wat toeren kon maken. Elke gezonde
monteur/coureur (en dat zijn de meeste) zou er zo in
bijten, maar Jörg Möller niet. Die begon tegen haar te
ouwehoeren over zuigers en veren, zodat het mooie kind
bijna jankend van hem wegliep. Möller, de ongenaakbare,
had het niet eens in de gaten. Nou vraag ik je! Men
noemt hem de god der tuners. Wat een ander uitvindt, is
al lang tevoren door hem uitgedacht en uitgeprobeerd. En
waarschijnlijk als onrendabel weer verworpen.
Adri van den Broeke:
Bij Möller kom ik nog een heel stukje tekort. Hij heeft
universiteit gehad, ik heb vroeger op de landbouwschool
gezeten. Toen ik wat geld had, heb ik een
omscholingscursus gevolgd voor gereedschapsmaker. Ik heb
ook niet de theoretische interesse als Möller. Dingen
die je op papier zet, komen zelden uit in de racerij.
Het moet gebruikt kunnen worden, vind ik. Als je in elke
wedstrijd alles weer uit elkaar moet halen, is er iets
niet in orde. Ik zeg niet dat dat bij Möller gebeurt,
maar bij hem zit er een hele organisatie achter. Ik sta
er helemaal alleen voor.
Tuners doen niets
liever dan hun tijd verdoen met experimenten. Daar wordt
je tureluurs van. Je moet ze eens zien hannesen: bougie
erin, bougie eruit, veertje erop, veertje eraf. En dat
alles met een gezicht alsof het bloedige ernst is, alsof
ze naar de zin van het leven zoeken. Wijsgeren zijn het.
Of, zoals Piet Plompen het uitdrukt: probleemzoekers. En
als ze een oplossing gevonden hebben, beginnen ze weer
van voren af aan met een nieuw probleem. Plompen zelf
kan nooit slapen als hij in plaats van een mooie
vriendin niet een cilinder mee naar bed neemt. Dat zijn
toch afwijkingen, die alleen een psychiater kan
oplossen.
Adri van den Broeke:
Je bent er steeds meer mee bezig. Het is ook een hobby
van je. Als je alle uren betaald moest krijgen, zou je
beter bij een baas kunnen werken. Vorig jaar hadden we
een probleem met de uitlaat. Die is wel tien keer
gescheurd en een nieuwe kost telkens driehonderd gulden.
Ik ben toen aan het rekenen gegaan en ik kwam tot
bepaalde volumes. Alles heb ik daarna op papier gezet en
daarmee ben ik naar ingenieur Klaver aan de Technische
Hogeschool in Delft gegaan. Die heeft het voor mij
wetenschappelijk uitgeprobeerd en toen bleek dat ik in
de juiste richting had gezocht. We hebben nu een uitlaat
die een kilo lichter in gewicht is en die negen pk meer
geeft!
Een ander gerucht wil
dat Kees v/d Kruijs in 1976 zevenenvijftig keer een
vastloper had. Dat is geen kattenpis. Het betekende
zevenenvijftig keer een extra uitgave van duizend gulden
voor zijn begunstiger Van Heugten. Je zou dus mogen
denken: Dat moet wel een stommerd zijn geweest die toen
aan de motor van Van der Kruijs zat te knoeien. Maar
niemand durft dat te zeggen van Ferry Brouwer, de
verantwoordelijke tuner, die indertijd meehielp om Phil
Read wereldkampioen te maken. Met Van der Kruijs lukte
dat niet. Vorig jaar werd Kees met Ferry wel Nederlands
kampioen (250cc).
Adri van den Broeke:
Ik ben nooit kampioen geweest. Mijn beste prestatie als
racer was een tweede plaats. Je een oordeel vormen over
andermans materiaal vind ik erg moeilijk. Zelf rijd ik
altijd even het circuit rond waar de wedstrijd wordt
gehouden. Dan kan ik zelf beoordelen wat voor gearing
erop moet, wat voor banden, wat voor sproeiers. Ik
probeer ook altijd zelf de motor uit. Jack Middelburg is
een hele goede rijder, maar het inrijden van hem is
hopeloos. Kalm aan, de motor rustig laten pruttelen, dat
kan-ie niet. Die paar keer dat-ie het zelf wou doen,
liep het goed mis. Nee, dat doe ik liever.
Boven de ingang van
elk rennerskwartier zou met "koeien van letters" kunnen
staan: Wat is kennis? Niemand weet het, zelfs supertuner
Kel Carruthers niet. In een erg mededeelzame bui heeft
die eens gezegd: ,,Soms denk ik wel dat we achteruit
geboerd hebben. Meestal zijn we na een week
experimenteren niet verder dan toen we begonnen".
Terwijl Carruthers vrijwel altijd de Yamaha van de
Amerikaanse kampioen Kenny Roberts feilloos winnend over
de streep laat gaan. Carruthers was in 1969 zelf
wereldkampioen (250cc).
Adri van den Broeke:
Toen ik gereedschapsmaker was geworden, heb ik gewerkt
bij Vitrite in Middelburg, een dochteronderneming van
Phillips. Ik mocht er veel nieuwe dingen uitproberen en
verschillende ideeën werden ook wel bekroond. Dat
uitproberen vond ik fijn. Dat heb ik altijd gehad. Je
moet er wel logisch voor kunnen redeneren en dat ligt me
wel. Maar in het rennerskwartier wordt er teveel
geëxperimenteerd. Daar ben ik op tegen. Je moet zorgen
dat je machine goed is als je van huis gaat. Als je vlak
voor een race nog moet sleutelen, vraag je om
moeilijkheden.
Tuners zijn genieën.
Of tobbers. Of soms allebei. Willem Freriksen en Hans
Crama kochten uit eigen zak een caravan voor
achttienhonderd gulden. Zo konden ze elk weekend op een
rennerskwartier doorbrengen, nadat ze de hele week
tevoren al aan de motor hadden gesleuteld. Willem-Jan
Nooteboom noemt ze gouwe jongens, terwijl ze toch niet
het buskruit hebben uitgevonden. Maar in het
rennerskwartier worden niet alleen kampioenen, maar ook
vrienden gemaakt.
Adri van den Broeke:
Wij bouwden vorig jaar in de avonduren alles op. Met
drie fietsen was dat steeds kort dag. Tijdens het
weekeinde hoefden we dan steeds alles enkel alleen maar
te blijven controleren. Negen van de tien keer doe je
het voor niets, maar je moet het blijven doen. Ik snap
die jongens niet, die tijdens een raceweekend niets
doen. Er kan altijd wel wat kapot gaan. Dat kun je niet
voorkomen. Maar als je alles na blijft lopen, dan weet
je tenminste dat je er zelf alles aan gedaan hebt.
Tuners. Moelijke
jongens. Onuitstaanbare mensen soms. En toch. Als ze er
nou eens niet zouden zijn? Als in het rennerskwartier
alleen maar de glamourboys met de strakke pakken zouden
lopen? Die hebben geen geheimen, buiten die van het bed.
Wat zou het een kille bedoening worden. Zonder Jan de
Vries, zonder Huub van Kessel of zonder Adri v/d Broeke.
En wat zouden de motoren tegenpruttelen, áls ze al
wilden lopen! Want laten we eerlijk zijn: op een enkele
uitzondering na, zoals Cees van Dongen of Alan North,
maar coureurs weten niets van toeten. Die kunnen alleen
maar blazen. Soms wat te hoog van de toren. Dat kun je
van tuners nooit zeggen.
Adri van den Broeke:
Ik hoef niet te delen in de hulde. Natuurlijk was ik erg
blij met het succes. Maar komend seizoen moet het beter.
Dat zal erg moelijk zijn. Een wereldkampioenschap zit er
voor ons niet in. Je hebt te weinig tijd en ervaring om
te experimenteren. Ja, Hartog heeft vorig jaar een
fabrieksteam op Assen verslagen. Maar dat was eigenlijk
een grote uitzondering. Ik moet maar weer eens gauw aan
de slag. |
 |
 |
|
Groeten
uit Daytona: Kenny Roberts en Jack |
Jack
'onderonsje' met Wil
|
|
Wie
reden er Grand Prix in 1978, in de belangrijkste klasse, de
500cc, buiten de tientallen wildcardhouders? Jack reed enkele
races als wildcardhouder. |
| Naam: |
Land: |
Naam: |
Land: |
Naam: |
Land: |
| Marcel
Ankoné |
Nederland |
Wil
Hartog |
Nederland |
Boet van
Dulmen |
Nederland |
| Barry
Sheene |
Engeland |
Johnny
Cecotto |
Venezuela |
Kenny
Roberts |
Amerika |
| Pat
Hennen |
Amerika |
Steve
Baker |
Amerika |
Steve
Manship |
Engeland |
| Gianfranco
Bonera |
Italië |
Marco
Lucchinelli |
Italië |
Philippe
Coulon |
Zwitserland |
| Graziano
Rossi |
Italië |
John
Woodley |
Nieuw-Zeeland |
Christian
Estrosi |
Frankrijk |
| Virginio
Ferrari |
Italië |
Steve
Parrish |
Engeland |
Dennis
Ireland |
Nieuw-Zeeland |
| Michel
Rougerie |
Frankrijk |
Takazumi
Katayama |
Japan |
Teuvo
Länsivuori |
Finland |
| Virginio
Ferrari |
Italië |
Armando
Toracca |
Italië |
Bruno
Kneubühler |
Zwitserland |
| Patrick
Pons |
Frankrijk |
Jean-Philippe
Orban |
België |
Börge
Nielsen |
Denemarken |
| Jack
Findlay |
Australië |
John
Williams |
Engeland |
Gustav
Reiner |
Duitsland |
| Max
Wiener |
Oostenrijk |
Jürgen
Steiner |
Duitsland |
Alex
George |
Schotland |
| Mike
Baldwin |
Amerika |
Jon
Ekerold |
Zuid-Afrika |
Mick
Grant |
Engeland |
| Victor
Palomo |
Spanje |
John
Newbold |
Engeland |
Les van
Breda |
Zuid-Afrika |
| Kenny
Blake |
Australië |
Franz Rau |
Duitsland |
Dave
Potter |
Engeland |
| Bo
Granath |
Zweden |
Hans
Braumandl |
Oostenrijk |
Roberto
Pietri |
Venezuela |
| Virginio
Ferrari |
Italië |
Gerhard
Vogt |
Duitsland |
Leandro
Beccheroni |
Italië |
| Tom
Herron |
Noord-Ierland |
Carlo
Perugini |
Italië |
|
|

|
Wie
reden er o.a. in de Nederlandse kampioenschapwedstrijden in
1978, in de belangrijkste klasse, de 500cc internationalen? |
| Naam: |
Woonplaats |
Naam: |
Woonplaats |
Naam: |
Woonplaats |
| Jack
Middelburg |
Naaldwijk |
Henk de
Vries |
Emmeloord |
Boet van
Dulmen |
Ammerzoden |
| Wil
Hartog |
Abbekerk |
Willem
Zoet |
Ophemert |
Albert
Siegers |
Naarden |
| Cor
Scheepens |
Middelbeers |
Piet vd
Wal |
Oirschot |
Jan
Verwey |
Ravenswaay |
| Dick
Alblas |
Krimpen
a/d Lek |
Klaas de
Graaf |
Noord
Scharwoude |
Johan
'Bobo' van Eijk |
Utrecht |
| Wim ten
Klooster |
Spoolde |
Nico
Lentjes |
Oud-Beijerland |
Nol
Twikler |
Heerlen |
| Theo van
Heugten |
Helmond |
Floor
Kars |
Kedichem |
Kees vd
Broek |
Soesterberg |
| Sieuw de
Boer |
Meedhuizen |
Harm-Jan
Bultena |
Rodeschool |
Theo
Dimmendaal |
Culemborg |
| Jan van
Disseldorp |
Breda |
Peter
Verhulsdonk |
Zaandam |
Harry vd
Pol |
Helmond |
| Bobbe vd
Broek |
Soesterberg |
Henk
Twikler |
Heerlen |
Harry
Heutmekers |
Geleen |
| Piet
Damen |
Budel |
Paul
Soetens |
Vlaardingen |
Rob van
Zanten |
Oisterwijk |
| Jaap
Groeneveld |
Aalsmeer |
Karel
Zegers |
Opmeer |
Hein
Heijnen |
Schaesberg |
| Bert
Struijk |
Zaltbommel |
Kees vd
Kruijs |
Oisterwijk |
Rob
Bron |
Amsterdam |
 |
|
De
start is in Douglas (rechts op de kaart), dan richting St.
John's, daar omhoog naar Ballaugh, Sulby, Ramsey en dan weer
naar beneden naar Douglas. |
In januari 1978 wordt
Jack, samen met Wil Hartog, Boet van Dulmen en de uit Schotland
afkomstige Alex George (zou in 1978 met de HMC-Suzuki van Jack gaan
rijden, die deze had teruggebracht), uitgenodigd om naar het Eiland Man
te komen. 'The Isle Of Man Tourist Board' organisatie wil graag dat onze
"Grote Drie" een keer aan de befaamde TT (Tourist Trophy)
races deelnemen. De TT races waren afgeleid van de Grand Prix races op
het Eiland Man, het beruchte bijna 60 kilometer lange circuit in
Groot-Brittannië, waar vele coureurs het leven lieten. De eerste races
werden hier al in 1907 gehouden. Er werd in 1976 voor het laatst om de
wereldtitel gereden, daarna werd er een Brits
"wereldkampioenschap" TT opgezet op Man, waar bijna geen
Europeanen aan deelnamen. In 1976, tijdens de laatste GP, waren er al
bijna geen Europeanen naar Man gekomen. Ook Barry Sheene liet deze Grand
Prix al enige jaren aan zich voorbij gaan. (Barry Sheene nam één keer
deel. Eén keer en daarna nooit meer. Hij vond het onverantwoord. 'Het
is onmogelijk om deze koers ook maar redelijk veilig te maken', vond
Sheene. 'Het is een zestig kilometer lange opeenvolging van muren en
telefoonpalen. Als je van de piste gaat, sla je te pletter. Iedereen
heeft het recht over zijn eigen leven te beslissen. Maar de TT is niet
voor mij. Omdat je je lot niet in handen hebt. Het is niet de rijder of
de machine die over het resultaat beslissen, maar het lot. Een
riooldeksel dat op je weg ligt of een olievlek. Daar bedank ik voor.'
De kwartliterklasse in 1976 werd gewonnen door Tom Herron voor Takazumi
Katayama, de 350cc door Chas Mortimer, de 500cc was ook voor Tom Herron
en de zijspanoverwinning ging naar Rolf Steinhausen en Josef Huber. Alle
overwinnaars waren fervente TT deelnemers. Er waren echter, evenals in
1975, ook nog twee doden te betreuren: de Australiër Les Kenny (1947 -
1976) in de 250cc klasse en de Duitse zijspanpassagier Walter Wörner
(1953 - 1976). Op dit moment worden er in één week diverse verschillende
races gehouden. De Grand Prix werd dus vanaf 1977 niet meer
georganiseerd, omdat weinig coureurs van het vasteland er zin in hadden
om hun leven te wagen op het gevaarlijke parcours. De straten, waardoor
geracet werden, werden omzoomd door vele obstakels (bomen, huizen
en muren) en dit bracht vele (fatale) ongevallen met zich mee. Vallen
was op het grootste deel van het circuit "taboe", want dit
eindigde vaak tegen een trottoirband, boom, lantaarnpaal of huisgevel.
En wat daar de consequenties van waren...... Toch zijn de races nog
steeds erg populair in Groot-Brittannië, mede omdat het parcours het
laatst overgebleven wegparcours is. Ook
een groot gevaar is, dat de weersomstandigheden op het Eiland, nogal
sterk kunnen verschillen. Je rijd er zomaar van de stralende zon in een
stortbui. Op de openbare weg, buiten de bebouwde kom, is er geen
snelheidslimiet op Man, dus racen is hier erg in! Ik bedoel dus buiten
de races, die er worden gehouden, is er ook voor de "gewone"
mens geen snelheidslimiet. Races die er gehouden worden, worden ook vaak
Manx-races genoemd. Manx staat voor Man in de lokale taal en ook de
bevolking wordt Manx genoemd. Er werd in het verleden, buiten Engels,
ook Manx gesproken, dit was afkomstig uit de Keltische tijd. De laatste
tijd wordt deze taal weer vaker en vaker gebruikt. Man ligt in de Ierse
Zee, tussen Ierland en Engeland. Alhoewel een Brits eiland, heeft het
toch altijd een onafhankelijke status gehad, met een eigen parlement,
eigen bankbiljetten en eigen wetten. Op zondag wordt het circuit
traditioneel opengesteld voor toeschouwers. En niet iedereen kent zijn
limieten. Vooral niet met een paar halve liters bier achter de kiezen. 'Mad
Sunday' eiste al menig leven, maar is immens populair. Slechts
één keer in zijn honderdjarige bestaan, ging de wedstrijd niet door.
In 2001, toen mond- en klauwzeer de Britse eilanden bedreigde. Zo dit was nog een
stukje geschiedenis.... Jack en Boet waren wel enthousiast om hier een
keer deel te nemen, Wil wat minder. Jack zou uiteindelijk in 1981 bijna
rijden, maar dit ging uiteindelijk niet door. Boet reed dat jaar wel.
Alex George zou er vele malen aan deelnemen en drie keer een overwinning
behalen, hij zou er in 1980 ook een zwaar ongeluk krijgen. Degene met de meeste overwinningen is de legendarische Joey
Dunlop (26) (†2000) gevolgd door de nog legendarischer Mike Hailwood (14)
(†1981). Sinds
het begin van de straatraces in 1907 zijn er in 100 jaar, 223 mensen
overleden tijdens de diverse wedstrijden (t/m de races in 2007).
Hieronder ook vele toeschouwers, dit jaar (2007, 100-jarig bestaan) kwam
er een coureur in aanraking met het publiek en een baancommissaris. Bij het trieste ongeval kwamen de coureur Marc Ramsbotham en twee
toeschouwers om, een baancommissaris raakte bij het ongeval zwaar gewond,
maar na een langdurige opname, ontslagen uit het ziekenhuis.
Onderstaand artikel is geschreven door Coen
Verburg voor Moto'73 in 1978
ISLE
OF MAN: uitdagend en eigenzinnig
Hartog, Van Dulmen en
Middelburg brengen oriënterend bezoek aan 's-werelds beroemdste
stratencircuit.
 |
Jack,
Wil, Alex en Boet in gezelschap van twee leden van de
TT-Supportersclub (meer dan 7000 leden) en (tussen George en Van
Dulmen) oud-wereldkampioen en zesvoudig winnaar op Man, in de
vijftiger jaren, Geoff Duke. De op 29 maart 1923 geboren 'The
Duke', won de wereldtitel in de 350cc in 1951 en 1952. De titel
in de halveliterklasse veroverde hij in 1951, 1953, 1954 en
1955. Dit deed hij op een Norton en op een Gilera.

|
De geschiedenis van
het TT-circuit op het Eiland Man is even oud als die van de motorsport.
In 1904 werd de FIM opgericht en in 1907 vond op het kleine eiland in de
Ierse Zee de eerste TT plaats. Om precies te zijn op 28 mei 1907, aantal
starters 25. Lengte van het stratencircuit destijds 17.4 km. Meer dan 70
jaren gingen voorbij, er werden zo'n 220 TT's verreden, plus daarnaast
nog zo'n 115 Manx GP-races. In 1911 kreeg het TT-circuit zijn huidige
vorm. Vanaf de start in Douglas kronkelt de weg zich westwaarts richting
Ballacraine, dan omhoog naar Kirkmichael, vervolgens terug naar Ramsey,
waar de weg zich zuidwaarts buigt om over de hellingen van de Snaefell,
de hoogste berg van het eiland met als hoogste punt 1230 meter, terug te
kronkelen naar de finish in Douglas. Het eiland Man is even beroemd als
berucht. Het ruim 60 kilometer lange stratencircuit heeft tot nu toe
(1978) onverbiddelijk haar tol geëist van rijders die al te doldriest
de gevaren trotseerden. Alleen al in de TT kwamen 116 rijders om het
leven en welke tol de Manx races eisten is niet bekend. Hoewel de TT in
1976 de status van Grand Prix wereldkampioenschap verloor, blijft het
circuit op Man een uitdaging voor rijders uit heel de wereld. Met name
in de ogen van de eilandbewoners telt men pas mee in de wegracerij als
men getoond heeft ook op een natuurlijk stratencircuit een motorfiets
100% te kunnen beheersen. Minder dan 100% kan niet, want het
bloedmoeilijke circuit vergeeft geen fouten. Elke rijfout of technisch
mankement kan fataal zijn, want het gehele circuit is omzoomd met
obstakels, welke variëren van stoepranden, stenen muurtjes, ijzeren
palen en bomen tot brugleuningen en huizen.
 |
|
V.l.n.r.
Boet, Wil, Jack en Alex op de Ballaugh Bridge |
Samen met de
Nederlandse toppers Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen
bracht Moto'73 een bezoek aan het eiland Man, één en ander in het
kader van een werkbezoek aan het eiland op uitnodiging van 'The
Isle Of Man Tourist Board', de plaatselijke VVV, die werkelijk geen
middel onbenut laat om het toerisme naar het eiland Man te stimuleren.
Toerisme is voor Man de belangrijkste bron van inkomsten en in de
zomermaanden krijgt het eiland, dat slechts 50 kilometer lang is en zo'n
20 kilometer breed, een toeristenstroom van zo'n 350.000 bezoekers te
verwerken. En dat terwijl het eiland Man zelf slechts 60.000 inwoners
heeft. Dat de 'Auto Cycle Club', de Britse bond, voor haar eerste TT het
eiland Man koos, is eenvoudig te verklaren uit het feit, dat het eiland
Man een zelfstandig lid van het Britse Gemenebest is, dat bestuurd wordt
door een eigen parlement (de Tynwald genaamd), een overblijfsel uit de
periode van overheersing door de Vikingen. Eigenzinnig als de Manxman
is, bepaald het parlement, dat er op het eiland wel geracet mocht
worden, dit in tegenstelling tot Engeland zelf. Een eigenzinnig
volkje dus, dat in haar rechtsspraak zelfs nog lijfstraffen kent voor
wetsovertreders (het is maar dat jullie het weten, motormannen...). In
1979 zal op grootste wijze het 1000-jarig bestaan van het eiland Man
gevierd worden. Een van die festiviteiten is de TT in 1979, die grootser
en mooier dan ooit moet worden. De aanloop hiertoe vormt de 1978 TT,
welke op 3 t/m 9 juni gehouden zal worden. Om een zo groot mogelijk
aantal buitenlandse cracks aan de start te krijgen, nodigde de Tourist
Board in de afgelopen weken rijders uit Nederland en Frankrijk uit om nu
eens met eigen ogen het veelbesproken circuit in ogenschouw te komen
nemen. Kom en oordeel zelf, dat was de vraag, die de eilandbewoners aan
Jack, Wil en Boet stelden. En om het de buitenlandse sterren in 1979 ook
financieel naar de zin te kunnen maken, heeft de Tourist Board maar
liefst het gigantische budget van 900.000 gulden (420.000 euro)
achter de hand. In samenwerking met Arke Reizen wil de Tourist Board er
dit jaar alles aan doen om Nederlandse motorenthousiasten en
vakantiegangers naar de zin te maken op het Eiland Man. Zo zullen
Nederlandse vakantiegangers een VIP-pas krijgen waaraan allerlei
voordeeltjes zijn verbonden. En voor motorsportliefhebbers probeert men
uiteraard zoveel mogelijk interessante namen te strikken voor de TT.
Mike Hailwood bijvoorbeeld, die met steun van Martini op
fabrieksmachines van Yamaha en Ducati acte de présence zal geven in
juni '78. Of daarbij ook de drie Nederlandse toppers zullen zijn, lijkt
op zijn minst twijfelachtig, want hoewel Jack, Wil en Boet als
"uitgelaten schooljongens" over het circuit scheurden, de
standaard huurmotorfietsen hadden het ontzettend zwaar te verduren,
tekenden wij uit hun mond ook heel wat bedenkingen op. Anderzijds
bespeurden wij bij de h.h. coureurs dat zij de "TT-koorts" te
pakken hadden en onder de indruk waren van het uitdagende karakter van
het circuit op Man. En eerlijk gezegd: ook wij waren dat! Zelfs in de
grauwe wintermaanden proeft men iets van de unieke sfeer, die er tijdens
de TT moet hangen. Alleen.... het circuit is nog veel gevaarlijker dan
wij ons in onze stoutste dromen voorgesteld hadden.
Jack, Wil en Boet
waren op dit punt ook eensluidend in hun oordeel. Wil Hartog: ,,het
gevaar van dit circuit is, dat het door zijn lengte erg moeilijk te
leren is. Het is snel en gevaarlijk en dat maakt het rijden tot een
uitdaging voor iedere rijder. Anderzijds mag je geen enkele fout maken,
want dan is het onherroepelijk gedaan met de koopman. Wie hier echt heel
hard wil gaan, moet hier minstens een week lang met een
standaardmotorfiets rond rijden om de bochten blindelings te leren
kennen en dan nog zal het onmogelijk zijn om het op te nemen tegen de
Engelse "Man-specialisten". Toch zou ik hier best eens willen
rijden, let wel ,rijden' niet ,racen', want Man is toch wel uniek."
Jack en Boet beoordeelden het circuit eveneens als gevaarlijk, maar
toonden zich anderzijds aangetrokken tot het circuit. Boet: ,,afgezien
van het gevaar, dat heb je tenslotte in eigen hand, heeft Man als groot
nadeel dat je machine door de afstand en het hobbelige wegdek
ontzettend te lijden heeft. Maanden later kunnen er nog allerlei
defecten optreden. Scheurende frames, gebroken achtervorken, om van de
slijtage aan de motor maar te zwijgen. Wat heb je dan aan 10.000 gulden
startgeld als je voor 20.000 naar de knoppen rijd!" Jack, die samen
met Boet, de eilandbewoners vergastte op adembenemende sprongen over
Ballaugh Bridge: ,,ik zou hier best willen rijden, maar ik heb er deze
zomer absoluut geen tijd voor. Bovendien, als je hier echt hard wil
gaan, zal je weken moeten trainen en dan nog kan je het je niet permitteren
om in het eerste jaar al direct hard te gaan. Dat vergt minstens twee á
drie jaren. Maar tijd heb ik zo wie zo niet, want ik vind het
belangrijker om komend seizoen mijn drie Nederlandse titels te
verdedigen." Alex George, die als ervaren TT-rijder de Nederlanders
begeleidde op Man: ,,wat de Tourist Board wil is, dat diverse
topcoureurs van het vasteland eindelijk eens zelf kennis maken met het
circuit en niet langer oordelen uit een positie van 'horen zeggen'. Dan
kan men zelf beslissen of men het verantwoord vind om op Man te rijden.
Daarnaast wil de organisatie door een meer selectieve keuze van ervaren
rijders de kans op ongelukken verminderen. Want de brokkenmakers zitten
meestal niet bij de professionals, maar bij de knapen met weinig
ervaring, die bovendien door de unieke sfeer van Man alle gevaar uit het
oog verliezen." Wat de status van het eiland Man in de toekomst ook
zal zijn, één ding is zeker, geracet zal er altijd worden op het
eiland. Op Man denkt men nu eenmaal anders over de gevaren van racen en
bovendien is de TT te belangrijk voor het toerisme.
Onderstaand
artikel is geschreven door Hans van Loozenoord voor Motor in 1978
Bezoek
Eiland Man
Het Eiland Man, 'parel
in de Ierse Zee', en één brok levende motorsportgeschiedenis. Door
velen bejubeld vanwege de onovertroffen sfeer; door anderen verguisd
vanwege het grote aantal doden dat er gedurende de ongeveer 70-jarige
periode is gevallen. Twee jaar geleden werd de TT voor de laatste maal
als echte Grand Prix verreden en kreeg daarna een eigen formule
toebedeeld; die zij gezien de huidige ontwikkelingen in de
wegracecommissie en de FIM ook waarschijnlijk zal behouden. Het meer dan
60 km lange circuit werkt nog steeds als een krachtvolle magneet op
bijna alle Engelse rijders, terwijl diverse buitenlandse coureurs ook
wel gecharmeerd zijn van deze uitdaging. 'The Isle of Man Tourist Board'
(VVV) probeert het gebeuren zoveel mogelijk te promoten en had derhalve
afgelopen weekend Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen
uitgenodigd om eens een kijkje te komen nemen, uiteraard in de hoop de
Nederlanders enthousiast te maken. Die poging is zeker gelukt.
Vrijdagmorgen
vertrok vanaf Schiphol een klein gezelschap met, behalve bovengenoemd
drietal, ook Alex George (als gids), Ton Riemersma (sponsor Hartog),
monteur Sjaak Makkes, enkele dames, een vertegenwoordiger van Arke
Reizen, die dit jaar een trip naar het eiland organiseert, en enkele
persmensen. Na een, op z'n minst gezegd niet vlekkeloze landing zette
het gedeeltelijk lijkbleke gezelschap de eerste schreden op Man.
Dezelfde middag nog stapten Jack, Boet, Wil en Alex op een paar gewone
straatfietsen om hun eerste rondje op het circuit te rijden. 's Avonds
werd kennis gemaakt met Geoff Duke, veelvoudig wereldkampioen, die in
het al bijna grijze verleden diverse malen als eerste werd afgevlagd op
het stratencircuit. In zijn gezelschap ging men de volgende dag voor een
hernieuwde kennismaking diverse malen het circuit rond om een goede
indruk te krijgen. Rondrijden is eigenlijk niet het juiste woord, want
met name Middelburg en Van Dulmen gaven de Honda's CB400 F flink op hun
mieter, terwijl Hartog de zaken aanvankelijk iets bedaarder bekeek. Bij
Ballaugh Bridge, waar zoals bekend tijdens de wedstrijden een flinke
sprong wordt gemaakt, gingen de drie heren ook een behoorlijk eind de
lucht in om daarna koers te zetten naar de 'Gooseneck' om daar
geconfronteerd te worden met een kudde schapen, die halsstarrig
weigerden ruim baan te maken. Alex George en Geoff Duke (toch met een
auto) gaven als ervaren TT-rijders tekst en uitleg bij diverse punten.
Duke, die op het eiland woont en zelf een boot chartert, ontpopte zich
als een echte gentleman, die zorgvuldig zijn woorden koos en bereid was
zijn standpunt over het gevaarlijke circuit zo goed mogelijk te
motiveren. Hoe dachten de drie snelle Nederlanders er over. Ze hebben de
stenen muurtjes, stoepranden, telegraafpalen, huizen en bruggetjes
gezien. Ze hebben met eigen ogen kunnen aanschouwen hoe hobbelig het
wegdek is (al wordt er hard gewerkt om zoveel mogelijk kilometers goed
asfalt te draperen). Ze hebben er zich rekenschap van gegeven, dat er
meer dan 110 doden zijn gevallen. Wil Hartog: "Het is een
ontzettend leuk bezoek geweest en erg leerzaam. Ik zou er in principe
wel willen rijden, racen is wat anders. Je moet je zelf volledig in de
hand hebben, want als er wat gebeurd heb je weinig kans. Het is beslist
geen GP-circuit, waar het echt hard moet gaan voor de punten, maar dat
vind ik ook van de Nürburgring". Boet van Dulmen: "Mooi. Ik
zou wel willen, maar alleen met een motor, die je voor 100% kunt
vertrouwen. De moeilijkheid is, dat je je kunt vergissen in bochten, die
op elkaar lijken. Ook het verschil tussen mooi en slecht weer in een
wedstrijd lijkt me niet zo". Jack Middelburg: ,Als ik de tijd had
zou ik wel willen rijden. Het is natuurlijk levensgevaarlijk, maar dat
weet je en je kunt er rekening mee houden. Als je hier nooit hebt
gereden heb je nooit geracet". Alle drie de coureurs voegden er nog
aan toe, dat ze alleen maar aan de start wilden verschijnen als ze
afgezien van de officiële training van een week ook nog een extra week
met een straatmotor het circuit konden verkennen, omdat het anders een
ondoenlijke zaak zou zijn. Op Man is men bereid diep in de geldbuidel te
tasten om zoveel mogelijk goede mensen aan de start te krijgen. Ook Mike
Hailwood zal dit jaar van de partij zijn. Het is een feit, dat meer dan
honderd doden op een bepaald circuit, zeker voor de leek, geen reclame
voor de motorsport is. Binnen de FIM werkt men hard om het Grand
Prix-racen zo veilig mogelijk te maken en terecht. Aan de andere kant
kunnen we er niet omheen, dat vele coureurs, waaronder Jack, Boet en
Wil, de TT op Man als een regelrechte uitdaging zien. Ze zien de TT op
Man als een lange-afstandsrace (de 500 cc wedstrijd gaat over zes
ronden), zijn niet vies van stratencircuits en weten hoe gevaarlijk het
is.
|
Enige
hoogte- en dieptepunten uit die jaren op het Eiland Man |
|
1978 |
 |
Mick
Grant op weg naar zijn overwinning. |
 |
 |
|
1978:
rentree Mike Hailwood |
|
|
1978:
toppers Tom Herron & Mick Grant |
Mick
Grant |
|
1978:
de rentree van Mike Hailwood op Man. Na 11 jaar afwezigheid
maakte hij zijn comeback. Mick Grant won zijn tweede
achtereenvolgende wedstrijd in de 'Open Classic'. Hij heroverde
hierbij ook de titel van snelste TT coureur. Hij pakte de
snelste tijd terug, die op dat moment op naam stond van de
Amerikaan Pat Hennen. Hennen, die zwaar ten val zou komen en
dagen lang in coma zou liggen. Al die tijd werd voor zijn leven
gevreesd, hij zou echter weer bijkomen, maar nooit meer de
'oude' worden. Hierdoor kwam zijn, fabrieks Suzuki, voor de Grand Prix, bij Wil Hartog
terecht. Mick
Grant had bij het ingaan van de laatste (6e) ronde, van de 'Open
Classic', een minuut voorsprong op John Williams, maar moest
eigenlijk een ingecalculeerde tankstop maken. Zijn achterremcilinder was echter
afgebroken en hij was bang dat de controleurs hem niet meer uit
de pits zouden laten vertrekken. Hij moest het de laatste ronde
dus extra voorzichtig en rustig doen, maar hij redde het. Derde
werd Alex George voor Phil Read. De Formule I race op zaterdag,
werd een prooi voor Mike 'The Bike' Hailwood, die daarmee zijn
totaal aantal overwinningen op Man op 13 bracht. John Williams
werd tweede. De 500cc senior TT werd voor de tweede maal in de
laatste drie jaar op naam gebracht door de Ierse topper Tom
Herron. Bill Guthrie werd tweede voor Chas Mortimer.
 |
|
1977:
Pat Hennen wint 500cc Silverstone |
Deze race
werd overschaduwd door het ongeluk van Pat Hennen, in de laatste
ronde bij Bishop Court. Hennen was zwaar in gevecht met Tom
Herron, maar was wel 20 seconden eerder gestart, dus die kon hij
nooit meer inhalen. Tom had dit al een paar keer aan Pat
trachten aan te geven, d.m.v. handgebaren, want deze was erg
gevaarlijk bezig. Daarna gebeurde dus het ongeluk, wat een einde
maakte aan de veelbelovende carrière van de Amerikaan, die op
een privé-machine, in 1976, de GP van Finland had gewonnen,
tweede was geworden dat jaar in de TT van Assen en derde in Duitsland. Hierdoor had
hij in 1977 de beschikking gekregen over een fabrieks Suzuki,
waarmee hij derde werd in het WK, achter Barry Sheene en Steve
Baker. Hij won dat jaar de GP van Engeland en nog diverse
podiumplaatsen. De 250cc wedstrijd
werd gewonnen door TT specialist Chas Mortimer (7
overwinningen). Hij had een hachelijk moment gehad in de race,
toen John Williams vlak voor hem ten val kwam. John's machine
vloog tegen een muur en zijn benzinetank stuiterde terug op het
wegdek, zijn inhoud rondstrooiend. Mortimer kon de gladde plas
mengsmering net ontwijken. Charlie Williams werd tweede voor Tom
Herron. De val van John Williams en Mick Grant, die zonder
benzine kwam te staan, zorgden ervoor dat twee van de
grootste kanshebbers voor de overwinning uitgeschakeld werden.
Mike Hailwood, had een slechte start en was meer in zijn sas op
een zwaardere machine, werd twaalfde. John
Williams (1946-1978) overleefde
zijn val op Man wel, maar zou twee maanden later om
het leven komen tijdens de "North West 200".
 |
|
1978:
Pat Hennen
op Man |
Het
aantal slachtoffers deze TT was enorm, vijf rijders vonden de
dood en twee (waaronder Pat Hennen) raakten zwaar gewond. Steven
Davies kwam om tijdens een valpartij in de training, de
Nieuwzeelander, Mike Adler, overleed in het ziekenhuis, na een
ongeval in de 'Open Classic'. De zijspancoureur Mac Hobson samen met zijn bakkenist, Kenny Birch, crashten in de eerste
ronde van de zijspanklasse en waren beiden op slag dood. Hun
combinatie kwam los van de grond, nadat ze een richel in de weg
hadden geraakt, en knalde frontaal op een muur. De Zwitserse
zijspancoureur, Ernst Trachsel, crashte een paar honderd meter
na het ongeval van Hobson/Birch en verloor ook daarbij het
leven! |
|
1979 |
|
|
1979:
het laatste optreden van Mike Hailwood op Man. Hij behaalde een
totaal van 14 overwinningen in de diverse klassen en staat
daarmee op een tweede plaats. In 1979 werd hij op de valreep
geklopt door Alex George in de 'Classic TT', dit is/was het
hoogtepunt van de TT, samen met de Formule I race. Alex wist dat jaar de 1000cc 'Classic TT'
en de Formule I klasse te winnen. Hailwood won wel de 500cc
senior TT voor Tony Rutter en Dennis Ireland. Alex George reed die
week maar liefst 100.000 gulden start- en prijzengeld bij
elkaar. De 1000cc won hij op een 996cc fabrieks-Honda, die hij
op het laatste moment tot zijn beschikking gekregen had, als
plaatsvervanger voor de geblesseerde Mick Grant. Charlie
Williams was de beoogde vervanger geweest, maar diens contract
stond dat niet toe. Hij had nl. een contract met Bel-Ray en
Honda had Shell als sponsor. De Formule I race wist George te
winnen voor deze Charlie Williams (winnaar 250cc junior TT), Ron
Haslam, Graeme Crosby en Mike Hailwood. Mike
Hailwood, van
2 april 1940, zou op 21 maart 1981 verongelukken met zijn auto.
Hij reed in slecht weer achterop een vrachtwagen. Zijn
dochtertje van 9 was op slag dood, terwijl zijn zoontje (6) het
ongeluk ongedeerd overleefde. Mike zelf werd met ernstig
hoofdletsel naar het ziekenhuis gebracht, alwaar hij op 23 maart
zou overlijden.
Er
waren dit jaar ('78) ook Nederlandse deelnemers: Boy Brouwer en Jan
Oostwouder in de zijspanklasse. Na veel motorische problemen in
de training wisten ze een 29e startpositie te veroveren, maar in
de race moesten zij, al na de 1e ronde, wederom met pech
naar de kant. Jan Strijbosch viel uit in de Formule I race met
een gat in de zuigers. Ook dit jaar eiste de TT twee doden,
Steve Verne, een 23-jarige zijspancoureur overleed na een
aanrijding tussen twee zijspancombinaties en Fred Launchbury,
een ervaren TT-coureur (45) overleed nadat hij in de Formule 3
bij Glen Trannan ten val was gekomen. |
Een
zeer blijde Alex George
|
|
1979:
toppers Chas Mortimer en Mike Hailwood gaan van start
|
|
|
|
1979:
de "Nederlandse" Schot Alex George
|
|
|

|
|
|
|
|
1980 |
|
|
|
|
1980:
ook nu eiste de TT zijn zware tol. Tijdens de trainingen kwam
favoriet, Alex George, die in 1978 samen met onze "Grote
Drie" het eiland Man, als deskundige, had bezocht en in
1979 zijn hoogtepunten op het gevaarlijke parcours had beleefd,
zwaar ten val. Hij werd met ernstig hoofd- en rugletsel op de
intensive care afdeling in het ziekenhuis in Douglas opgenomen.
Ooggetuigen zeiden, dat George aan de binnenzijde van een bocht,
met zijn helm de vangrail raakte en daardoor ten val was
gekomen. Men zou lang voor zijn leven vrezen, maar hij zou het uiteindelijk wel overleven, dan kon dit jaar van
vier collegacoureurs niet gezegd worden. De tweede race van de
TT week, de zijspanklasse, werd het eindstation voor rijder
Marty Ames en bij een tweede ongeval in deze race kwam
zijspanpassagier Andrew Holme om het leven, nadat hij uit het
zijspan was gevallen. Ook kwam er een baancommissaris om het
leven die, terwijl hij het circuit na de races afsloot, door een
toeschouwer werd aangereden. In de 'Classic TT' race (gemengde
race van twee- en viertakten) verongelukte de 38-jarige Roger
Corbett en hij bracht het aantal doden tijdens de TT week, vanaf
1907, op 128! Hierbij zitten niet de dodelijke ongevallen
in de trainingen en de verongelukte bezoekers, die telden men
niet mee!
 |
|
1980:
Joey Dunlop, TT-specialist |
Vanwege erg
slecht weer op het eiland waren alle races, vanaf zondag,
uitgesteld en kon er pas weer op woensdag gereden worden. De
'Classic TT' race werd gewonnen, in een nieuw absoluut
ronderecord, door topfavoriet Joey Dunlop, voor de oude
recordhouder, Mick Grant, Ron Haslam en Chas Mortimer. Joey
Dunlop had voor de TT van Man aangegeven dat hij na de TT zou
stoppen met racen. Mede door het verongelukken, een maand
eerder, van zijn zwager, Merv Robinson, tijdens de "North West 200".
Na de opsteker van de winst besloot hij uiteindelijk toch maar
weer door te gaan. De
"North West 200"
was overigens, net als Man, ook een stratencircuitrace, waar
vele coureurs verongelukten. Er werden
indertijd 8 races in de TT week georganiseerd: Formule I,
Formule II, Formule III, 250cc junior TT, Classic TT, twee
zijspanraces en de senior TT (500cc). De Formule I race (350-500cc twee- en
600-1000cc viertakten door elkaar),
werd gewonnen door Mick Grant, op zijn 998cc fabrieks-Honda, die
zijn debuut op Man al in 1969 maakte, voor
"tweedejaars" Graeme Crosby. Lang zag het ernaar uit
dat het een Australische overwinning zou worden, want Graeme
McGregor leidde de race comfortabel, totdat hij met problemen
naar de kant moest. Alex George had wel de snelste trainingstijd
gezet voor Mick Grant en Ron Haslam, maar kon dus helaas niet
deelnemen.
 |
|
1980:
Jock
Taylor en Benga Johansson |
|
|
 |
|
Formule
I: Mick Grant en Graeme Crosby |
De eerste
manche van de zijspanklasse werd gewonnen door Ireson/Pollington
voor Jock Taylor en Benga Johansson (wereldkampioenen GP in 1980).
De andere Grand Prix toppers Rolf Biland en Kurt Waltisperg
vielen met pech uit. Meervoudig wereldkampioen en TT winnaar
Rolf Steinhausen had eveneens pech en eindigde uiteindelijk op
een 38e plaats. De tweede race (manche) werd gewonnen door
Taylor/Johansson. De
Suzuki fabrieksrijder, Graeme Crosby pakte de overwinning bij de
500cc senior TT voor de Ier Steven Cull, Steve Ward en Stan
Woods. Stan Woods zette hier wel de snelste ronde neer. De
kwartliterrace werd gewonnen door Charlie Williams voor Donny
Robinson, Steve Tonkin en Kenny Blake. De Grand Prix rijders
Lennart Bäckström (Zweden) en Jeff Sayle (Australië) werden
knap zevende en achtste. Ook de Formule II (250-350cc twee- en
400-600cc viertakten door elkaar) werd een prooi voor Charlie
Williams voor Chris Guy. Charlie won deze race op een Yamaha
RD350. Deze motor was op dat moment erg populair en in
Nederland, Engeland, Duitsland en
Frankrijk zou men in de komende jaren standaardraces gaan houden
op deze motoren. De Formule
III (125-250cc twee- en 200-400cc viertakten door elkaar) werd
uiteindelijk een prooi voor de Australiër Barry Smith
(toprijder 125cc GP) voor de Britten, Chris Griffith en Ron
Haslam. |
|
|
|
|

|
1981 |
|
|
|
|
De Formule I
was in 1981 de eerste race die werd verreden. Hij begon direct
al spectaculair. Graeme Crosby, de favoriet, ging naar de start,
toen er een lekke achterband werd geconstateerd. Snel wisselen
uiteraard, maar toen men snel probeerde een ander achterwiel te
monteren ging er van alles fout bij de Suzukifabrieksstal.
Ketting te lang, gearing verkeerd en tot overmaat van ramp een
zoekgeraakte bout van het achterwiel. Dit alles resulteerde erin
dat Crosby te laat aan de start verscheen (10 sec.), de rijders
werden op Man altijd per twee gestart, met een tussenpoos van
tien seconden, en hij moest in het laatste paar vertrekken,
omdat hij te laat was. Crosby kreeg ook nog een straftijd
opgelegd, maar ook dit weerhield hem er niet van om middels de
snelste ronde naar een derde plaats op het podium te rijden,
achter Honda-fabrieksrijder Ron Haslam en Joey Dunlop. Nu begon
er een waar pandemonium. Suzuki diende een protest in tegen de
gang van zaken. De organisatie had Graeme Crosby gewoon moeten
laten starten, dat wil zeggen, men had de klok moeten starten.
Crosby was 10 seconden te laat, dus dan was dat zijn achterstand
geweest en had hij op zijn sloffen winnaar geworden. Na uren
vergaderen werd dit protest gehonoreerd en Crosby alsnog als
winnaar uitgeroepen, daar waar Ron Haslam al als winnaar was
gehuldigd. Een flinke bende van tegenprotesten e.d. begon, maar
Crosby was uiteindelijk wel de winnaar voor Haslam, Dunlop en
John Newbold. De weer van zijn zware valpartij
"genezen" Alex George werd zesde.
 |
|
Kenny
Blake |
Voor Kenny
Blake liep zijn val helaas erg slecht af, hij overleefde zijn
crash niet... Hij kwam bij Union Mills ten val en overleed
vrijwel onmiddellijk. Kenny reed vele Grand Prix in zijn leven
en hij was ook een graag geziene rijder bij internationale
wedstrijden in Nederland. De 32-jarige Australiër (1948-1981)
was een ervaren rijder op Man. De Ier Connor McGinn raakte ook
zwaar gewond, hij raakte voor de rest van zijn leven verlamd en
verloor zijn rechtervoet. De Zuid-Afrikaan, Jon Ekerold,
regerend wereldkampioen in de 350cc klasse, had zich
ingeschreven voor de 250cc junior TT. Op de racedag, 's-morgens
in alle vroegte, had hij nogmaals het circuit verkend en in de
race moest hij een tweede plaats door pech aan zich voorbij
laten gaan. De race werd uiteindelijk gewonnen door Steve Tonkin
voor Bob Jackson, Charlie Williams (topfavoriet in deze race) en
Australiër Jeff Sayle. Boet van Dulmen had zich dit jaar dus
ook ingeschreven, maar viel zowel in de 250cc junior TT als in
de 'Open Classic' al snel uit. Na de nederlaag, en het daarop
volgende geruzie, in de Formule I, was het Honda er alles aan
gelegen om Suzuki te verslaan in de 'Open Classic'. Honda rustte
Ron Haslam, Joey Dunlop en Alex George alle drie uit met tot
1123cc opgeboorde versies van de Formule I fietsen.
 |
|
Graeme
Crosby
op/over de Ballaugh Bridge
tijdens de F1 |
Deze
moesten ervoor zorgen om Mick Grant en Graeme Crosby (die elkaar
ook al niets gunden) voor te blijven. Het enige echter wat Honda
aan de race overhield was een door Dunlop gereden, absoluut
ronderecord.
Suzuki
pakte een één-twee zege met Graeme Crosby voor Mick Grant.
Crosby (60.000 gulden prijzengeld met zijn overwinning) zei na
afloop dat hij nog nooit zo blij was geweest de finishvlag te
zien, daarbij wetende dat het gevaar weer voor een jaar over
was! Hij had twee races gewonnen en vond dat hij dat aan zijn
sponsors en reputatie verplicht was, maar zei verder: 'laten we
ons niets wijsmaken, niemand rijd hier voor zijn plezier. De
meesten durven niet voor de waarheid uit te komen, maar willen
graag de stoere jongen uithangen.....'. Dat zegt genoeg over de
races op het eiland Man! |
|
Andere
toppers die reden op het eiland Man, met tussen haakjes het
aantal overwinningen: Giacomo Agostini (10), Jim Redman (6),
John Surtees (6), Carl Fogarty (3), Rob McElnea (3), Kel
Carruthers (2), Dieter Braun (1), Roger Burnett (1), Jack
Findlay (1). |
 |
Graeme
Crosby voor teamgenoot Mick Grant in 1981, tijdens de
'Classic'. 'Croz' zou aan het einde van het seizoen
1982, toen hij geen fabriekscontract meer kreeg bij Yamaha,
stoppen met racen. Hij was dat seizoen (gedwongen) overgestapt
van Suzuki naar Yamaha, 2e geworden in de GP 500cc eindstand en
winnaar van Daytona en Imola. In 1983 zou hij weer terugkeren op
Man en zo nu en dan een race rijden.
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
1982 |
 |
Tony
Rutter (links), hier in actie tijdens de TT van 1982, tijdens de
250cc, waarin hij uitviel met mechanische problemen. De toen al
40-jarige Rutter had tot op dat moment 5 zeges geboekt op het
Eiland en dit zouden er uiteindelijk 7 worden. Zijn eerste TT
reed hij al in 1965 en zijn eerste overwinning (350cc) pakte hij
8 jaar later, om dit het jaar erop (1974) te herhalen. Daarna
moest hij weer 7 jaar wachten tot zijn overwinning in de F2
race. In 1982 won hij zowel de F2 (op Ducati) als de 350cc
race. |
|

|

|
|
Norman
Brown (#24), leidt hier voor Billy Guthrie de 500cc race
in 1982, die hij ook zou winnen. Brown zou een jaar later
tijdens de GP op Silverstone verongelukken. |
De
Ier Con Law hier op op weg naar de overwinning in de 250cc
(junior TT) race in 1982. |
|
|
Dennis
Ireland (inzet) achtervolgt Jon Ekerold in de Senior TT, die
Ireland uiteindelijk zal winnen. |
|
|
|
|
Ron Haslam
|
De Formule I
in 1982 betekende de eerste, en enige, TT overwinning van 'Rocket'
Ron Haslam. Op zijn fabrieks Honda won hij de race in een nieuwe
recordtijd van 1.59.50, de eerste keer dat de race binnen de
twee uur voltooid werd. In 1981 was Haslam al in eerste
instantie tot winnaar uitgeroepen, maar dat werd later
herroepen. Precies een jaar later hadden Ron en Honda dus hun
revanche. De tweede plaats in 1982 ging naar de teamgenoot van
Haslam, Joey Dunlop, die op ruim vijf minuten van de winnaar
over de streep kwam. Dunlop zou deze belangrijkste race op Man,
gaan winnen van 1983 t/m 1988, zes maal op een rij. In 1989 was
hij geblesseerd, dus kon hij zijn titel niet verdedigen. Mick
Grant had overigens, met een moordend tempo, de race in 1982
voor de eerste vier ronden geleid, maar moest toen naar de kant
met mechanische problemen. Phil Read (8x winst op Man), had op
Man voor de tweede keer in zijn carrière, zijn comeback
gemaakt. Naar verluid voor een bedrag met vele nullen. Hij
bracht zijn 998cc Yoshimura-Suzuki in de pits voor reparatie en
kon daarna zijn race vervolgen. Uiteindelijk zou hij toch, op
een 13e plaats rijdend, uitvallen. Het was dit jaar goed weer op
Man en men had voor de Formule I maar liefst 72 deelnemers,
waarvan 35 stuks de race zouden volbrengen. De equipe Ireson/Williams
won de eerste race bij de zijspannen, nadat Jock Taylor en Benga Johansson
tegen een muur waren gereden. De tweede race stelden de
Schots/Zweedse combinatie orde op zaken en wisten deze wel te
winnen. Tweede werd het echtpaar Dennis en Julia Bingham. De ook
in de GP's bekende combinatie Steve Abbott/Shaun Smit werd
derde. Norman Brown, een 22-jarige caféhouder uit Noord-Ierland
zorgde voor een denderende verrassende overwinning in de 500cc
'Classic TT', door diverse gevestigde namen het nakijken te
geven. Hij won de race voor, Jon Ekerold, die voor de tweede
achtereenvolgende keer Man bezocht en de Nieuwzeelander Dennis
Ireland. Phil Read werd hier vierde. Favoriet Charlie Williams was door pech ver teruggevallen in de race (12e) en Mick Grant
onderuit gegaan. Grant botste in volle vaart op een
achterblijver, Gerhard Kanchi, uit Duitsland, die met ernstig
hoofdletsel werd afge voerd. Mick Grant kwam ongeschonden uit de
strijd, zijn Suzuki brandde wel volledig uit. Norman Brown werd
ook nog eens tweede in de 350cc junior TT, achter zijn
landgenoot Con Law, die ook zijn eerste TT-victorie pakte. Deze
race stond in het teken van de uitvallers. Van de 75 starters,
finishten er 24 en er viel niemand van zijn machine! Verder won
Tony Rutter de 350cc TT en de Formule II wedstrijd. Er waren dit
jaar gelukkig eens geen doden te betreuren. Degene die er na een
valpartij het slechtste vanaf kwam was de 47-jarige veteraan Bill Smith, die
beide ellebogen brak en tevens een gebroken been opliep. Hij zou vier
maanden in het ziekenhuis doorbrengen, maar wel weer aan de F2
race op Man deelnemen in 1983. Hij had sinds 1957! geen enkele
keer verstek laten gaan op Man. Aan het einde van
dit seizoen zouden vele van de toppers op Man ook een Formule I
race op Assen rijden. Ook Jack Middelburg deed hieraan mee en
hij won de race. Hierbij o.a. Joey Dunlop, Ron Haslam en Chris
Guy achter zich latend.
 |
|
Podium
Formule I/Superbike race Assen 1982: Ron Haslam, Jack en
Chris Guy |
En
de races gingen door, tot aan vandaag de dag toe. En ook het
dodenaantal zou onverminderd toenemen. "The show must go on.." |
11-03-1978
200 mijls race Amerika, Daytona

|
Deelnemers
37th Daytona 200. In het rood de trainingsplaats, alleen de
eerste 80 krijgen een start. |
| 2. |
Kenny Roberts
(USA) |
1e |
3. |
Gene Romero (USA) |
11e |
5. |
Gary Scott (USA) |
24e |
6. |
Erik Buell (USA) |
17e |
| 7. |
Gill
Martin (USA) |
43e |
9. |
Gary
Nixon (USA) |
15e |
10. |
Dave Aldana (USA) |
7e |
11. |
Steve Eklund (USA) |
23e |
| 13. |
Jessie Byars (USA) |
31e |
15. |
Kurt Liebmann
(USA) |
73e |
18. |
Conrad Urbanowski
(USA) |
56e |
25. |
Phil McDonald
(USA) |
34e |
| 26. |
Randy Mamola (USA) |
22e |
27. |
Skip Aksland (USA) |
4e |
30. |
Dale Singleton
(USA) |
5e |
32. |
Steve Baker (USA) |
3e |
| 33. |
Gregg Bonelli
(USA) |
66e |
34. |
Wes Cooley (USA) |
14e |
36. |
John Long (USA) |
10e |
37. |
James Allen (CAN) |
12e |
| 40. |
Ron Mass (USA) |
29e |
41. |
Kurt Lenz (USA) |
36e |
42. |
Steve Morehead
(USA) |
19e |
43. |
Mike Baldwin (USA) |
6e |
| 45. |
Kent Rockwell
(USA) |
|
47. |
Harry Cone (USA) |
26e |
48. |
Richard
Schlachter |
32e |
49. |
Alan Barbic (USA) |
20e |
| 52. |
Bruce Hammer (USA) |
21e |
55. |
Hap Eaton (USA) |
72e |
56. |
David Emde (USA) |
9e |
61. |
Robert Wakefield (USA) |
45e |
| 63. |
Gary Blackman (USA) |
41e |
64. |
Avrum
Gudelsky (USA) |
49e |
65. |
Rudy
Galindo (USA) |
74e |
68. |
Al Philips (USA) |
|
| 74. |
Ted Henter (USA) |
38e |
75. |
Kevin Stafford
(USA) |
30e |
76. |
Richard Chambers (USA) |
46e |
78. |
John Fuchs (USA) |
39e |
| 80. |
Ken Botham (CAN) |
|
81. |
Jerry Cheney (USA) |
|
83. |
Steve McLaughlin
(USA) |
25e |
84. |
Dick Kilgroe (USA) |
|
| 85. |
Mark Leslie (USA) |
|
86. |
Torello Tacchi (USA) |
75e |
87. |
Harry Klinzmann (USA) |
50e |
88. |
Roberto Pietri
(USA) |
44e |
| 89. |
Mike Baeder (USA) |
71e |
93. |
Hurley Wilvert jr.
(USA) |
|
97. |
Ron Pierce (USA) |
8e |
98. |
Frits v/d Veen (CAN) |
63e |
| 101. |
Hal
Coleman (USA) |
62e |
105. |
John Clark (USA) |
33e
|
117. |
Frank Mrazek (CAN) |
48e
|
120. |
Henry DeGouw (USA) |
37e |
| 123. |
Stan Friduss (USA) |
|
133. |
Dan Sorensen (CAN) |
|
141. |
John Samways (USA) |
52e |
146. |
Bruce Lind (USA) |
35e |
| 158. |
Bruce Maus (USA) |
67e |
161. |
Will Harding (USA) |
|
167. |
James
Metrando (USA) |
|
168. |
William Betz (USA) |
68e |
| 175. |
Jim Dunn (USA) |
61e |
184. |
Steven Pearce (CAN) |
|
192. |
David Schlosser
(USA) |
|
197. |
Burns Moore (USA) |
77e |
| 236. |
Dwight
Lyon jr. (USA) |
47e |
258. |
William Brown
(USA) |
|
302. |
Gregg Hansford (AUS) |
16e |
303. |
Patrick Pons (F) |
|
| 305. |
Johnny Cecotto
(Ven) |
2e |
306. |
Werner Nenning (A) |
|
310. |
Izumi Sugimoto (J) |
|
312. |
Gerhard Vogt (D) |
64e |
| 313. |
Joey
Dunlop (N-Ier) |
40e |
317. |
Jack Buytaert (B) |
|
318. |
Gérard
Melly (CH) |
|
323. |
Barry Woodland (GB) |
59e
|
| 325. |
Ron Bron |
28e |
327. |
Boet van Dulmen |
27e |
329. |
Steven Michel (B) |
55e |
335. |
Michel Frutschi (CH) |
42e |
| 338. |
Tom Herron (N-Ier) |
|
339. |
Sandy Cowan (CAN) |
65e |
342. |
John Eastveld (CAN) |
69e |
348. |
Christian Sarron
(F) |
|
| 351. |
Christian Le Liard
(F) |
|
355. |
Michael Trimby (GB) |
53e |
359. |
Sadao Asami (J) |
13e |
368. |
Bernard Fau (F) |
|
| 369. |
Jack Middelburg |
18e |
374. |
Malcolm McPherson
(CAN) |
|
382. |
Mike
Duncan (CAN) |
58e |
383. |
Jannes van 't Ende |
|
| 389. |
James Gervais (CAN) |
51e |
392. |
Alain Vail (F) |
|
Totaal 98 deelnemers aan
de kwalificaties tegen 117 in 1977. |

| Startopstelling
en tijden van de eerste 40 rijders van de Daytona 200 in 1978,
Kenny Roberts pole-position |
| #30
Dale Singleton 2.08.14 |
#27
Skip Aksland 2.06.76 |
#32
Steve Baker 2.06.49 |
#305
Johnny Cecotto 2.06.15 |
#2
Kenny Roberts 2.05.21 |
 |
| #36
John Long 2.10.98 |
#56
David Emde 2.10.69 |
#97
Ron Pierce 2.10.30 |
#10
Dave Aldana 2.10.04 |
#43
Mike Baldwin 2.09.67 |
| #9
Gary Nixon 2.12.65 |
#34
Wes Cooley 2.12.29 |
#359
Sadao Asami 2.11.96 |
#37
James Allen 2.11.85 |
#3
Gene Romero 2.11.78 |
| #49
Alan Barbic 2.14.01 |
#42
Steve Morehead 2.13.38 |
#369
Jack Middelburg 2.13.29 |
#
6 Erik Buell 2.13.01 |
#302
Gregg Hansford 2.12.81 |
| #83
Steve McCaughlin 2.14.34 |
#5
Gary Scott 2.14.29 |
#11
Steve Eklund 2.14.27 |
#26
Randy Mamola 2.14.20 |
#52
Bruce Hammer 2.14.11 |
| #75
Kevin Stafford 2.16.19 |
#40
Ron Mass 2.15.90 |
#325
Rob Bron 2.15.40 |
#327
Boet van Dulmen 2.15.25 |
#47
Harry Cone 2.14.71 |
| #146
Bruce Lind 2.17.51 |
#25
Phil McDonald 2.17.48 |
#105
John Clark 2.17.19 |
#48
Richard Schlachter 2.16.81 |
#13
Jessie Byars 2.16.35 |
| #313
Joey Dunlop 2.18.51 |
#78
John Fuchs 2.18.26 |
#74
Ted Henter 2.17.97 |
#120
Henry DeGouw 2.17.72 |
#41
Kurt Lenz 2.17.62 |
|
|
Start
Daytona 200, met o.a. Steve Baker (#32), Steve McCaughlin
(#83), Ron Pierce (#97), Sadao Asami (#359), Jack
Middelburg (#369), Johnny Cecotto (#305) en Kenny Roberts (#2). |
De
eerste race in 1978 voor Jack zou evenals in 1977
de Daytona 200 miles race worden. Dit race-uitstapje werd volledig gesponsord
door het motorblad Moto 73, De Telegraaf en
Neckermann. Dit gold ook
voor Rob Bron en Boet van Dulmen. Jack was definitief toegetreden tot
de elite van de Nederlandse motorsport. De nieuwe Yamaha OW 31 was
perfect op tijd aangekomen en Adri had hem binnen korte tijd klaar staan
voor de race. Tijdens de trainingen liep het
loopvlak van Jack zijn achterwiel eraf en dit gebeurde precies op het
moment dat hij in de beroemde kombaan, deze had een hellingspercentage
van 31%, hing en dit met een snelheid van ongeveer 260 km/u. Men was vol
ongeloof toen Jack terug kwam in het rennerskwartier, dat hij er niet
afgestuiterd was. In de volgende
training trokken zijn voorremschijven krom, dit door de enorme
warmteontwikkeling bij het afremmen. Dit gebeurde ook met een tweede stel
schijven. Al met al geen prettig idee als je met die enorme snelheden
je rondjes zit te rijden. Het tijdrijden werd over 2 dagen verspreid.
Jack reed de eerste dag naar een keurige 13e plaats. De tweede dag stond er in
tegenstelling tot de eerste vrijwel geen wind en vijf coureurs doken onder de
tijd van Jack, die die dag niet meer mocht rijden. Hij mocht echter met
zijn 18e tijd wel in de 1e
startgroep van 30 man vertrekken. Tijdens de race reed
Jack gestaag naar voren, na traditiegetrouw weer eens slecht gestart te
zijn, en in de 10e ronde had hij de 10e plaats te
pakken. Op dat moment was hij Daytonaveteraan Boet van Dulmen al
gepasseerd en liep elke ronde 1,4 sec. in op de voor hem rijdenden Gregg
Hansford en Ron Pierce, niet de minsten en deze zouden uiteindelijk als
vierde en vijfde eindigen in de
race! Tot hij bij het uitkomen van de kombaan voor een klapband kreeg,
en dit met een snelheid van dik 250 km/p.u.! Wonder boven wonder kwam
hij daarbij wederom niet ten val, want de band was naast de velg geslagen en de
brokken waren eruit. Ook dit jaar bracht Daytona hem dus geen geluk wat
betreft racen, maar wel wat betreft blessures, want dit had allemaal
heel anders af kunnen lopen. De
race werd overigens gewonnen door de Amerikaan Kenny Roberts die de
komende jaren nog veel van zich zou laten horen.
Hij zou in 1978 de eerste
Amerikaanse wereldkampioen in de 500 cc klasse worden en dit
huzarenstukje nog 2x herhalen. Pat Hennen was in 1976 de
eerste Amerikaan
geweest die een GP (Finland) wist te winnen en vanaf die tijd gingen de
Amerikanen een grote rol spelen in het GP-circuit. De uit Venezuela
afkomstige Johnny Cecotto werd tweede op Daytona Beach voor Skip Aksland
(USA), Ron Pierce (CAN) en Gregg Hansford (AUS). (zie ook de
Daytona sectie op mijn site).
 |
|
Jack
voor Boet en de protégee van Kenny Roberts, Skip Aksland. |
|
©
MOTOR
Magazine |
Eindelijk
lukte het hem in Daytona, Kenny Roberts, hij had alles al gewonnen wat er te
winnen viel in Amerika, behalve het belangrijkste wegrace-evenement, de
Daytona 200. Pech of een andere topper (Agostini in 1974, Baker in 1977)
waren hem net elke keer de baas en dat zes jaar op rij. De 250cc, 100 mijlsrace had hij wel al
gewonnen, maar dat was niet waar het echt om ging in Daytona. Nu lukte het
dan wel en hij liet zijn extra klasse zien door iedereen, inclusief nummer
twee, Johnny Cecotto, op één ronde achterstand of meer te rijden. Even was
er nog Steve Baker, de winnaar van vorig jaar geweest. Deze zette vanaf de
45e ronde een enorme eindspurt in en pakte elke ronde 2 seconden terug op
Kenny, maar vier ronden voor het einde, toen het verschil nog vrij klein
was
tussen de twee Amerikanen, gaf de Yamaha van Steve er de brui aan. Terug
naar de training: op de eerste trainingsdag toonden alle Hollanders zich
zeer optimistisch. Rob Bron, Jack Middelburg en Boet van Dulmen draaiden hun
trainingsronden zonder problemen. Tenminste, tot de laatste training, want
toen werd Jack onaangenaam verrast door een achterband die er de brui aan
gaf. Dit gebeurde midden in de kombaan, oftewel op het snelste deel van de
baan. Nadat hij gestopt was, na heel wat geslinger, bleek het loopvlak
gedeeltelijk weg te zijn, de halve band was weg! Bandenproblemen zouden die
week nog meermalen de kop opsteken. Degene die hier het grootste slachtoffer
van werd, was de Canadees Malcolm McPherson. Hier lag het niet aan de band,
maar aan zijn monteur, deze had het voorspatbord vervangen en hiervoor
klinknagels gebruikt. Deze waren echter zolang dat ze de band raakten, door
de snelheid zet de band nl. op. Malcolm kwam tijdens de training op dinsdag
hierdoor zwaar ten val en werd zwaar gewond naar het ziekenhuis afgevoerd.
Officieus liet Boet een trainingstijd van 2.14 noteren en Jack was nog
sneller met 2.13.5, maar had veel meer problemen. Door de enorme
warmte-ontwikkeling bij het afremmen, van de hoge snelheden die in Daytona
bereikt worden, trokken de beide voorschijven van Jack's Yamaha krom. Een
van de schijven vertoonde zelfs een scheur. Ook een tweede set schijven
vertoonden na een paar snelle ronden dezelfde problemen. Rob
Bron, die in het verleden meerdere malen heeft laten zien dat hij weet hoe
je een Yamaha op moet voeren, draaide met een officieuze tijd van 2.12 de
snelste ronde in het Nederlandse kamp. Boze tongen fluisterden, dat Rob zijn
motor niet had voorzien van de vermogenbeperkende restrictors en de besnorde
Mokummer reageerde: "Natuurlijk heb ik die dingen er niet inzitten. Da's
nergens goed voor!" Boet reageerde eveneens: "Nee hoor, die Bron
heeft er niets ingestopt. Hij komt iedere hoek uit met het voorwiel in de
lucht en dat doet zo'n ding echt niet met restrictors". Beide heren
lieten echter duidelijk merken, dat ze wel een verslaggever in de maling
wilden nemen, maar niet de AMA-officials. Met andere woorden: Bron's machine
voldeed wel aan de eisen, maar was gewoon erg snel gemaakt. Met restrictors!
Maar kennelijk was Rob's aandacht voor het motorblok ten koste gegaan van de
preparatie van het rijwielgedeelte, want tijdens de laatste training op
dinsdag brak één van de zelf gemaakte clip-ons bij het stuur af. Een val
was het onvermijdelijk gevolg, maar gelukkig was de schade beperkt en na de
vrije woensdag, waarop geen trainingen plaats vonden, was Bron
donderdagmorgen weer van de partij. Hij had echter niet zo hard hoeven te
werken, want van rijden kwam er die dag niets. Het water viel met bakken uit
de hemel. Op vrijdag, de dag waarop de kwalificatieritten voor de
startopstelling zouden plaats vinden, was het gelukkig droog, maar een harde
wind bezorgde de rijders nogal wat problemen. Niet alleen werden de
topsnelheden door de tegenwind in de kombaan gedrukt, maar ook het stuurwerk
werd er niet gemakkelijker door. Kenny Roberts, die zoals gewoonlijk in een
perfecte stijl rondcirkelde, toonde zich met een tijd van 2.05,21 de
snelste, op bijna een volle seconde gevolgd door tweede man, Johnny Cecotto,
die 2.06,15 op de klokken bracht. Snelste Nederlander was Jack Middelburg,
die met 2.13,29 de dertiende plaats bezette, terwijl Boet en Rob met
respectievelijk 2.15,25 en 2.15,40 achttiende en negentiende waren. Dat
veranderde echter toen degenen, die vrijdag geen kwalificatie hadden kunnen
rijden, op zaterdag alsnog gelegenheid kregen. De wind was nu geheel afwezig
en dat leverde ruw geschat een seconde winst op. Door de betere tijden van
de zaterdagrijders vond er een verschuiving in de posities plaats. Een
vijftal renners wist zich alsnog voor Jack Middelburg te plaatsen, zodat die
van de dertiende naar de achttiende plaats verhuisde. "Jammer dat ik
ook niet vandaag nog een keer kon tijdrijden", aldus Jack, "maar
ja, dan was ik waarschijnlijk weer dertiende geworden en ik vind het
helemaal niet jammer, dat ik die plaats kwijt ben. Dertien vind ik zo'n raar
getal. Ik ben echt niet bijgelovig, maar dat zag ik toch niet zitten!" Boet
verhuisde van de 18e naar de 28e plaats. Zowel Boet als Jack hadden in
de trainingen ook veel last van de aluminium kopbouten, die afbraken als
luciferhoutjes. De bandenstrijd (zoals altijd in Daytona) was een grote
teleurstelling voor Dunlop, geen van de toppers zou op het Britse merk
starten, terwijl ze nog wel zoveel geld in de ontwikkeling had gestoken,
de afgelopen winter. Gary Nixon en Dale Singleton hadden ook divers
testwerk voor de fabriek uit Birmingham gedaan, maar Nixon koos zelf
voor Michelin. Evenals Jack, Boet en Johnny Cecotto, de rest van de
toppers stond op Goodyearbanden.
Sleutelbeen
Rob
Bron zal deze zaterdag waarschijnlijk zo vlug mogelijk willen vergeten.
Hij vertrok 's morgens vroeg voor een paar trainingsronden, maar ter
hoogte van de chicane liep de motor plotseling vast. Rob kwam ten val
toen de snelheid nog maar een kilometer of tien bedroeg, maar hij kwam zo
ongelukkig terecht, dat hij zijn sleutelbeen op niet minder dan 3
plaatsen brak. In plaats van met de 200 mijlsrace, maakte Rob kennis met
het ziekenhuis van Daytona. Niet helemaal wat hij er van verwacht had
dus. Rob vloog maandag na de race direct terug naar België, waar hij
zich meldde bij dr. Derweduwen.
 |
|
Grote
poster van Jack in Daytona, die ik jarenlang op mijn slaapkamer had
hangen. |
Vierde
startrij voor Jack
Bij de start stond Jack Middelburg
op de vierde startrij, waar ook Gregg Hansford vertoefde. Twee rijen verder
naar achteren, op de 6e startrij dus, stond Boet van Dulmen. Beiden dus in de
eerste startgroep van 30 man van de totaal drie startgroepen van 80 coureurs.
Na het vallen van de startvlag bleek Kenny Roberts het snelst in de spurt naar
bocht nummer één, richting binnencircuit. Bij de eerste doorkomst luidde de
volgorde: Kenny Roberts, Steve Baker, Skip Aksland, Johnny Cecotto en Ron
Pierce. Jack en Boet volgden met een groepje andere rijders op niet al te
grote afstand. Het was jammer voor de toeschouwers, maar hierin zou de eerste
twintig ronden geen verandering meer komen. Het publiek kwam echter op een
andere manier aan haar trekken, want in de tweede ronde zorgde
Jessie Byars voor vuurwerk toen hij op de
hairpin in het binnenste deel van het
circuit kwam aanstuiven met vlammetjes die om zijn zitvlak waaierden.
Jessie parkeerde zijn machine tegen de strobalen en maakte dat hij wegkwam.
Dat was maar goed ook, want enkele seconden later explodeerde de benzinetank,
en ging de fiets in vlammen op en uiteraard ook de strobalen. Het duurde maar
liefst 9 minuten eer de eerste brandblusser op het vuur werd gericht. Tussen
haakjes, Jessies rijnummer was 13… Al na drie ronden begon Kenny Roberts de
eerste achterblijvers te lappen, waardoor het wedstrijdverloop er niet bepaald
overzichtelijker op werd. Jack Middelburg bezette op dat moment de tiende
plaats en Boet volgde in Jack's kielzog. Aan deze veelbelovende situatie kwam
echter in de 11e ronde een abrupt einde toen Jack een klapper kreeg van zijn
voorband.
"Een ronde eerder voelde ik al dat het voorwiel onbalans vertoonde. Ik
dacht eigenlijk dat het balanceerlood weg was, maar in werkelijkheid was ik
een halve meter loopvlak kwijt", aldus Jack. Dat bleek dan ook wel toen
de voorband een ronde later ineens plat ging, juist bij het uitkomen van de
kombaan. Wonder boven wonder kwam Jack daarbij niet ten val! Hij had het aan
zijn koelbloedigheid en stuurmanskunsten te danken dat hij er zo vanaf was
gekomen, vooral gezien de snelheid op dat punt van meer dan 250 km/u. Ook
mocht hij de vijf coureurs die achter hem zaten dankbaar zijn, dat ze hem
wisten te ontwijken. De Nederlandse afvaardiging had dus bepaald geen
gebrek aan pech. Na Rob Bron's sleutelbeenbreuk en Jack's twee uit elkaar
geklapte banden, bleef alleen Boet nog over om de eer te redden en gelukkig
bleef Van Dulmen gevrijwaard van de problemen, waardoor Jack en Rob voortijdig werden uitgeschakeld. Toen Boet in de 14e ronde na zijn eerste, slechts 6
seconden durende tankstop weer in de baan kwam, bezette hij nog altijd de elfde plaats. De volgorde
in de race op dat moment was: 1. Roberts, 2. Baker, 3. Aksland, 4. Cecotto, 5. Pierce, 6. Hansford, 7. Asami, 8. Romero, 9. Cone, 10. Cooley en 11. Van Dulmen.
 |
 |
 |
|
Johnny
Cecotto voor Skip Aksland |
Gregg
Hansford voor Sadao Asami en Gene Romero |
250cc:
Randy Mamola voor Toni Mang |
 |
|
|
Gene
Romero (3), winnaar van 1975, in 1979 op weg naar een 8e plaats. |
Kevin
Stafford voor Randy Mamola |
Boet
worstelde zich langzaam, maar zeker naar
voren en na de tweede tankstop, die uitliep tot 10 seconden omdat een
nerveuze Michelin-man nog niet klaar was met het inspecteren van de voorband,
draaide Boet als achtste vlak achter Gene Romero de baan weer op. Romero's
motor verloor echter vermogen, zodat Boet gemakkelijk kon opklimmen naar de
zevende plaats achter Gregg Hansford, zo'n beetje de enige niet Yamaharijder.
Het zag er evenwel niet naar uit, dat er nog meer winst zou kunnen worden
behaald, want de mannen voor Den Boet draaiden met de regelmaat van een klok
hun rondjes en de tussenafstanden waren enorm. Er was echter één
uitzondering. Steve Baker had al die tijd kans gezien om Kenny Roberts in het
oog te houden en na zijn tweede pitstop zette Stevie alles op alles.
Omstreeks de 45e ronde had hij de slag goed te pakken en hij liep niet minder
dan 2 seconden per ronde in op de duidelijk op safe rijdende Roberts. Baker
vergde echter te veel van zijn Yamaha en in de 48e ronde begaf een krukaslager
het. Roberts kwam hierdoor helemaal vrij te rijden, tenminste in theorie.
Want op de baan reed hij pal achter Cecotto, die op zijn beurt weer Gregg
Hansford voor zich had. Met nog twee ronden te gaan zette Roberts de aanval op
Cecotto in en hoewel deze er absoluut niets voor voelde om gelapt te worden,
had hij tegen Kenny's meesterschap geen verweer. Kenny Roberts, de man die nog
nooit de 200 Mijler had gewonnen, ging over de finish met een voorsprong van
een hele ronde plus 5 seconden op Johnny Cecotto. Ook Skip Aksland en Ron
Pierce, die als derde en vierde over de streep kwamen, voltooiden evenals
Cecotto 51 van de in totaal 52 ronden. De rest
van het veld werd op twee of
meer ronden achterstand gereden door Roberts. Gregg Hansford werd vijfde en de
zesde plaats was voor Boet van Dulmen, die zijn zeer regelmatig gereden
wedstrijd niet alleen beloond zag met de hoogste klassering die ooit door een
Nederlander op Daytona werd behaald, maar die tevens als eerste privé-rijder
finishte achter de fabrieksmachines van Roberts, Cecotto en Hansford en de
semi-fabrieksmachines van Aksland (Carruthers Yamaha) en Pierce (Bob Work
Yamaha). Na afloop van de race diende Gene Romero, die achter Boet en de
Japanner Asami de achtste positie had toe bedeeld gekregen, een protest in
omdat hij meende recht te hebben op Boet's zesde plaats. Boet wist na de twee
uur durende uitputtingsslag zelf niet precies te zeggen of Romero's protest
terecht of ten onrechte was. Hij meende weliswaar Romero achter zich te hebben
gelaten, maar door de tankstops was de
rangorde enigszins onoverzichtelijk geworden. De wedstrijdleiding wist het
echter wel: twee uur na het vallen van de finishvlag maakte zij bekend "de zesde plaats is voor Mister Van
Dulmen". Zonde voor "onze" Jack, want hij had laten zien dat
hij zeker bij de eerste vijf had kunnen eindigen!
|
Uitslag DAYTONA 200
1978
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Rijder |
Land |
Aantal
ronden |
|
Rijder |
Land |
Aantal
ronden |
| 1. |
Kenny
Roberts |
USA |
52 |
37. |
Gregg Bonelli |
USA |
44 |
| 2. |
Johnny Cecotto |
Venezuela |
51 |
38. |
Bruce Hammer |
USA |
44 |
| 3. |
Skip Aksland |
USA |
51 |
39. |
Steve Michel |
België |
44 |
| 4. |
Ron Pierce |
USA |
51 |
40. |
John Samways |
USA |
41 |
| 5. |
Gregg
Hansford |
Australië |
50 |
41. |
Henry DeGouw |
USA |
38 |
| 6. |
Boet
van Dulmen |
Nederland |
50 |
42. |
Torello Tacchi |
USA |
38 |
| 7. |
Sadao Asami |
Japan |
50 |
43. |
Steve Eklund |
USA |
36 |
| 8. |
Gene Romero |
USA |
50 |
44. |
Dave
Emde |
USA |
33 |
| 9. |
Gary Scott |
USA |
50 |
45. |
Erik Buell |
USA |
31 |
| 10. |
Dave Aldana |
USA |
50 |
46. |
Wes Cooley |
USA |
29 |
| 11. |
Robert Wakefield |
USA |
49 |
47. |
Joey Dunlop |
Noord-Ierland |
27 |
| 12. |
Bruce Lind |
USA |
49 |
48. |
Alan Barbic |
USA |
27 |
| 13. |
Richard Chambers |
USA |
49 |
49. |
Gill Martin |
USA |
26 |
| 14. |
Phil McDonald |
USA |
49 |
50. |
John Eastveld |
Canada |
22 |
| 15. |
Hap Eaton |
USA |
49 |
51. |
Harry Cone |
USA |
20 |
| 16. |
Richard Schlachter |
USA |
49 |
52. |
Sandy Cowan |
Canada |
17 |
| 17. |
James Servais |
Canada |
49 |
53. |
Roberto Pietri |
USA |
17 |
| 18. |
Harry Klinzmann |
USA |
48 |
54. |
Hal Coleman |
USA |
16 |
| 19. |
Conrad Urbanowski |
USA |
48 |
55. |
Burns Moore |
USA |
12 |
| 20. |
John Long |
USA |
48 |
56. |
John Clark |
USA |
11 |
| 21. |
Mike Duncan |
Canada |
48 |
57. |
Mike Baldwin |
USA |
11 |
| 22. |
Steve Baker |
USA |
47 |
58. |
Jack Middelburg |
Nederland |
10 |
| 23. |
Michel Frutschi |
Zwitserland |
47 |
59. |
Avrum Gudelsky |
USA |
9 |
| 24. |
Barry Woodland |
Engeland |
47 |
60. |
Randy Mamola |
USA |
5 |
| 25. |
Gerhard Vogt |
Duitsland |
47 |
61. |
Kevin Stafford |
USA |
5 |
| 26. |
Kurt Liebmann |
USA |
47 |
62. |
Frits v/d Veen |
Canada |
5 |
| 27. |
Mike Baeder |
USA |
46 |
63. |
Dwight Lyon |
USA |
4 |
| 28. |
Ted Henter |
USA |
46 |
64. |
Gary Blackman |
USA |
4 |
| 29. |
John Fuchs |
USA |
45 |
65. |
Gary Nixon |
USA |
3 |
| 30. |
Michael Trimby |
Engeland |
45 |
66. |
Steve McLaughlin |
USA |
3 |
| 31. |
Steve Morehead |
USA |
44 |
67. |
Frank Mrazek |
Canada |
2 |
| 32. |
Dale Singleton |
USA
|
44 |
68. |
James Allen |
Canada |
1 |
| 33. |
William Betz |
USA |
44 |
69. |
Jessie Byars |
USA |
0 |
| 34. |
Rudy Galindo |
USA |
44 |
70. |
Ron Mass |
USA |
0 |
| 35. |
Steve Pears |
Canada |
44 |
71. |
Alain
Vail |
Frankrijk |
0 |
| 36. |
Bruce Maus |
USA |
44 |
Nog 9
rijders met nul ronden |
Uitslag
Daytona 200; 1. Kenny Roberts, USA, Yamaha, 1.51.24,7 = 174 km/uur (nieuw record);.
2. Johnny Cecotto, VZ, Yamaha, op 1 ronde; 3. Skip Aksland, USA, Yamaha; 4. Ron
Pierce, CAN, Yamaha; 5. Gregg Hansford, AUS, Kawasaki, op 2 ronden; 6. Boet
van Dulmen, NL, Yamaha; 7. Sadao
Asami, JAP, Yamaha; 8. Gene Romero, USA, Yamaha; 9. Gary Scott, USA, Yamaha;
10. Dave Aldana, USA, Yamaha; 11. Robert Wakefield, USA, Yamaha, op 3
ronden; 12. Bruce Lind,
USA, Yamaha; 13. Richard Chambers, USA,
Yamaha; 14. Phil McDonald, USA, Yamaha; 15. Hap Eaton, USA, Yamaha; 16.
Richard Schlachter, Yamaha; 17. James Gervais, Yamaha; 18. Harry Klinzmann,
Yamaha; 19. Conrad Urbanowski, Yamaha; 20. John Long, Yamaha.
Prijzengeld: Kenny Roberts, $ 14.020; 2. Johnny Cecotto, $ 8200,-; 3. Skip Aksland, $ 5575,-;
4. Pierce, $ 4625,-; 5. Gregg Hansford, $ 3890,-; 6. Boet van
Dulmen, $ 3150,-; 7. Sadao
Asami, $ 2885,-; 8. Gene Romero, $ 2545,-; 9. Gary Scott, $ 2280,-; 10. Dave Aldana, $ 2080,-.

27-03-1978
internationale races Hengelo
 |
Wil
Hartog op de cover van het programmaboekje van Hengelo 1978 met Joanna
Lumley, Purdey uit de, in de jaren '70, erg populaire televisieserie
'The New Avengers', het vervolg op 'The Avengers', oftewel 'De
Wrekers'. |
 |
 |

 |
Start
500cc Hengelo met v.l.n.r. Wil Hartog, Alex George, Boet van
Dulmen en Tom Herron.
|
|
Tijdens de elfde editie van de internationale paasraces op het circuit van Hengelo, waar
het traditiegetrouw weer eens zeer slecht weer was (toch nog 20.000
toeschouwers), kwam Jack aan de
start in de 350cc en 500cc klasse. In een sterk deelnemersveld in de
350cc ging Jon Ekerold als winnaar over de finish en werd Jack vijfde.
Hij bezat bijna de gehele wedstrijd deze positie, terwijl voor hem Pekka Nurmi,
Kees v/d Kruijs en Pentti Korhonen in een fel gevecht waren gewikkeld om de
tweede plaats. In de genoemde volgorde gingen ze uiteindelijk over de streep.
Jack zag geen kans om ze te achterhalen. In de
training van de 500cc ging het helemaal mis, de Suzuki liep vast
waardoor Jack vanachter in het veld moest starten. Ook de 500cc had een
zeer sterk deelnemersveld dit jaar. Helaas voor
Jack viel hij met technische mankementen, evenals overigens Wil Hartog
en Tom Herron. De race was eigenlijk al beslist voor hij begonnen was.
Diverse rijders kwamen te laat voor de opwarmronde en toen de start
diverse keren moest worden uitgesteld, omdat er nog een bezemwagen op
het circuit was, begaven vele koppelingen het. De race werd uiteindelijk
gewonnen door de Schot Alex George op de
oude Suzuki van Jack van H.M.C.! Piet van der Wal werd tweede voor Les
van Breda (Zaf), Austin Hockley (GB) en Boet van Dulmen.
02-04-1978
Formule 750 race Italië, Imola


 |
|

|
Start
Formule 750 Imola, 1e manche, met Steve Baker (#32), Gregg Hansford (#5),
Barry Ditchburn
(#12), Christian Sarron (#18), Franco Uncini (#33), Marco
Lucchinelli (#23), Jean-Paul Boinet (#107), Patrick Pons (#16),
Dale Singleton (#115), Johnny Cecotto
(#4), Sadao Asami (#41), Warren Willing (#31), Virginio Ferrari
(#3), Jeff Sayle (#8) en Kenny Roberts (#2
pech en val). Jack startte in de tweede groep, die nog staan te wachten.
|
 |
|
Imola:
Dale Singleton voor Jack en de Fransen Michel Rougerie en Jean-Paul
Boinet |

|
| Start
2e manche: Johnny Cecotto (#4), Jack #68, half verborgen achter Cecotto, Christian Sarron
(#18) en Graziano Rossi (#56). |
Tijdens de tweede F750 GP, de 200
miles op Imola, van het jaar,
na Daytona, pakte Jack een prachtige 11e plaats in het zeer sterke
deelnemersveld. Normaal had het een tiende plek en een punt geweest, maar men
besloot in Italië een ander soort puntentelling toe te passen, i.p.v. de
gebruikelijke puntenklassement (Jack werd 14e en 10e) werd er nu een
tijdklassement van gemaakt. Jammer, maar het was toch een prachtig
resultaat. Nu werd Dale Singleton tiende, hij had totaal 63 ronden
afgelegd, één meer dan Jack, maar scoorde een 18e en een 7e plaats in
de manches. Op basis van het normale puntensysteem had Jack dus
tiende geweest, maar de 'Moto Club Saterno Imola' koos voor het andere
systeem. De eerste manche werd een prooi voor Christian Sarron voor
Johnny Cecotto en Steve Baker. De tweede voor Johnny Cecotto gevolgd
door Steve Baker en Christian Sarron, waarbij Baker over-all winnaar
werd door een snellere tijd. Jack liet wel 750cc toppers zoals o.a. Jack
Findlay, Gianfranco Bonera, Michel Rougerie, Michel Frutschi
en Victor Palomo (1949 - 1985)* achter zich.
* De
Spanjaard Victor Palomo was in 1969
wereldkampioen waterskiën geweest op het onderdeel slalom. Door
nekproblemen moest hij stoppen met deze sport en ook met het
motorcrossen wat hij toen beoefende. In 1972 begon hij wegrace Grand
Prix te rijden. In 1974 won hij zijn thuis Grand Prix in de 350cc klasse
op het circuit Montjuich bij Barcelona. Een jaar
later scoorde hij een derde plaats in Tsjechoslowakije. In 1976
werd hij daar tweede evenals wederom op Montjuich,
ook scoorde hij een 3e plaats in de kwartliterklasse, in Duitsland. Zijn
derde tweede plaats was in 1977, achter Johnny Cecotto in Venezuela, San
Carlos, waar hij ook derde werd in de 250cc. In die jaren reed hij ook
diverse GP's in de Koningsklasse, de 500cc. Grootste successen behaalde
Victor ook in het F750 WK, 1975; een 2e en 3e plaats, waarna hij in 1976
de wereldtitel pakte door de laatste drie GP's op rij te winnen, na ook
nog een tweede plaats in Spanje, Engeland, Nederland en Duitsland. In 1979
had hij een ernstig ongeluk tijdens de 24 hrs race op Montjuich,
waarbij zijn motor dwars doormidden brak en hij bijna zijn been moest
missen. Hij maakte na zijn herstel de overstap naar de 500cc klasse,
waar zijn resultaten achterbleven. Tijdens een ongeval in de
Joegoslavische GP in 1982 brak hij zijn bekken en dit betekende het
einde van zijn racecarrière. Slechts enkele jaren later, op 11 februari
1985, overleed Victor aan de gevolgen van diabetes, op slechts 36-jarige
leeftijd.
Het was al met al een
wereldprestatie voor iemand die, zoals Jack, de eerste, onervaren, schreden zette in het
mondiale racen. De Imola 200 was altijd een aparte prestigieuze race. De eerste
toprace in Europa en, zeker dit jaar 1978, waren alle absolute toppers naar Italië
afgereisd. Het hele veld bestond uit heel veel wereldtoppers. Degenen onder ons
die uit deze periode stammen, zullen dat zeker beamen als ze de namen van het
deelnemersveld lezen (zie tabel hieronder). De motorbladen en de kranten waren
lyrisch over deze race, waar maar liefst veertig coureurs in de race van start
mochten gaan en er nog velen (ruim 50) buiten de boot vielen. Deze rijders reden
de Consolationrace (race voor allen die zich dus niet bij de snelste 40 coureurs
wisten te plaatsen), die gewonnen werd door de Zwitser Philippe Coulon voor de
Fransman Moineau en de Fin Mattikainen. Superlatieven waren niet van de lucht
over de 200 mijls race. Wat een geweld, wat een spanning, wat een show! Niet
alleen stonden alle Amerikaanse grootheden aan de start, maar ook de Australiërs
waren met hun top vertegenwoordigd, om de Europese toppers en sub-toppers partij
te geven. Zeer spijtig dus voor Jack, die in Imola zijn eerste pechvrije F750
race beëindigde, dat men voor het eindklassement niet het gebruikelijke
puntensysteem hanteerde. Dit scheelde dus net dat ene plaatsje wat recht geeft
op punten. Dit systeem werkte ook in het nadeel van Christian Sarron, die
ondanks een eerste en een derde plaats in de manches en als derde in het
totaalklassement eindigde, achter Steve Baker (2e & 3e) en totaalwinnaar
Johnny Cecotto (2e & 1e). De 250cc race (werd vaak verreden tijdens de 200
mijls races als bijprogramma) werd gewonnen door Kenny Roberts voor Gregg
Hansford en de Italiaanse wereldkampioen 125cc van 1975, Paolo Pileri (1944 -
2007).

| Deelnemersveld
Imola 200 1978

|
| Johnny
Cecotto |
Venezuela |
|
Jacques
Agopian |
Frankrijk |
|
Philippe
Coulon |
Zwitserland |
| Kenny
Roberts |
USA |
|
Christian
Bourgeois |
Frankrijk |
|
Michel
Frutschi |
Zwitserland |
| Steve
Baker |
USA |
|
Christian
Le Liard |
Frankrijk |
|
Francis
Erard |
Zwitserland |
| Dale
Singleton |
USA |
|
Jean-Claude
Meilland |
Frankrijk |
|
Pascal
Mottier |
Zwitserland |
| David
Emde |
USA |
|
François
Lammana |
Frankrijk |
|
Gérard
Melly |
Zwitserland |
| Randy
Mamola |
USA |
|
Gilles
Hampe |
Frankrijk |
|
Gregg
Hansford |
Australië |
| Wes
Cooley |
USA |
|
Dominique
Pernet |
Frankrijk |
|
Warren
Willing |
Australië |
| Skip
Aksland |
USA |
|
Jim
Allen |
Canada |
|
Jeffrey
Sayle |
Australië |
| Dave
Aldana |
USA |
|
Gerhard
Vogt |
Duitsland |
|
Ray
Quincey |
Australië |
| Johan
van Eijk |
Nederland |
|
Joey
Dunlop |
Ierland |
|
Ian
MacGregor |
Australië |
| Jack
Middelburg |
Nederland |
|
Tom
Herron |
Ierland |
|
Jack
Findlay |
Australië |
| Boet
van Dulmen |
Nederland |
|
Cull
Steven |
Ierland |
|
Greg
Johnson |
Australië |
| Christian
Sarron |
Frankrijk |
|
Alex
George |
Schotland |
|
Barry
Ditchburn |
Engeland |
| Patrick
Pons |
Frankrijk |
|
Ikujiro
Takai |
Japan |
|
John
Williams |
Engeland |
| Hubert
Rigal |
Frankrijk |
|
Sadao
Asami |
Japan |
|
Roger
Marshall |
Engeland |
| Christian
Estrosi |
Frankrijk |
|
Takazumi
Katayama |
Japan |
|
Dave
Potter |
Engeland |
| Patrick
Fernandez |
Frankrijk |
|
Victor
Palomo |
Spanje |
|
Ron
Haslam |
Engeland |
| Jean-Francois
Baldé |
Frankrijk |
|
Teuvo
Länsivuori |
Finland |
|
Terry
Hutton |
Engeland |
| Christian
Huguet |
Frankrijk |
|
Pekka
Nurmi |
Finland |
|
Charlie
Williams |
Engeland |
| Jean-Claude
Chemarin |
Frankrijk |
|
Markku
Mattikainen |
Finland |
|
James
Wells |
Engeland |
| Gérard
Choukroun |
Frankrijk |
|
Gianfranco
Bonera |
Italië |
|
Eddie
Roberts |
Engeland |
| Jean-Paul
Boinet |
Frankrijk |
|
Virginio
Ferrari |
Italië |
|
Noël
Clegg |
Engeland |
| Hervé
Moineau |
Frankrijk |
|
Alfio
Micheli |
Italië |
|
Steve
Manship |
Engeland |
| Bernard
Fau |
Frankrijk |
|
Mario
Lega |
Italië |
|
Clive
Padgett |
Engeland |
| Alain
Vial |
Frankrijk |
|
Graziano
Rossi |
Italië |
|
Mick
Grant |
Engeland |
| Marc
Fontan |
Frankrijk |
|
Gianni
Del Carro |
Italië |
|
Steve
Parrish |
Engeland |
| Jean-Jacques
Coq |
Frankrijk |
|
Giovanni
Pelletier |
Italië |
|
Stan
Woods |
Engeland |
| Michel
Rastel |
Frankrijk |
|
Marco
Lucchinelli |
Italië |
|
Steven
Cull |
Engeland |
| Claude
Willette |
Frankrijk |
|
Leandro
Beccheroni |
Italië |
|
Werner
Nenning |
Oostenrijk |
| Pierre
Tocco |
Frankrijk |
|
Adelio
Faccioli |
Italië |
|
Max
Wiener |
Oostenrijk |
| Maurice
Chomat |
Frankrijk |
|
Giuseppe
Consalvi |
Italië |
|
Philippe
Chaltin |
België |
| Eric
Duffetelle |
Frankrijk |
|
Germano
Salsi |
Italië |
|
Jean-Philippe
Orban |
België |
| Gilles
Husson |
Frankrijk |
|
Armando
Toracca |
Italië |
|
Herve
Rodrigues |
België |
| Alain
Terras |
Frankrijk |
|
Ricardo
Romeri |
Italië |
|
Börge
Nielsen |
Denemarken |
| Pierre
Soulas |
Frankrijk |
|
Bo
Granath |
Zweden |
|
Kaj
Jensen |
Denemarken |

 |
|
 |
|
Imola:
Jack maakt een praatje met Johan "Bobo" van Eijk |
|
|
|
Trainingstijden
van de 40 rijders die zich voor de hoofdrace plaatsten. |
| |
Rijder |
Land |
Tijd |
|
Rijder |
Land |
Tijd
|
|
Rijder |
Land |
Tijd
|
| 1. |
Kenny
Roberts |
USA |
1.57.31 |
15. |
Graziano Rossi |
Italië |
2.01.95
|
29. |
Ricardo
Romeri |
Italië |
2.03.71 |
| 2. |
Johnny Cecotto |
Venezuela |
1.58.48 |
16. |
Jean-Paul Boinet |
Frankrijk |
2.01.99 |
30. |
Leandro
Beccheroni |
Italië |
2.03.98 |
| 3. |
Marco Lucchinelli |
Italië |
1.58.82 |
17. |
Sadao Asami |
Japan |
2.02.39
|
31. |
Greg
Johnson |
Australië |
2.04.43 |
| 4. |
Christian
Sarron |
Frankrijk |
1.59.11 |
18. |
Hubert Rigal |
Frankrijk |
2.02.40
|
32. |
Skip Aksland |
USA |
2.04.88 |
| 5. |
Steve
Baker |
USA |
1.59.15 |
19. |
Michel Frutschi |
Zwitserland |
2.02.59 |
33. |
Gérard
Melly |
Zwitserland |
2.05.43 |
| 6. |
Virginio Ferrari |
Italië |
1.59.54 |
20. |
Barry
Ditchburn |
Engeland
|
2.02.62
|
34. |
Giuseppe
Consalvi |
Italië |
2.05.50 |
| 7. |
Patrick Pons |
Frankrijk |
1.59.64 |
21. |
John Williams |
Engeland
|
2.02.70
|
35. |
Steven Cull
|
Engeland
|
2.05.91
|
| 8. |
Franco Uncini |
Italië |
1.59.68 |
22. |
Gianfranco Bonera |
Italië |
2.02.79
|
36. |
Max
Wiener |
Oostenrijk |
2.06.01
|
| 9. |
Gregg
Hansford |
Australië |
2.00.25 |
23. |
Armando Torraca |
Italië |
2.03.19
|
37. |
Jack
Findlay |
Australië |
2.06.17 |
| 10. |
Jeffrey Sayle |
Australië
|
2.00.99 |
24. |
Michel Rougerie |
Frankrijk |
2.03.27
|
38. |
Jean-Philippe
Orban |
België |
2.06.36 |
| 11. |
Dale
Singleton |
USA |
2.01.18 |
25. |
Bernard Fau |
Frankrijk |
2.03.36
|
39. |
Alfio Micheli |
Italië |
2.06.62 |
| 12. |
Jean-Francois Baldé |
Frankrijk |
2.01.49 |
26. |
Christian
Estrosi |
Frankrijk |
2.03.41
|
40. |
David Emde |
USA |
2.06.66 |
| 13. |
Warren Willing |
Australië |
2.01.61 |
27. |
Jack Middelburg |
Nederland |
2.03.47
|
|
| 14. |
Boet
van Dulmen |
Nederland |
2.01.72 |
28. |
Victor Palomo |
Spanje |
2.03.53
|
|
Trainingstijden
van de rijders die zich niet voor de hoofdrace plaatsten. |
| 41. |
Christian
Huguet |
Frankrijk
|
2.06.80 |
48.
|
Germano
Salsi |
Italië
|
2.09.18
|
55. |
Johan "Bobo" v Eijk
|
Nederland
|
2.14.90 |
| 42. |
Hervé
Moineau |
Frankrijk
|
2.07.80 |
49.
|
Werner
Nenning |
Oostenrijk |
2.09.78 |
56. |
Gianfranco Bursi |
Italië |
2.15.94 |
| 43. |
Philippe Coulon
|
Zwitserland
|
2.07.84 |
50.
|
Gerhard
Vogt |
Duitsland
|
2.10.83
|
57. |
Stefano Heltai |
Italië
|
2.15.99 |
| 44. |
Markku
Mattikainen |
Finland |
2.08.32 |
51.
|
Gérard
Choukroun |
Frankrijk
|
2.11.06
|
58. |
Giovani Perone
|
Italië
|
2.18.91 |
| 45. |
Gilles Husson
|
Frankrijk
|
2.08.38 |
52.
|
Noël
Clegg |
Engeland
|
2.11.15 |
59. |
Francis Erard |
Zwitserland
|
2.21.25 |
| 46. |
Karl Zach
|
Oostenrijk
|
2.08.91 |
53.
|
Germano Paganini |
Italië
|
2.13.82
|
60.
|
Alex George
|
Schotland
|
2.21.50 |
| 47. |
Bo
Granath |
Zweden
|
2.08.90 |
54.
|
Pentti Lehtela
|
Finland
|
2.14.28
|
61.
|
Pierre Soulas
|
Frankrijk
|
2.59.12
|

|
Uitslag
van de eerste tien van degenen die zich niet voor de 200
milesrace wisten te plaatsen. |
| |
Rijder |
Land |
|
Rijder |
Land |
| 1. |
Philippe Coulon
|
Zwitserland
|
6. |
Werner
Nenning |
Oostenrijk |
| 2. |
Hervé
Moineau |
Frankrijk
|
7. |
Bo
Granath |
Zweden
|
| 3. |
Markku
Mattikainen |
Finland |
8. |
Germano
Salsi |
Italië
|
| 4. |
Christian
Huguet |
Frankrijk |
9. |
Gerhard
Vogt |
Duitsland
|
| 5. |
Gérard
Choukroun |
Frankrijk
|
10. |
Germano Paganini |
Italië
|
 |
|
Imola:
Jack bezig met schoonmaakwerk, terwijl de was hangt te drogen. Dit zie
je vandaag de dag allemaal (helaas) niet meer. |
 |
|
Een artikel uit een
Frans motorsportblad met een foto die gelijktijdig met bovenstaande foto
is gemaakt, met de was en de zijkant van Jack zijn bus. |
| "
Jack over
Jack"
F750, 200 miles, GP in Italië op Imola |
|
Al
in de training voelde ik me "in the mood", alhoewel
het circuit volkomen vreemd voor me was en heel de wereldtop
aanwezig was. Wel maakte ik, tijdens de training, een klein
schuivertje, waarbij gelukkig alleen mijn streamline beschadigd
werd. Desondanks behaalde ik een 26e startplaats en was daarmee
dik tevreden.
Jack
in Imola
In de
eerste
manche startte ik in de tweede groep. Het werd een fijne race voor
me, lekker knokken met mannen als Bernard Fau, Barry Ditchburn,
Gianfranco Bonera en Michel Rougerie. Inmiddels was ik aardig
opgeklommen en dankzij een fantastische tankstop werd ik in deze
manche 14e.
In de
tweede
manche startte ik dus in de eerste groep en kwam na de 1e ronde al
als achtste over de meet. Door mijn onervarenheid werd ik al snel
gepasseerd, toen er een rijder voor me viel. Doordat ik afremde
schoten Franco Uncini, Sadao Asami en Patrick Pons me voorbij. Daarom
echter niet getreurd, want door een nog snellere tankstop (7
sec.), werd ik in de manche 10e. In de eindklassering betekende
dit een 11e plaats. En dat voor een GP beginneling. |
 |
 |
|
Jeff
Sayle, Gregg Hansford & Christian Sarron. |
 |
|
Jack
in 2e positie na de start van de 2e manche achter Warren Willing. Achter
Jack: Sadao Asami, Dale Singleton, Patrick Pons, Boet van Dulmen, Kenny
Roberts (#2), Franco Uncini, Leandro Beccheroni, Jean-Francois Baldé,
Michel Rougerie, Bernard Fau en Barry Ditchburn. |
|
2e
manche, met o.a. Steve Baker (#32), Gregg Hansford (#5), Christian
Sarron (#18), Johnny Cecotto (#4), Sadao Asami (#41) Kenny Roberts (#2)
en Jack (#68).
Half verscholen achter Baker rijdt Graziano Rossi. |
|
|
|
Uitslag
1e manche Imola 200 over 32 ronden (100 mijl). |
| 1. |
Christian Sarron (F) |
1.04.26.9
|
16. |
Jean-Paul Boinet (F) |
een
ronde |
| 2. |
Johnny Cecotto (Ven) |
1.04.31.9 |
17. |
Greg Johnson (AUS) |
een
ronde |
| 3. |
Steve Baker (USA) |
1.04.33.6 |
18. |
Dale Singleton (USA) |
een
ronde |
| 4. |
Graziano Rossi (I) |
1.05.25.1 |
19. |
Gianfranco Bonera (I) |
een
ronde |
| 5. |
Franco Uncini (I) |
1.05.26.0 |
20. |
Virginio Ferrari (I) |
een
ronde |
| 6. |
Gregg Hansford (AUS) |
1.05.26.5 |
21. |
Michel Frutschi (CH) |
een
ronde |
| 7. |
Sadao Asami (J) |
1.05.37.2 |
22. |
Jean-Francois Baldé (F) |
een
ronde |
| 8. |
Patrick Pons (F) |
1.05.41.1 |
23. |
Jean-Philippe Orban (B) |
een
ronde |
| 9. |
Jeff Sayle (AUS) |
1.05.50.4 |
24. |
Max Wiener (A) |
een
ronde |
| 10. |
Boet van Dulmen |
1.06.00.1 |
25. |
Leandro Beccheroni (I) |
een
ronde |
| 11. |
Warren Willing (AUS) |
1.06.09.3 |
26. |
Steven Cull (GB) |
een
ronde |
| 12. |
Bernard Fau (F) |
1.06.10.8 |
27. |
Ricardo Romeri (I) |
een
ronde |
| 13. |
Barry Ditchburn (GB) |
een
ronde |
28. |
Dave Emde (USA) |
twee
ronden |
| 14. |
Jack
Middelburg |
een
ronde |
29. |
Victor Palomo (ES) |
twee
ronden |
| 15. |
Michel Rougerie (F) |
een
ronde |
30. |
Jack Findlay (AUS) |
drie
ronden |
|
|
 |
 |
|
Tankstop
Johnny Cecotto |
|
|
|
Uitslag
2e manche Imola 200 over 32 ronden (100 mijl). |
| 1. |
Johnny Cecotto (Ven) |
1.03.21.5 |
12. |
Bernard Fau (F) |
een
ronde |
| 2. |
Steve Baker (USA) |
1.03.32.0 |
13. |
Warren Willing (AUS) |
een
ronde |
| 3. |
Christian Sarron (F) |
1.03.53.5 |
14. |
Michel Rougerie (F) |
een
ronde |
| 4. |
Gregg Hansford (AUS) |
1.04.17.0 |
15. |
Greg Johnson (AUS) |
een
ronde |
| 5. |
Sadao Asami (J) |
1.04.46.1 |
16. |
Jean-Francois Baldé (F) |
een
ronde |
| 6. |
Skip Aksland (USA) |
1.04.05.9 |
17. |
Victor Palomo (ES) |
een
ronde |
| 7. |
Dale Singleton (USA) |
1.05.09.8 |
18. |
Michel Frutschi (CH) |
een
ronde |
| 8. |
Patrick Pons (F) |
1.05.10.8 |
19. |
Jean-Paul Boinet (F) |
twee
ronden |
| 9. |
Boet van Dulmen |
1.05.20.3 |
20. |
Leandro Beccheroni (I) |
twee
ronden |
| 10. |
Jack Middelburg |
een
ronde |
21. |
Dave Emde (USA) |
twee
ronden |
| 11. |
Gianfranco Bonera (I)
|
een
ronde |
22. |
Ricardo Romeri (I)
|
twee
ronden |
|
 |
|
|
Totaaluitslag
over twee manches Imola 200 (de enige rijders die beide manches
finishten). |
| 1. |
Johnny Cecotto |
Venezuela |
Yamaha |
- |
2.07.53.4 |
| 2. |
Steve Baker |
Amerika |
Yamaha |
- |
2.08.05.6 |
| 3. |
Christian Sarron |
Frankrijk |
Yamaha |
- |
2.08.20.4 |
| 4. |
Gregg Hansford
|
Australië |
Kawasaki |
- |
2.09.43.5 |
| 5. |
Sadao Asami |
Japan |
Yamaha |
- |
2.10.23.3 |
| 6. |
Patrick Pons
|
Frankrijk |
Yamaha |
- |
2.10.51.9 |
| 7. |
Boet van Dulmen
|
Nederland |
Yamaha |
- |
2.11.29.4 |
| 8. |
Warren Willing |
Australië |
Yamaha |
- |
63
ronden |
| 9. |
Bernard Fau |
Frankrijk |
Yamaha |
- |
63
ronden |
| 10. |
Dale Singleton
|
Amerika |
Yamaha |
- |
63
ronden |
| 11. |
Jack
Middelburg |
Nederland |
Yamaha |
- |
62
ronden |
| 12. |
Gianfranco Bonera
|
Italië |
Yamaha |
- |
62
ronden |
| 13. |
Michel Rougerie
|
Frankrijk |
Yamaha |
- |
62
ronden |
| 14. |
Greg Johnson
|
Australië |
Yamaha |
- |
62
ronden |
| 15. |
Michel Frutschi
|
Zwitserland |
Yamaha |
- |
62
ronden |
| 16. |
Jean-Francois Baldé
|
Frankrijk |
Yamaha |
|
62
ronden |
| 17. |
Jean-Paul Boinet |
Frankrijk |
Yamaha |
|
61
ronden |
| 18. |
Leandro Beccheroni |
Italië |
Yamaha |
|
61
ronden |
| 19. |
Victor Palomo
|
Spanje |
Yamaha |
|
61
ronden |
| 20. |
Ricardo Romeri
|
Italië |
Yamaha |
|
61
ronden |
|
|
 |
|
Marco
Lucchinelli
(#23), Kenny
Roberts (#2)
(#23), Kenny
Roberts (#2)
voor
o.a. Virginio Ferrari (r), Christian Sarron (l) en Boet van Dulmen (m).
(#23), Kenny
Roberts (#2)
voor
o.a. Virginio Ferrari (r), Christian Sarron (l) en Boet van Dulmen (m). |
|
2e
manche, met Jack
op
kop van een niet misselijk groepje met Warren Willing (#31), Michel
Rougerie (#25) met daarachter Bernard Fau, Gianfranco Bonera, Jean-Paul
Boinet, Marco Lucchinelli en Jean-Francois Baldé. Jack zou ze allen
achter zich weten te houden. |
 |
|
Jack met Warren Willing
(#31) vlak voor Virginio Ferrari. |

09-04-1978
Formule 750 race Frankrijk, Paul Ricard

|
Inschrijvers/deelnemers Moto-Journal 200 Paul Ricard |
| 2. |
Kenny
Roberts (USA) |
24. |
Jean-Claude
Chemarin (F) |
45. |
James Wells (GB) |
66. |
Germano Salsi (I) |
| 3. |
Johnny Cecotto
(Ven) |
25. |
Michel Frutschi (CH) |
46. |
Jean-Claude
Meilland (F) |
67. |
Clive Padgett (GB) |
| 4. |
Ikujiro Takai (J) |
26. |
Jack
Middelburg |
47. |
Börge Nielsen (DK) |
69. |
Steve Manship (GB) |
| 5. |
Hubert Rigal (F) |
27. |
Gérard Choukroun
(F) |
48. |
Ricardo Romeri (I) |
70. |
Wes Cooley (USA) |
| 6. |
Patrick Pons (F) |
28. |
Jean-Paul Boinet (F) |
49. |
Eddie Roberts (GB) |
71. |
François Lamanna (F) |
| 7. |
Christian
Sarron (F) |
29. |
Victor Palomo (ES) |
50. |
Gerhard Vogt (D) |
72. |
Gilles Hampe (F) |
| 8. |
Christian
Estrosi (F) |
30. |
Hervé
Moineau (F) |
51. |
Pierre Soulas (F) |
73. |
Dominique Pernet (F) |
| 9. |
Philippe Coulon (CH) |
31. |
Jack Findlay (AUS) |
52. |
Mario Lega (I) |
74. |
Alain Terras (F) |
| 10. |
Takazumi Katayama
(J) |
32. |
Steve Baker (USA) |
53. |
Graziano Rossi (I) |
75. |
Steve Parrish (GB) |
| 11. |
Jeffrey Sayle (AUS) |
33. |
Bernard Fau (F) |
54. |
Francis Erard (CH) |
76. |
Pekka Nurmi (SF) |
| 12. |
Warren Willing (AUS) |
34. |
Alain Vial (F) |
55. |
Jacques Agopian (F) |
77. |
Gilles Husson (F) |
| 14. |
Jean-Francois Baldé (F) |
35. |
Philippe Chaltin
(B) |
56. |
Christian
Bourgeois (F) |
78. |
Sadao Asami (J) |
| 15. |
Barry Ditchburn (GB) |
36. |
Pekka Nurmi (SF) |
57. |
Jean-Philippe
Orban (B) |
79. |
Gérard Melly (CH) |
| 16. |
Roger
Marshall (GB) |
37. |
Terry Hutton (GB) |
58. |
Noël Clegg (GB) |
80. |
Markku
Mattikainen (SF) |
| 17. |
Patrick Fernandez
(F) |
38. |
Dave Emde (USA) |
59. |
Gianfranco Bonera (I) |
81. |
Eric Duffetelle (F) |
| 18. |
Dave Potter (GB) |
39. |
Charlie Williams (GB) |
60. |
Gianni del Carro (I) |
82. |
Gregg Hansford (AUS) |
| 19. |
Ron Haslam (GB) |
40. |
Jean-Jacques Coq
(F) |
61. |
Giovanni Pelletier (I) |
85. |
Bo Granath (S) |
| 20. |
Boet van Dulmen |
41. |
Michel Rastel (F) |
62. |
Christian LeLiard (F) |
86. |
Randy Mamola (USA) |
| 21. |
John
Williams (GB) |
42. |
Claude Willette
(F) |
63. |
Joey Dunlop (N-Ier) |
87. |
Armando
Torraca (I) |
| 22. |
Teuvo Länsivuori
(SF) |
43. |
Pierre Tocco (F) |
64. |
Adelio Faccioli (I) |
88. |
Walter Nenning (A) |
| 23. |
Christian Huguet
(F) |
44. |
Maurice Chomat (F) |
65. |
Giuseppe Consalvi (I) |
? |
Hervé Guilleux (F) |
|
? |
Jacques Fasel (CH) |
? |
Pascal Renaudat (F) |
? |
Skip Aksland (USA) |
? |
Virginio
Ferrari (I) |
|
? |
John Newbold (GB) |
? |
Greg Johnson (AUS) |
? |
Michel Rougerie
(F) |
? |
Dale Singleton
(USA) |
|
? |
Raymond Roche (F) |
Deelnemers
in het blauw reden de 250cc race en niet de F750. |
|
De
250cc race was een 'bijrace' over 100 mijl, waaraan maar liefst
78 rijders deelnamen. Gregg Hansford won de race dit jaar voor
Jon Ekerold en Patrick Fernandez. Randy Mamola werd vierde. |
|
De
rijders in het grijs waren wel ingeschreven, maar geblesseerd of
om een andere reden afwezig. |
|
|

|
|
Jack
& Adri aan het sleutelen aan de 750 in
Paul Ricard |
|
 |
|
Begin
van de 750 in
Paul Ricard: Cecotto voor Baker, Roberts, Sarron & Hansford |
Johnny Cecotto, die in maart in Daytona door Kenny Roberts
verslagen werd heeft
dat verlies meer dan goedgemaakt in de afgelopen 7 dagen. In Imola won hij de eerste F-750 Grand Prix en
in de tweede WK-wedstrijd op Paul Ricard, afgelopen zondag, verpulverde hij de
oppositie volledig. Daarmee werd hij tevens winnaar van de AGV-Worldcup en Cecotto's verdiensten stegen hiermee tot boven de 50.000 dollar dit seizoen! Tweede en derde
in Paul Ricard waren de Amerikaanse troeven Kenny Roberts en Steve
Baker. De regerend wereldkampioen, Kenny Roberts maakte de fout een Goodyear met te zachte rubbercompound te
kiezen, waardoor hij geen kans zag zijn fabrieks-Yamaha in de buurt te houden van de fantastisch rijdende Venezolaan.
Steve Baker op zijn "gewone" Nava Olio Fiat Yamaha had vanwege de 200 mijl
aan-één-stuk ook bandenproblemen, maar het ergst voor Stevie was zijn
slechte tweede benzinestop. Vierde na 200 moordende mijlen was Ikijuri
Takai, maar de naar schatting 50.000 toeschouwers verheugden zich meer over de goede
klasseringen van de Franse helden Patrick Pons en Christian Estrosi, die respectievelijk vijfde en
zesde werden, hoewel Estrosi, garagehouder in het nabij gelegen Nice,
niet kon voorkomen, dat hij een rondje lap kreeg van de onstuitbare
Johnny Cecotto, die na afloop uitriep: 'Ik voel me nog zo fris, dat ik nog wel 200
mijl erbij zou kunnen rijden'.
De 200 mijlen op Paul Ricard
-
de Moto Journal 200
-
kende veel drama's. Pons teamgenoot, Christian Sarron, kwam in zijn duel met Takai ten val.
|
 |
|
Podium
F750 in
Paul Ricard: Johnny Cecotto geeft Kenny Roberts ook een
"beetje" champagne. |
 |
|
Een
18-jarige Randy Mamola maakte hier zijn debuut in Europa op Paul Ricard. |
De jonge
Gauloiserijder herstartte, om na de tweede tankstop later opnieuw ten val te komen,
ditmaal door volkomen versleten banden. Gregg Hansford, die bij de start
drie ronden lang het veld aangevoerd had voordat hij zijn te langzame Kawasaki
driecilinder op een minder eervolle positie moest rondsturen, kwam even eens ten val door een
versleten achterband, wat hem zijn zevende plaats kostte. Dale Singleton, de
Amerikaan uit Georgië, zag door pech een fraaie vijfde plaats verloren gaan toen
negen ronden voor het eind zijn motor de geest gaf door een gebroken
krukas. Warren Willing en Jeff Sayle, de beide Australiërs, kregen al
in de eerste ronde met motorische problemen te kampen (vastlopers) en Skip
Aksland, de beschermeling van Kenny Roberts, moest zijn machine met ontstekingsproblemen eveneens voortijdig in de pits inleveren,
waarbij hij een zesde plaats verloren zag gaan. Jack eindigde als
zestiende, wat zelfs in dit 'supergezelschap' iets beter had kunnen zijn,
zeker
met betere banden, maar het was pas het begin. In feite was het al erg knap om
bij de snelste 40 trainers te zitten en dus aan de hoofdrace mee te mogen
doen. Genoeg gerenommeerde en veel ervarenere coureurs als Jack moesten van
start gaan in de "troostrace".

|
Trainingstijden
F750cc Moto-Journal 200 Paul Ricard, de tijden zijn de snelste in de
betreffende trainingssessie. |
|
Positie |
Rijder |
1e
trainingssessie |
2e
trainingssessie |
3e
trainingssessie |
|
1. |
Johnny Cecotto
(Ven) |
2.07.10 |
2.06.20 |
2.06.04 |
|
2. |
Steve Baker (USA) |
2.14.38 |
2.08.28 |
2.07.25 |
|
3. |
Dale Singleton (USA) |
2.17.10 |
2.14.16 |
2.07.62 |
|
4. |
Christian
Estrosi (F) |
2.10.23 |
2.09.51 |
2.07.96 |
|
5. |
Ikujiro Takai (J) |
2.14.06 |
2.08.88 |
2.08.12 |
|
6. |
Gregg Hansford (AUS) |
2.12.55 |
2.08.98 |
2.08.16 |
|
7. |
Patrick Pons (F) |
2.12.19 |
2.08.48 |
2.08.39 |
|
8. |
Virginio
Ferrari (I) |
2.12.70 |
2.08.56 |
2.08.39 |
|
9. |
Christian
Sarron (F) |
2.12.49 |
2.08.68 |
2.08.46 |
|
10. |
Jean-Paul Boinet (F) |
2.11.00 |
2.11.23 |
2.08.46 |
|
11. |
Bernard Fau (F) |
2.15.42 |
2.11.58 |
2.08.54 |
|
12. |
Kenny
Roberts (USA) |
2.14.48 |
2.09.45 |
2.08.81 |
|
13. |
Hubert Rigal (F) |
2.11.00 |
2.10.00 |
2.09.11 |
|
14. |
Boet van Dulmen |
2.12.15 |
2.10.10 |
2.09.19 |
|
15. |
Warren Willing (AUS) |
2.27.42 |
2.09.20 |
2.09.91 |
|
16. |
Michel Frutschi (CH) |
2.14.73 |
2.10.66 |
2.09.48 |
|
17. |
Skip Aksland (USA) |
2.28.87 |
2.10.55 |
2.09.50 |
|
18. |
Barry Ditchburn (GB) |
2.14.39 |
2.09.74 |
2.10.18 |
|
19. |
Sadao Asami (J) |
2.11.78 |
2.10.29 |
2.09.80 |
|
20. |
Gianfranco Bonera (I) |
2.16.13 |
2.13.13 |
2.09.80 |
|
21. |
Jean-Francois Baldé (F) |
2.11.78 |
2.10.18 |
2.09.95 |
|
22. |
Philippe Coulon (CH) |
2.16.54 |
2.13.82 |
2.10.24 |
|
23. |
Victor Palomo (ES) |
2.14.94 |
2.10.96 |
2.10.45 |
| 24. |
Michel Rougerie (F) |
2.12.88 |
2.10.56 |
2.10.78 |
| 25. |
Roger
Marshall (GB) |
2.17.10 |
2.12.98 |
2.11.46 |
| 26. |
Takazumi Katayama
(J) |
-- |
2.14.16 |
2.11.70 |
| 27. |
Hervé
Moineau (F) |
2.20.20 |
2.12.26 |
2.12.94 |
| 28. |
Jack
Middelburg |
2.16.38 |
2.14.45 |
2.12.30 |
| 29. |
Armando
Torraca (I) |
2.14.30 |
2.16.21 |
2.12.40 |
| 30. |
Hervé Guilleux (F) |
-- |
2.13.92 |
2.12.46 |
| 31. |
Jean-Jacques Coq
(F) |
2.15.56 |
2.12.88 |
2.14.84 |
| 32. |
Jean-Philippe
Orban (B) |
2.23.56 |
2.12.92 |
-- |
| 33. |
Joey Dunlop (N-Ier) |
2.17.48 |
2.15.82 |
2.13.11 |
| 34. |
Gérard Choukroun
(F) |
2.17.83 |
2.13.87 |
2.13.13 |
| 35. |
Steve Parrish (GB) |
2.19.83 |
2.15.58 |
2.13.23 |
| 36. |
Jean-Claude
Chemarin (F) |
2.20.15 |
2.15.97 |
2.13.42 |
| 37. |
Gilles Husson (F) |
2.23.74 |
2.13.48 |
2.15.44 |
| 38. |
Jacques Agopian (F) |
2.21.91 |
2.13.49 |
2.16.58 |
| 39. |
Christian
Bourgeois (F) |
2.14.61 |
2.14.68 |
2.13.73 |
|
40. |
Dominique Pernet (F) |
2.31.04 |
2.16.00 |
2.13.76 |
| 41. |
Christian LeLiard (F) |
2.21.03 |
2.16.10 |
2.14.14 |
| 42. |
Terry Hutton (GB) |
2.20.31 |
2.17.08 |
2.14.28 |
| 43. |
Christian Huguet
(F) |
2.16.45 |
2.14.31 |
2.20.51 |
| 44. |
Jeffrey Sayle (AUS) |
2.16.20 |
2.14.51 |
2.15.22 |
| 45. |
Pascal Renaudat (F) |
2.17.06 |
2.14.77 |
2.16.29 |
| 46. |
Markku
Mattikainen (SF) |
2.15.42 |
2.14.84 |
2.15.31 |
| 47. |
Greg Johnson (AUS) |
-- |
2.14.85 |
-- |
| 48. |
Dave Emde (USA) |
2.19.67 |
2.15.08 |
2.19.76 |
| 49. |
Alain Terras (F) |
2.17.45 |
2.15.25 |
2.18.12 |
| 50. |
John Newbold (GB) |
2.19.79 |
2.16.32 |
2.15.26 |
| 51. |
Gérard Melly (CH) |
2.51.61 |
-- |
2.16.12 |
| 52. |
Jacques Fasel (CH) |
3.19.17 |
2.58.37 |
2.16.25 |
| 53. |
Alain Vial (F) |
2.20.82 |
2.18.46 |
2.16.48 |
| 54. |
Gerhard Vogt (D) |
2.20.66 |
2.17.15 |
2.21.62 |
| 55. |
Clive Padgett (GB) |
2.22.86 |
2.24.64 |
2.18.10 |
| 56. |
Giuseppe Consalvi (I) |
2.21.06 |
2.18.41 |
2.18.83 |
| 57. |
Gilles Hampe (F) |
2.29.20 |
2.18.87 |
2.19.27 |
| 58. |
Bo Granath (S) |
2.19.63 |
2.21.76 |
2.19.44 |
| 59. |
Philippe Chaltin
(B) |
2.35.20 |
2.25.21 |
2.19.69 |
| 60. |
Raymond Roche (F) |
2.48.37 |
2.22.96 |
2.20.53 |
| 61. |
Pierre Tocco (F) |
-- |
2.22.92 |
2.20.71 |
| 62. |
François Lamanna (F) |
2.20.91 |
2.23.55 |
-- |
| 63. |
Jack Findlay (AUS) |
-- |
2.21.24 |
2.22.49 |
| 64. |
Noël Clegg (GB) |
-- |
2.23.04 |
-- |
| 65. |
Patrick Fernandez
(F) |
2.29.17 |
-- |
-- |
| 66. |
Jean-Claude
Meilland (F) |
2.53.51 |
2.29.90 |
-- |
 |
 |
 |
 |
 |
|
Tankinstallaties
op het Paul Ricard circuit. |
John
Newbold in de fout. |
|
Niet
het weekend van Virginio Ferrari. |
Randy
Mamola zegent Skip Aksland. |
|
Uitslag
Moto-Journal 200 Paul Ricard (in het rood de trainingsplaatsen) |
| |
Rijder |
Land |
- |
|
Rijder |
Land |
-
|
|
Rijder |
Land |
-
|
| 1. |
Johnny Cecotto |
Venezuela |
1e |
15. |
Joey Dunlop |
Noord-Ierland |
33e
|
29. |
Virginio Ferrari |
Italië |
8e |
| 2. |
Kenny
Roberts |
USA |
12e |
16. |
Jack Middelburg |
Nederland |
28e |
- |
Dale
Singleton |
USA |
3e |
| 3. |
Steve
Baker |
USA |
2e |
17. |
Jacques Agopian |
Frankrijk |
38e
|
- |
Gregg
Hansford |
Australië |
6e |
| 4. |
Ikujiro Takai |
Japan |
5e |
18. |
Jean-Claude Chémarin |
Frankrijk |
37e
|
- |
Christian
Sarron |
Frankrijk |
9e |
| 5. |
Patrick Pons |
Frankrijk |
7e |
19. |
Michel Frutschi |
Zwitserland |
16e |
- |
Jean-Paul Boinet |
Frankrijk |
10e |
| 6. |
Christian
Estrosi |
Frankrijk |
4e |
20. |
Alain Vial |
Frankrijk |
53e
|
- |
Warren Willing |
Australië |
15e |
| 7. |
Sadao Asami |
Japan |
19e |
21. |
Jean-Jacques
Coq |
Frankrijk |
31e
|
- |
Skip Aksland |
USA |
17e
|
| 8. |
Boet
van Dulmen |
Nederland |
14e |
22. |
Steve Parrish |
Engeland
|
35e
|
- |
Jean-Francois Baldé |
Frankrijk |
21e
|
| 9. |
Bernard Fau |
Frankrijk |
11e |
23. |
Alain Terras |
Frankrijk |
49e
|
- |
Philippe Coulon |
Zwitserland |
22e |
| 10. |
Michel Rougerie |
Frankrijk |
24e |
24. |
Christian LeLiard |
Frankrijk |
41e
|
- |
Victor Palomo |
Spanje |
23e |
| 11. |
Hubert Rigal |
Frankrijk |
13e |
25. |
Pascal Renaudat |
Frankrijk |
45e
|
- |
Roger Marshall |
Engeland |
25e |
| 12. |
Barry Ditchburn |
Engeland |
18e |
26. |
Terry Hutton |
Engeland |
42e
|
- |
Takazumi Katayama |
Japan |
26e |
| 13. |
Hervé Moineau |
Frankrijk |
27e |
27. |
David Emde |
USA |
48e
|
- |
Armando Torraca |
Italië |
29e |
| 14. |
Gianfranco
Bonera |
Italië |
20e |
28. |
Clive Padgett |
Engeland |
55e
|
- |
Hervé Guilleux |
Frankrijk |
30e
|

 |
|
Zo ging
het in die tijd. Roger Marshall (niet de minste) gewoon in een caravan. |
Circa 70 coureurs, monteurs
en journalisten, onder wie Moto'73 verslaggever Chris Carter, moesten in de nacht van
vrijdag op zaterdag een veilig heenkomen zoeken via de balkons van hun hotel
in de buurt van het circuit toen een brand de benedenverdieping in lichtelaaie zette.
Steve Baker en verloofde Bonnie realiseerden zich als eersten het gevaar en stelden
het brandalarm in werking, waarna zij zich met lakens vanaf het balkon lieten zakken. Onder de gasten waren Christian
Sarron, Patrick
Pons, Christian Estrosi, Virginio Ferrari, Barry Ditchburn, Korky Ballington,
Mick Grant en de overige leden van het Kawasaki-team. Stuntrijder Dave Taylor
en zes andere rijders moesten de bekende Engelse verslaggever, Chris Carter, te hulp komen, die direct boven de vuurhaard
ingesloten zat op de eerste verdieping. Met behulp van een stalen balk klom
Mick Grant omhoog en hielp Carter uit zijn benarde positie. Steve Baker besloot de rest van
de nacht door te
brengen in zijn Volkswagen kampeerbusje.

| " Jack
over
Jack"
F750, 200 miles, GP in Frankrijk op Paul Ricard |
|
Het
Paul Ricard circuit was heel anders dan ik me had voorgesteld.
De gearing was nog hoger dan in Daytona en er zat een recht eind
in het circuit, dat sneller was dan de kombaan in het genoemde
Daytona. Ook was het circuit hier veel gladder en iedereen had
hier van het begin tot het einde problemen met zijn banden. En
dat was nog niet alles, Adri heeft zich letterlijk in het zweet
moeten sleutelen aan mijn machine, omdat dat ding maar niet goed
wilde lopen. Door mijn trainingstijd bezette ik de 28e
startplaats. Tijdens de race liep het lekker, alhoewel ik niet
zoveel gas kon geven als ik gewend was, want dan gleed de
achterband weg en stond ik dwars op de baan. De race duurde
ongeveer 2 uur en na afloop kon ik constateren dat ik totaal
niet vermoeid was. Ik had me op een 16e plaats gereden. Al met
al kan ik terugzien op een voor mij geslaagd debuut in de
GP-wereld. Waar ik helemaal vol van ben is het feit, dat mijn
Suzuki (tijdens de trainingen heb ik hem een paar ronden kunnen
uittesten) volgens mij beslist niet langzamer is dan mijn
750cc!! Een goed aspect voor de toekomst!
|
| "
Adri over
Jack"
F750 GP's Imola & Paul Ricard |
|
Over
het algemeen was Adri tevreden, vooral in Imola liep het erg
goed. Hij meende dat men niet kon kijken naar Boet van Dulmen,
die al drie jaar ervaring had op deze circuits en met deze
omstandigheden. Een 11e plaats op Imola en een 16e op Paul
Ricard zijn zonder meer goed te noemen in een dergelijk select
gezelschap. In Frankrijk ging het in eerste instantie niet zo goed,
omdat de motor steeds te rijk stond afgesteld. In Holland worden
op zijn langst 330 sproeiers gemonteerd en in Frankrijk had hij
er 280ers ingezet. Hij was dan ook bang dat de motor vast zou
lopen, want op het rechte eind ging het toch ontiegelijk hard.
Achteraf had ik hem nog zuiniger kunnen afstellen, aldus Adri,
want de motor had totaal geen gezonde verbranding. Hij was ook
van mening dat Paul Ricard een zeer moeilijk circuit is. Content
is hij echter met de instelling, waarmee Jack momenteel rijdt,
want uitrijden op een 16e plaats is altijd toch beter dan van je
machine te vallen op een tweede of derde plaats.
|
|
F750
toppers in
Paul Ricard. |
 |
 |
 |
 |
|
Kenny
Roberts |
Johnny
Cecotto |
 |
 |
|
Ikujiro
Takai |
Steve
Baker |
 |

|
|
Gianfranco
Bonera |
Virginio
Ferrari |
|